Soulcrusher III

Voor het derde jaar is Doornroosje in de ban van Soulcrusher, oftewel we zijn aanbeland bij Soulcrusher III. Voer voor liefhebbers van blackmetal, postmetal, heavy stoner, sludge, doom en andersoortige heavy noise. Oftewel een potje stevige gitaarriffs, duivels geschreeuw, zwartgalligheid en lompheid eerste klasse. Dit jaar heeft de organisatie zich toch weer overtroffen met bands die ook niet zouden misstaan op het vermaarde Roadburn-festival in Tilburg. Sterker nog, de meeste bands stonden daar de afgelopen jaren. Met headliners als Yob, Inter Arma en Deafheaven trekt dat dan ook meer publiek dan ooit. De balkons zijn dit jaar open van de grote (rode) zaal en die staan bij de hoofdacts dan ook vol. Het zal uitverkopen, zo horen we vlak van tevoren van de organisatie. Naast de hoofdacts staan er ook weer een hoop goede andere bands, waardoor de kleine paarse zaal nu soms echt uitpuilt en bezoekers zelfs buiten de zaal een glimp proberen op te pakken van de optredende bands. Het festival zit daarmee aardig vol, maar ik kwam uiteindelijk wel binnen bij de dingen die ik wilde zien. Alle voorzieningen waren ook weer uitstekend, net zoals de bediening, maar dat is al wel vanzelfsprekend in Doornroosje. Het lekkere speciaalbier ging er razendsnel doorheen en je kon er ook goed een hapje eten bestellen. Prima sfeertje ook weer. Relaxed publiek. Dol op zware gitaren en gitzwarte muziek. Dat schept bij voorbaat een band. Going into dark heavy matter. To get crushed.

Je merkt al dat het drukker is dan vorig jaar als Frayle uit Cleveland start in de kleine zaal, er is toch nog wel genoeg publiek op de been om deze band te zien, ondanks de vroege start om twee uur ‘s middags (en dan 11 uur lang doorhalen met 13 bands tot 1 uur ‘s nachts). Spil van deze doomband is multi-instrumentalist Sean Bilovecky samen met zijn vrouw Gwyn Stran op zang, met vandaag twee grote rode rozen in haar blonde haren. Zo vrolijk is de muziek niet in essentie, maar bovenop de wat rustige doom klinkt de zang van Stran als tegenhang(st)er wel fris. Een beetje lieflijke ijle zuchtzang. En wat zachtjes in de mix. Haar praatjes tussendoor versta ik ook nauwelijks. Alles doet ook een beetje denken aan Chelsea Wolfe, en dat is dan een compliment, al vind ik het wat minder majestueus en afwisselend als die band. Het blijft wat behoudend hier met een klein half uurtje van wat meer van hetzelfde (akkoorden) ook. Wel een aardig sfeertje en licht depri, maar dat past dus prima hier.

Het Engelse trio van Part Chimp, opener in de grote zaal, ragt wat minder subtiel met hum lompere heavy punk-achtige stoner en noise. Het beste van Melvins, Jesus Lizard en Lightning Bolt in één band, aldus de beschrijving. Hier en hier worden bands als MC5, Sabbath, Big Business, Earth en Harvey Milk genoemd. En het is hard qua geluidsvolume, maar vrijwel alle bands zoeken vandaag de limiet op. Opvallend denk ik nog, dat ik wel een bas hoor maar geen bassist zie, waarna alsnog een bassist op het toneel verschijnt na iets van twee nummers. Dat kan Joe McLaughlin zijn of Bjorn Freeman, die blijkbaar ook wel eens invalt als Joe niet kan. Zanger/gitarist Tim Cedar, met een wat doorleefde of markante kop, heeft deze band opgericht met drummer Jon Hamilton in 2000, maar dat kun je ook op Wikipedia vinden. De harde marcherende gitaarriffs met een dot psych knallen lekker helder door mijn oordoppen. Even lijkt de band wat in herhaling te vallen en een graadje verzadiging te bereiken in mijn beleving, maar tegen het einde vindt de band nog een extra pot energie om met lekker stevig hang en riffwerk af te sluiten.

Na een persoonlijke pauze is het trio van Slomatics uit Belfast de volgende act in de grote zaal en daarmee gaat het tempo flink omlaag (eh… slowmatics). David Majury (gitaar), Chris Couzens (gitaar) and Marty Harvey (drum/zang) stonden op Roadburn 2017. Ze zijn meer van de doom-mokerslagen of noem het trage sludge, al doen ze dat zo te zien zonder basgitaar, dus dat zullen wel laaggestemde gitaren zijn voor het betere filthy geluid. De zang van de drummer is daarbij wat iel eigenlijk, maar de band werkt mooi met tempovertragingen voor het extra lompe of lome doom-gevoel en dat trekt je wel lekker een beerput in. Zo massief als Conan wordt het net niet, en zo fijn als een – pak ‘m beet – Monolord of Bongripper ook niet, maar toch word ik aardig meegezogen in het geheel, ook al is er wat sprake van herhaling, maar dat is niet zo uitzonderlijk in het genre. De zaal loop echter wel opvallend leeg, misschien is deze puurdere doom wat minder aansprekend of willen ze op tijd in de kleine zaal komen voor Wiegedood (stond ook op Roadburn dit jaar), waar het even later stampvol blijkt te zijn. Daar buiten de zaal krijg je er ook maar weinig van mee, maar ik ben dan ook niet zo’n enorme fan van blackmetal.

De eerste echte headliner, ook voor mezelf vandaag, is Inter Arma uit Richmond, USA, dat ik ook zag op Roadburn 2014 (een memorabel strak en overdonderend optreden trouwens in de kleine zaal van 013), in Merleyn in 2014 en op Roadburn 2017. Toch ken ik de muziek ook weer niet heel goed en ik verbaas me dan ook niet dat ik het beginstuk niet herken, maar achteraf zouden dit dan ook twee nieuwe nummers zijn geweest. Het zestal, inclusief een vaste speler op de theremin, klapt er aardig vol in, met een fijn stuk proggy blackdeathmetal voor mijn gevoel. Bij deze band is het sowieso lastig om ze in een hokje te stoppen met hun mix van sludge-, death-, doom-, post- of blackmetal. Misschien gaan ze wat meer de progmetal kant op met hun nieuwere nummers. Drummer T.J. Childers, zoals altijd met alleen een roze korte broek aan, is wederom een belangrijke drijvende kracht achter de band. Wat een enorm beest op de drums is dat toch. Zanger Mike Paparo schreeuwt en grunt zich een ongeluk en gebruikt hier het podium goed, leuk om zijn duivelse blik ook hier af en toe te herkennen. De band dendert indrukwekkend voort en laat geloof ik geen stiltes vallen met achtereenvolgens “An Archer in the Emptiness” en “The Paradise Gallows” (van het Paradise Gallows-album uit 2016), het fantastisch doorjakkerende “‘sblood” (Sky Burial, 2013) en “Transfiguration” (Paradise Gallows). Jammer eigenlijk dat het lichtplan beperkt is gebleven tot een statisch iets waar verder helemaal niks mee gebeurt (de lichtman deed de theremin of zo). Desalniettemin is Inter Arma voor mij een kolossaal hoogtepunt van de dag, wat een klasbakken.

Edoch. Ik ga iets voor het einde naar de paarse zaal om de volgende band te kunnen ondergaan en dat wordt een iets minder voorspelbaar hoogtepunt. Het Belgische Hemelbestormer stond ook in 2016 op Roadburn en ik heb ze daar gemist. Maar goed, daar staan ook veel te veel goede bands, je mist er altijd van alles. Het is redelijk stemmige of spannende postmetal(of zelfs -rock) dat me hier en daar ook aan Russian Circles doet denken, maar soms wel de rustige (hemelse) kant opzoekt. Een beetje doom-achtig ook wel, door mij ter plekke getypeerd als wegdroomdoompostmetal, maar volgens hun eigen beschrijving gooien ze er ook nog wat sludge en black tegenaan. Fijn. Het sfeertje is er ook wel naar en ik sta aardig vooraan. Uiteraard is er rook, is het donker, en staan er twee mooie lichtobjecten op het podium om de sfeer af te maken. Volgens de setlist horen we “Eight Billion Stars” van het nieuwe album A Ring Of Blue Light van dit jaar dat ik nog niet op Spotify zie staan (wel op Bandcamp), “Starless” (Aether, 2015), “Portals” (uit 2014 en 40 minuten lang geloof ik) en “Redshift” van het laatste album. Lekker op de plaat, maar al helemaal fijn om je zo in een live-setting mee te laten voeren naar wat donkere hemelse sferen.

Oh, ze beginnen gelijk al met hun nieuwere poppy nummers‘, denk ik als ik daarna in de grote (en behoorlijk volle) zaal Deafheaven zie beginnen. “Honeycomb” en “Canary Yellow” komen van het nieuwe Ordinary Corrupt Human Love dat hier en daar ook (en dat is best gewaagd) wat zoetere poppy melodietjes bevat. Het optreden is in elk geval energieker dan (toch al weer een tijd geleden) op FortaRock 2014. Zanger George Clarke poseert zich hier heel anders dan toen, heeft nu lange haren die hij regelmatig laat rondzwaaien en beweegt veel meer als een rockster over het podium. Hij heeft nu zelfs iets te veel pastiche zoals je vaker bij Amerikaanse bands ziet. Het is net iets te veel stijl en over de top, maar hij maakt er wel meer een show van dan toen op FortaRock, toen hij alleen maar moeilijk keek of zo. De combi van de toegankelijke melodieën en de verscheurende blackmetalnoise in het begin vind ik dan op zich wel grappig en goed gedaan. Van de oudere albums komen dan nog “Dream House” en “Sunbather” van Subather uit 2013 en “Brought to the Water” van New Bermuda uit 2015, dat ik niet veel gedraaid heb geloof ik. Als geheel boeit het zeker bij momenten, het is zeker strak gespeeld allemaal, maar ik kan er bij vlagen niet lekker in mee gaan.

Misschien hou ik gewoon wel meer van de vette funky reutelsludge/noise/crust van het Amerikaanse Whores. (met punt), in 2017 gemist op Roadburn en daar ook wel vergeleken met noise-rockers als Helmet, KEN mode, Unsane, Pigs, Today Is The Day en Cows. Ik ga hier ook maar eens op tijd vooraan staan in de kleine zaal. Geen slechte keuze. Het trio is bijzonder enthousiast, geeft zich de volle honderd procent en betrekt daarbij het publiek op een leuke manier. De baldadige en licht schreeuwerige zang van Christian Lembach nemen we dan voor lief, want dat hoort er gewoon bij. Het rammelt en rockt op een goede manier als een live-band pur sang die dit veel vaker gedaan heeft en hier gewoon even de boel komt platspelen. Dat ziet er oprecht uit en het lukt ze ook met gemak. Althans vooraan in elk geval.

Hoofdact van vandaag is het Amerikaanse YOB, lijkt me toch. Net zoals Deafheaven krijgt de band een uur en een kwartier speeltijd. Het trio zag ik in 2014 op Roadburn waar ze toen voor de derde keer stonden dacht ik, en daar trokken ze de hele grote zaal van 013 rammetje vol. Zo vaak staat YOB ook weer niet op de Nederlandse planken, dus vandaag is wel een buitenkansje voor de echte YOB-fan. Na Roadburn zette ik ze in elk geval ook op mijn lijstje favoriete hardere bands. Ik was al bijna vergeten dat frontman Mike Scheidt ernstig ziek is geweest eind 2016, begin 2017. In dit interessante artikel, dat ik in de week voor Soulcrusher las, vertelt Scheid zelf het hele verhaal over zijn acute diverticulitis en hoe hij een tijdje op het randje heeft gelegen daardoor. Het geeft toch een bijzonder tintje aan dit optreden, zeker om hem zo enorm energiek te zien spelen hier. Toen op Roadburn speelden ze The Great Cessation uit 2009 integraal, waar vandaag “The Lie That Is Sin” en “Burning the Altar” (als afsluiter) terugkomen. Vandaag wordt gestart met twee nummers van het nieuwe Our Raw Heart-album (“Ablaze” en “The Screen”, de twee eerste nummers van het nieuw album) en later in de set komt het titelnummer nog voorbij. Als derde het oudje “Ball of Molten Lead” van The Illusion of Motion uit 2004. Geen nummers van Clearing the Path to Ascend uit 2014, maar dat waren ook wel hele lange nummers van rond een kwartier. Je kan niet alles spelen. YOB bevalt weer uitstekend met hun grootse en melodieuze doom-/sludge-/ en post-metal. En wat een enorm dik geluid produceert deze band, natuurlijk ook in combinatie met het uitstekende geluidsysteem (en geluidstechnici) in de zaal, neem ik toch aan. YOB is vanavond de absolute headliner met een machtig brute set. Die headliner-spot dragen ze dus goed en met gemak. Dat ik persoonlijk Inter Arma nog net iets vetter vond vandaag heeft denk ik ook meer met persoonlijke smaak te maken. We worden sowieso behoorlijk verwend vandaag.

Voor een hoop mensen is het dan tijd om naar huis te gaan en ik zelf sla ook Ultha grotendeels over met hun doorjakkerende en verschroeiende en shreddende blackmetal met ook wel sfeervolle stukken. De band stond ook op Roadburn 2017, maar ik bedank toch uiteindelijk vanwege het genre en mijn inmiddels vermoeide benen/voeten.

De grote zaal voelt na een pauze nu ineens leeg met zoveel minder mensen voor Heads. (met punt) dat een ‘unieke mix van post-punk, noise en sludge’ brengt volgens het programmaboekje. De band werd in 2014 gevormd door twee Duitsers en een Australiër. De mix van sludge met postpunk werkt aangenaam vervreemdend, jammer eigenlijk dat de zang erg ver is weggedrukt in de geluidsmix, de donkere stem van zanger lijkt me juist een sterk punt op de plaat, maar hier komt het niet echt over. Hoewel ik er iets meer van had verwacht zijn de bijtende en dik riffende stukken wel degelijk heel erg lekker, maar in een wat mager gevulde zaal voelt het wat kaal zo’n optreden.

De rest van het publiek vult de kleine zaal toch nog verrassend goed voor de afsluiter aldaar. Dragged Into Sunlight (in 2012 op Roadburn, jawel) uit Liverpool brengt hier nog potje extreme metal als afsluiter, alsof we nog niet kapot waren gebeukt. Ik moet er daarom ook wel wat om giechelen, al kan dat ook aan het bier liggen. De band brengt een mix van black-/death-/doommetal en grindcore en doet dat in de rood/witte mist, met voorop het podium kandelaars met kaarsen. Natuurlijk. Het buldert en beukt stevig en snel aan alle kanten en ik vind het gewoon heel geinig hoe ik hier nog een laatste keer een reeks stompen op mijn lichaam krijg, echt fysiek ook want ik sta aardig vooraan nog en dan pulseren de bassen zo lekker hard.

Een beetje beduusd loop ik toch wel naar buiten na deze marathon van zware muziek, maar wel enorm voldaan. Doornroosje heeft zich weer overtroffen met dit festival dat in alle opzichten zeer geslaagd was. Soulcrusher is er volgend jaar weer: omcirkel 5 oktober vast in je agenda.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.