Soulcrusher 2019

Hoe ouder je wordt, hoe sneller de tijd lijkt te gaan. Misschien komt het door een tragere stofwisseling. Olifanten beleven de tijd ook anders dan een bromvlieg. Wat ik daarmee wil zeggen? Nou ja, dat we voor mijn gevoel zo snel zijn aanbeland bij alweer de vierde editie van Soulcrusher, inmiddels een van de vaste indoor-festivalletjes van Doornoosje in Nijmegen en inmiddels een ook vaste prik in mijn agenda, naast Sonic Whip. Voor je het weet is het weer zover dus. Dit jaar heeft het festival van de zielknijpende zwartgallige gitaren wat minder black-metal en meer doom- en postmetal, voor mijn gevoel. En wat minder aansprekende hoofdacts voor mij persoonlijk, maar er is toch wel weer genoeg te beleven. En de voorzieningen (prima speciaalbier bijvoorbeeld) zijn zoals altijd weer uitstekend.

Vorig jaar hadden we nog bands als Inter Arma, Deafheaven en YOB als publiekstrekkers. Een jaartje eerder waren dat zo’n beetje Conan, Ufomammut en Mayhem. Dit jaar trekken Mizmor, Daughters en Triptykon vermoedelijk de meeste mensen naar de grote (rode) zaal, waarvan het balkon alleen open is bij de laatste acts. Persoonlijk heb ik niet zo heel veel met deze bands, maar er speelt genoeg. Soms zitten de verrassingen (bij Lingua Ignota zelfs letterlijk) verstopt in de kleine (paarse) zaal, waar je dan gewoon een beetje op tijd aanwezig moet zijn; ook dit jaar lukt het me goed om in die zaal een paar toffe nieuwe acts te zien. Op voorhand was ik vooral benieuwd naar Lingua Ignota aldaar en Pelican in de grote zaal, de rest laat ik eens goed over me heen komen. Nog steeds vind ik het wel gaaf dat dit soort gitaarmuziek genoeg publiek trekt en dat Doornroosje dus zoiets vergelijkbaars als Roadburn organiseert, maar dan als een enkel dagje in de eigen stad.

Door een beetje lui getreuzel (tragere stofwisseling dus, neem ik aan) kom ik iets later aan bij Doornroosje. Het is dan ook wel een lange dag herrie die we voor de boeg hebben. Leechfeast is dan net toe aan het laatste nummer. De Sloveens band zit richting sacrale doom of zo. Loom, traag en herhalend. In dat laatste nummer zingt de zanger clean in plaats van het duivelse geschreeuw en gooit de bassist met zijn saxofoon nog wat extra snerpende samples in de mix. Eigenlijk is het wel een heel aardig en lang nummer, dat de juiste sfeer treft. Eigenlijk zoals doom dat hoort te doen. Dat blijft knap, want doom kan ook al snel te (s)loom en saai worden. In mijn beleving dan. Misschien past doom wel goed bij een trage stofwisseling ook, maar dat even als flauwekul terzijde.

Ik dacht thuis nog even om het nog rustiger aan te doen en maar de eerste twee bands te skippen. Het is maar goed dat ik dat niet heb gedaan, want het Belgische (Leuven/Beringen) 30.000 Monkeys bevalt me daarna in de kleine zaal opvallend goed. De naam van de band is afgeleid van het Amerikaanse Lightning Bolt, dat overigens ook noise-rock/metal maakt. De band wisselt goed af en pompt lekker door in strakke ritmes en met dikke riffs. Sludge/doom moker-metal en noise, met hier en daar zelfs een likje elektronica (synths) en een toefje autotune. Het laatste nummer “Cluck Me Up” vat alles nog even goed samen en balt hier en daar een stevige vuist. Het nummer ontwikkelt zich uitstekend, zo begint en eindigt het met een fijn stukje sfeer. Zo hoort dat. Niet altijd alles maar dicht willen blijven smeren, maar een paar goed geplaatste vuisten in je gezicht planten op wisselende momenten. Opvallend toch dat ik dit gaaf vind, want je zou het ook wat schreeuwherrie kunnen noemen, maar het hakt en zaagt dus op een bijna progressieve manier en dat is lekker. De eerste verrassing van de dag. En een reden om thuis nog even die nieuwe plaat Are Forever op te zetten.

Daarna valt (het overigens instrumentale) Telepathy in de grote zaal wat tegen. De Engelse band komt wat gemaakt of geforceerd over in mijn beleving, het is ook wel even wennen na de vorige band aan wat meer uitgesponnen post-metal. Het geluid klinkt ook echt wat te wollig en mist wat punch, maar de band lijkt ook wat routinematig of standaard. Ik weet niet helemaal wat het is, maar vooraf had ik ze wat hoger ingeschat. De majestueuze melodieën zijn er natuurlijk wel, met zo af en toe een tikkeltje sfeer dat doet denken aan een band als Sólstafir. De diepere en dikkere slagen combineren in theorie natuurlijk wel lekker met de meer shreddende gitaren, maar ik kom er dus niet helemaal in vandaag.

Het Finse trio heeft een nieuwe plaat (Astral Death Cult) uit via een Nijmeegs label geloof ik en dus is de kleine zaal van Doornroosje een mooi podium om dat eens ten gehore te brengen. Zelf omschrijven ze hun stijl als Döömer, een combinatie van doom, psych, sludge, met black en death invloeden. Het klinkt inderdaad vooral als een soort zwaar reutelende doom/stoner/sludge met een zweem effecten hier en daar, en ook wat tempoversnellingen. Bij vlagen fuzzt het lekker loom en lomp door. Niet onaardig.

Ergens moet Pelican nog op een lijstje in mijn achterhoofd hebben gestaan om ooit nog eens te willen zien. Vooraf leek het me dat de Amerikaanse band enigszins vergelijkbaar zou moeten zijn als Telepathy (op hetzelfde podium, en ook instrumentaal), maar dit bevalt me veel beter. Misschien hou ik vandaag meer van de losgeslagen stamp-riffs met iets meer no-nonsense melodieën. Meer vuisten de lucht in. Pelican zit ook in de hoek van post-metal, maar ook meer richting modderdikke stoner, met van die heerlijke riffs. Het herhalende staccato riffwerk doet soms denken aan werk van Russian Circles en dat is in mijn oren een groot compliment. Het geluid klinkt hier in eerste instantie ook wat dichtgesmeerd en wollig, maar dat verbetert gelukkig wel gedurende het optreden. Misschien kunnen ze nog wat vaker gas terugnemen en wat meer sfeerstukjes inbouwen voor de nodige afwisseling. Maar toch, een hele fijne band, dat na een jaartje of zes weer een nieuwe plaat uit heeft: Nighttime Stories.

Het optreden van het Duitse Cranial vervolgens in (het hele optreden rood gekleurde podium in) de kleine zaal staat ook in het teken van een nieuw album: Alternate Endings. En deze mix van stijlen bevalt me hier ook wel. Zware/lompe postmetal/doom/sludge met een een aantal fijne tempoversnellingen, prettige akkoordenwisselingen en vochtige grunt-achtige schreeuwzang. Ook hier een fijne reeks riffs die wat zwaarder worden aangezet, maar hier en daar luchtig is het geheel opgeklopt met een toef melodie en afgeroomd met wat fraaie rustpunten. Dit soort testosteron-muziek bevalt me wel en eigenlijk is het opvallend hoe de zaal is leeggelopen tegen het einde. Onterecht, maar het is ook etenstijd en Mizmor is al begonnen op het andere podium. En als ik me niet vergis speelt de band sowieso tien minuten langer dan aangekondigd.

De Amerikaanse doomband Mizmor zou niet zo vaak optreden en dit zou een exclusieve Europese show zijn, het laatste ook in een reeks Amerikaanse optredens. Het eenmansproject van de heer A.L.N. speelde op Roadburn 2018 het album Yodh. Hier speelt hij met drie kornuiten nummers van diverse albums, waarvan er eentje van het nieuwe album Cairn zou zijn (“Desert of Absurdity” neem ik aan, maar ik ben dus geen kenner). De zaal is goed gevuld, de duivelse roggelzang is wel okay, maar de lome (black)doom kan mij niet enorm boeien, het gaat me wat te veel in het zelfde lome tempo door, zonder een smeuïge laag of afwisseling, maar dat is denk ik meer een kwestie van smaak ook. Ik mis vaart. Maar dat kan ook niet bij een doom-band, hoor ik je denken. Ik kan er niet zo lekker in meegaan, in elk geval. Als de zanger dan ook richting het einde van de set aangeeft dat hij het niet erg vindt als we richting de andere zaal gaan voor Lingua Ignota (“I don’t blame you”), zie ik dat maar als een teken om inderdaad alvast die kant op te verhuizen. Het kan er wel eens druk worden.

Volgens mij had zangeres Kristin Hayter (beter bekend dus als Lingua Ignota) zelf aangegeven liever in de kleinere zaal te spelen in een meer intieme setting, en die maakt ze dan nog wat intiemer door gewoon voor het podium te gaan spelen. Haar synthesizer staat dus gewoon op de grond, achter haar op het podium hangt een wit stuk plastic (net zoals rondom haar synthesizer), waarachter ze in het begin een schaduwspel speelt. De zaal is dan ook donker, de zangeres draagt een draagbaar TL-buisje op haar rug. Gelukkig sta ik vrij vooraan en kan ik het goed zien, veel mensen moeten het toch vooral doen met de muziek uit de boxen. De hele sfeer en setting is een behoorlijk portie bijzonder en – inderdaad – prettig intiem. Sowieso merk ik dat ik het heel fijn vind om eens even wat anders te zien dan lelijke mannen met zware gitaren. En goede zang, dat is op zo’n dag altijd een ondergeschoven kindje, maar deze dame heeft een bijzonder groot en uniek bereik. Sowieso klinkt het geschoold, maar als ze haar intense demonen verjaagt klinkt het ook als angstvallige noodkreten, die recht uit een getergde ziel komen. Bijzonder indrukwekkend en een tikkeltje huiveringwekkend of verontrustend (al wordt het minder extreem als pak ‘m beet Pharmakon). Ze heeft ook wel wat meegemaakt, maar voor en na het optreden lijkt ze me gewoon een vriendelijke dame. Ze heeft met haar muziek in elk geval een bijzondere uitlaatklep. Haar zang is dus de blikvanger van haar optreden, hier en daar aangevuld op toetsen en de rest komt uit een doosje. Bijzonder dus om het nog eens in zo’n toffe setting te kunnen zien, ik had Lingua Ignota dit jaar gemist op Roadburn. Volgend jaar komt ze daar terug als Artist in Residence en zal ze er meerdere keren optreden.

Ik mis een deel van het Amerikaanse Daughters, maar daar had ik al een stuk van gezien op Roadburn dit jaar. Hoewel de zaal nu echt vol staat is deze hoofdact gewoon minder aan mij besteedt, het komt me nog altijd op me over als wat opgefokte punk/noise, met de energieke zanger Alexis Marshall, die niet echt kan zingen uiteraard, maar wel de aandacht trekt met z’n fratsen. Uiteraard duikt hij af en toe het publiek in, kopt zijn voorhoofd weer kapot tegen de microfoon, maar eigenlijk vind ik de band zelf interessanter en leidt de zanger alleen maar af van een prima band met technisch goed verzorgd spel.

Nee, ik ben er weer niet zo kapot van. De beste geheimen staan voor mij vandaag in de kleine zaal, een mooi bruggetje naar The Secret, een Italiaanse band. En die spelen in een verduiveld lekkere sneltreinvaart, een soort thrashy blackmetal in mijn beleving, maar volgens het programmaboekje meer een mix van grind- en hardcore met een scheut doom en black. Voortgedreven door een paar flessen rode wijn (een fles wordt helemaal uitgeserveerd aan de monden vooraan het podium) plus tien kandelaren (weliswaar met LED-lampjes), klinkt het als een goed gericht potje spervuur richting onze oren. De zaal blijft ook opvallend vol en vooraan ontstaat een lekkere moshpit. Geen band om nu even rustig thuis op te zetten, maar live is het een flinke energiestoot. Even flink doorraggen, heerlijk.

Vandaag ben ik ook niet direct voor hoofdact Triptykon gekomen, maar ik pak er dan toch nog een stukje van mee. De band van Tom G. Warrior (met de bekende muts en zwarte schmink rond de ogen), ook bekend van Celtic Frost uiteraard (waar ook het e.e.a. van wordt gespeeld), brengt wat meer klassieke heavy metal in mijn belevenis, beetje midtempo doomy rock. Niet onaangenaam, maar minder spectaculair (of vooral extreem misschien) dan andere bands vandaag. Opvallend genoeg is de zaal ook een stuk leger tegen het einde, maar misschien moeten veel mensen nog de trein halen en/of kwamen ze meer voor andere bands.

Ondertussen heb ik van alle bands wel een stukje of wat gezien, en dus wordt het maar eens tijd echt een band over te slaan. Dat gaat ten koste van Turia, maar ik ben dan ook niet een blackmetal-fan in hart en nieren. Ik geef me later nog wel graag over aan de meer klassieke lompe doom/sludge van het Amerikaanse Hell, dat hier ook exclusief zou staan (in Europa). Ik moet de band toch ook al eens op Roadburn hebben gezien in 2016, en ze stonden er ook in 2018. Het viertal maakt er wel een aardige meeslepende set van. De band zou ook eenmansproject zijn, namelijk van M.S.W., en daarmee ligt een vergelijking met Mizmor ook voor de hand. Toch komt Hell iets beter binnen, maar wellicht dat het bier wat beter werkt nu.

De overgang naar het doomy/sludgy Dopelord uit Polen is daarna niet zo groot, de band mag de kleine zaal afsluiten en de zaal staat gelukkig nog aardig gevuld voor deze afsluiter. Opvallend hier misschien zijn de twee zangers, maar verder is het gewoon degelijk, met heavy fuzzende riffs aangevuld met aardige solo’s. Niet heel opvallend of bijzonder verder, maar als heavy afsluiter nog wel even lekker.

Toch wel weer een hele aardige editie dus, dit Soulcrusher IV, waar de uitschieters vooral in de kleine zaal stonden. Bands als 30.000 Monkeys, Pelican, Cranial, Lingua Ignota en The Secret noem ik dan als persoonlijk hoogtepunten, maar ongetwijfeld konden de bezoekers hun eigen krenten uit de pap halen. Ik kijk wel weer uit naar volgend jaar en ben dan toch wel benieuwd welke bands ze dan weer weten te boeken. Duurt maar een jaartje. Dat gaat tegenwoordig zo voorbij.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.