Boysetsfire
'Dolfijnen zijn de enige dieren die aan groepsverkrachtingen doen'
Altijd wanneer ik mensen wil overtuigen van mijn muzieksmaak, laat ik ze 'My Life in the Knife Trade' van Boysetsfire horen. Kom op, wie dat geen mooi nummer vindt mag nooit meer naar muziek luisteren. Sowieso weiger ik te geloven dat er mensen zijn die de muziek van Boysetsfire niet kunnen waarderen. De gedrevenheid, de eerlijkheid en het engagement druipen van ieder nummer af. Zelfs na honderd luisterbeurten weten de nummers me nog bij te keel te pakken, me kippenvel te bezorgen of me boos te laten voelen. Ik vond het dan ook zwaar klote dat de mannen afgelopen zomer bekend maakten te stoppen. De band zou nog een Europese tour doen en dan de stekker er uit trekken. Dat liep even anders.
Duke Special - Songs From The Deep Forest
Met enkele liedjes van Duke Special's Songs From The Deep Forest neuriede ik de eerste keer dat ik de cd luisterde gelijk al mee. Nou gebeurt dat wel vaker hoor, dat liedjes zo 'voorspelbaar' zijn dat je ze gelijk mee kunt neuriën, maar ik vond het wel vreemd dat ik in dit geval ook de teksten gelijk mee zingen. Da's toch vaak andere koek. Zeker als het om zinnen gaat als 'Last night I nearly died, but I woke up just in time.' Het duurde even tot het tot me doordrong wat de precieze oorzaak was: bijna twee jaar geleden besprak ik Duke Special's debuut-cd Adventures in Gramophone en drie van de liedjes die daarop stonden heeft Peter Wilson opnieuw opgenomen voor Songs From The Deep Forest. Naar het schijnt omdat hij niet tevreden was met hoe ze op die debuut-cd stonden. Ik heb ze er nog even naar geluisterd, ik vond nog steeds weinig mis aan die versies. Maar inderdaad, ik moet Wilson gelijk geven, de nieuwe versies zijn mooier. Niet zo raar ook, als je weet dat deze liedjes vijf jaar hebben kunnen rijpen. De nieuwe liedjes van Duke Special zoals als "Everybody Wants a Little Something" en "This Could Be My Last Day" zijn prachtig en hebben niet langer te hoeven rijpen. Ik verwacht dan ook niet dat er ooit nog andere versies dan hooguit een live-versies (met orkest graag!) van zullen verschijnen. In "This Could Be My Last Day" en ook in enkele andere liedjes doet Duke Special me soms denken aan een indievariant van Billy Joel. Maar vaker nog komt hij op me over als Rufus Wainwright die de bombast even helemaal zat was, maar het toch niet na kon laten zijn liedjes te orkestreren. En daarin is Duke Special bijzonder goed geslaagd.
File Under: Potentie omgezet in een cd vol prachtige bevestigingen.
File Audio: [Hier]
The Chariot - The Fiancée
Josh Scogin was in een vorig leven zanger van Norma Jean. Persoonlijk vind ik de meest recente plaat van laatstgenoemde niet bovenmatig interessant. Metalcore volgens het boekje noemde ik Redeemer destijds. Op het eerste gezicht heb ik hetzelfde met het tweede album van The Chariot, de band waar Josh Scogin tegenwoordig zanger van is. Na enkele luisterbeurten blijkt The Fiancée echter een stuk spannender te zijn dat het gemiddelde metalcore album. De band deinst er niet voor terug om referenties te maken naar bands als Underoath en Every Time I Die. De plaat is hierdoor niet alleen afwisselender, het geeft The Chariot ook een eigen gezicht. Natuurlijk, het blijft een lompe plaat maar juist door de chaotische stukken in songs als "And Shot Each Other" en "The Deaf Policemen" blijven de nummers hangen. De nummers zijn strak gespeeld en de vooral de zang van Scogin is verrassend goed. Hard, maar vaak verstaanbaar. Rauw, maar zuiver. De negen nummers komen in minder dan een half uur op je af. En dat is eigenlijk lang genoeg. Alleen afsluiter "Forgive Me Nashville" slaat de plank mis. Na twee en halve minuut is het nummer af, klaar. Maar de mannen menen er nog vier minuten kerkelijk gezang achter aan te moeten plakken. Een erg goed album eindigt daarom met een vreemd nasmaakje. Scogin heeft in ieder geval de goede keuze gemaakt: The Chariot is geen super vernieuwende band, maar wel eentje die het niveau van een gemiddeld metalcore-bandje ruimschoots overstijgt.
File Under: Afwisselende metalcore, met chaotisch randje
File Audio: [ChariotSpace]
Cherry Overdrive - Clear Light
In de categorie garagerock mag ik deze week het debuut van het Deense Cherry Overdrive bespreken. Laat ik bij voorbaat maar vast duidelijk maken dat garagerock niet direct mijn ding is, hoewel ik voor een goeie rocksong altijd te porren ben. Helemaal als het gezongen wordt door een vrouw. En Cherry Overdrive is een kwartet dat zelfs alleen maar uit vrouwen bestaat. Kat in het bakkie, toch? Jammer-maar-helaas is dat nu net niet het geval. Chrerry Overdrive grossiert in zeer veilige garagerocksongs met een sixtiesrandje, waarin met moeite enige ruwe randjes in te vinden zijn. Ook de doorsnee melodietjes en thema's heb ik allemaal wel eens vaker en vooral beter gehoord. Als ik me wat coulanter opstel moet ik toegeven dat het geheel wel goed gespeeld wordt, maar originaliteit of iets van een eigen gezicht is ver te zoeken op deze plaat. Laat staan iets van heilige overtuiging of vlammende bezieling. Voor de ruige rockers zal dit allemaal veel te zoet zijn, en de indierockliefhebber vraagt zich af waar ze de goede songs hebben gelaten. Echt zo'n plaatje die tussen wal en schip in blijft hangen zonder indruk te maken. En dan ben ik gauw klaar.
File Under: Inspiratieloze garagerock
File Audio: [Cherry-space]
Mourning Dayze / The Chains
Mocht je een groot liefhebber zijn van muziek uit de jaren zestig dan zou je je voordeel kunnen doen met deze twee bands, Mourning Dayze en The Chains.
Mourning Dayze komt uit het westelijk deel van de Verenigde Staten, uit Whitewater (Wisconsin) om precies te zijn. De band werd in 1965 opgericht en beleefde volgens het bijgesloten verhaaltje in hun omgeving grote successen. Diverse leden vertrokken uiteindelijk naar acts als Steve Miller Band, Allman Brothers Band en Curtis Mayfield and the Impressions, maar ze treden samen nog steeds op in hun regio op. In 1967 namen ze echter een alleraardigst psychedelisch singletje op met de titel "Fly My Paper Airplane". Deze is nu samen met andere nog nooit eerder uitgebrachte opnames uit 1967 onder de naam The Lost Recordings te verkrijgen. Het niveau van de eerder genoemde single wordt helaas nergens gehaald en bovendien is het geluid ook nog eens brak. Aan het eind van de cd die een kleine eenentwintig minuten duurt staat nog wel een leuk nummer. Dit is echter een andere versie van Fly My Paper Airplane. Overbodige release dus, het nummer is overigens ook te vinden op Gear Fab's "Psychedelic States: Illinois in the 60's."
The Chains is een ander verhaal. Roy Pinney zat samen met zijn broer Tor in diverse New Yorkse bands. Voor zijn studie verhuisde Roy naar New Mexico, waar hij The Chains oprichtte. Ze namen in totaal drie singles op die samen met de b-kantjes en nog niet eerder uitgebracht materiaal van The Chains (1967-1969) nu verschijnen op één cd getiteld, Beatles of El Paso. De veertien tracks worden aangevuld met zes bonusnummers van de New Yorkse muzikale voorgangers (1963-1965), Johnny & The Starfires en The Dolphins. Met de muziek van The Beatles heeft het niets van doen, wel met de populariteit die kennelijk aan de grens met Mexico (El Paso) groot was. Dat de band, die hier gemakshalve als garageband gezien wordt, landelijk of zelfs wereldwijd nooit doorgebroken is lijkt me wel terecht. Het geheel is goed aan te horen, met name de singles zijn oké, maar de originaliteit is wat verder weg. Wel leuk zijn de inlayfoto's, waar vooral de afbeelding van The Dolphins in matrozenpakken mij een glimlach op de mond toverden. Na nog wat muzikale verrichtingen stopte Roy Pinney met de muziekindustrie. Muziek maken en schrijven doet hij naar eigen zeggen nog steeds, maar het rock 'n' roll-circus hield hij na zijn 23e voor gezien.
File Under: Overbodige release
File: The Chains - Beatles of El Paso
File Under: Geen vervelende, maar ook geen noodzakelijke aanschaf
Rufus Wainwright - Release The Stars
Lachend poseert hij in het boekje van zijn nieuwe cd Release The Stars in een custom made Lederhose met de initialen RW erop. Hij vindt het niet erg om campy gevonden te worden, die Rufus. Bij de cd zit ook een klein briefje dat de release van de dvd van Rufus zijn concerten waarin hij Judy Garland vertolkt aankondigt. Onder de naam Rufus Wainwright staat 'World's Greatest Entertainer'. Hij is zeker niet bescheiden, die Rufus Wainwright, zou je in eerste instantie zeggen. Het kaartje is echter slechts een verwijzing naar de oorspronkelijke poster voor de Judy Garland- Carnegie Hall concerten uit 1961, waarop precies hetzelfde stond. Toch is het wel degelijk iets om naar uit te kijken, het enige concert dat Rufus Wainwright in Groningen geeft op 5 juli. Want Release The Stars is een plaat die zich alleen maar leent om in superlatieven beschreven te worden en om live nóg mooier te blijken. Rufus' vorige vier cd's lijken allemaal onderdeel te zijn geweest van zijn queeste naar balans in het Rufus Wainwright-geluid. Dat heeft hij met Release The Stars nu gevonden. Alleen al voor het openingsduo "Do I Disappoint You" en "Going To A Town" zou je 'em vijf sterren willen geven, zo mooi. Zonder gêne en met open vizier gaat Rufus het gevecht aan met hen die spugen op bombast en barok. Hij wint dit gevecht met gemak en steekt zijn tong uit naar mainstream. Alsof hij wil zeggen: 'Zo kan het ook hoor!', strooit hij met mooie melodietjes en zet zonder blikken of blozen een peloton strijkers. Zelfs als een nummer er totaal niet om vraagt pakt het toch prachtig uit. Toch kan hij ook als een blad aan de boom omslaan tot een eenzamer crooner die soepel jonast met zijn stembanden en de ingetogen maar rijke begeleiding eigenlijk helemaal niet nodig heeft. Net zo gemakkelijk switcht hij van politiek beladen teksten waarin hij zijn gal spuw over Amerika, naar dubbelzinnige teksten over zin (vermeende) onenightstand met Killers zanger Brandon Flowers. Rufus Wainwright: 'World's Greatest Entertainer'. Het zou zo maar kunnen. Prachtvol.
File Under: Wellicht inderdaad wel World's Greatest Entertainer
File Video: [Going To A Town]
Locksley - Don't Make Me Wait
Mijn kennismaking met de popmuziek waar ik nu nog vaak naar luister, heb ik te danken aan The Rubinoos. Ik was eind jaren zeventig diskjockey in een danszaal in mijn woonplaats. Elke zaterdag en zondag traden daar orkestjes op en in de pauzes van die bands moest ik plaatjes draaien. Meestal kwamen er onbekende coverbands maar af en toe kwam er ook een band die wat bekender was. Toen een van die coverbands moest afzeggen, regelde hun management een Amerikaanse band die op dat moment door Nederland toerde: the Rubinoos. Dit was geen echt bekende band, maar de zaal was nog nooit zo vol geweest en het optreden was zo'n geweldig succes dat de zaaleigenaar de band nog een keer boekte voor een maand later. De jongens van de band kwamen in de pauze naar me toe en lieten me toen kennismaken met de muziek waar zij naar luisterden. Die frisse popmuziek hoorde ik van de week eindelijk weer eens toen ik Locksley hoorde. Je zou zeggen dat het een Britse band was, maar de vier knapen komen uit Wisconsin en wonen tegenwoordig in Brooklyn. De dertien prachtige popsongs op Don't Make Me Wait duren in totaal 33 minuten en ze mixen de Britse muziek van de jaren zestig met de garagerock van begin jaren tachtig. Op onder andere "Let Me Know", "All Of The Time" en "She Does" hoor je The Beatles uit '64-'65 en deze songs geven mij zelfs hetzelfde kippenvelgevoel als de Fab Four. Het nummer "Why Can't I Be You (Why Not Me)?" is intussen al behoorlijk bekend dankzij MTV en hierop hoor je de invloeden van hedendaagse bands als The Strokes en The Kooks. Als je naar de muziek van Locksley luistert, kun je zonder problemen nog tientallen vergelijkingen trekken maar dat boeit me helemaal niet. Don't Make Me Wait is voorlopig mijn plaat van het jaar.
File Under: All Over Again
File Video: [Why Not Me?]
The Music In My Head - Vooraf
Het besluit om naar The Music in My Head te gaan, was eigenlijk al genomen bij het bekend worden van de eerste twee namen. Zowel The Rifles als Mando Diao zijn bands die ik een warm hart toedraag en die ik reeds eerder tot volle tevredenheid live mocht aanschouwen. En sindsdien is er nog veel meer leuks bijgekomen.
Lees verder..Basia Bulat - Oh My Darling
Ken je die oude PSP-verkiezingsposter waarop een meisje naakt door een weide lijkt te dansen, omringt door een paar nieuwsgierig toekijkende koeien? Dat pastorale beeld roept Basia Bulat ook op, maar dan decenter. Op de cd-hoes die we voor ons hebben liggen draagt ze in elk geval een hoedje, uiteraard van het soort dat hippiemeisjes plegen te dragen. Hebben we hier te maken met een lief, bijna onschuldig meisje dat simpele folky liedjes speelt? Begin mei konden dat bij een aantal optredens in Nederland zien en horen en haar debuutplaat Oh my darling bevestigt het, in elk geval ten dele. De frèle Canadese zingt en speelt gitaar en weeft af en toe een piano, handclaps, een pufje mondharmonica, wat tikjes percussie of een lik viool door haar liedjes, zodat er sprake is van enige aankleding, maar het geluid blijft open en lieflijk klinken. De arrangementen zijn afwisselend genoeg om haar tikje saaie stem niet alle aandacht te geven en de spanning die wel degelijk in de liedjes zit een beetje op te roepen. Een beetje, en dat is niet genoeg. Net niet onschuldig genoeg, net niet stoer genoeg. Een geval van teveel binnen de lijntjes gekleurd.
File Under: Net te netjes
Frontkick / Born To Lose
Punktijd in huize Gr.R.! Het label met de mooiste naam in muziekland: I Used To Fuck People Like You In Prison-Records, dan weet u tenminste meteen dat u geen frêle meisjes met akoestische gitaren hoeft te verwachten, verblijdt ons weer met een tweetal releases. Frontkick, uit Berlijn, brengt inmiddels alweer hun derde werkje uit, getiteld: The cause of the rebel. Frontkick speelt old school punk, volgens de regels zoals de oervaders ze ooit opgeschreven hebben. Slechts één nummer klokt boven de drie minuten, dus dát snappen ze tenminste. Helaas klinkt de band alsof ze er in de begintijd al bij waren. Incidenteel weten ze een leuk deuntje te schrijven, maar voor de rest is het heel bedaagd.
Born to lose, uit Texas, is al een plaat verder dan Frontkick. Ook hebben ze wat langer gestudeerd aan de punkschool. En daar hebben ze geleerd dat als je dan toch geen vernieuwende of spannende muziek maakt, je dan maar beter kunt zorgen dat je in ieder geval lol hebt. En dat hebben we. Old scars klinkt als een collectie verpunkte drankliederen, inclusief vele obligate koortjes. Door vele bands eerder gedaan, maar door weinig bands met zulk aanstekelijk enthousiasme. Ik ben toch een keer of drie, luid brullend, naar de koelkast gelopen tijdens het luisteren. En dan maakt het mij allemaal ook niet meer uit dat ik het allemaal al een keer eerder gehoord heb...
File Under: Bejaardenpunk
File Video: [Frontkick - 36 Guns]
File: Born to lose - Old scars
File Under: Bierpunk!
Beardfish - Sleeping in Traffic pt.1
Het concert van Spock's Beard afgelopen vrijdag in de Boerderij was meer dan degelijk. Het was voor mij de eerste keer dat ik ze zag zonder Neal Morse in de gelederen en het verraste me toch wel dat de band overeind bleef tijdens het oude materiaal. Doordat er dvd-opnamen gemaakt werden van het optreden speelde de band na de toegift nog wat stukken overnieuw die fout gegaan waren. Dat vonden ze beter dan gaan kloten in de studio om de boel te fiksen. Verstandig. Het werd daardoor naar verhouding wel erg laat voor mij. Gelukkig hoefde ik niet te rijden, maar bestuurde wel de cd-speler van de auto. Beardfish - Sleeping in Traffic pt.1 was mijn keuze, de herrie van Slavior moest Prikkie maar draaien als ik er niet bij was. Hij vond het niet erg, al keken we elkaar wel fronsend aan bij het accordeonintro "On The Verge of Sanity". Helaas was ik zo moe dat ik eenmaal op weg al snel aan het knikkebollen was. Hierdoor beleefde ik deze cd op een aparte manier. In mijn sluimerstand meende ik namelijk allemaal hele bekende melodieën en ritmepatronen van alleen maar grote klinkende namen te herkennen. King Crimson, Deep Purple, Uriah Heep, Genesis, Frank Zappa, Pink Floyd. Bizar veel feest der herkenning voor een cd. Ik dacht dat het aan mijn half-slapen lag dat ik niet op de tracks van de bovengenoemde bands kon komen. Maar de volgende dag, niet fris, maar wel echt wakker, draaide ik de Sleeping in Traffic weer. En verdomd, ik beleefde het weer, dat feest. Ik draaide de cd de hele dag, want de liedjes van deze Zweden bleken me allesbehalve snel te vervelen. Sterker nog: Sleeping in Traffic is veel leuker dan het laatste materiaal dat hun landgenoten van The Flowerkings, die ook de jaren zeventig doen herleven op hun cd's.
File Under: Vintage prog in een strak gesneden nieuwe jas
File Audio: [Hele kleine stukjes]
File Audio: [Alleen oude liedjes]
Vindicator - On and On
Met veel interesse heb ik hier op FileUnder de discussie tussen Arnold Scheepmaker van LiveXS en onze eigen Spookrijder gevolgd. Scheepmaker schreef een stukje in zijn blaadje en Spookie was het daar niet mee eens. Heerlijke discussie. Wie er gelijk heeft? Geen flauw idee. Ik moest wel lachen om de 'zure' column van Scheepmaker. En hij heeft een punt. Er wordt veel middelmaat uitgebracht. 'Een band met groeipotentie' schijnen ze zulke plaatjes in de LiveXS te noemen. Ikzelf heb het liever over 'past goed in het genre'. Zo ook het nieuwe schijfje van Vindicator. Weinig vernieuwende, solide hardcore in het straatje van de Cro Mag's en Rykers. De band heeft in haar tienjarig bestaan vele personele wisselingen gekend. Nu is er bijvoorbeeld weer een nieuwe zanger aangesteld. En toch, toch heb ik niet het gevoel dat het ooit iets wordt met deze band. Vindicator is het eeuwige voorprogramma. Scheepmaker heeft toch gelijk, het gros van de cd's die je recenseert belanden op de stapel 'nooit meer luisteren'. Mooi hoesje er omheen en vulling voor in je cd-rekje. On and On ligt op die stapel. Vindicator pretendeert het ouderwetse eurocore geluid te hebben, wat ik hoor is een half uur middelmaat. En nu ga ik snel naar onbekende bands luisteren die het wel zouden verdienen om door te breken. Spookrijker heeft namelijk ook gelijk. Stoute zure ik!
File Under: Luisteren, tikken en door...
File Audio: [Soundtrack of Brutality] [No Reason]
Willy Mason - If The Ocean Gets Rough
Ik was van plan om vanavond naar enkele, voor mij onbekende bands in het clubcircuit te gaan kijken. Het waren echter drukke weken. Naast het vroege opstaan i.v.m. werkverplichtingen werd het 's avonds ook laat. Er was weinig vervelends bij, maar soms ben ik bang dat ik iets leuks mis en is het maken van een keuze noodzakelijk: ik ben tenslotte geen twintig meer. Na een paar weken doorrennen zit ik vrijdags in het begin van de avond alleen thuis, mijn vriendin is de deur uit. Mijn lichaam heeft het even gehad met de drukte, het wil rust. Met mijn wat bedrukkende stemming besluit ik om If The Ocean Gets Rough van Willy Mason op te zetten. Ik las dat de man eerdaags met zijn band in ons land is. Een goede reden om zijn laatste cd eens bovenop de stapel te leggen Het tweede album van deze Amerikaan blijkt wonderschone melancholische americana te bevatten die gebracht wordt door tien muzikanten. Mason maakt echter nergens de fout om te verzanden in bombast, de muzikanten worden spaarzaam en effectief ingezet. Het lijkt allemaal zelfverzekerd, maar uit de teksten blijkt dit niet. Mason is drieëntwintig jaar en nog zoekende in het leven, het valt allemaal niet mee. Mijn lichaam ontspant zich echter en ik val in een diepe slaap, om na ruim een uur weer wakker te worden. Het is duidelijk, van uitgaan zal er vanavond niets meer komen. Mason is uitgezongen, maar de playknop is weer snel gevonden. Soms is het fijn en noodzakelijk om even niets te moeten en vooral te willen. Hé, daar zul je mijn girlie hebben.
File Under: Niet draaien voor het uitgaan
File Audio: [My Space]
File Video: [We Can Be Strong][Save Myself]
Umphrey's McGee - The Bottom Half
Begin 2004 wist Umphrey's McGee-toetsenist Joel Cummins in een interview met File Under te melden dat de opvolger van Anchor Drops een dubbelaar zou worden, met verschillende sferen per album. Uiteindelijk werd Safety In Numbers toch een enkel album. De dood van een vriend van de band - voor hem werden "Words" en "Rocker" geschreven - en nog wat andere toestanden maakten dat het plan voor een dubbelalbum in de ijskast verdween. Met de songs die bleven liggen na Safety In Numbers wilden de heren uiteindelijk toch iets doen, en dat werd The Bottom Half. Eén song, "Intentions Clear", overlapt met Safety In Numbers, van de rest is het een en ander wel al live uitgevoerd. En jawel, nu zit hier alsnog een bonus-cd bij. Maar liefst 28 songs of stukken van songs staan daarop, met nieuwe songs, demo's en afwijkende versies, waaronder vier versies van "Words". Met name de a capella-versie is bijzonder fraai. Maar cd 1 is toch waar het om gaat, en die staat weer tot de nok toe vol met fijne melodieën, springerige ritmes, harmonieuze zangpartijen en tal van tempo- en stijlwisselingen zoals we die al gewend waren. Na afloop van opener "The Bottom Half" heb je dat allemaal al gehad en volgen er nog negen van zulke songs, met als uitsmijter het fantastische, tien minuten durende "Divisions". Jazz, rock, prog, country en bijna klassiek aandoende gitaarloopjes buitelen over elkaar heen en maken dit weer een typisch Umphrey's McGee-album. Er zijn meer akoestische instrumenten en blazers op te vinden, maar dat maakt opmerkelijk genoeg weinig verschil voor de sound. En daar zal ik niet over klagen. Ik ben gewoon wéér verkocht.
File Under: The Bottom Half, maar bepaald geen bezinksel
File Audio: ["The Bottom Half", "Bright Lights Big City" en "Divisions" op UmphreySpace]
Lefties Soul Connection - Skimming the Skum
Het was altijd al een en al hosanna rond de mannen van Lefties Soul Connection, hun vorig jaar verschenen cd Hutspot (veel Hollandser kan een cd-titel volgens mij niet) maakte het funkfeestje nog completer. Een plaat die ondanks die oer-Hollandse titel tot ver over de grenzen een veer in zijn gat gestoken kreeg. Niet alleen van de pers, overigens. Meters-gitarist Leo Nocentelli vond ze het snoepje van de week en DJ Shadow was zeer te spreken over de Lefties Soul Connection-versie van zijn "Organ Donor". En terecht. Hutspot was grotendeels een verzameling van sinds de oprichting in 2002 verschenen singletjes. De nieuwe cd Skimming The Skum - die overigens eerder in het buitenland verscheen dan in Nederland, dat gebeurt niet vaak volgens mij - bevat allemaal verse vruchten. En het wordt al snel duidelijk dat LSC het principe van stilstand is achteruitgang niet wenst te lezen in recensies. De band heeft zich verder doorontwikkeld en vooral ook hun geluid verbreed. De basis blijft natuurlijk de zwaar groovende funk, maar ze snuffelen wat meer aan de grenzen van andere genres. Zo druipt van "Get Back (Drum & Clap)", met gitarist Onno Smit eveneens in de rol als zanger, de vette souljus af. En van een goede jus wordt Hutspot lekkerder, dat weet iedereen. Wat verder fijn is aan Skimming The Skum is dat de productie zo los is. De verleiding om, door het vast beschikbare grote budget, de boel dicht te smeren hebben ze gelukkig weten te weerstaan. Zo blijft Skimming The Skum rauw en puur klinken, maar tegelijkertijd lekker vet.
File: Hutspot, nu met uitgebakken spekjes en een lekkere vette jus. Yummie!
File Audio: [Sling Shot Pt. 2]
Lapko - Scandal
Voor de band zelf zal deze cd intussen al gelden als een oudje want in hun thuisland Finland is Lapko alweer toe aan de release hun tweede plaat. De rest van Europa zal het voorlopig nog even moeten doen met hun debuut Scandal welke in Finland vorig jaar januari al uitkwam. En dit debuut is zeker geen verkeerde kennismaking, mits je van een tikje dramatische emorock met hoge zang houdt. Lapko houdt het eenvoudig met zijn gitaar-bas-drums-bezetting en doet herinneringen oproepen aan bands als Khoma, Placebo, Mew en vooral Coheed And Cambria, wat met name te wijten is aan het hoge stemmetje van de zanger. Daar zit hem meteen ook de kneep met deze plaat. Trek je de stem niet, dan is deze schijf nauwelijks door te komen. Als je net zoals ik wat tolerantie kan opbrengen voor dat hoge gepiep dan blijkt Lapko best wel een creatief bandje dat met mooie spanningsbogen speelt en stevig rockende stukken afwisseld met gas-terug-momenten. De songs hebben stuk voor stuk een lekker stuwende drive, ze weten over de gehele linie de vaart er gelukkig wel in te houden, waardoor de verveling niet al te snel toeslaat. Kortom, dit is zeker geen slecht debuut te noemen, benieuwd wanneer de tweede in de rest van Europa uitkomt.
File Under: Stuwende emorock met een hoog stemmetje
File Audio: [Lapko-space]
Marja Mattlar - Polku
"Hou je eigenlijk van folk?" vroeg File Under-baas Storm me laatst. "Ik heb hier namelijk nog wat obscure Finse folk liggen, is wellicht wel wat voor jou". En waarom ook niet? Nu is folk niet mijn eerste liefde, maar dingen als Espers, The Iditarod of Mia Doi Todd hoor ik best graag. Het moet wel een beetje mysterieus en donker klinken, en vooral niet te blij. Ik kan niets met blije muziek. Gelukkig maakt Marja Mattlar geen blije folk. Verre van dat zelfs. Dit is de folk die ik graag hoor: melancholiek, droevig, bijna meditatief. Hier is geen plaats voor vrolijkheid, en zo hoort het ook in muziek. Dat de mooie liedjes in het Fins worden gezongen maakt het alleen maar sterker; de taal klinkt mysterieus en poëtisch. Het klinkt niet zozeer koud Scandinavisch, maar eerder exotisch. Samen met Mattlars stemgeluid drijft het af en toe - bedoeld of onbedoeld - richting Portugese Fado, ook al geen muziekstroming die de vrolijke dingen des levens bezingt. Voeg er toefjes Dead Can Dance, Joni Mitchel en Mia Doi Todd aan toe, en je hebt het geluid van Marja Mattlar. Of ik van folk hield, vroeg meneer File Under me. Als de folk zo wordt gespeeld zoals hier, dan absoluut!
File Under: Mooie, mysterieuze folk uit Finland.
File Audio: meerdere mp3's op haar site
Chuck Ragan - Los Feliz
Toen een aantal jaren geleden Tony Sly en Joey Cape, de zangers van respectievelijk de punkrockbands No Use For A Name en Lagwagon een geheel akoestische cd opnamen was ik hier erg mee in mijn nopjes. Het bewees nog maar eens dat goede liedjes stand houden, ook al ontdoe je ze van alle bombast en aankleding. Een mooie melodie en een schitterende stem is soms al genoeg. Chuck Ragan moet hetzelfde gedacht hebben, toen hij begin dit jaar op een willekeurige dag zomaar twaalf liedjes inspeelde in een studio met wat vrienden en passanten als publiek. Geen overdubs of muren van geluid, niets meer dan een man en zijn gitaar. Met zijn band Hot Water Music, sinds vorig jaar ter ziele, maakte Ragan typische Amerikaanse punkrock en was daar vooral in eigen land redelijk succesvol mee. In Europa bleef het bij een hapje voor de fijnproevers en heeft Hot Water Music nooit echt veel aarde verschoven. Of dit de reden is dat hij de distortionpedalen aan de wilgen gehangen heeft en op Los Feliz de liefde verklaart aan traditionele folkmuziek weet ik niet, maar het levert in ieder geval een kontschoppend lekker album op. Met punk heeft het helemaal niets meer te maken, de nieuwe Chuck Ragan is eerder schatplichtig aan het complete oeuvre van Bruce Springsteen. Niet alleen zijn rauwe en doorleefde stem doet meer dan eens denken aan The Boss, ook de door merg een been gaande mondharmonica en ontroerende teksten zijn perfect op hun plaats. Waar die andere gerespecteerde punkzanger niet zo lang geleden nog tevergeefs zijn best deed om zijn paden te verbreden bewijst Los Feliz dat dit weldegelijk mogelijk is en hele mooie en pure muziek kan opleveren.
File Under: Een man en zijn gitaar
File Audio: [Klik]
Marc Almond - Stardom Road
Als gevolg van een ernstig motorongeluk in 2004 heeft Marc Almond in de afgelopen drie jaar geen nieuwe platen uitgebracht. Maar nu is hij terug met Stardom Road. Al in de jaren tachtig met electro-duo Soft Cell liet hij zien dat zijn voorkeur lag bij getergde liefdesliederen. Voor wie dat altijd al de interessantste kant van Almond was is het interessant om verder te lezen. De rest kan hier beter afhaken, want Stardom Road is een verzameling covers met hoog zwelg-gehalte. Marc heeft geprobeerd om in twaalf liedjes die iets voor hem betekenen en één nieuwe compositie (Redeem Me) geprobeerd zijn levensverhaal te vertellen. Of hem dat is gelukt ben ik niet zeker van. Wel ben ik er zeker van dat het een collectie songs is zoals alleen Almond ze kan maken. Hij heeft al eerder bewezen Dusty Springfield nummers goed aan te kunnen en "I close My Eyes And Count To Ten" is daar geen uitzondering op. Ook deed hij eerder covers van Gene Pitney wiens "Backstage I'm lonely" precies de juiste sixties-toon treft. Maar ook Bowie's "London Boys" past prima bij zijn galmende uithalen. En Barry Ryan's glamrock klassieker "Kitsch" is zo heerlijk bombastisch over-the-top dat ik het nu al mijn favoriete track van de cd durf te noemen. Helaas vertilt Almond zich een beetje aan Sinatra's "Strangers In The Night", waarvoor zijn stem toch echt een beetje te hoog en te licht is. Ook kan zijn jazzy duet met Anthony Hegarty (Anthony and the Johnsons) mij minder bekoren, maar dat komt waarschijnlijk omdat ik niet zo'n jazz-liefhebber ben. Eigen compositie "Redeem Me (Beauty Will Redeem The World)" treft daarentegen zo'n lichtvoetige snaar dat het nummer me temidden van alle loodzwaar met violen bepakte nummers doet snakken naar gewoon weer eens een lekker electronisch Marc Almond album. Laten we hopen dat hij daar nu 'de kracht weer voor heeft'.
File Under: Heerlijk loodwaar zwelgen
File Audio: Almond's MijnPlek
Fountains of Wayne - Traffic and Weather
Toen ik nog op de middelbare school zat, hield ik de hele popmuziek bij in m'n agenda. Elk leuke hitje dat de grijze massa ontsteeg en waarvan ik achter de naam wist te komen (een vak apart anno 1996), krabbelde ik ijverig in de kantlijn. Het is de voornaamste reden dat ik mijn ouwe agenda's nog bewaar, al kijk ik er maar zelden in. Tegenwoordig heb ik er een bestandje op mijn pc voor. De Fountains of Wayne noteerde ik regelmatig. Prima band. "I've got a flair", "Sink to the bottom", "Maureen", "Stacey's Mom"; allemaal voorbeelden van fijne Amerikaanse collegerock-radiohitjes die voor mij sinds 1996 zowat genrebepalend werkten. Eigenlijk hoeven de Fountains van mij per album dus maar één hit te maken, dan ben ik al tevreden. Maar aan het nieuwe Traffic and Weather viel weinig te noteren. Geen enkel nummer ervan schopte het tot meest verslavende riedel van de afgelopen week (dat was overigens "Tsukiakari" van de Japanse zangeres Rie Fu). Eerder is dit een soort Road To Rouen-achtige karakterplaat geworden met als thema 'reizen'. De Fountains zijn eropuit getrokken om mooie impressieliedjes te maken als "I-95" (over een autorit) en "Fire in the Canyon" (een vrolijk countryliedje met een best eenzame tekst, alsof je voortdurend iets achterlaat als je reist). Veelal krijgen details de hoofdrol, kleuren de liedjes binnen de lijntjes en zitten de lyrics vol met iets te algemene referenties. Dat maakt Traffic and Weather flets, onpersoonlijk ook. Als vervolgens in "Strapped for Cash" die wel érg weinig enthousiaste trompetten voorbijkomen, is het oordeel geveld: dat konden jullie echt beter, jongens... Dit album reist het ene oor in en het andere weer uit.
File Under: Zelf aan vakantie toe
File Audio: [ MySpace]
File Video: ["Someone to Love"]
Decoy / Mustasch
Het verschil tussen Scandinavische en Duitse hardrock is doorgaans knap groot. Scandinaviërs zijn doorgaans ofwel van de rechttoe-rechtaan-metal met solo's op topsnelheid ofwel van de smerige sleazerock. Duitse hardrock is doorgaans voorspelbaar maar wel met goede hooks en snel mee te brullen refreinen, met wat meer echo dan gebruikelijk op de zang. Scandinaviërs Torben Enevoldsen (Section A) en Peter Sundell (ex-Grand Illusion) hebben voor de verandering een uitermate Duits klinkend album afgeleverd. Denk aan Bonfire en aanverwanten en je weet wat je aan Decoy hebt. Hoewel Enevoldsen en Sundell bovengemiddeld goed zijn in hun vak en dat hier ook laten horen, zijn de songs wel dermate voorspelbaar dat ik me afvraag of dit album het gaat redden in de stroom van releases. De heren lijken van plan er een heus langetermijnproject van te willen maken. Misschien is het dan verstandig om je anno 2007 verre te houden van titels als "Heavy Metal Thunder" en refreinen met "United we stand, divided we fall"...
De Zweden van Mustasch zijn op hun Latest Version Of The Truth dan toch een stuk lekkerder bezig. Ook hun rock is behoorlijk voorspelbaar, maar ze weten het nog binnen de perken te houden. Je zou hun muziek kunnen karakteriseren als een soort melodieuze stonerrock. Zanger Ralf Gyllenhammar is een zanger uit de Ian Astbury-school. Zijn zang is soms wel erg ver naar achteren gemixt, maar past verder heel goed bij deze band. Gevoegd bij de lekker groovende songs maakt dat ik deze cd in elk geval met plezier uitzit. Als ze iets vaker verrassen met zaken als het orkestrale intro van onder andere single "Double Nature" en het filmscore-achtige "Scyphozoa" (met meer violen uit een doosje dan gitaar!) dan komt het wel goed met deze jongens. De tien minuten durende bombastische afsluiter "The End" geeft wat dat betreft hoop voor de toekomst.
File Under: Voorspelbaarheid troef
File Audio: [DecoySpace]
File: Mustasch - Latest Version Of The Truth
File Under: In elk geval vermakelijk voorspelbaar, met een verrassing aan het slot
File Audio: [MustaschSpace]
LEFT / The Elizabeth Know How / Semistereo
Het verbaast me niets dat het Eindhovense LEFT het in 2005 schopte tot de finales van de Grote Prijs van Nederland. Nog minder verbaast het me dat ze daar aan de haal gingen met de publieksprijs. Als ze hun muziek live net zo overtuigend en gepassioneerd weten te brengen als op So Much For Adaptation, is dat ook niet meer dan logisch. Deze (helaas maar) vier tracks tellende en in fraaie digipack gestoken EP van het trio is namelijk een heerlijke brok energie. Muzikaal gezien laten ze zich nog het beste beschrijven als een uptempo versie van Buffalo Tom (in "Carousel") die de degens kruist met het betere werk van de mannen van Bush (in "Always Doubt"). Aan de mix van het titelnummer had misschien nog wat meer geschaafd kunnen worden en het drumgeluid is niet altijd even geweldig, de nummers zelf compenseren dit echter met groot gemak. Het is vast te wijten aan het beperkt beschikbare budget. Maar ik heb zo'n vermoeden dat dit wel eens hun laatste in eigen beheer uitgebrachte EP zou kunnen zijn. Ik zou ze zo tekenen in ieder geval.
Dat zou ik bij The Elizabeth Knowhow niet zo snel doen. Aan hun bravoure ligt het niet. De bio ronkt dat het een kwestie van tijd is dat de onweerstaanbare klanken van hun triumviraat ook mijn trommelvliezen zullen doen laten sidderen van verstandsverbijstering. Nou, om dat bij die dingen aan de linker- en rechterkant in mijn hoofd te veroorzaken moet je wel van hele goede huize komen. En, eerlijk is eerlijk, technisch zit het wel snor bij dit Groningse trio. Daarover geen klachten. Ik heb meer moeite met hun totaal gedateerd klinkende cross-over. Gotcha!, Fishbone, oude Chili Peppers, Primus, daar doen ze me aan denken, maar de liedjes zijn lang niet allemaal sterk genoeg om te beklijven. Een liedje als het ingetogen aftrappende "Cannonballs" doet dat overigens wel. Maar al met al is de drie kwartier die dit debuut duurt een te lange zit. Volgens mij hadden deze Groningers beter kunnen beginnen met een EP dan met gelijk een hele cd.
Tenslotte uit Noord-Holland Semistereo. Dit vijftal gaat voor het optrekken van gitaarmuren en grote gebaren op hun eerste EP As The Pressure Drops. Dan liggen er nogal wat valkuilen op de loer. Ze zouden niet de eerste zijn die cliché aan cliché zouden rijgen en daardoor mij snel gaan vervelen. Het valt in de vijf liedjes op deze EP die een mix van emo, grunge en rock zijn gelukkig mee. Al balanceert Semistereo in bijvoorbeeld "Watch My Back" en ballade "KO" wel op het randje. Aardig is hoe zanger Stevan zich soepel aanpast aan de verschillende stijlen van de band. Hij switcht ogenschijnlijk eenvoudig van stemgeluid. Cd's waarop Eddie Vedder, Keith Caputo en Scott Weiland zingen heeft hij ongetwijfeld in de kast staan, zoveel is wel duidelijk. En bij de andere bandleden staan vast en zeker ook cd's van Oceansize en Deftones in de kast. Je kunt een slechtere muzieksmaak hebben, dunkt me.
File Under: Niets meer aan de liedjes veranderen, alleen nog tekenen.
File Audio: [Always Doubt][Carousel][So Much For Adaptation][Stay Awake]
File Audio: [LeftSpace]
File: The Elizabeth Knowhow - The Elizabeth Knowhow
File Under: Eigenlijk nog niet toe aan een volledige cd
File Audio: [Cannonballs][Caught in The Middle][Smell of Motion]
File: Semistereo - As The Preasure Drops
File Under: Nog zoekend, maar wel op het goede pad.
File Audio: [Watch My Back][Unscripted][To Flames]
The Hex Dispensers - The Hex Dispensers
Plop! Zomaar opeens uit het niets is hij er. Al een hele tijd lag hij, ik geef het eerlijk toe, op het stapeltje 'niet de hoogste prioriteit'. En neem het me eens kwalijk, met een totaal minimalistisch en ook nog eens vrij lelijk hoesje en een niet echt in het oog springende bandnaam kon ik heus niet meer vermoeden. Het zoveelste Duitse semi-leuke punkbandje, die komt later wel. Och och, wat zonde. The Hex Dispensers zijn namelijk zóveel meer. Om te beginnen is het enkel het label dat Duits is en zijn de drie muzikanten afkomstig uit het über-Amerikaanse Texas. Daarnaast is er op het titelloze debuut geen spoor van flauwe punkrock te bekennen, maar wordt er op uitzinnige wijze geroegd, geramd en muziek gemaakt die mij heel erg blij maakt. In één enorme klap vergeet ik het gemis van The Oblivians, The New Bomb Turks en (bijna) The Ramones. The Hex Dispensers combineren deze drie legendarische garagebands tot een cd die ter plaat bedacht, ingespeeld en opgenomen lijkt te zijn. Doffe, gruizige en gierende (bas)gitaren met een drummer die geen bekken langer dan een halve seconde omberoerd laat. Meer is het niet, maar waarom hoor ik dan toch zo zelden dit soort geweldige muziek?
File Under: Hey ho, we want mo'!
File Audio: [Klik]
Demon's Claws - Satan's Little Pet Pig
Een boek lezen en een cd draaien, het gaat soms prima samen. In het geval van Satan's Little Pet Pig van Demon's Claw lukt dit echter niet. Ik lees de woorden, maar ze worden maar geen zin. Mijn gedachten gaan namelijk terug naar de zomer van 1987 waar ik als jongen van het platteland de (Cuby-) blues koesterde, Stones platen draaide en net The Velvet Underground had ontdekt. Tijdens een trip naar onze hoofdstad kocht ik twee elpees, één met oude V.U.-tracks van voor het album met de banaan en de eerste van The Stooges. Het waren gouden tijden voor de muziekontdekker in mij en ik vind eerlijk gezegd al die ontdekking van toen nog steeds geweldig. Uiteraard is er later nog veel moois bijgekomen, zoals nu dan Satan's Little Pet Pig van Canadese vijftal Demon's Claw. Onderdruk de gedachte dat de bandnaam en titel verwijzen naar de nieuwste metalhype, want daar heeft het niets meer van doen. Het album bevat namelijk vuige garagebluesrock met al die invloeden van bands en muziekstromingen die ik eerder aan gaf. Nu Cuby weer succesvol in de theaters staan, de Stones eerdaags weer een megaconcert in ons land geven en Iggy weer met zijn Stooges verenigd is lijkt het me voor de jongens en meisjes van nu een prima instap. Jongelui, opa adviseert om met dit album in de hand je in de muziekgeschiedenis te gaan verdiepen. En ouwelui die dit al hebben gedaan, en eens iets actueels willen kopen kunnen hiermee prima hun slag slaan.
File Under: Garagerock voor jong en oud.
File Audio: [Demon's Claws @ My Space]
File Video: [Zo iets dus: klik]
Antigama - Resonance
Grindhog Day, het is weer Grindhog Day! Bill Murray mag zichzelf rijk prijzen dat hij niet in een film heeft gespeeld die onder deze naam is uitgebracht. Als hij elke dag met pak 'm beet een nummertje van de Poolse grindformatie Antigama wakker was geworden, had hij nog veel vaker zelfmoord gepleegd (in de film dan welteverstaan). Resonance heet hun vierde cd en die staat weer bol van de nodige experimenten en muzikale uitstapjes. In het begin is het allemaal nog redelijk te behappen met vrij tradititionele grind, afgewisseld met wat deathmetal-invloeden. Net als je denkt dat je het wel gehoord hebt, klinkt daar plots het freaky jazz-intermezzo "Barbapex", gevolgd door "Psychonaut", een geweldig stukkie posttraumatische hardcore. Daarna vervagen alle grenzen. Groovende crust, industrial, vervormde stemmetjes, technische hoogstandjes, nog maar eens een muzikaal intermezzo en zelfs de nodige percussie wordt ingezet om de luisteraar vooral niet het idee te geven dat de heren maar wat staan aan te klooien. Dat is ook zeker niet het geval. Alles zit heel vernuftig in elkaar en er wordt ontzettend strak gespeeld. Als referentiekader kunnen moeiteloos labelgenoten Cephalic Carnage, Dillinger Escape Plan en Regurgitate genoemd worden. Als je deze bands niet kent, moet je je maar eens inbeelden hoe het zou voelen om elke dag op je schoonmoeders verjaardag wakker te worden. Verontrustende gedachte? Beangstigend? Daar heb ik dan niets aan toe te voegen.
File Under: Het lijkt wel of ik verliefd ben
File Audio: [Antigama-Space]
The Rain Poets / Herb's Excellent Adventure
De Arnhemse Rain Poets staan met het ene been in symfoland en met het andere been in indieland en maken slim gebruik van deze twee paspoorten. Hun nieuwe EP XL is hierdoor alleraardigst. Het probleem dat ik heb met The Rain Poets is dat zanger Armand Wijskamp af en toe Robert Plant probeert na te doen. Dat Lenny Wolf dat doet okay, die kan dat, maar Armand kan dat een stuk minder goed. Vooral in het openingsnummer "Awful Crime" stoort me dat. Dat is ook gelijk het minste nummer van deze EP. Het intrigerende, bezwerende "One by One" en pianoballade "Feel The One" zijn een stuk sterker. Die twee nummers zijn qua structuur en sound een stuk minder standaard dan de andere twee en daardoor gelijk een stuk interessanter wat mij betreft. Als ik The Rain Poets was zou ik met die twee liedjes in het achterhoofd gaan werken aan nieuw materiaal.
Herb's Excellent Adventure komt uit Purmerend en weet ondanks dat ze al ruim tien jaar bestaan volgens mij nog niet precies welke kant de band op wil Maar het kan ook goed zijn dat hun diversiteit een bewuste keuze is. Op hun nieuwe ep The Demual planten ze nu een een rauwe stamper tussen twee nummers waarin de band klinkt als een poppy variant van de Britse symfoveteranen IQ . Dit "The Dawnbreakers" ligt een beetje in de lijn van Tool / Helmet / Biohazard, maar mist door Peter Nicholls-achtige vocalen wel een beetje de vonk waar je op hoopt. Toch pakt deze rare combinatie best okay uit. Toch, als je er als band voor kiest om drie zulke uiteenlopende nummers zo'n op je EP te zetten, dan zou ik er zelf voor gekozen hebben nog paar extra nummers op te nemen en te laten horen wat je nog meer in huis hebt. Ik weet het na beluistering van The Demual niet zeker, maar ik vermoed dat er nog wel meer variatie in het vat zit.
File Under: Het best als ze de gebaande paden verlaten.
File Audio: [Hier]
File: Herb's Excellent Adventure - The Demual EP
File Under: Vast nog pluriformer dan deze EP laat horen.
File Audio: [H-E-A-Space]
Dolores O'Riordan - Are You Listening?
The Cranberries reunion possible, Dolores O'Riordan says. Ik las het als grote kop op meerdere websites en vond het een beetje sneu voor Dolores O'Riordan. Alsof een mogelijke - inderdaad, er staat dus niet eens dát het gaat gebeuren - reünie van deze Ierse band belangrijker is dan haar zojuist afgeleverde solo-cd Are You Listening? Bovendien schijnen The Cranberries officieel nooit ontbonden te zijn, maar hadden de bandleden na jarenlang met elkaar op het podium en in de studio gestaan te hebben gewoon behoefte aan een frisse wind. Vooral O'Riordan zelf was aan het einde van haar Latijn na de laatste tour. De basis van het geluid van Dolores' eerste solo-cd is overigens niet zo heel erg verschillende van dat van The Cranberries. Daar is haar scherpe stemgeluid natuurlijk ook veel te kenmerkend voor. Ze rekt dat vertrouwde geluid wel verder op. Zo bombastisch en bijna metalachtige insteek als in "Black Widow" en "Stay With Me" klonken The Cranberries nooit. Wat ik ook nog niet eerder had bij Dolores is dat ik veelvuldig (en in "When We Were Young" met zijn "Mandinka"-achtige uithalen" het sterkst) aan Sinead O'Connor moest denken. Ik snap ook wel dat O'Riordan Are You Listening? graag onder eigen naam uit wilde brengen. Een groot deel van de liedjes gaat namelijk ook de dingen die ze meegemaakt heeft sinds The Cranberries pauze namen. Zo gaat de eerste single "Ordinary Day" over de geboorte van haar derde kind, "Apple Of My Eye" over haar man en "Black Widow" over de kanker die het uiteindelijk won van haar schoonmoeder. Ook zonder Cranberries redt Dolores O'Riordan zich zo prima. En voor d'r eigen gezondheid is zo'n leven in de luwte misschien nog wel beter ook.
File Under: Deze veenbes doet het prima in de schaduw.
File Audio: [Hier, bijna alles in kleine stukjes]
File Video: [Ordinairy Day]
El Ray - Highwave To Hell
Niets bijzonders, deze "Best Of" van het Deense surfbandje El Ray. De ingrediënten voor een potje surfen zijn - zo lees ik in het boekje - "tons of reverb", "a whole lot of energy" en "the right tunes with a cool hookline". Netjes opgelepeld jongens, dat geldt al sinds de sixties, maar jullie houden je alleen wat betreft de eerste twee ingrediënten enigszins aan de voorschriften. Een koele hoeklijn is namelijk nergens te vinden en nogal wat nummers kabbelen maar wat futloos voort, overigens nadrukkelijk in de overbekende wateren der Shadows. Maar waar The Shadows al ver in de vorige eeuw een Marianentrog aan reverbdiepte wisten te bereiken blijft El Ray hoogstens een oppervlakkige afschaduwing van het Britse paradigma. Zal wel aan de tig studio's en clubhuizen liggen waar de opnamen bijeen gescharreld zijn. Verder is het onvermijdelijke cultverhaal dat om ieder surfbandje wordt gedrapeerd op "Highwave To Hell" eerder een ku(l)(t)verhaaltje over een sinaasappelverkoper en de totstandkoming van flauwe bandnamen. Of is het werkelijk zo gegaan? Had dan echt wat verzonnen! Of nee, toch maar niet... Uit de korte verzinseltjes bij elk van de 23 nummers blijkt maar weer hoe pijnlijk doordachte cult de plank kan misslaan. Daarbij dekken de titels van de nummers vaak niet de muzikale lading. Laat ik tot slot geen woord vermorsen aan de tergende fotocollage op de middenpagina en het Dead Kennedysnummer "Too drunk to fuck" dat alleen door Jello Biafra kan worden gezongen. "Better surf than sorry!" luidt El Ray's motto. Nee jongens, even scherp zijn: "... and sorry", "Surf and sorry..."
File Under: Surf and sorry
File Audio: [Casbah]
Sister Vanilla - Little Pop Rock
De bandnaam lijkt me geschikt voor een foute rapper, de albumtitel voor een lesboek op de muziekschool en de hoes is een van de lelijkste van dit jaar. Wat moet dit worden? Nou, de hereniging van de broertjes Reid! Ze zochten elkaar na zeven jaar weer op en namen hun zusje Linda ook maar mee. Zij mag zingen, alhoewel, het is eerder zuchten. De begeleiding is meestal chaotisch en noisy, zoals te verwachten viel, maar tijdens mijn favoriete momenten juist verrassend folky. Beste voorbeeld is opener "Pastel Blue", een nummer dat gaandeweg lijkt te ontstaan. 'If I could do this right, I'll be all right' en dan wat pingelen op een piano en een heel goedkoop keyboardje. "Kissaround" is halverwege het album vergelijkbaar en even goed. In de harde nummers zingt Jim Reid af en toe mee en wordt er uitgebreid op de elektrische gitaar gesoleerd. Ik vind de single "Can't Stop The Rock" vreselijk, het clichématige zeurrefreintje is echt hopeloos, maar ook daar is de gitaarpartij weer lekker, die dreint wél goed. De sfeer van Little Pop Rock doet me denken aan de compilaties van Living Room Records. Echte hometapers-muziek: niet te lang nadenken, gewoon spelen. Zoals dat gaat met compilaties is de afwisseling daar groot en dat is nu net wat hier ontbreekt. Halverwege kan ik de overheersende stem van Linda echt niet meer horen. Al met al toch wel een geinige plaat en het zorgde in elk geval voor de heroprichting van de moederband, die weer op tournee zijn.
File Under: Van je familie moet je 't hebben
File Audio: [Vanilla-Space]
Razorback - Deadringer
"Obelix! Waar blijf je nou!"
"Maar ik heb honger, Asterix..."
"En we zijn net bij de McRomus geweest! O wacht, ik zie het al. Nee, Obelix, dat zijn geen everzwijnen. Er staat Razorback op hun kar, maar dat is de naam van een groep muzikanten en een bard."
"Bard? Zoals Assurancetourix?"
"Nou nee, gelukkig niet. Deze kan wel zingen. Het is dan ook Stefan Berggren, die vroeger in Company of Snakes zat. Fijne stem, met als hij iets hoger en harder moet aanzetten een prettig rafelig randje aan zijn stem. Verder heeft 'ie een stem die in de verte een beetje aan Ronnie James Dio doet denken. De electrische harp wordt bovendien bespeeld door Rolf Munkes (Empire) en die weet ook hoe hij een fijn potje..."
"Een potje? Hmmja! Een stoofpotje met everzwijn!"
"Nee, Obelix, een potje ouderwetse metal neer moet zetten, wilde ik zeggen."
"Oh."
"Kijk, de trommelaar is Mike Terrana! Die komt uit Americum, maar zwerft al jaren door het Romeinse Rijk en speelt steeds in zo'n vier groepen tegelijk. Wanneer Razorback straks verder trekt is hij er niet bij, vanwege verplichtingen bij Masterplan, maar hier rammelt hij er lekker op los."
"Grmbl, mijn maag rammelt ook..."
"Kom op Obelix, niet zo zeuren! ... Nou ja, het is in elk geval lekkere smakelijke rock..."
"Stenen? Menhirs!?"
"Nee, Gallische rock, of beter gezegd metal, Obelix. Niet verrassend, maar wel verdomd goed uitgevoerd in een lekker heldere productie."
"Hmpf, ik heb honger..."
"Nee Obelix, we gaan eerst wat Romeinen op patrouille plagen."
"Oh, leukleukleuk! Kom, Idéfix, dan mag je meedoen!"
File Under: Smakelijke menhirs.... eh rock
File Audio: [BackSpace]
Loney, Dear
"Being really good makes you really sensitive"
Loney, Dear is Emil Svanängen. Emil Svanängen is Loney, Dear. Daar is geen speld tussen te krijgen. Hoewel hij op het podium mensen om zich heen heeft verzameld, blijft Emil een eenmansband. Hij bepaalt. Hij is de muzikant. Hij is de band. Hij is de muziek. Ik spreek de Zweed in het café van Doornroosje, vlak voor het optreden dat hij er 's avonds zal verzorgen. "Het maakt me niet zoveel uit of ik beroemd en bekend ben, als mijn muziek maar rondzingt."
Jakob Olausson - Moonlight Farm
Het is volle maan. Dan zijn de koeien altijd onrustig. De boer zelf ook. Het is raar, op zich maakt het schuifelen van de koeien als ze onrustig zijn maar weinig lawaai, maar hij wordt er eigenlijk altijd wakker van. Dan gaat hij altijd even kijken in de stal. Het is een fijn rustgevend geluid, die koeien zo 's nachts. Zonder dat er ander omgevingslawaai is. Sowieso vindt hij de boerderij die 's nachts tot rust komt op zijn mooist. De boer hangt over het hek bij de ingang van de stal. Zijn schaduw is lang en strekt tot halverwege de stal. In de hoek loeit een koe ingetogen. De windgong die de boerin vorige week opgehangen heeft kun je ook horen, als je goed oplet. De boer is blij met de paar koeien die hij nog heeft. Altijd alleen maar met suikerbieten bezig zijn, dat vindt hij maar niets. Maar ja, er moet toch brood op de plank en dat lukt met suikerbieten beter dan met koeien houden. Hij heeft er wel eens over gedacht om het te proberen met alleen zijn muziek, maar ach, de markt voor de muziek die de boer leuk vindt om te maken is zo klein. Van de opbrengsten daarvan alleen kan hij nooit rondkomen. Het geeft ook niet. De pastorale folk die hij maakt, maakt hij ook vooral voor zichzelf en hij is tevreden met hoe het nu gaat. De boer prevelt wat binnensmonds, het zou zo maar de tekst kunnen worden van een nieuw liedje. Het gebeurt meestal dat als hij zo bij de koeien staat of aan het werk is op het land, dat nieuwe melodieën en teksten in hem op komen. Zijn leven zo is fijn en zorgeloos.
File Under: Nachtelijke folk uit Zweden
Emotional Elvis - Sounds Like Music
Hoe je het Eurovisie Songfestival in 2008 nieuw leven inblaast? Simpel. Je zet de publiekstribune op een beenlengte afstand van het podium en iedereen krijgt een bak overtollige groente en fruit mee om zijn waardering jegens de artiesten te uiten. Waarschijnlijk worden de slijmerige presentatoren al meteen aan het begin de zaal uitgekomkommerd. Vervolgens betreedt de Servische trol van dienst onder een regen van tomaten en kruisbessen het podium. Afwachten hoe lang ze haar stroperige ballad volhoudt, terwijl de vitaminen langs haar jurk druipen. Homogroepje numero één uit Zweden moet het doen met de kapucijners en de savooiekool. Argh, ze smijten terug! Dat levert bonuspunten op. Het matige rockgroepje uit Oostenrijk wordt tijdens de belachelijke gitaarsolo overladen met rabarber en frambozen. En afrekenen met dat malle, slechtgeklede achtergrondkoortje uit Malta wordt letterlijk een peuleschil. Maar dan... artisjokt Emotional Elvis het podium op. Namens ons. We konden in Nederland geen artiest vinden die nóg meer een obsessie had met verliezen, dus hoppa, naar Servië ermee. Misschien dat ze daar wel raad weten met diens eigenaardige cultmengsel van pop, blues, country en retrorock in verschillende talen. Emotional Elvis had het vrolijke nummer "The girl from country heaven" kunnen spelen van zijn tweede album, dat iets consistenter maar ook wat minder uitbundig is dan zijn debuut. In plaats daarvan brengt-ie het nummer "Schicksal" en wordt hij bij het refrein "Du bist mein Schicksal, ein Denkmal, für die Liebe Liebe Liebe..." bedolven onder een etnische meerderheid van pastinaken en pompelmoezen. Uiteindelijk wint België. Genetische manipulatie! Maar ja, die hadden dan ook Daan gestuurd.
File Under: Biologisch.
File Audio: [MijnScharseneren]
Altaria - Divine Invitation
Een vreemd album heb ik voor me liggen. Het is het vierde album van Altaria, Divine Invitation. Het is een vreemd album aangezien het eigenlijk een compilatie is met vijf nummers van het eerste album, vijf nummers van het tweede album, aangevuld met slechts twee nieuwe nummers, en waar als bonus tot slot nog een zevental demo tracks achter zijn geplakt. Dit is gedaan omdat de schijnbaar 'populaire' eerste twee albums niet meer verkrijgbaar zijn en de band hun fans zo tegemoet wilde komen. Ik was echter niet al te positief over hun derde album. En het zelfde gevoel heb ik na het beluisteren van dit album. De nieuwe zanger, Marco Luponero, en een extra gitarist, Petri Aho, brengen de twee nieuwe nummers wel naar een iets hoger niveau dan de eerder uitgebrachte nummers, maar helaas is het allemaal te minimaal in mijn oren. Het feit dat bekende namen als Jani Liimatainen (Sonata Arctica) en Emppu Vuorinen (Nightwish) op verschillende tracks meespelen mag eveneens niet baten. Ook al draai ik de cd meerdere malen achter elkaar. Ik neem nog steeds geen groei in waardering waar. Het meeste gaat bij mij mijn ene oor in om zonder al te veel te blijven rondhangen vrij direct weer mijn andere oor uit te vliegen. Muzikaal is het op zich wel ok, maar als geheel mist er gewoon het nodige.
File Under: Weinig tot geen toegevoegde waarde.
File Audio: [Keeper Of Mystique & Ball And Chain]
King Khan & The Shrines - What is?!
Wat er is? Er is een nieuw album uit van King Khan & The Shrines! Ja, dus? Nou, het laatste volledige album "Supernatural" stamt alweer uit 2004 en later in dat jaar verscheen er nog een split samen met The Dirtbombs getiteld "Billards At Nine Thirty". Sinds de tour die in 2005 Nederland aan deed ben ik helemaal weg van deze band die de reïncarnatie lijkt van Otis Redding, James Brown, Screamin' Jay Hawkins en The New Bomb Turks. King Khan bracht nog wel een album uit, maar dat was met de BBQ-show. Ook fijn hoor, maar de Canadees (met Indiaas bloed) is er nu weer met zijn achtkoppige Duitse, Franse en Amerikaanse begeleidingsband. What Is?! is een mix geworden van rauwere garagerock-achtige nummers zoals die op B.A.N.T. te vinden zijn, in combinatie met het meer soulachtige (maar gladdere) nummers zoals die op Supernatural staan, en dit dan weer in een meer experimentele versie alsof Steve Winwood met zijn Traffic weer terug van weggeweest is. De veertien parels (en dit woord gebruik ik niet snel) duren vijftig minuten precies en grijpen mij bij de lurven. Wat er dus is? Ik spring door het huis op deze ge-wel-di-ge plaat en overweeg om maar te stoppen met het stukjes schrijven voor dit jaar. Ik kan me bijna niet voorstellen dat er in 2007 nog een album uitkomt dat mij meer van de kaart brengt. Er is overigens een wat melige film van een kleine eenentwintig minuten aan de audiotracks toegevoegd waarop livebeelden te zien zijn die een indruk geven hoe geweldig de band ook op het podium is.
File Under: Was ik nog niet duidelijk genoeg?!
File Audio: [MP3: Welfare Bread][MP3: No Regrets][My Space]
Patti Smith - Twelve
'Heb jij de nieuwe Patti Smith al gehoord?'
'Ja, gaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaap. Prut dus.'
'Heb jij nog een lichtpuntje kunnen ontdekken op die cd?'
'Nee.'
'Ik heb heel goed gezocht namelijk, maar vond 'em niet.'
'Gut, je krijgt smaak :-)'
'Wellicht, heb laatst namelijk wel Land gekocht'
'Die's wel goed :-)'
'Ja, en die Prince-cover daarop vind ik zeker wel bijzonder. Daarom had ik ook best hoge verwachtingen van deze covers-cd. Maar tjonge jonge wat een tegenvaller zeg.'
'Ik ben al meer dan 30 jaar fan van mevrouw, maar dit is zooi.'
'Helemaal mee eens. Heb je het boekje er ook bij gelezen? Daarin staat bij elk nummer een uitgebreide toelichting. Het lijkt alsof ze er heel zorgvuldig over na gedacht heeft. Dat snap je toch niet dan?'
'Yep, dat zegt ze inderdaad - en dan komt er deze zooi uit zonder enige zeggingskracht. Elk nummer heeft een Patti-saus en dat is het dan. Zo eenvormig als wat, een soort Unilever-behandeling, getsie!'
'Hehe, da's wel een beetje boud gesteld, maar ben het wel met je eens.'
'Ik zet het graag op scherp :-)'
'Ik snap ook niet dat al die haar adorerende gasten die meedoen ( Flea, Tom Verlaine) noch haar vaste begeleiders zoals Lenny Kaye haar er ook niet opgewezen hebben. Of zal het juist door hen komen?'
'Het zou zo maar allebei kunnen :-) Ik draai gewoon haar oude cd's en doe alsof deze niet bestaat.'
'Dat is een goed idee!'
File Under: Het vergeten meer dan waard
Flippin' Beans - Everything's Fine... Act Brave And Die
Pro Evolution Soccer 6 is niet mijn spel. Na een hele avond gamen kan ik niet tot een andere conclusie komen. Deel 5 is hemels. De vrijheid, het heerlijke kappen en draaien, de onvoorspelbaarheid en de spanning zijn ongeëvenaard. Ik kan niet aan dit nieuwe deel wennen. Het schieten is raar geworden, een man uitspelen is bijna onmogelijk en dat gevoel van vrijheid is flink ingeperkt. Ik geef toe, ik kan niet goed tegen mijn verlies. Menig controller moest er al aan geloven en mijn tegenstander kan beter niet naast me gaan zitten. Vanavond was mijn huisgenoot Brazilië, terwijl ik het moest doen met ons aller Oranje. Je voelt 'em aankomen. Ik verloor. Vier keer achter elkaar. Wat een klote spel. Tegelijk met de vier wedstrijdjes kwam twee keer het album Everything's Fine. Act Brave And Die van de Flippin' Beans voorbij. Wacht, misschien verloor ik wel omdat deze cd op lag! Helaas voor mij, ik moet een ander excuus zoeken. Flippin' Beans maakt namelijk punkrock waar je je niet aan kunt ergeren. Een half uur muziek zonder eigen gezicht, te gladjes, zonder scherpe randjes. Achtergrondgeluid, meer niet. Met degelijke punksongtitels als 'Humanity', 'Kids Are United' en 'Enemy'. De Finnen zijn bij voorbaad al kansloos buiten Scandinavië. Snel Pro Evo 5 in de xbox. Het laatste schijfje van From Autumn to Ashes in de cd-speler en gamen maar. Twee keer achter elkaar tik ik mijn huisgenoot van het matje. PSV-Ajax 3-0, Barcelona - Chelsea 4-1. Gerechtigheid.
File Under: Achtergrond punkrock
File Audio: [Maar natuurlijk]
Bloodbound - Book Of The Dead
In mijn cd-kast tref je geen Iron Maiden, Hammerfall, Helloween of Masterplan. Toch heb ik enkele van deze heavy-metalbands inmiddels al eens live gezien op diverse festivals. Ook daar konden ze me nog steeds niet boeien. Ben meer een man van zoals ik het zelf altijd noem prog/symfo/goth/trip rock/metal. Toch aan mij de eer om aan u als lezer van File Under iets over het nieuwste album van het Zweedse Bloodbound te schrijven. Het is inmiddels hun tweede schijfje en ik moet zeggen dat ik het een verdienstelijk schijfje kan noemen. En dat voor een band die nog geen drie jaar bestaat en inmiddels al zo vaak van bezetting is gewisseld, dat je het je bijna niet kan voorstellen dat er na iets meer dan een jaar na debuut Nosferatu al een tweede album klaar is voor release. Van de originele bezetting zijn alleen nog gitarist Tomas Olsson en bassist Frederik Bergh over. Frederik neemt tevens de toetsen voor zijn rekening neemt (ben benieuwd hoe dat live gaat). Samen met zanger Michael Bormann (o.a. Jaded Heart), drummer Pelle Åkerlind en gitarist Henrik Olsson maken zij melodieuze powermetal van Zweedse makelij van goede kwaliteit. Niet echt vernieuwend, maar wel aanstekelijk. Muzikaal neigt het wat mij betreft soms naar Therion maar dan zonder de koren en bombast, soms zelfs naar Bon Jovi ("Black Heart"), maar dan minder zoet. Live zal vooral "Book Of The Dead" het publiek flink weten op te zwepen. Voor de fans van Maiden en Hammerfall heeft Bloodbound het beste voor het laatste bewaard: het iets meer dan zeven minuten durende "Seven Angels".
File Under: Melodieuze powermetal van Zweedse makelij
File Audio: [Sign Of The Devil] [The Tempter] [Book Of The Dead]
The Pink Fits - Fuzzyard Gravebox
Fuzzyard Gravebox: het zou, afgaand op de titel, een nieuwe plaat van het overleden Dead Moon kunnen zijn, of van bijvoorbeeld The Scientists. Of van The Cramps. Eigenlijk heeft het van alle drie wel wat: basic rock en blues riffs, gespeeld met de furie van punk zoals Dead Moon dat zo mooi kon. Maar ook de rauwe donderrock 'n' roll van landgenoten The Scientists en de bizarre gekte van The Cramps zijn terug te horen bij The Pink Fits. Geen noot is origineel, de energie hebben we vaker gehoord en als we de zang zouden kunnen verstaan zouden we nummer voor nummer mee kunnen brullen. Nu blijft het bij heftig meeknikken op de elf rhythm & blues-miniatuurtjes van de band rond Lenny Curley (ex-Tumbleweed). Want hoe bekend alles ook klinkt: we blijven houden van bands die trots op de inlay vermelden 'All songs recorded live in 4 hours'. En wat geeft het dan dat de mix waarschijnlijk om vier uur 's nachts na een fles Jack Daniels in de kippenschuur van een doorgedraaide boer in de outbacks van Australië gedaan is?
File Under: Vunzige rock 'n' roll
File Audio: MySpace
VA - 20 Ways to Float Through Walls
Ik wilde zelf zonodig een volkstuin en toen deze er onverwachts ook daadwerkelijk kwam, moest er rap aan gespit en gezaaid worden om nog volop te kunnen oogsten dit jaar. Het was dus geheel en al mijn eigen schuld dat er een enorm grote stapel enveloppen met cd's lag. Toen gistermiddag de Curver-bak eenmaal leeg was, was ik dan ook even muziekmoe. Dat kan natuurlijk niet, muziekmoe is voor mietjes, niet lullen en doorgaan is hier het devies! Maar ik was er al bang voor dat dit zou kunnen gebeuren en had dan ook al een cd-tje klaarliggen om me snel weer op te frissen: 20 ways to float through walls, de pas verschenen verzamelaar van het Belgische Crammed-discs, om precies te zijn. Even wat anders horen dat wat verderaf ligt van wat ik de dagen ervoor geluisterd had; daarvoor ben je bij Crammed aan het goede adres. In het voorwoord van deze compilatie schroomt labelbaas Mark Hollander het niet om zijn label irrepressibly eclectic te noemen. Eclectisch is natuurlijk een vies woord, maar het past wel bij de potpourri aan stijlen die ze uitbrengt. Ik gebruik ze met grote graagte als wisselbaden. De opzwepende Afrikaanse Ritmes van Konono Nº1, de koele samenzang tussen Cibelle en Devendra Banhart, de Congoleze supergroep Kasai Allstars (waar ik natuurlijk helemaal niemand van ken), het vervreemdende gefrunnik van Tunng met de Balkan-muziek van Taraf de Haïdouks, het kopergeweld van het Belgische Flat Earth Society en de vrolijke bohémiens van Think of One, ze genezen mijn trommelvliezen in rap tempo. Als dan als toetje Bebel Gilberto ook nog eens langskomt in de Dj Spinna Remix van "Céu Distante" voel ik me bijna weer zo fris als een hoentje.
File Under: Eclectisch hoeft niet vies te zijn.
File Audio: [London, London][Céu Distante]
Labasheeda - Charity Box
Ik kan me zo voorstellen dat zangeres Saskia van der Giessen ooit langs de A2 in een benzinestation stond, daar een klef, in plastic verpakt broodje met kaas kocht en vervolgens dacht: hier zou ik een liedje over moeten maken. Althans, ik vermoed dat op die manier het nummer "Gasstation Sandwich" van Labasheeda tot stand kwam. Niks mis mee overigens, want "Gasstation Sandwich" is een van de betere nummers op de heel aardige debuutplaat Charity Box van de Amsterdamse band. Labasheeda is een internationaal gezelschap, met een drummer uit Italië en een gitarist uit de VS, dat getuige de nummers goed naar Portishead heeft geluisterd en vervolgens tot de conclusie kwam dat het allemaal wel wat steviger kon. En zo geschiedde, want meteen bij opener 99% Woman is al duidelijk dat Labasheeda wel houdt van een potje samenhangende herrie. Waarmee ik meteen ben aangekomen bij de eerst van twee minpuntjes: volgens de hoes van Charity Box is gitarist David Johnson verantwoordelijk voor de noise op deze cd. Wel, ik kan me niet voorstellen dat Johnson een aantal nummers helemaal alleen heeft gespeeld. U begrijpt waar ik naar toe wil: de volgende keer mag het bij vlagen wel wat minder met die noise. Daarmee houdt ook meteen het tweede minpuntje verband. Want, lieve Saskia, je bent soms echt niet te verstaan doordat je volkomen overstemd wordt of jezelf hebt verborgen achter een doorgedraaide distortion. Dus: op de volgende plaat wil ik graag kunnen hóren wat je te melden hebt. Want dat is volgens mij best wat.
File Under: Net zo sympathiek als majoor Bosshardt
File Audio: Drie mp3s op de website
Ola Podrida - Ola Podrida
Heerlijk, het is even gebeurd met het mooi weer: het regent namelijk pijpenstelen. Mijn vrolijke stemming slaat meteen om: ik ben lekker chagrijnig. Prima voorwaarden om me in te kunnen leven in dit album van Ola Podrida dat gemaakt lijkt voor echte droefsnoeten. De basis is een semi-akoestisch geluid met liedjes die klinken alsof we bij moeten komen van de vermoeiende dag. De liedjes uit de categorie americana worden gebracht met een lijs stemgeluid dat in combinatie met de samenzang mij doet denken aan een knaetterend open haardvuur dat muzikaal ondersteund wordt door o.a. het melancholische werk van Crosby, Stills & Nash, Joni Mitchell, Bright Eyes en Bonnie Prince Billy. Ola Podrida heeft als basis Brooklyn in New York. Het opperhoofd is David Wingo die eerder zijn geld verdiende met het schrijven van filmmuziek. Op Ola Podrida, het debuut, maakt hij muziek met vier anderen (gitaar, drumstel, bas, keyboard) die zich opstellen in dienst van het liedje. Nummers die goed in elkaar zitten, maar waar ik niet vrolijk van word en die langzaam aan mijn aandacht ontsnappen. Net zoals slecht weer -hoe graag ik er soms ook naar verlang- zo snel weer gaat vervelen.
File Under: Tranen en regendruppels
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Gezellie!]
Sun Dial
Echte bekendheid heeft de band nooit gekregen, maar dat neemt niet weg dat het debuut uit 1990 van Sun Dial, Other Way Out een klassieker is in de psychedelische rock. Gelijke delen jaren zestig en zeventig psychedelica vermengd met britpop-achtige liedjes, doorgierende fuzzgitaren, swingende ritmes; heerlijke plaat. Sun Dial zelf heeft dat niveau nooit meer weten te benaderen, ook bracht de band gestaag zo nu en dan een plaatje uit. Tegenwoordig bestaat de band nog steeds, hebben ze zelfs op Roadburn gespeeld, en vuurt bandleider Gary Ramon re-issues van oud Sun Dial werk naar de buitenwereld alsof er geen morgen meer is. Maar die morgen is er natuurlijk wel (tenminste, nu nog wel). En zit die nietsvermoedende buitenwereld dan wel te wachten op middelmatige psychrock meets britpop? Mwah. Niet echt dus. Een verzamelaar als Shards of God lijkt een leuke binnenkomer om eens kennis te maken met de band, maar valt alleen op door de erg slechte sound - notabene geremixed. Niet te snappen; de mixer moet watten in zijn oren hebben gehad, of te lang aan de waterpijp hebben gelurkt.
Nee, dan is Libertine Deprogrammed een stuk beter gelukt. Naar verluid was de band er zelf niet blij mee en hebben ze hem volledig door de mangel gehaald. Het geluid is in ieder geval lekker, de gitaren klinken veel dikker dan op welke Sun Dial release ook, en er wordt hier en daar ook voorzichtig naar Sonic Youth geknikt. Niet verkeerd. Helaas halen de liedjes nooit het niveau van Other Way Out.
Het enige Sun Dial album wat behoorlijk in de buurt kwam van het debuut was het prachtige Acid Yantra. Deze heruitgave voegt weinig toe, maar is wel een mooie aanleiding om Sun Dial de aandacht te geven die ze wel degelijk verdienen op basis van het verleden. Op Acid Yantra wordt er gefocussed en bevlogen gespeeld, wordt de britpop wordt achterwege gelaten ten faveure van heerlijke fuzzrock, en zijn de gebruikte melodieën vaak ook erg lekker. Liefhebbers van psychrock weten nu wat te doen.
Maar zijn de Sun Dial re-issues nu echt nodig? Kunnen we niet zonder? Mijn advies: schaf Other Way Out en Acid Yantra aan, en luister de rest alleen als je totaal lyrisch kan worden van die twee albums. En laat een ding als hun meest recente studioalbum Zen for Sale links liggen want daar wordt niemand vrolijk van.
File Under: Psychrock meets britpop
File Audio: spacen!
Jimmy Eat World
'We houden niet van schreeuwen'
Drummer Zach Lind en bassist Rick Burch van Jimmy Eat World zien er enigszins vermoeid uit. Terwijl binnen in de Melkweg Senses Fail zijn laatste noten speelt, hangen de twee wat rond in de tourbus. "Senses Fail is leuk voor de kids", verduidelijkt Zach het zitten in de tourbus boven het kijken naar hun landgenoten. En daarbij, ze komen net terug van een wandeling door het centrum van Amsterdam. "Het weer is prachtig, vorige keer dat we hier waren lag er nog sneeuw." Genoeg gepraat over koetjes en kalfjes, tijd voor een serieus gesprek. Want waar blijft toch die nieuwe plaat?
Tess Wiley - Superfast Rock 'n' Roll Played Slow
Nederland zal Tess Wiley niet zo snel vergeten. Toen ze nog gitariste was van one hit wonder Sixpence None The Richer (u weet wel van "Kiss Me") ontmoette ze hier op een festival namelijk haar huidige man, de Duitser Christian Mob. De van oorsprong Amerikaanse opereert daarom tegenwoordig vanuit Duitsland. Superfast Rock 'n' Roll Played Slow is haar derde plaat en verschijnt via het Hamburgse Tapete Label. Deze komt ze weer naar Nederland, ze zal optreden tijdens het Flevofestival half augustus. Dat gegeven zal sommige mensen wellicht afschrikken, maar dat is niet nodig. Het reli-gehalte van Superfast valt namelijk best mee. Al zie ik bij het horen van "Raise Your Hand" wel degelijk een hele tent op het Flevofestival met de armen in de lucht staan. Een beetje gezapig vind ik Superfast wel. Het komt vooral ook door de treuzelig, trage manier waarop Wiley zingt. Elk liedje heeft zo'n beetje dezelfde opbouw en dat begint na een paar nummers al snel te vervelen. Daarom is "Crying For You" waarin Buddy Miller een handje helpt met elektrische gitaar werk gelijk ook een van de leukste nummers op de cd. Op het andere hoogtepunt van de cd moet je tot het laatste moment wachten. Dan zingt Wiley namelijk in vrijwel accentloos Duits "Anette", een nummer dat oorspronkelijk door haar man die in het dagelijks leven fotograaf en baas van Hessenmob Skateboards is. Het zijn twee lichtpunten op een cd van ruim drie kwartier en dat is toch een beetje te karig wat mij betreft. Ik vrees voor haar dan ook dat Nederland Tess Wiley wel snel zal vergeten.
File Under: Beetje to slow dus...
File Audio: [Tenderness (acoustic)]
MeloManics - The Grey Light
Nog binnen het eerste liedje van The Grey Light lag er een kussen dat normaal bij mij op de bank hoort op straat. Toen dacht ik nog even dat het aan de opzwepende liedjes van deze Nederlandse band lag. Later wist ik beter: ik had gewoon goede zin. Het is namelijk niet zo dat ik denk dat MeloManics helemaal niks kunnen, of dat ik de liedjes bij nader inzien niet zo opzwepend vind, maar wel dat ik denk dat de MeloManics beter werken op een podium dan op een cd. Deze dance act doet wellicht vooral dansen met een show op het vizier, op een album gaat de boel al gauw wat langdradig en uiteindelijk ook een beetje vervelend klinken. De minimale aanwezigheid van teksten helpt daar niet bepaald bij, want hoewel ze voor afwisseling zouden kunnen zorgen, zijn ze weinig origineel - "You better dance and forget" - en stuiten ze me voornamelijk tegen de borst. De MeloManics zitten wel strak in het pak - en wat is er leuker dan jezelf een prachtig maatpak aan te meten? - maar eenmaal in dat pak kabbelt het album voort, zonder dat er veel gebeurt, zonder echte hoogtepunten. De opwinding zit 'm in hier en daar een gek geluidje en de eerste minuut van de liedjes. Na een minuut is het vechten tegen de verveling en dat is jammer. Showpotentie betekent blijkbaar nog geen albumpotentie.
File Under: De vaderlandse Daft - rock - Punk
File Audio: [Uiteraard]
The Strange Flowers - The Imaginary Space Travel of the Naked Monkeys
'...in 1965 the Congress of the Naked Monkeys launched a ship to the outer space, to expand human knowledge, explore unknown dimensions, meet other forms of life, confront with different thinking'. Ziehier het idee waaromheen het Italiaanse The Strange Flowers deze plaat gebouwd hebben. En zoals het citaat van de hoes al suggereert hebben we hier te maken met rasechte psychedelica. The Strange Flowers beleven met deze cd overigens hun derde jeugd, want hoewel ze al zo'n twintig jaar bestaan is dit pas hun derde plaat. Twee reünies waren er nodig om deze verzonnen ruimtevlucht te doen plaatsvinden. Maar het is een geslaagde vlucht, want op The Imaginary Space Travel of the Naked Monkeys wordt zo'n veertig jaar aan psychedelica verzameld: van de lieflijke liedjes waar Pink Floyd in haar beginjaren eer mee inlegde, via de gitaarnoise van The Jesus & Mary Chain tot Mercury Rev en Elf Power. De plaat opent met "The Second Sun", een track die een beetje verpest wordt door de apengeluiden die op de achtergrond meeklinken. Als dergelijke ongein weggelaten wordt, is de band op haar best, bijvoorbeeld in het stuwende "Irène" Niet alleen in het genre één van de betere platen van het jaar.
File Under: Veertig jaar psychedelica
The Deep Eynde / The Meteors
Als een band bestaat uit vijf stoer kijkende spierbundels, alle liedjes volpompt met oooooh's en aaaaaah's en veelvuldig gebruik maakt van woorden als "creatures of the night", "darkness" en "zombies" is de link met übergothpunkgoden The Misfits in no-time gelegd. Geheel terecht, want The Deep Eynde doet geen enkele moeite om dit tegen te spreken. Zowel de teksten als de aanstekelijke coupletjes en refreinen zouden zonder enige twijfel zomaar gejat kunnen zijn van het nog te verschijnen nieuwe album van de legendarische band. Vooral de bombastische en lage stem van zanger Fate Fatal lijkt zó enorm op Glenn Danzig en zijn opvolgers dat ik toch wel erg sterk aan plagiaat begin te denken. Gelukkig ben ik daar nooit zo moeilijk in, zolang de cd lekker klinkt en ik me er prima mee kan vermaken zal ik The Deep Eynde geen strobreed in de weg leggen. Bad Blood is dan ook prima te verteren, maar een opvallende en blijvende indruk maakt het allemaal niet.
Labelgenoten The Meteors roeren qua thema in hetzelfde potje. Ook hier ruimte voor zombies, vampieren en duivels op de cover en getatoeëerde krachtpatsers op de achterkant. Het wordt er, zo op het eerste gezicht, niet veel vrolijker op. Muzikaal wordt op Hymns For The Hellbound echter uit een heel ander vaatje getapt. Het drietal maakt van die typische plopplopplop (staande bas) Psychobilly waar People Like You Records het patent op lijkt te hebben. Combineer dit met een zwaar galmende surfgitaar en ritmes die nog het meest doen denken aan van die Hi Ho Silver westernfilms en je hebt een aardig idee van de liedjes. Het idee is leuk, maar de beperkte gromstem van P. Paul Fenech maakt er in dit geval helaas een nogal saai en knullig verhaal van. Zo is een vrij originele invalshoek dus zeker geen garantie voor goede liedjes. Mocht u echter toevallig een grote voorliefde hebben voor het rijden op een hobbelpaard en zoekt u daarvoor nog een bijpassende soundtrack, dan is Hymns For The Hellbound de perfecte koop.
File Under: Niet origineel, wel goed
File Audio: [Klik]
File: The Meteors - Hymns For The Hellbound
File Under: Wel origineel, niet goed
File Audio: [Klik]
Stan Bush - In This Life
Stan Bush is een Grote Naam, maar dan een die bijna niemand kent. Als muzikant had hij vooral aan het einde van de jaren tachtig enig succes met zijn band Barrage, maar sindsdien is hij vooral als songschrijver actief geweest. In die hoedanigheid mag je hem gerust op het zelfde niveau plaatsen als Jim Peterik, Jonathan Cain en Jim Vallance, heren met wie hij op zijn tijd ook songs heeft geschreven. De man schudt namelijk commerciëel verantwoorde poprocksongs uit zijn mouw alsof hij een brief post. Denk alleen al eens aan de House of Lords-kraker "Love Don't Lie". Met een aantal zeer capabele muzikanten wordt er door Bush elf tracks lang lustig op los gegalmd in songs die onmiddellijk meezingbaar zijn. Maar je moet je wel constateren dat hij een tikje in de jaren tachtig is blijven hangen. Zo is het intro van "I Can't Cry" niet alleen qua instrumentatie sterk verwant aan John Waite's "Missing You" en zijn met name de ballads niet zelden glibberig als die van Richard Marx in zijn succesvolste dagen. In het genre is het gewoon een uitstekend album, al was het maar door het songmateriaal, maar toch: uiteindelijk had ik van een grootheid als Stan Bush net iets meer verwacht dan dit. Dat dat in dit genre wel degelijk kan wordt bewezen door bands als Pride of Lions.
File Under: Groot kaliber met weinig impact
File Audio: [I'll Never Fall] [I Can't Cry] [ This Moment] [In This Life]
King Crimson - The Collectable King Crimson Volume Two
Achterop het hoesje van The Collectable King Crimson Volume Two geeft Robert Fripp - ik neem maar aan dat hij het was die het oordeel velde - aan wat de kwaliteit is van het gebodene op de twee cd's. Bij de eerste cd, met live-opnames uit 1981, noemt hij de sound quality 'fair'. Die van de andere noemt hij 'excellent'. Fair betekent natuurlijk gewoon k*t-kwaliteit, maar goed, deze serie heet natuurlijk niet voor niets The Collectable King Crimson. Die zijn sowieso alleen voor diehardfans bedoelt. Bovendien snappen die echt wel dat de opnamen vooral van historisch belang zijn. Het optreden in Bath was namelijk het allereerste in de line-up Adrian Belew, Robert Fripp, Tony Levin, Bill Bruford . Ze noemden zich hier zelfs nog Discipline. De opnamen mogen dan getrokken zijn van een halfvergane cassettetape en daardoor inderdaad klinken alsof ze gemaakt zijn in een badkuip, je hoort gelijk hoe godallemachtig goed deze line-up van King Crimson al was na een maand oefenen. De Moles club in Bath was overigens zo klein dat alleen de voorste rij van het publiek de vier grootheden echt op de vingers kon kijken en als je moest pissen moest je wachten tot drummer Bill Bruford plaats maakte. Hij zat namelijk voor de deur. Het geluid van de tweede cd, een optreden in juli 1982 in Philadelphia, zijn gelukkig een stuk beter te pruimen. Niet raar ook, want deze zijn van een 8-track overgenomen die de band zelf gemaakt had van het concert. De nummers die in Bath al gespeeld werden en ondertussen op de lp Discipline waren verschenen zijn verder gegroeid, maar dat gaat natuurlijk gelijk op met de ontwikkeling van de band zelf. Zo raar is dat dus niet.
File Under: Vooral van belang voor Crimheads met historisch besef
Nid & Sancy - Color At The Darkest Disco
Laatst logeerde ik 's zaterdags bij een kennis in Amsterdam. Zijn housewarming-feestje was al behoorlijk geslaagd, toen we tegen half drie 's nachts besloten ook nog even lekker uit te gaan. Nachtclub Hotel Arena bleek inderdaad zo hip als was voorspeld: er stond een hele groep (mij onbekende) dj's obscure techno te draaien met een prima lichtshow. De vrij hoge entree bleek bovendien geen beletsel voor het publiek, dat relatief jong was, maar ook nogal ongezellig. Misschien lag dat ook wel aan de muziek, want daar was ondanks zijn dansbaarheid weinig spanning of melodie in te ontdekken. Toen de dj per ongeluk uitschoot met een remix van Underworld leek het dan ook wel alsof de zaal opveerde. Oke, het is een wat slecht bruggetje naar de tweede eighties-electroplaat van het Belgische duo Nid & Sancy (als u even jong bent als ik: ja, ha ha), maar een track daarvan als "Plug out the inside, static." had niet misstaan op een avond als deze. Ook Color At The Darkest Disco heeft dat pure en doordreinerige. In België wordt het album alweer helemaal platgehypet en ja, het is wel een okeeë plaat. Maar het had ook geen kwaad gekund als er een echt anthem tussen had gezeten, of dan toch meer nummers zoals als "(Don't fuck) My Rave" (met een Goose-achtige baspartij) en "The Shakes" met zijn rijzende acidsynths. Ook single "WHT LGHTS FLSHNG" is een gave lichtshow, maar nog geen echte killer. Ik vermoed dat al die potentie er live veel beter uitkomt. Knap is bovendien dat Nid en Sancy niet alleen persoonlijkheid tonen, maar dat zang en nummers een eenheid vormen. Daar kan Digitalism (waarover binnenkort meer) nog een hoop van leren.
File Under: Feest in de clubs, 'mwah' thuis.
File Audio: [SpyMace]
File Video: [WHT LGHTS FLSHNG][Drive Inn '79]
File Weblog: [Ze loggen zelf ook.]
Noblesse - Sound The Alarm
De eerste keer dat ik Noblesse hoorde viel meteen op dat de stem van zanger Orson Sven enorm lijkt op die van Brian Molko. Ook in sommige tracks op deze cd ("Emotion Vacation", "Soft Drum" en ballad "Heart Waxing Playboy") valt de vergelijking met zijn band Placebo - door de opbouw van de songs en het gitaargeluid - helemaal niet te ontwijken. Maar waar Placebo de laatste jaren steeds saaier en gelijkvormiger gaat klinken laat Noblesse op hun eerste volledige cd horen dat ze een veel bredere scope hebben. Openings- en titeltrack Sound The Alarm is een onvervalst vet bluesrock nummer. Andere tracks zoals "Oh My God" hebben een gedegen Nederrock-feel als de Earring in hun jonge dagen. Weer andere zijn typische indie-rocksongs die het vooral live heel goed zullen doen. Ondanks dit alles valt de cd me na ep Four Song Demo een beetje tegen. Ik denk dat het komt omdat de cd de verrassende energie van een live optreden mist. De productie van Henk (Hallo Venray) Koorn - die ook de ep produceerde - klinkt wat zompig en mist de sprankeling waardoor ik niet al vanaf de eerste beluistering de cd ingesleurd wordt. Bij een demo van vier nummers is daar overheen te komen, bij een volledige cd van elf tracks gaat het me irriteren. Dat neemt echter niet weg dat 'Sound The Alarm' een heel behoorlijke debuut-cd vol strakke nummers is. Nu alleen nog met mezelf afspreken dat ik het in een volgend stukkie over Noblesse NIET meer over Placebo zal hebben, want dat schrikt potentiële luisteraars alleen maar af. Iets wat een band die recht-zo-die-gaat hun eigen weg volgt niet verdient. Alleen al daarom hoop ik voor ze dat deze cd brede distributie en aandacht gaat krijgen.
File Under: Maar ja, die stem hè?
File Audio: [Noblesse-Space]
BC Camplight - Blink of A Nihilist
Eerlijk is eerlijk, het was toeval dat ik B.C. Camplight's Blink of A Nihilist in de cd-speler van de auto stopte. Ik moest overhaast weg en griste nog snel een paar cd's van de schier oneindige stapel op mijn bureau. Ik pakte Blink Of A Nihilist dus niet omdat het hoesje van de dikke man met treurige blik in zijn ogen me smekend aankeek om gedraaid te worden, maar omdat ik wat nieuwe muziek wilde horen in de auto die ik nog niet eerder hoorde. Goodie, wat een aangename verrassing toen de eerste maten van "Suffer for Two" door de speakers schalden. B.C. - kort voor Brian Christinzio - blijkt een singer/songwriter te zijn uit het straatje Ben Folds die met speels gemakt bruggen slaat naar de kampen van The Beach Boys, Sufjan Stevens, Flaming Lips en Belle & Sebastiaan. Inderdaad, dat levert nogal meer zalige melodieuze zoetigheid op dan een uit de kluiten gewassen mierenhoop kan verorberen in een heel jaar, maar wat boeit dat nou! Het is gewoon P.R.A.C.H.T.I.G. in hoofdletters wat B.C. laat horen. Het rare is dan weer wel dat 'lijden' het centrale thema van Blink of A Nihilist is. Brian verzamelde verhalen in een gevangenis van New Jersey en een krankzinnigengesticht. Die inspiratie zette hij om tot zijn markante teksten. Een raar contrast met de hemelse melodieën is het wel, maar wie weet dat Christianzo aanvoerder van zijn High School American Football-team, tenor in een rondreizend koor, amateurbokser en zelf ook een tijdje voor zijn eigen bestwil achter gesloten deuren verbleef heeft begrijpt dit contrast wel. Zie je B.C. je treurig aankijken vanuit het schap van je plaatselijke cd-toko, gris Blink of a Nihilist dan mee. Je zult aangenaam verrast worden.
File Under: Avontuurlijke pop
File Audio: [Suffer For Two][Forget About Your Bones][Officer Down][Scare Me Sweetly]]
Electroquickies #2
Stiekem heb ik in de eerste electroquickies een File Under-traditie gebroken: de filterdisco van Casino Inc is namelijk nog niet eens uitgebracht. Ook nog niet officieel uit, maar zonde om te laten verdrinken in de nog komende golf van releases, is de plaat van Revolte, een serieuzer en tamelijk ambitieus Daft Punk-achtig project waaraan niettemin Jaden meedoet, één van de Casino'ers. Er zijn al zes tracks te horen. Goed spul en bij vlagen fantastisch vanwege de sound. De eerste goeie Justice-kloon is opgestaan!
Niet alleen Revolte maakt een referentie naar Daft Punk's Human After All met die dummies; Motor heeft zijn tweede technoalbum zelfs Unhuman genoemd. Het is dan ook een lekker zwarte, kale technoplaat, waarmee het duo laat zien naast de hit "Sweatbox" écht iets in huis te hebben. Want komop zeg, het debuut Klunk was deels een gimmick ("King of USA", pffrt) en het bijbehorende optreden op Lowlands 2006 sloeg achteraf totaal nergens op - welke halve zool programmeert een techno-act nou al om acht uur 's avonds?! Nee, dan liever dit vonkende en ook wat langdradige Unhuman. Dat belooft betere livesets, en Vitalic-liefhebbers moeten "Drug Punk" zeker checken.
In de hedendaagse Nederlandse radiocultuur bestaat het nauwelijks meer dat iemand gewoon een uur lang zijn persoonlijke favoriete muziek draait, hoe vaag ook. Gelukkig bestaan daarvoor nog compilatie-cd's. Het nieuwste, 25e deel in de 'Back To Mine'-serie met 'after-hours grooving' muziek is van de hand van Röyksopp. Het is één lange mix van bizarre cheesy eighties-electrofunkjuweeltjes geworden die je nóóit hoort. Deze cd is niet hip, maar wel cool, zeg maar: Pop Muzik had er zo bijgekund. Het derde, instrumentalere Royksopp-album komt trouwens nog dit jaar.
File Under: Dummies After All
File Audio/Video: [ MySpace][Psst, jullie dir staat open]
File: Motor - Unhuman
File Under: Daft Punk After All
File Video: Bleep #1
File: VA - Back To Mine: Royksopp
File Under: Andere danceproducers zouden er eigen tracks van samplen...
File Audio: Samples
Anssi 8000 - Kyklops Vs. Svesse
Mijn muzikale keuze valt vandaag op de stoere digipack van Anssi 8000. De muziek neem ik zonder enige voorkennis tot me. Ondertussen ben ik in het huishouden bezig. Na een kleine twintig minuten stopt de muziek echter, de twaalf nummers zijn al afgelopen. Ik zet de emmer met sop aan de kant en loop naar de speler. Bij bestudering blijkt er nog een cd in het hoesje te zitten. Het is een heus dubbelalbum met de titel die al een aanwijzing gaf, Kyklops Vs. Svesse. De tweede cd blijkt ongeveer dezelfde lengte te hebben. Het had dus best op één cd gekund. Achter Anssi 8000 zit Anssi Kasitonni die naast muzikant ook filmmaker en visueel kunstenaar is. Kunstenaars zijn dan ook de aangewezen personen om eens iets anders dan anders te doen. Anssi 8000 presenteert zich verder als een "extra fine one man orchestra", al doen er toch wel degelijk anderen mee. Bij Finse bands kom ik niet verder dan Boys Novice (van wie ik ooit een cd won), de winnaar van het Eurosongfestival waarvan ik de naam vergeten ben, Waltari en 22-Pistepirkko. Op het label die de laatste onder contract heeft staan vond onze vriend onderdak. In veertig minuten, verdeeld dus over twee cd's, worden drieëntwintig nummers afgewerkt. Muzikaal heeft het wel wat van Kurt Cobain die in zijn eentje Pavement-achtige nummers maakt. Hoe anders had het met die eerste af kunnen lopen. Cobain is echter niet meer, Pavement trouwens ook niet. Anssi 8000 wel, al heeft hij muzikaal inmiddels in HotCoke een partner gevonden.
File Under: Finland, eight points
File Audio: [My Space]
File Video: [Live: The New House]
Vital Remains - Icons Of Evil
Ik mag alles weer zien van de dokter, om eens lekker Flodderiaans te beginnen. Ik ben eindelijk verlost van een wat uit de hand gelopen driedubbele oogonsteking. Eerlijk toegegeven, tijdens de snij- en hakbewegingen van de dokter heb ik stiekem een schietgebedje gedaan voor een goede afloop. Gelukkig is na een paar wazige dagen de ergste mist opgeklaard en dat typt toch een stuk makkelijker. Tijd dus om de opgedane luisterervaringen van Icons Of Evil aan het elektronische papier toe te vertrouwen. De kans dat mijn gebeden zijn verhoord zal dus wel niet zo groot zijn, want deze cd bevat weer genoeg teksten om de gehele christelijke gemeenschap een week lang aan de valium te helpen. Ook muzikaal gezien is er niet veel veranderd sinds de in 2003 verschenen voorganger Dechristianize. Wederom trakteert Vital Remains ons op ingenieuze deathmetal met songs die nooit onder de zes minuten klokken en heeft ome Glen opnieuw de vocalen verzorgd. Stukkie blasten, stukkie melodie, lange solo, stukkie brullen, doorhakken en dan weer van voor af aan opnieuw beginnen. Wel ligt het tempo over de gehele linie wat hoger, waardoor het allemaal nog wat meedogenlozer klinkt. Bovendien heeft Eric Rutan een prima productie afgeleverd. Het maniakale spel van deze Amerikanen klinkt daardoor nog vetter. Vier jaar wachten was lang maar dat wachten wordt zeker beloond. Uitstekende release.
File Under: X marks the spot
File Audio: [Vital-Space]
Michael Katon - Live & On The Prowl
Subtiliteit moet je niet verwachten bij Michael Katon. The Boogie Man from Hell (Hell, Michigan is zijn woonplaats) brengt op het tijdens de vorige Europese tour opgenomen live-album Live & On The Prowl rauwe boogie, met een driemansformatie waarin de gitaar allesbepalend is. Drums en bas zijn prima, maar puur begeleidend. Geen opvallende drums- of baslijnen, uitsluitend een solide basis. Daaroverheen komt de stevig overstuurde gitaar van Katon en - om van de ene solo naar de andere te komen - de rauwe zang van Katon zelf. Ballads passen niet bij Katon, elke song is midtempo of iets sneller dan dat en loodzwaar. Je zou het kunnen vergelijken met het livewerk van Pat Travers of (zoals op "American McMofo") AC/DC. Uiteindelijk draait alles om de solo's van Katon en die zijn om van te watertanden. Met of zonder slide, rafelig en redelijk voorspelbaar, maar altijd weer een genot om naar te luisteren. Er zijn van die albums waarbij juist de imperfecties in het geluid het een waar genot maken om er naar te luisteren en dit is er zo een. Het is rauw zoals Katon's blues rauw hóórt te zijn. Live & On The Prowl klopt. Helemaal.
File Under: Boogie from Hell op zijn best
File Audio: ["Red Moon Risín'" en Motorcycle Blues" op KatonSpace]
Coverclub - Neil Young
Het zou te lullig zijn om Coverclub in de categorie 'sympathieke initiatieven' onder te brengen. Vorig jaar begonnen als een ter download aangeboden EP met vier covers van kerstliedjes (inclusief een hoesje), is dit kwartaal een tweede editie verschenen. Hierop spelen zes bands covers van Neil Young. Het hoesje is gebaseerd op diens Harvest, maar alleen "A Man Needs a Maid" (door Leine) en "Old Man" (door Audiotransparent) komen van deze klassieker. De vier andere tracks komen van On The Beach ("Ambulance Blues" door The Gasoline Brothers, een elf minuten durende versie die toewerkt naar een gitaarstorm), Rust Never Sleeps ("Pocahontas" door Ponoka), Everybody Knows This Is Nowhere ("Cinnamon Girl" door Moss) en After the Goldrush ("Southern Man" in een versie van Silence Is Sexy). De nadruk ligt dus op de eerste platen van Neil Young en dat was eigenlijk ook wel te verwachten, gezien de enorme hoeveelheid klassieke nummers op die platen. De bands doen hun best om de tracks niet klakkeloos te copiëren: Leine maakt een jazzy versie van "A Man Needs A Maid" en ook de andere versies liggen in het verlengde van wat de bands in hun eigen werk laten horen. Ongetwijfeld voor elke band een prachtige mogelijkheid om bij optredens de toegiften mee te kleuren.
File Under: Zéér sympathieke initiatieven
File Audio: Coverclub - Neil Young EP
The Black Lips - Los Valientes Del Mundo Nuevo
Black Lips? Nooit van gehoord. Het hoesje bestuderend zie ik een bende ongeregeld op pad in een louche omgeving. Het blijkt om Tijuana te gaan, een beruchte stad aan de grens van Mexico en de Verenigde Staten. De liner notes schetsen een prachtig beeld van de taferelen die de band uit Atlanta daar aantrof. Veel tequila, drugsdealers en hoeren die onzedelijke handelingen op het podium verrichten. De juiste omgeving voor deze gasten, want muzikaal gezien is het al even ruig en chaotisch. Ze noemen het zelf flower punk, maar ik spot geen bloemetjes. Enkel geschreeuw en heel veel zweet. Het mooiste aspect aan deze garage-muziek vind ik de jengelende bluesy gitaren die hun plek in de drukke mix weten te vinden. In een nummer als "Stranger" lijkt de band een soort verfomfaaide versie van de nette jaren '50 jongens die destijds high schoolfeestjes opluisterden. Nu de anarchistische oermensrock dankzij de herrijzenis van Iggy Pop weer helemaal in is, zullen ook de Black Lips wel vaker de grenzen over kunnen steken. Aan mij is het niet écht besteed, al kan ik wel genieten van de aanstekelijke lol en het brallerige zelfvertrouwen dat de band uitstraalt. Het is alsof je vier geflipte buurjongetjes hun eerste concert geven en tot ieders verrassing nog kunnen spelen ook.
File Under: Als op hol geslagen zebra's
File Audio: [Lips-Space]
Raintime - Flies & Lies
Soms heb ik van die dagen dat ik kwaad ben. Kwaad op mezelf, kwaad op instanties, kwaad op iemand. Niets lekkerder om dan in je eentje in de auto te rijden, cd-tje in de cd-speler, volume op 11. Dan wil ik geen zoetsappige liedjes horen. Nee... geef me dan maar een bak stevige herrie. De nieuwste van het zes-koppige Raintime bijvoorbeeld: Flies & Lies. Opener en tevens titel track "Flies & Lies" begint meteen lekker, kort opbouwend keyboard introotje, wat drums, gitaren en bas er bij en dan na zo'n veertig seconden: BAF!... heerlijke Italiaanse melodische death metal, recht in je gezicht! Wellicht vreemd voor een band waarvan Dream Theater ooit de grootste inspiratiebron was. In de jaren daarna evolueerde de muziek van progressive metal (als gevolg van bezettingswisselingen) naar een hardere vorm van metal: een mix van power metal, arena oriented hard rock (AOR) en melodische death metal (à la Soilwork). In tegenstelling tot wat gebruikelijk is binnen dit genre speelt het keyboard toch wel een belangrijke (melodieuze) rol in de diverse songs. Luister maar naar: "Rolling Chances" en "Tears of Sorrow"! Na vier pittige nummers volgt een ballad, welke mij een beetje te soft is (te veel AOR) voor op dit album. Maar goed het is ze vergeven. Dan is er nog de cover van Michael Jackson's "Beat It". Wat doet dat nummer in hemelsnaam op driekwart van het album? Als bonus track toevoegen, ok... maar dit kan echt niet.Niet dat het echt slecht is, maar het past hier gewoon niet. Gelukkig eindigt het album met het dubbelnummer "Burning Doll"/"Matrioska", al denk ik dat dat juist live de eerste twee liedjes zijn die ze zullen spelen. Oh ja, vergeet ik nog helemaal te vertellen dat Jacob Bredahl (Hatesphere), Lars F. Larsen (Manticora) en producer Tommy Hansen (o.a. Helloween) gastvocalen verzorgen op enkele songs. Welke, dat wordt op deze promo helaas niet duidelijk. Wil je precies weten hoe het zit, dan zul je de cd straks zelf moeten kopen, want ook de website van Raintime is helaas nog niet klaar.
File Under: Heftig, maar melodieus
File Audio: [ MySpace]
Hayseed Dixie - Weapons of Grass Destruction
Wat kan John Wheeler als de beste? Nou, de arrangementen van overbekende nummers zo aanpassen dat het lijkt alsof ze altijd al een rockgrass nummer waren bijvoorbeeld. Vervolgens trekt hij zijn tuinbroek met afgeknipte pijpen aan en strikt de veters van zijn kisten. Dan pakt hij zijn akoestische gitaar en viool in de koffer. Vanaf dat moment heet hij Barley Scotch, drinkt hij bier alsof het water is en maakt hij de podia onveilig als frontman van Hayseed Dixie. Hij en zijn trouwe kompanen Reverend Don Wayne Reno, Deacon Dale Reno en Jake Bakesnake Byers zijn moeilijk te overtreffen als het gaat om een zaal op zijn zijn kop te zetten. Op cd de energie en lol van een Hayseed Dixie-concert vast proberen te leggen is sinecure. Op Weapons of Grass Destruction lukt het ze bij vlagen. Want, de arrangementen van de hits van The Sex Pistols ("Holidays In The Sun") Judas Priest ("Breaking The Law"), Status Quo ("Down Down"), Scissor Sisters ("I Don't Feel Like Dancing"), Alice Cooper ("Poison") zijn wel zo subliem dat een vette grijns moeilijk te onderdrukken valt. Toch weet eenieder die Hayseed Dixie ooit in levende lijve in actie zag, dat het live nog veel beter uit de verf komt dan je op Weapons of Grass Destruction te horen krijgt. Ga ze dan ook vooral zien als je de kans krijgt. Oh ja, voor ik het vergeet, ik moet nog even terugkomen op de openingszin. Wat kan John Wheeler niet? Nou, teksten schrijven bijvoorbeeld. Zelden hoorde ik flauwere teksten als die van "She was Skinny When I Met Her", en "Bar B Que". Laat hij daar maar als de gesmeerde bliksem mee stoppen en zich concentreren op waar hij goed in is.
File Under: Live nóg veel leuker.
File Video: [I Don't Feel Like Dancing]
Stars of the Lid - And Their Refinement of the Decline
Stilstand achteruitgang? Wat een achterhaald concept. Stilstand, beweging, snelheid: begrippen die voortkomen vanuit ons lineaire referentiekader. Meer niet. Maar dan heb je een duo als Stars of the Lid. En duo met muziek waarbij lineair denken hopeloos tekort schiet. Waarbij stilstand of beweging er niet meer toe doet; alleen het "zijn" blijft over. Erg Zen-achtig wellicht, maar er is nauwelijks een andere manier om de pastorale ambientlandschappen van Stars of the Lid te omschrijven. Verheven boven begrippen als melancholiek of hoopgevend drijft de muziek door je bewustzijn, zich nimmer bezighoudend met aardse zaken of enig ander concreet gedoe; dit is muziek waar de engelse taal zo'n mooi woord voor heeft: bliss. Ben je bereid tot totale overgave, dan zorgt Stars of the Lid voor een muzikale ervaring zonder vergelijking; zelf Brian Eno is nooit zo dicht bij pure gelukzaligheid gekomen. Dwars door genre-aanduidingen als ambient, drone, neo-klassiek en zelfs heel in de verte post-rock, schept het duo een eigen realiteit die nog veel mooier is dan de som der delen. En dat we meer dan vijf jaar hebben moeten wachten op de opvolger van The Tired Sounds Of..., dat doet er helegaar niet toe. Niet hier, niet bij Stars of the Lid. Grenzenloze pracht, waar woorden nooit en te nimmer recht doen aan de sublieme klanken.
File Under: Pure Bliss
File Audio: [Apreludes (in C sharp major)]
Megadeth - United Abominations
Deze recensie over United Abominations had nogal wat voeten in de aarde. De promo die het label naar de hoofdredactie verstuurde was namelijk zeer zwaar beveiligd, inclusief persoonlijk watermerk en dergelijke. De beveiliging was zelfs zo zwaar dat ik die promo nergens heb kunnen afspelen, zelfs mijn Linux-machine lustte deze cd niet. De basis van de recensie heb ik derhalve bij mijn vaste platenboer gelegd, met pen en papier bij de hand. Na een paar luisterbeurten werd een ding me wel duidelijk: Megadeth heeft de smaak weer, of beter gezegd nog steeds, te pakken. Deze nieuwe gaat verder waar voorganger The System Has Failed stopte, wat u krijgt is strakke gitaargerichte American metal vol ronduit spectaculair gitaarwerk. Was de voorganger al een enorm geïnspireerde plaat, deze doet er in niets voor onder. Gebleven zijn de typerende sneer van opperhoofd Dave Mustaine en de politiekgerichte teksten. Nieuw is de rol van de gebroeders Glen en Shawn Drover op respectievelijk gitaar en drums. Met name Glen heeft op deze plaat een glansrol, zijn fantastische gesoleer geeft een absolute meerwaarde aan deze plaat. En de songs staan stuk voor stuk als een huis. Dat is bij Megadeth ook wel eens anders geweest, denk dan vooral aan de gedrochten die de band mid tot eind jaren 90 uitbracht (met name Risk uit 1999 was een historisch dieptepunt). Fans van het eerste uur, waar ik mezelf gemakshalve ook maar toe reken, kunnen tevreden zijn. Dit is de tweede klapper op rij waarmee Megadeth eens temeer duidelijk maakt een van de beste metalbands ooit te zijn.
File Under: De tweede klapper op rij
Mick Harvey - Two Of Diamonds
Mocht je even niet meer weten waar je Mick Harvey van kent, dan zal ik je op weg helpen met een aantal bandnamen: Crime and the City Solution, The Birthday Party en Nick Cave and the Bad Seeds. Hier hangt de multi-instrumentalist hoofdzakelijk de gitarist uit. Nu Cave druk is met Grinderman heeft Harvey de tijd gehad om een nieuw soloalbum op te nemen, Two Of Diamonds. Harvey zoekt het in de traditionele ingetogen popliedjes. Vaste muzikanten vond hij in James Johnson en Thomas Wydler (beide van The Bad Seeds) en Rosie Westbrook. Verder doet er een handvol gastmusici mee waaronder Rob Ellis (PJ Harvey). Allemaal staan ze in dienst van de liedjes die Harvey zingt en waarop hij ook de gitaar beroert. Naast twee eigen composities zijn er tien songs van anderen, zoals PJ Harvey en The Triffids. Het geheel klinkt eenvormig, maar nergens saai. Zonder de wetenschap dat het merendeel covers is zou ik het er niet vanaf horen. Eén probleem heb ik wel en dat is dat ik me steeds de stem van Cave voor de geest haal. Ik mis namelijk de drama in het stemgeluid, maar eerlijk is eerlijk: ik heb al heel veel slechtere stemmen gehoord. Harveys werk moet je niet vergelijken. Hij gaat verdienstelijk zijn eigen weg, al schreef hij het merendeel van het materiaal niet zelf.
File Under: Down Under
File Audio: [Harvey @ My Space]
File Video: [Photograph]
Marillion
Progressieve rock is really regressive rock sometimes
Bij Marillion zijn de managerstaken onderling verdeeld. Drummer Ian Mosley is bijvoorbeeld de man die over de financiën gaat. Pete Trewavas wordt veelal ingezet voor de interviews. Da's ook niet zo vreemd, want hij praat makkelijk en enthousiast. Wanneer ik even met een vervolgvraag wil inhaken op een opmerking roept hij geschrokken:'O, als ik teveel doorpraat moet je het maar even zeggen, hoor. Ik wil je niet van je vragen afhouden.' Ik verzeker hem dat ik liever iemand interview die doorvertelt en met eigen inbreng komt, dan dat ik het eruit moet trekken. En zo werd het een erg aangenaam interview, waar Trewavas het vervolg grotendeels zelf bepaalde.
Black Rebel Motorcycle Club - Baby 81
"Whatever Happened To My Rock 'n' Roll", een andere gedachte dan deze songtitel van Black Rebel Motorcycle Club zelf, was bijna niet mogelijk bij het luisteren naar Howl, hun derde cd. Waar de eerste twee cd's vol stonden met fuzzy gitaren doorspekte rock 'n roll die af en toe de zo ontsproten hadden kunnen zijn aan het brein van de broertjes Reid, liet Howl een totaal ander geluid horen. Ik vond het eerlijk gezegd een stuk minder leuk. Ik had er dan ook weinig vertrouwen in dat ik de vierde cd van deze mannen wel weer zou kunnen waarderen. Gelukkig hebben ze zelf ook ingezien dat het bijna folky te noemen geluid van Howl toch niet helemaal hun ding was, en keren ze met Baby 81 weer terug naar hun eigen vertrouwde roots. Toch heeft het uitstapje ze volgens mij wel goed gedaan. Het heeft de band weer voorzien van een frisse spirit. De liedjes en ook het totaalgeluid van Baby 81 zijn minstens zo sterk, zo niet sterker dan die van de eerste twee cd's. "Took Out A Loan" doet als vanouds weer aan Jesus & Mary Chain denken en single "Weapon of Choice" begint dan weliswaar akoestisch, maar barst uiteindelijk gewoon bijna uit zijn voegen van de gecomprimeerde hoeveelheid energie die BRMC in de drie minuten die het nummer duurt gestopt heeft. Zalig. Fijn is ook dat ze af en toe toch nog wat poppy uitstapjes maken, zoals in "Window" en het ruim negen minuten durende en hypnotiserend doordreinende "American X". Kan me voorstellen dat sommigen daar wat minder blij mee zullen zijn, ik vind het een verrijking van het geheel.
File Under: Weapon of Choice
File Audio: [Join the Club]
Dextro - Consequence Music
Feiten
Ewan Mackenzie. Falkirk, Schotland. Dextro. Debuut (na ep). Grönland.
Gevonden vergelijkingen
Sigur Ros. Mogwai. Boards of Canada. My Bloody Valentine. Brian Eno. Neu. Philip Glass. Ulrich Schnauss. Nathan Fake. Four Tet. Lemon Jelly.
Wat dacht ik zelf?
Ik wil op de bank liggen. Ik wil nadenken over de dingen. Ik wil mijn lief bellen. Wil ik wel vaker als ik belletjes hoor. Pavlov. Als hij er is. Wat zou hij trouwens aan het doen zijn? Goh, ik vergeet de plaat, maar hij draait nog gewoon zijn rondjes. Mooi zo. Fijne muziek. Om bij te denken en te doen. Maar ook om naar te luisteren. Er gebeurt veel meer dan je denkt. (Altijd.)
Titelverklaring
Geen idee. Misschien omdat het een product is van ruim een half jaar keihard, en consequent werken aan dit album in totale afzondering.
Wat ik heb gedaan tijdens het draaien van deze plaat?
Denken over grote en kleine dingen. Me afgevraagd waarom dagdromerige luisterelektronica toch geen lounge is, tenminste niet de lounge die de lounge in hoogtijdagen was.
Hoe goed is deze plaat?
Best wel goed. Laten we zeggen, acht uit tien.
Maak ik me er gemakkelijk van af?
Nee. Soms zoek ik naar nieuwe manieren om een stukje van 250 woorden vorm te geven. Doen muzikanten toch ook? Zoeken naar manieren om hun stukjes vorm te geven. Ewan Mackenzie in elk geval wel. Hij maakt zich er ook niet gemakkelijk van af. Denk wel dat hij nog beter kan. Zoals heel veel mensen altijd nog beter kunnen.
Aantal woorden
252
File Under: Mooie, dagdromerige luisterelektronica
File Audio: [Hele plaat en meer]
File Video: [Hearts and Minds][Atman]
File Audio: [Patience means self-suffering]
Lavender Diamond - Imagine Our Love
Hoewel zangeres Becky Stark maatjes schijnt te zijn met Devendra Barnhart en consorten, heeft ze niet veel met hem gemeen dan een goed gevoel voor theater. Haar begeleidende en volgens de hoesfoto in strakke zwarte pakken gestoken trio doet zijn best om een warme en aards klinkende deken te produceren waarin ze haar stem kan wikkelen. En het is haar stem die ongetwijfeld de scheidslijn trekt tussen fans en haters. Mocht Lavender Diamond per ongeluk de hype van deze zomer worden (wat zomaar zou kunnen), dan is het Becky Stark die het verschil gaat maken. Het klinkt paradoxaal, maar haar stem klinkt bij tijd en wijle zo zuiver, dat het lijkt of ze vooral erg vals aan het zingen is. De tracks zijn alle twaalf mooi afgewerkt en zijn gearrangeerd als een soort Belle & Sebastian-in-huiskamer-samenstelling. De teksten missen wel het venijnige sarcasme waar deze Schotten zo goed in zijn. Wat verder niets zegt over de kwaliteit: 'I'll never stop a bullit, but a bullit might stop me. I'll never drink the ocean, but the ocean might drink me'. Zo neergeschreven lijkt het larmoyant, maar in de behandeling van Becky Stark en consorten levert het een folky, met violen opgetuigd diamantje op. Dat bovendien perfect en schijnbaar licht verkouden, naar grote hoogten gezongen wordt.
File Under: Jaarlijstjesvoer
File Audio: Audiostream
Wilco - Sky Blue Sky
De nieuwe cd van Wilco is een verrassende. Voor mij wel in ieder geval. De laatste twee studio-cd's van Jeff Tweedy en zijn mannen kun je met een beetje goede wil scharen onder het kopje experimenteel. Op Sky Blue Sky is dit geluid als sneeuw voor de zon verdwenen. Nee, dat is geen reden om te grienen, want onder dat pak sneeuw blijkt een mooi groen gazonnetje te hebben overwinterd. Sky Blue Sky grijpt terug naar de jaren zestig en zeventig. Naar een geluid dat je ergens tussen Neil Young en The Eagles moet zoeken. Eigenlijk ontbreken alleen de meerstemmige koortjes nog om het beeld compleet te maken, al komen die in "You Are My Face" ook nog eens langs. Hoe deze verandering tot stand gekomen is? Nou, het zou kunnen komen doordat het de eerste studio-cd is met gitarist Nels Cline in de gelederen. Of doordat studiowizard Jim O'Rourke zich, in tegenstelling tot Yankee Hotel Foxtrot en A Ghost Is Born, bijna niet bemoeid heeft met deze cd. Maar ik vermoed dat het vooral komt doordat Jeff Tweedy veel beter in zijn vel zit. Hij heeft de pijnstillers afgezworen en zijn panic disorder onder controle. Dat heeft geleid tot een meer relaxed opnameproces. Dat hoor je op een aangename manier terug aan de liedjes op Sky Blue Sky. De eerste paar luisterbeurten vond ik ze zelfs een beetje te relaxed. Maar daarna ging me pas opvallen hoe geweldig bijvoorbeeld het gitaarwerk van Jeff Tweedy en vooral Nels Cline is op deze cd. In enkele liedjes ("Impossible Germany" is hiervan een goed voorbeeld) hangt Pat Sansone ook nog eens zijn gitaar om en dan is het helemaal om van te likkebaarden. Als je jouw band met de inzet van drie man op gitaar nog steeds cool and at ease kunt laten klinken dan moet je wel een grote zijn. Dat dit voor Jeff Tweedy geldt, wisten we natuurlijk al lang, maar met Sky Blue Sky bewijst hij het voor de zekerheid nog maar eens.
File Under: Wilco goes back in time
File Audio: [Helemaal gestreamd]
Roots of Heaven VIII
In de hemel met Rosie Thomas
Eerlijk is eerlijk, ik kom wat laat binnen bij Roots of Heaven VIII. Maar, daar heb ik een goede reden voor. De Grand Prix van Spanje is immers voor het eerst sinds de moderne mensenheugenis wel boeiend en interessant, dus kijk ik eerst even de Formule 1 race uit voordat ik koers zet naar de Patronaat. Even over vieren betreed ik de kleine zaal, waar Duane Jarvis het festival aftrapt. Alonso, Massa en collega's zijn uit het systeem, de aandacht is nu gericht op alt.country, singer-songwriting en meer van die dingen.
Wooden Tit - Return To Cinder
Het is lang geleden dat ik achter het stuur van een auto zat. Vandaag moet ik echter naar een bijeenkomst op een plek die slecht per openbaar vervoer te bereiken is. Onderweg valt het me op hoeveel kilometers aan muur er langs de snelweg staat. Er is allereerst een muur langs die belachelijk Betuwelijn en verder lijken er steeds meer geluidsschermen te staan. Als er dan stukken vrij zijn verrijst er wel weer een lelijk industrieterrein of kantorenpark. Nee, Nederland wordt er niet mooier op. In de cd-speler zit het eerste album Return To Cinder van het Amerikaanse Wooden Tit, een band opgebouwd rond Don Howland (Gibson Bros en Bassholes). Howland en zijn band bouwen ook een muur. De muur is echter niet dicht. Er tussendoor herken je de muzikale invloeden uit de zestiger jaren als Cream, The Stooges en The Who, maar ook latere gitaarbands als Pixies, Sonic Youth en Pearl Jam. Wooden Tit is een bluesy psychedelische gitaartrio waarbij als basis is gekozen voor het klassieke drietal: gitaar (en zang), bas en drums. Dit wordt dan uitgebreid met een drummer die ook klarinet speelt. Dit past wonderwel prima tussen de schijnbaar chaotische herrie van bandleden die allen hun eigen weg gaan, maar dat in een liedje toch weer, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, bij elkaar komen. Naast eigen materiaal is er ook plaats voor twee prettig verbouwde covers: "Street Waves" (Pere Ubu) en "Broke Down Engine" (Ralph McTell). Op mijn bestemming aangekomen bekruip me het gevoel dat ik de Nederlandse ruimtelijke ordening begin te haten. Zou ik dan toch eens naar Amerika moeten gaan?
File Under: Uit muziekhistorie iets nieuws bouwen.
File Audio: [My Space]
Jean Paul Rena & Terrawheel
Jean Paul Rena & Terrawheel is de band rond de Haagse zanger/gitarist Jean Paul "Rena" Verdijk. Muzikaal zit het helemaal snor met de blues van deze band. Variërend van rauwe boogie á la Michael Katon, een ingetogen instrumental ("Torre's Walk") tot opmerkelijke covers van Muddy Waters' "Hoochie Coochie Man" en Jimi Hendrix' "Voodoo Chile" is hier een band te horen die live waarschijnlijk een feestje is om aan het werk te zien. De sobere maar warme productie van Henk Koorn (Hallo Venray) past uitstekend bij deze band. Regelmatig wordt bij Terrawheel de vergelijking getrokken met Stevie Ray Vaughan, maar het geluid doet mij vaker denken aan voornoemde Michael Katon en de bluesy tracks van Ted Nugent. Ook bepaald geen misselijke namen, en deze band verdient die vergelijking volledig. Niettemin is er één ding wat me mateloos blijft irriteren: de manier waarop Jean Paul Rena probeert een authentiek Amerikaans accent te imiteren. Iets minder overdone had het stukken natuurlijker geklonken. Voor mij doet het stevig af aan de kwaliteit van een verder magnifieke blues-cd.
File Under: Smakelijk blues met iets minder smakelijk accent
Calla - Strength in Numbers
Collisions, de vorige cd van Calla, is vorig jaar compleet langs me heen gegaan. Ik heb wel een idee waarom. Ik vrees dat het domweg komt doordat er hier zo veel cd's om te beluisteren op de deurmat vallen. Dan mis ik nog wel eens een nieuwe cd mis van een bandje waar ik de vorige cd koel van vond. Dat geldt zeker voor Calla. Het duurde even voordat Televise, hun derde cd me veroverde, maar daarna behaalde deze zelfs bijna mijn jaarlijstje. Gelukkig kon ik Strength in Numbers, de nieuwe cd van Calla moeilijk missen. Deze plofte namelijk in tegenstelling tot Collisions wel op mijn deurmat. Gelijk bij het eerste, traag pompend voortslepende nummer "Sanctify" voel ik me weer thuis in het huis van een oude bekende. Het nummer is misschien wel wat gemakkelijker dan het gros van de tracks op Televise en doet me een beetje denken aan Matt Johnson's The The. Dat deert verder niet, want die waardeer ik zeer. De ingetogen fluisterzang van Aurelio Valle kriebelt in de rest van de nummers ook weer aangenaam aan je trommelvliezen, al gaat hij wel wat vaker los dan op Televise. Muzikaal gezien is Strength in Numbers verder ook een logisch vervolg op die cd. Ik heb het idee dat als Calla de kans zou krijgen om meer gehoord te worden, dat er echt wel een markt voor ze is. Dit lukte tot op heden echter nog niet heel erg. De switch naar Beggars Banquet die bij voorganger Collisions plaatsvond, zou wat dat betreft een gouden zet kunnen zijn. Want voor wie bands die ook op dat label resideren zoals Devastations en Tindersticks kan waarderen, is het nu een kleinere stap naar om datzelfde gevoel bij Calla te krijgen. Ik hoop dat het ze lukt.
File Under: Welkom terug, oude vriend
File Audio: [Hier]
Mad Caddies - Keep It Going
De afgelopen tien jaar zijn er heel wat artiesten de pijp uit gegaan en bands opgedoekt. Er waren er best een paar waar ik behoorlijk van ondersteboven was. Toch hadden de meesten hun belangrijkste ding al gedaan en was hun cirkel al redelijk rond. Eén van de mannen die zijn mooiste werk zonder twijfel nog wel voor zich had liggen was Bradley Nowell, frontman van het uit Long Beach afkomstige Sublime, overleden in 1996 aan een overdosis. Een paar geweldige EP's en één postuum verschenen langspeler, veel meer omvat zijn oeuvre niet, maar allemachtig wat is het goed. Het blijft eeuwig zonde dat we nooit meer zullen merken hoe mooi het nog had kunnen worden. In plaats daarvan moeten we het al tien jaar doen met een aantal mindere goden die zichzelf hebben opgeworpen als vulling van het gat. Mad Caddies is één van deze opvolgers en naarmate de jaren vorderen kruipt het vijftal steeds dichter naar het Sublime-geluid toe. Waren de vorige vier cd's af en toe nogal punkig en rauw, op Keep It Going is definitief gekozen voor de (stevige) ska en reggae. Dat levert in ieder geval een lekker vrolijk en zeer makkelijk in het gehoor liggend resultaat op. De alom aanwezige trombone en trompet zorgen soms voor een sfeervolle toevoeging, maar sturen de liedjes in veel gevallen erg nadrukkelijk richting carnavalskraker. Je ziet de handjes als het ware al op de schouders geplaatst worden voor de polonaise. Tijdens de meer subtiele nummers ("Reflections", "Lay Your Head Down", "Souls For Sale" en zo nog een paar) is de vergelijking met Sublime onmogelijk te negeren. Op die momenten word ik er nog eens pijnlijk aan herinnerd dat een schijnbare één op één kopie nog lang niet zo goed hoeft te zijn als het origineel. Maar ach, slecht is het allemaal zeker niet,en dus kan ik best genieten van Keep It Going, maar moet ik af en toe stiekem toch denken aan al wat had kunnen zijn.
File Under: Vermakelijke en vrolijke zomerska
File Audio: [State Of Mind][Tired Bones]
Jeremy Warmsley - The Art Of Fiction
Of over de tegenwoordige doorlooptijd van platen. Want hoe vaak gebeurt het nog dat een plaat zo lang zijn rondjes blijft draaien, omdat je er geen genoeg van krijgt? Alleen de platen uit mijn jaarlijstje van dit jaar zijn platen die uit de grote hoop zijn overgebleven en nóg staan ze meer in de kast dan dat ze eruit komen. Het kunnen bezitten van zo veel muziek maakt mensen hongerig en minder geconcentreerd. Hoe moeten platen nog groeien? Gelukkig hoef ik platen meestal niet zo lang te laten groeien, mijn smaak betreft vooral de fijne, blije popmuziek die je raakt of die je niet raakt. Simpel. Jeremy Warmsley raakt me hier en daar, maar deze plaat komt niet in mijn jaarlijstje en zal niet blijven hangen, maar dat maakt de plaat niet slecht. Aan mij de taak om de mensen ervan te overtuigen dat deze plaat best wel de moeite waard is, dat ie niet per se in je kast hoeft te blijven staan en dat het Jeremy enorm gegund is om een groot ster te worden. Vergelijkingen met Patrick Wolf zijn niet van de lucht en daar zit wel wat in - bovendien, hou je van Patrick dan vind je Jeremy ook leuk en je hebt niet twee dezelfde platen in de kast staan -, maar Jeremy is veelzijdiger in de afwisseling binnen en tussen liedjes en een minder begenadigd zanger, wiens stem hier en daar doet denken aan de zanger van de Mystery Jets, die zijn gebrek aan talent moet compenseren met melodieën, instrumentarium en verrassende elektronische oplossingen. Soms baal ik van de doorlooptijd die ik mijn platen geef. Jeremy moet een eerlijker kans krijgen dan ik hem tot nu toe heb gegeven, want eigenlijk heeft hij een geweldige, hedendaagse popplaat gemaakt die me veel meer raakt dan hier en daar.
File Under: Patrick Wolf, maar dan anders en minstens zo leuk
File Audio: [Op de eigen flashsite]
File Video: [Filmpjes op de Flashsite][En op YouTube natuurlijk]
File Audio: [Ja!]
The Spacious Mind - Gentle Path Highway
Er is maar één goede manier om spacerock te maken: lang, heel lang dooooorgaaaaan op hetzelfde akkoord, en dan maar spelen met dynamiek en delay. Van glad en proggy (Ozric Tentacles) tot ruw, vies en overstuurd (Acid Mothers Temple), iedereen doet het in de ruimterockwereld. Klinkt simpel, is het echter niet. Doorspacen op dezelfde noot wordt al heel snel saai voor de luisteraar. Niet voor de muzikant; die amuseert zich wel, lekker jammen met zijn maten, vette joint erbij, beetje egotrippen met het delaypedaaltje. Heerlijk. Voor de luisteraar wil dat nog wel eens lange zit worden, je moet er maar net "in" kunnen komen. Waarom het de ene band lukt en de andere niet? Wie het weet mag het zeggen. The Spacious Mind lukt het duidelijk wel. Wat heet, dit is een van de beste spacerockplaten die ik in tijden heb gehoord! Ingetogen en verstild of hard en wild: maakt niet uit, The Spacious Mind doet het voor je. Uitgesponnen en hypnotiserend rocken ze hele ruimte door, daarbij nogal eens refererend aan krautrockers anno 1970, of de Pink Floyd van drie jaar daarvoor. Bepaald niet verkeerd, en dan druk ik het zacht uit. En of het nummer (we spreken hier niet van liedjes of songs) nu 7 of 17 minuten duurt doet er weinig toe, het gaat hier om de sfeer van sterrenlicht, suizend door ruimtenevelen, de paddo's doorgevend aan de dichtbijzijndste E.T. die je kon vinden, om samen heerlijk door te trippen en misschien wel samen een jammetje neer te leggen op buitenwereldlijke instrumenten. Dat effect heeft The Spacious Mind, en dat is precies wat een goede spacerockband moet doen. Zeer coole plaat, dit.
File Under: Live long and prosper
File Audio: [Hiero]
Knight Area - Under a New Sign
Under A New Sign begint met met fluitende wind, waarna er een toetsenintro inzet dat direct doet denken aan het Marillion uit de Fish-tijd. Als dat zoals hier uitstekend wordt uitgevoerd, is dat ook niet erg. Wanneer een fluitachtig geluid klinkt luister ik nog eens extra goed. Verdomd, dit is niet fluitachtig, dit is gewoon een dwarsfluit! En jawel, deze Nederlandse zevenmansformatie, Knight Area heeft een heuse fluitist in de gelederen. Op het album wordt trouwens ook de hulp ingeroepen van een aantal anderen, waaronder een cellist. Altijd prettig wanneer progmuzikanten niet hardnekkig álles uit een synthesizer blijven halen. Speciale vermelding voor toetsenist/componist Gerben Klazinga, die ook de productie verzorgde. Het geluid is loepzuiver en perfect in balans. Compositorisch zit het prima in elkaar, maar op de meeste songs is duidelijk hoorbaar dat Marillion, Arena en aanverwante vroege prog de belangrijkste invloeden zijn geweest voor Klazinga. Ook al barst dit album niet van de originaliteit, de uitvoering en het geluid maken het niettemin een genot om het te beluisteren. Iets meer eigen stijl en Knight Area is helemaal klaar voor het buitenland.
File Under: Hollandse prog met internationale allure
File Audio: [A Different Man, pt 2] [Dreamweaver] [Under A New Sign]
File Video: [Exit L.U.M.C. (live)]
Sacred Cowboys - Cold Harvest
Ik weet dat het moeilijk is om een naam voor een band te verzinnen en het is helemaal niet uitgesloten dat meerdere bands met dezelfde naam op de proppen komen. Zeker als beide bands op verschillende continenten leven. Verwarrend is het echter wel. Het probleem wordt vaak opgelost doordat een van de twee bands hun naam verandert door er iets voor of achter te zetten. In het geval van de Sacred Cowboys is dat niet gebeurd. Dit stukje gaat over de nieuwe cd van de Australische Sacred Cowboys en niet over de Amerikaanse Sacred Cowboys. Garry Gray is de frontman van de Australische Sacred Cowboys, een band die al aan zijn derde leven toe is. De band werd voor het eerst opgericht in 1982 en bestond slechts een paar jaar maar kreeg een doorstart in 1987. Ditmaal duurde het avontuur tot 1992. De song "Hell Sucks" uit 1990 verscheen in 2005 op een Australische compilatie en waarschijnlijk zag Garry Gray daarin een teken om het nog een derde maal te proberen. Ook dit keer kreeg de band op Gray na, weer een compleet nieuwe bezetting. Het resultaat van deze nieuwe versie van Sacred Cowboys is de cd Cold Harvest die verscheen op een label in Baskenland. Nu moet ik eigenlijk ook nog iets over de muziek van Sacred Cowboys schrijven. Die muziek zegt me weinig; de nummers zijn wel aardige rocksongs maar meer ook niet. Het klinkt soms enigszins als de evenzo Australische The Saints en Midnight Oil. Op het overbodige "Down To The Lord" laat Gray horen dat hij 'in de Heer' is, het leukste nummer "Psyche Out" probeert het tempo van 'The Devil Went Down To Georgia' bij te houden en afsluiter "Bangkok" is een wat mij betreft overbodige cover van Alex Chilton.
File Under: Things To Come
Travis - The Boy with No Name
Maandag begon het (eindelijk!) met bakken te stortregenen en opeens snapte ik Travis veel beter. Ik associeer Travis namelijk met water. De achterkant van hun doorbraakalbum The Man Who uit 1999 werd al gesierd door een rivier, "Why does it always rain on me?" spreekt voor zich en ook bij "Driftwood" en "Writing to reach you" verbeeld ik me altijd een rivier met uiterwaarden. Ook Travis' jongste plaat - in tegenstelling tot het vorige, mindere 12 Memories gewoon weer geproduceerd door mijn held Nigel Godrich - appelleert weer volop aan water. Fran Healy is vader geworden en zingt zijn pasgeboren zoontje toe met "Welcome in, welcome in, shame about the weather". Ach, moet ik eigenlijk inhoudelijk iets zeggen over Travis? Dit album zet keurig de lijn voort van The Man Who en The Invisible Band (waarom heb ik die tweede eigenlijk nooit op cd gekocht?), alsof de band nooit tegenslag of een mindere periode heeft gehad. Er staat van voor tot achter geen slecht nummer op en het lijkt me heerlijke muziek om zelf op je akoestische gitaar na te spelen. Luister vooral eens naar "My Eyes" en "Closer". Als kritiek op dit album zou je kunnen aanvoeren dat het allemaal zo volkomen voorspelbaar en veilig is, dat continuïteit teruggang zou zijn, dat Travis ongeveer even vernieuwend is als Garfield (overigens, wist je dat Jon tegenwoordig aan de vrouw is?) of dat de stilte tot de hidden track zo saai is - kortom, een hoop gezeur om niks, want dit is gewoon een prima plaat. Deze ga ik, net als The Man Who, de komende jaren nog vaak opzetten.
File Under: The Man Who, Beyon' It (poging tot een anagram)
File Audio: [Hele album]
File Video: [Een nieuwe dimensie aan supermarktmuziek]
BJ Baartmans - Verwant
Op zijn vorige cd Verpand zong BJ Baartmans na een flink aantal Engelstalige cd's voor het eerst zijn liedjes in het Nederlands. Dat beviel mij uitstekend. Het was niet zo dat ik zijn Engelstalige Where Do Lovers Go niet goed vond, maar het leek op Verpand wel alsof alle stukjes op zijn plek vielen, met als resultaat een prachtige Nederlandstalige roots-cd. Het is Baartmans blijkbaar zelf ook goed bevallen, dat zingen in zijn moedertaal. Zijn nieuwe cd Verwant is er namelijk wederom een in het Nederlands. De hoes is een knipoog naar de titel en de hoes van zijn vorige cd, Verpand. Qua liedjes is Verwant ook een logisch vervolg op deze cd. Dat vind ik totaal geen probleem, want het hese stemgeluid en smaakvolle gitaarwerk van Baartmans gaan mij niet snel vervelen. Geinig is dat Baartmans er wederom voor gekozen heeft een liedje van hemzelf te bewerken. "Little I Can Have", dat oorspronkelijk op zijn cd No Soap stond, heet nu "Euforie". Dit is duidelijk de finale versie. Dit liedje, met alleen maar Baartmans en zijn akoestische gitaar, is één van de mooiste momenten van Verwant. Sowieso geldt voor de nummers van Baartmans dat hoe schaarser de begeleiding is, des te mooier ik ze vind. Een liedje als "Fundamentalist" (met springerig om aandacht vragend toetsenwerk) raakt mij veel minder dan bijvoorbeeld "Verpand", waarin de piano en Fender Rhodes van Mike Roelofs zich bescheiden opstellen. En inderdaad, dat laatste nummer stond ook op de vorige cd, maar dit is de bandversie. Deze nieuwe heet natuurlijk niet voor niets Verwant ...
File Under: Charmant
The Bent Moustache - Forst
Bandjes, Nederlandse bandjes: ik doe mijn best om de ontwikkelingen goed bij te houden. Zo had ik al vernomen dat The Bent Moustache, waar ik het nu dus over ga hebben, indruk maakte op het podium. Naast een single begin 2006 verscheen er op de eerder door mij besproken Subbacultcha!-verzamelaar reeds "On Leaving The World Tonight" van ze. Nu is dit nummer op het debuutalbum Forst van de Krommeniese band terug te vinden alsmede de single als bonus. Dit stukje begon ik echter met de suggestie dat het een Nederlandse band is. Dit klopt niet helemaal, want naast Pim Heyne (van de Kift) zijn de twee andere muzikanten, Ajay Saggar en Wilf Plum (beide ex-Donkey) geboren in respectievelijk Manchester en Edinburgh. Het trio opereert echter vanuit Nederland waarbij gezegd moet worden dat Heyne live vervangen wordt door een andere Schot. Het album Forst is echter in de studio (dus met Heyne) opgenomen. The Bent Moustache heeft duidelijk iets met de tachtiger jaren, want de opgefokte Britse invloeden van The Fall, The Smiths, en The Clash zijn vanaf de opener duidelijk aanwezig. Er is echter ook rust in de vorm van dub, zoals The Good, The Bad and the Queen die onlangs ook gebruikte. The Bent Moustache klinkt echter niet als een make-over, maar is origineel in het resultaat. De energie hoef je als luisteraar trouwens niet op te sparen, want die kan prima zijn weg vinden in een dansje. De prachtige foto's op de inlay konden wel eens in Canada en Amerika genomen zijn waar de band begin 2007 als voorprogramma van Sebadoh toerde. Saggar was geluidsman bij Dinosaur Jr waar Lou Barlow deel van uit maakt. Ik denk niet dat ik teveel zeg dat wij met Frost een nieuwe club in de eredivisie van de Nederlandse alternatieve muziek hebben, al zou het mij niet verbazen dat er meer landen azen op deze nieuwkomer. Amerika had bijvoorbeeld voorrang bij deze release.
File Under: Ontdekking van het jaar
File Audio: [The Bent Moustache @ My Space]
The Twilight Sad - Fourteen Autumns & Fifteen Winters
Ik haalde alweer tijden mijn schouders op bij het horen van post-rock-bands, tot ik vorig jaar aangenaam werd verrast door Progress Reform, het debuut van het Engelse iLiKETRAiNS . Hun gebruik van post-rock-crescendo's in keiharde, maar toch melancholische popliedjes, was voor mijn gevoel echt verfrissend. Het Schotse kwartet The Twilight Sad zit in de slipstream van hun buren en niet alleen dankzij een songtitel als "I'm Taking The Train Home". Ook zij kunnen behoorlijk hard uit de hoek komen en verliezen tegelijkertijd het liedje niet uit het oog. Vocaal gezien is het wel een heel ander verhaal, hier geen imitator van Ian Curtis. James Graham zingt een heel stuk hoger en zijn Schotse accent heeft ook iets liefs, bijna vrolijk zelfs. (Al zijn de teksten dat natuurlijk bepaald niet) Het bijgesloten biografietje geeft de makkelijkere vergelijkingen braaf zelf al: Mogwai ontmoet Arab Strap. Bijzonder is het gebruik van een accordeon, bijvoorbeeld aan het einde "Walking For Two Hours", wat de muziek een apart tintje geeft. Wel jammer dat tegen het eind van de plaat de accordeon in een vergelijkbaar liedje op dezelfde plek opduikt. Toen was de inspiratie zeker op. Tot die tijd is die echter zeer zeker wel aanwezig. Mijn favoriete nummer is "And She Would Darken The Memory", een meeslepend nummer van stadion-allure, waar af en toe een Amerikaanse indierock-melodie opduikt. Het zijn die kleine surprises die Fourteen Autumns & Fifteen Winters de moeite waard maken.
File Under: Grote gebaren voor een groeiend publiek
File Audio: [Twilight-Space]
Whip - Blues for Losers
Bestaat er eigenlijk wel zoiets als blues voor winners? Dat vroeg ik me af bij het lezen van de titel van de nieuwe cd van Whip. Vast wel, maar die blues is vast niet zo intens als de blues voor losers die Whip laat horen op zijn nieuwe, derde cd. Whip is Jason Merritt (ook de belangrijkste man in Timesbold) en hij is volgens mij een fascinerende man. Een man die in de ultrakorte bio op zijn site schrijft dat 'ie in twee dingen goed is: luisteren en stelen. En dat hij geen hobby's heeft. Blijkbaar ziet hij muziek maken als zijn professie. Ik hoop voor hem dat hij ervan kan leven. Dat hij goed kan luisteren, dat wordt wel duidelijk als je luistert naar Blues for Losers. Verdorie, wat heeft deze man een subliem gevoel voor detail. Het zijn vrijwel allemaal intieme, treurige americana-liedjes, maar in die op het eerste gehoor kale songs zitten bizar veel fraaie details verwerkt. Dat blijkt wel uit de opsomming van gebruikte instrumenten; Whip noemt ze zelf ingrediënten. Die is qua lengte (één bladzijde van het cd-boekje) meer die van een symfonische rockgroep die van God los gegaan is in de studio. Qua inhoud (Egg, Fish, Beer Bottles, Paper Bags, Whipping Belt, Incense Box, Neighbor Hammering) is deze echter duidelijk die van een zonderlinge droefsnoet. Het zijn deze details in combinatie met de getormenteerde stem van Merritt, die de liedjes op Blues for Losers tot ruwe diamanten maakt en die, als je er voor open staat, het kippenvel op je armen doen staan. Bij gebeurde dat in ieder geval volop.
File Under: Droefsnoet met oog voor detail
File Audio: [WhipSpace is ook TimesboldSpace]
Do-The-Undo
Het gaat om de fonetiek
De band van Anne Soldaat is druk bezig met soundchecken als we binnenkomen in de Hedon in Zwolle. De eerste 'herkenbare' klanken zijn te horen en in afwachting zoeken we een plekje aan de bar. Dan is het eindelijk zover. We lopen backstage, door de keuken de trap op en kloppen op aanwijzing van een medewerker aan bij Anne Soldaat, voorheen gitarist bij Daryll-Ann en nu frontman bij zijn eigen band, Do-The-Undo.
Hij doet open, verontschuldigt zich voor zijn ongestreken blouse, stelt zich voor en biedt ons een stoel aan. De op ons wat terughoudend overkomende man van 41 jaren jong, die zich toch tot de beste gitaristen van Nederland mag rekenen, pakt er nog even rustig een biertje bij en zegt, 'brand maar los.'
Toffe Haan - Best Tof
Het is een obscuur hoekje in de Nederlandstalige popmuziek. Nederlandstalige feestbands met een folky repertoire met een noveltyhitje. Velen kennen alleen dat hitje, maar als je in studentenmilieus een willekeurig moppie Pater Moeskroen, Pé Daalemmer en Rooie Rinus, Band zonder Banaan of Fratsen laat vallen, dan zijn er altijd wel een paar die meezingen. Vaak hebben deze bands vooral een grote aanhang in de regio waar ze vandaan komen. Ten tijde van de doorbraak van Acda en De Munnik zijn we dat cabarock gaan noemen. En die laatste band is eigenlijk ook de enige in het genre die doorgebroken zijn naar het grote publiek. Van boven genoemde bands was ook opvallend dat ze heel veel optraden. Geen (lokaal) festival was compleet zonder een feestende cabarockband en dat was eigenlijk ook de plek waar de meeste cabarockbands tot hun recht kwamen. En ik hoop, eerlijk gezegd, dat dit ook geldt voor Toffe Haan. De honderd optredens hebben ze in drie jaar tijd al vol gemaakt, maar als ik naar debuut Best Tof luister, dan vraag ik me af welke andere nummers ze daar dan spelen. Want van Best Tof word ik best droevig. Eenvormige nummers, de obligate teksten en vooral een matige zang. De opbouw is iedere keer het zelfde en na vijf nummers ga je je al afvragen of je het nummer niet al eerder gehoord hebt. Ik vind het ook erg moeilijk om een hele cd uit te zitten. Nu hebben alle bands in het cabarock genre met vallen en opstaan een carrière weten te bewerkstelligen, maar voor Toffe Haan geldt: huur eens een componist in die niet iedere keer dezelfde melodielijn gebruikt en denk nog eens goed na over de teksten. Misschien dat het dan na tweehonderd optredens wat wordt...
File Under: Nog lang niet tof genoeg...
The LoveCrave - The Angel And The Rain
Het eerste dat mij direct opvalt aan de debuutcd van The LoveCrave is de zeer netjes verzorgde digipack uitvoering. Met een afbeelding die de stijl van het album (vermoedelijk) gelijk verraadt. Het tweede dat mij opvalt is dat The Angel And The Rain reeds in oktober 2006 is uitgebracht, maar nu pas haar weg naar mij heeft weten te vinden. En het is erg jammer dat dat niet eerder is gebeurd, want dit is een verdraaid lekker schijfje. De muziek van deze Italiaanse band kan rustig onder het brede kopje van gothic music worden geschaard. Geïnspireerd door uiteenlopende bands als Iron Maiden en Depeche Mode en een wereld als in Blade Runner brengen ze een muzikale mix die ergens tussen Satyrian, Inkubus Sukkubus en Asrai in ligt. In net geen drie kwartier komen de tien nummers langs die gitarist Tank Palamara samen met zangeres Francesca Chiara schreven. In de band worden zij bijgestaan door drummer Iakk en bassist Simon Dredo. Bijzonder is dat Francesca alle nummers vervolgens verwerkte tot het verhaal The Angel And The Rain, met een rol voor haar 3D alter ego Rain. Het verhaal staat netjes samen met de lyrics in het boekje afgedrukt, een hele aardige bonus. Neem daarnaast de pakkende nummers, de vleugjes heavy metal, de pianopartijen en ook nog eens de uitstekende productie en dat maakt dit tot een echte aanrader voor liefhebbers van dit genre.
File Under: Deze engel en regen hadden mij wel eerder mogen bezoeken
File Audio: [Vier nummers @ Myspace]
Alan Morse / Daryl Stuermer
"Even on my favorite records I'm just waiting to get through the vocals to get to the good part - the raging guitar solo! I didn't want to waste my energy on some pesky vocals", aldus Alan Morse. Dat zal z'n Spock's Beard-collega Nick D'Virgilio leuk vinden, nadat 'ie zo zijn best heeft gedaan om broertje Neal Morse als zanger te vervangen. Vervolgens zegt hij "I got to do it exactly the way I wanted it, didn't have to fight for bandwidth with 82 tracks of Mellotron and B3." Hij heeft begripvolle bandleden, want D'Virgilio en Sakamoto spelen vrolijk een mopje mee op zijn solo-album Four O'Clock And Hysteria. Een instrumentaal album uiteraard, met veel ruimte voor gitaar, gitaar en nog eens gitaar. En eerlijk is eerlijk, je hoort ook dat hij meer ruimte had dan op Spock's Beard-platen. Compromissen sluiten was nu eenmaal niet nodig en lekker jammen is in een progband meestal niet zo makkelijk. En geef 'm eens ongelijk. Waarom zou je nog een solo-plaat maken als je daarop hetzelfde doet als bij je bandje? Er komen heel wat stijlen voorbij. Of beter gezegd: er komen heel wat verfusionde stijlen voorbij. Fusion met een bluessausje ("R Bluz), fusion met een funksausje ("Dschungel") of fusion met een progsausje ("The Rite Of Left"). Mij deed het vaak denken aan de Major Impacts-cd's van nog weer een andere Morse, Deep Purple's Steve. Of het per definitie iets is voor de Spock's Beard-fans waag ik te betwijfelen, maar wie van verzorgde fusion houdt moet hier zeker eens naar luisteren.
Ook Daryl Stuermer heeft zich aan een solo-album gewaagd. Hoewel, gewaagd, dit is alweer z'n negende, dat is amper een gok te noemen. Toch zullen weinig mensen weten wie Daryl Stuermer is terwijl ze 'm vast ooit aan het werk gehoord hebben: hij maakt al jaren deel uit van de tourbands van Phil Collins en Genesis. Ook Stuermer is op dit instrumentale album vooral met fusion bezig, zij het in iets rockier songs. Denk aan de rustige Joe Satriani of Ian Chrichton. Toch doet dit album me minder dan dat van Alan Morse. Waar Morse nog lekker loos gaat op sommige songs, is dit album me net iets te clean. Knap gespeeld, zeker. Goede instrumentals, zeker. Gevarieerd ook. Maar hij verliest op punten van Alan Morse.
File Under: Morse jamt er lustig op los
File Audio: [MorseSpace]
File Daryl Stuermer - Go!
File Under: Verliezer op punten
Charlotte Hatherley
'Ik doe geen concessies aan wat ik zelf betaald heb en tevreden over ben'
Charlotte Hatherley maakte drie albums met Ash, toerde de halve wereld rond met die band, maar had het gevoel dat ze haar ding wel gedaan had daar. Daarom stapte ze in januari 2006 uit Ash. Zonder dat daar overigens een ruzie aan vooraf ging. Ze mailt nog regelmatig met de drie andere leden, maar gezien heeft ze haar oude makkers al een jaar niet. Haar nieuwe, tweede solo-cd The Deep Blue verscheen vorige week. De cd heeft een opvallende hoes met Charlotte waarop half onder water ligt met haar gezicht. Een vredig rustig gezicht, want je ziet gelijk dat het zeker niet de bedoeling is dat ze dood lijkt.
Charlie Dée - Love Your Life
De spiegel van de kapper zie ik nooit meer, kortwieken laat ik aan mevrouw over. De betere bladen lees ik hierdoor ook zelden. Was ik maar wel naar de kapper gegaan, dan had ik geweten dat Charlie Dée op haar nieuwe plaat Love Your Life over zichzelf zingt in de liedjes die vol staan met verwijzingen naar verbroken relaties. Nu vroeg ik haar bij het interview hoe haar man haar 's morgen noemt bij het ontwaken, omdat het me maar raar leek zo'n artiestennaam. Raar genoeg gaf zij er ook gewoon antwoord op. Misschien vond ze het ook wel fijn dat er eens iemand niet over die echtscheiding begon, maar gelijk over de muziek. Dat namelijk was wat mij veel meer boeide aan Love Your Life dan haar teksten. Deze nieuwe cd is namelijk een kleine aardverschuiving qua geluid ten opzichte van Where Do Girls Come From. Van het ingetogen en tot in den treure met Joni Mitchell vergeleken geluid kiest Charlie voor een veel meer rockachtige insteek. Met als centrale instrument de piano in plaats van de gitaar. Een verstandige keuze, want het pianowerk van Johan Hendrikse op Love Your Life is ronduit geweldig. Vooral van zijn spel in het titelnummer ben ik na dertig keer draaien nog steeds onder de indruk, zo groots, prachtig en meeslepend. Ik heb bovendien dat Charlie Dée zichzelf, ondanks de vast vervelende tijd die ze blijkbaar gehad heeft, ook beter op haar gemak voelt in deze nieuwe gedaante. Zo kan ze nog meer spelen met haar stem. Het is overigens zeker niet zo dat ze de, zoals ze ze zelf noemt, kleine liedjes die haar het debuut kenmerkten vergeten is. Die zijn er nog genoeg, maar ze heeft haar geluid verbreed en daar pakt ze wat mij betreft grote winst ten opzichte van haar eerste boreling.
File Under: Love your cd.
File Audio: [Hello Charlie D�e]
File Video: [Bij Goedemorgen Nederland]
Feist - The Reminder
Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik een zwakke plek heb: zangeressen. En van alle zangeressen heb ik misschien wel het grootste zwak voor Leslie Feist (oké, naast Björk dan). Finaal verkocht was ik een paar jaar terug, toen ik voor het eerst haar stem hoorde in het indierock-collectief Broken Social Scene. Ze bleek ook nog een soloplaat gemaakt te hebben en ik raakte behoorlijk verslingerd aan haar zachte stem en zwoele sophisticated softpop. Want dit is wel koffiehuizenmuziek van de bovenste plank. Norah Jones voor indie-hipsters las ik ooit eens. Nu is er The Reminder, een nieuwe cd vol zachtaardige soulvolle popsongs waarbij je de cappuccino alvast klaar kunt zetten. Dat kan heel makkelijk fout gaan, als je het niet goed aanpakt. Feist pakt het gelukkig grondig aan. Wat The Reminder ver boven alle concurrentie doet uitstijgen is de enorme warmte die er uit gaat van deze dertien klasse songs. Ze hebben de cd dan ook in een kerkje in Frankrijk opgenomen en dat is te horen. Je hoort gewoon de ruimte. En voor het songmateriaal geldt dat er geen misser tussenzit, met als persoonlijke favorieten het kinderlijke eenvoudige "1-2-3-4", het swingende "Sea Lion Woman" en de soulzwijmelaar "Brandy Alexander". En die stem, die weet mij iedere keer weer te raken. Echt zo'n plaat om stil van te genieten.
File Under gaf cd-tjes weg van Feist. We vinden namelijk dat iedereen Feist moet horen en dat Feist een grote ster moet worden. Dat lukt ondertussen aardig en de cd's zijn al lang vergeven vanzelfsprekend.
File: Feist - The ReminderFile Under: Ideale zondagochtendmuziek
File Video: [My Moon My Man][1-2-3-4]
File Audio: [feistspace]
Plate Six - Battle Hymns For A New Republic
De afgelopen week kwam ik tijdens het zappen bij de 'late-avond-herhaling' van DWDD terecht en zag ik een reportage van de Jakhalzen. Dit korte filmpje ging over protestsongs of eigenlijk over het feit dat er tegenwoordig geen protestsongs meer worden gemaakt. Voor Nederland klopt dat misschien wel, ik kan me maar een handvol Nederlandse protestliedjes herinneren. In de Nederlandstalige muziek bestaat die traditie volgens mij niet. De Jakhalzen hebben in ieder geval niet naar Amerikaanse punk- en/of hardcore-bands geluisterd want die maken nog volop protestsongs of songs met politieke teksten. Voorop natuurlijk Dead Kennedys/Jello Biafra, maar vergeet Black Flag/Henry Rollins, Sonic Youth en Bad Religion niet. Een andere, minder bekende band uit die categorie is Plate Six. Deze band van twee gitaristen, een drummer en af en toe een bassist is al zo'n acht jaar bij elkaar en ze hebben tot nu toe twee cd's uitgebracht. Battle Hymns For A New Republic werd oorspronkelijk al in 2005 uitgebracht maar het album is deze maand weer opnieuw uitgebracht door One Little Indian. Volgens de titels staan er tussen de elf songs drie hymnes en een volkslied maar dit zijn zeker geen traditionele hymnes. Het is hard en de zang is schreeuwerig. Het meest opvallende aan de muziek van Plate Six is verder het ontbreken van de bas en het feit dat de muziek weinig melodieus is. Nu is dat niet zo vreemd bij hardcore, maar ik houd van een leuk melodietje, zelfs in dit soort muziek. Het is dan ook niet zo vreemd dat ik een voorkeur heb voor tracks als "Instant Fence" en "Red: The New Black" waar nog enige melodie in te ontdekken is. De afsluiter "Maximalist Anthem" is imposant qua tijd en geluid en bevat zelfs enkele momenten van rust. De enige op het album.
File Under: Battle Hymns
File Audio: [ As The Pinson Turns ]
File Video: [ Instant Fence ]
Bob Frank & John Murry - World Without End (The Murder Ballads)
Een week waarin Amerika opgeschrikt wordt door een gek die naast zichzelf meer dan dertig mensen neerknalt. Ik volg het nieuws in spanning. Een week waar ikzelf naar de Engelse thrillerserie Silent Witness kijk. Het is eigenlijk luguber dat ik me vermaak terwijl er het nodige aan lijken (incl. beelden) en ander leed voorbij komt. Het is niet echt, maar toch. Waar ligt de grens? Ook in de muziek is er veel over moorden geschreven. Afgrijselijke verhalen, maar ik zou de liedjes niet willen missen. Kennelijk zit er een bepaalde aantrekkingskracht in. Af en toe staan er artiesten op die het zelfs als thema voor een volledig album gebruiken. Je hoeft de verhalen niet eens zelf te verzinnen, aangezien er door de eeuwen heen moorden genoeg gepleegd zijn. Bob Frank en John Murry behandelen er tien op hun album World Without End (The Murder Ballads) waarvan de oudste uit 1796 (Madeline) en de nieuwste uit 1961 (Bubba Rose) stamt. Frank bracht, nadat hij in de zestiger jaren als betaald songschrijver (collega van John Hiatt) zijn kost verdiende, begin zeventiger jaren enkele albums uit waarna we niets meer van hem vernamen. Murry speelde in diverse bands en zat als laatste wapenfeit in de studio met Waylon Jennings. Murry en Frank kwamen elkaar tegen en besloten samen een album te gaan opnemen. Als producer werd Tim Mooney (American Music Club) gestrikt, Matt Pence (Centro-Matic) mocht het afmixen. Er werden duistere alt.country -liedjes geschreven. De sfeer is nergens uitgelaten, maar overal is het sober van toon, gevuld met een rijk instrumentarium waarbij ze de nodige hulp kregen (o.a. van Chuck Prophet). Het zou dus allemaal moeten kloppen. Ik kan mijn aandacht echter niet vast kan houden. Het is allemaal best oké -echt waar-, maar bloedstollend is het niet. In dit genre zijn er m.i. (veel) interessantere albums gemaakt.
File Under: Een moordplaat die geen moordplaat is
File Audio: [Een aantal nummers zijn hier te beluisteren]
The Young Gods - Super Ready / Fragmenté
Als er gebabbeld wordt over baanbrekende bands binnen de industrial, dan worden - volkomen onterecht - The Young Gods nog wel eens over het hoofd gezien. Het zal wel komen doordat ze niet uit de Verenigde Staten afkomstig zijn. Had de wieg van zanger Franz Treichler en de zijnen daar gestaan in plaats van in Zwitserland, dan waren ze nu vast en zeker qua grootte van het kaliber Nine Inch Nails geweest op dit moment. Sterker nog, zonder The Young Gods was er misschien wel helemaal geen Nine Inch Nails geweest. Trent Reznor is zwaar fan van deze Zwitsers. Geloof je bovenstaande niet? Nou, check dan maar eens de in 2005 verschenen compilatie Twenty Years. Je zult dan snel begrijpen dat het waar is. Als je alleen zou luisteren naar Music for Artificial Clouds dat in 2004 verscheen, zou je dat overigens niet zeggen. Dat was een ambient- album vol gefrunnik met elektronica, zeker niet hun beste album. Blijkbaar vond Treichler dat zelf ook, want op de nieuwe cd Super Ready / Fragmenté grijpt hij - gelukkig - weer terug naar het oude vertrouwde geluid van cd's als L'Eau Rouge (1989) en TV Sky (1991). Twee cd's waarvan je, als je ze nu terugluistert, pas werkelijk beseft hoe legendarisch en vooruitstrevend ze waren. Op Super Ready / Fragmenté gebruikt Treichler zijn elektronische gereedschappen opnieuw dodelijk doeltreffend en zijn de gitaaruitbarstingen als vanouds onverwachts en messcherp. Een verademing ten opzichte van Music For Artificial Clouds. Toen had ik niet de neiging om ze eindelijk eens live te gaan zien, nu denk ik er sterk over om volgende week maar eens te buurten in de Melkweg.
File Under: Als de jonge goden van weleer, maar zeker niet stoffig
Bowling For Soup - The Great Burrito Extortion Case
Sinds 1994 gaat er bijna geen jaar voorbij zonder een nieuw album van Bowling For Soup. Inmiddels zijn ze alweer toe aan nummertje negen en ook nu zullen er weinig mensen steil achterover slaan. The Great Burrito Extortion Case moet het hebben van dezelfde aardigheidjes als zijn acht voorgangers. Dat betekent een heel erg hoog collegerock gehalte, een wagonlading ohohoh's, lalala's en nanana's en makkelijk in het gehoor liggende meezingers. In de VS is de band langzaam maar zeker behoorlijk groot geworden, met name omdat dit soort muziek daar nu eenmaal een veel groter publiek aanspreekt dan in Europa. Van mij mag dat zo blijven (en mogen de Amerikanen deze meuk lekker voor zichzelf houden), want er is tussen deze zestien liedjes werkelijkwaar geen één exemplaar te vinden dat ook maar een klein beetje boven de middelmaat uitsteekt. Natuurlijk is het niet slecht en zit alles qua productie en aanstekelijkheid best goed, maar het is allemaal zo saaaaaaaai. Och ja, ik weet ook wel dat deze muziek sowieso niet beluisterd en gemaakt wordt vanwege het spannende experiment. Ik kan echter helemaal geen reden bedenken waarom ik niet gewoon zou kunnen volstaan met - om eens wat te noemen - het complete oeuvre van Blink 182. Ook zij waren luchtig en puur voor de lol, soms zelfs veel te banaal, maar er gebeurde tenminste iets. Het enige waar The Great Burrito Extortion Case bij uitstek geschikt voor is, is om zo snel mogelijk in slaap gesust te w... zzzzzzz
File Under: Zzzzzzaai
File Audio: [Klik]
Mary Chapin Carpenter - The Calling
Voor Between Here And Gone, haar tiende plaat, was het me nooit opgevallen dat Mary Chapin Carpenter zo geëngageerd was. The Calling, de cd die dit voorjaar uitkwam, is het wederom. Wellicht dat het komt door de rel die The Dixie Chicks overkomen is ("On With The Song" is aan hen opgedragen), maar sociale en politieke onderwerpen lijken zelfs de boventoon te voeren. "Houston" bijvoorbeeld, gaat over de orkaan Katrina en de gevolgen die deze natuurramp had. Niet dat Mary Chapin Carpenter plotseling een protestzangeres geworden is: daarvoor overheerst de introspectieve gevoeligheid. Melancholie is een basisvoorwaarde en meestal keert ze de herrie van de wereld de rug toe. De vergelijkingen met andere grootheden uit de dameshoek van de singer/songwriter-wereld liggen voor de hand, maar behalve met Shawn Colvin en Joni Mitchell is ze moeilijk vergelijkingsmateriaal. Mary Chapin Carpenter heeft een eigen plek veroverd en werkt onverstoord door om die plek vorm te geven. De echte rootssongs zijn vrijwel verdwenen en daarvoor in de plaats is een popfeel teruggekomen. Ze is indringend, maar niet op de rauwe wijze van een Mary Gauthier of Lucinda Williams en dat is wellicht ook haar grootste manco: het wordt gauw te braaf. Waarmee ik verder niets af wil doen aan deze excellente plaat. Elke suggestie dat haar verwijzing naar The Dixie Chicks commerciële bijbedoelingen heeft, vergeet je in elk geval bij beluistering.
File Under: Grande Dames van de americana
Electroquickies #1
Geez, ik heb weer eens wat bizars ontdekt. Casino Inc heeft niet alleen een remix van Daft Punk's "Da Funk" gemaakt, maar zelfs een compleet debuutalbum, ook al is het nog niet uit. Commerciëlere, blijere en gayere seventies-discohouse bestaat niet - het is nóg fouter dan Modjo, Jamiroquai en Dan Hartman - en toch is het echt belachelijk verslavend. Yeah! De productie is zomervet en in tegenstelling tot sympathiekere genregenoten (zoals de Supermen Lovers) heeft Casino Inc wel die mainstream-X-factor. Dit wordt gróót. Voor de platenmaatschappij die dit gaat tekenen: reserveer alvast een bak cash voor de samples, want sommige komen me bekend voor
Had ik me tóch vergist. In 2005 schreef ik op deze plek dat Armand van Helden maar beter kon stoppen met muziek, zo historisch slecht was het album Nympho ondanks de hitjes. Moet je hem nou zien: komt meneer doodleuk aanzetten met een vet hiphopperig electro-album met koebellen! En zelfs de vocalen zijn goed! Petje af; dáár doen we het voor. Verder dekt de titel Ghettoblaster de lading wel: dit is prima spul voor bij games, voor in de sportschool en in je auto. Verder vooral niet teveel bij nadenken.
Zo'n gear-update had het Duitse Funker Vogt ook wel kunnen gebruiken. Grotendeels is Aviator dezelfde achterhaalde almaar doorbeukende EBM als op het vorige album, kortom, het klinkt wel cool maar het wordt extreem gauw sáái. En dat is jammer, want op dit album blijkt toch dat de band wel degelijk meer kan. Neem bijvoorbeeld de intro en outro van "Blind Rage", "One" en "Babylon" waar allerlei moois inzit, wat vervolgens alleen niet wordt uitgewerkt - de nummers zelf spelen volkomen op safe. Zonde.
File Under: Dertien discoparadijsjes
File Audio: [Samples op hun site][Check die vriendenlijst!]
File: Armand van Helden - Ghettoblaster
File Under: Neemt keihard revanche
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Touch your toes]
File: Funker Vogt - Aviator
File Under: Had echt meer in gezeten
File Audio: [City of Darkness (fan edit)]
File Video: [Lelijkerds!]
The Nightwatchman - One Man Revolution
Dat Tom Morello een linkse rakker was, dat wisten we al uit zijn tijd in Rage Against The Machine. Op het podium stond hij al veelvuldig rond te springen met socialistische en communistische symbolen zoals hamer en sikkel en de rode ster en linkse kreten als Arm The Homeless op zijn gitaar. Niet gek dus dat hij met Audioslave - een verder dankzij Chris Cornell overigens politiekloze band - als eerste Amerikaanse rockband op mocht treden in een Cuba. Ook tekstueel gezien was RATM natuurlijk erg links georiënteerd, maar een protestzanger kon je gitarist Tom Morello echt niet noemen. Die was naast het songs schrijven vooral bezig met het perfectioneren van zijn opmerkelijke gitaarspel. Hoe anders is dit op zijn solodebuut One Man Revolution. Onder het mooie pseudoniem The Nightwatchman debuteert hij als akoestische gitaar en - natuurlijk! - mondharmonica spelende politieke folkzanger. Morello blijkt naast een fantastische bespeler van de elektrische gitaar ook een hele bekwame bezweerder van akoestische gitaren te zijn. Dat was misschien niet echt verrassend, om hem te horen zingen was dat wel. Zijn donkerbruine stem, die ergens tussen Bruce Cockburn en Nick Cave blijkt te liggen, past uitstekend bij zijn liedjes. Deze behandelen vooral het leed van de gewone man. Dat Woody Guthrie van grote invloed geweest is op Morello is dan niet meer dan logisch. Zo zingt Morello in "Maximum Firepower" 'Well I'm the triggerman, baby / And tonight I'll prove / That this machine here / Well it kills fascists too', een duidelijker verwijzing naar Guthrie kan bijna niet. Aan Bruce Springsteen, ook zo iemand die het leed van de gewone man vaak bezong, moet ik veelvuldig denken. Zo goed als zijn voorbeelden is Morello misschien nog niet, maar One Man Revolution is wel een fraaie plaat van een noeste werker met het hart op - wat mij betreft - de juiste plek.
File Under: This machine kills fascists
File Video: [The Road I Must Travel is heel Iers]
File Audio: [Hier]
Malkovich - Kings 'n Bosses
Op één of andere manier ligt het werktempo bij veel Nederlandse bandjes niet zo hoog. Mogelijk dat dit komt doordat de bandleden er vaak nog een baan naast hebben. Er is niet elke week tijd om te repeteren. Shows spelen heeft een hogere prioriteit dan nieuwe nummers schrijven. Noem maar op. Nadeel is dat veel toch echt wel leuke bands in de vergetelheid raken. De optredens liggen niet voor het oprapen en de aandacht van het publiek verslapt ook snel. Kijk naar Face Tomorrow. Bandleden hebben hobbyprojecten, de nieuwe plaat laat nog altijd op zich wachten en het aantal optredens valt ook wat tegen. Stadsgenoten Malkovich kampten met hetzelfde probleem. Full-lengt debuut A Criminal Record stamt alweer uit 2004. Kings 'n Bosses is de maak- of breekplaat voor de feestbeesten uit Rotjeknor. Op de nieuwe cd verfijnt Malkovich haar stijl, verwacht dus geen wereldschokkende veranderingen. Zonder aan hardheid in te boeten is Kings 'n Bosses luisterbaar voor een breed publiek. Let wel op: een publiek dat van herrie houdt, want dat blijft het natuurlijk wel. Op 044, net als op het voorgaande werk worden de nummers simpel met cijfers aangeduid, zijn de beukende beats van Aux Raus te horen en ook de valse blondine van Malle Pietjes and The Bimbo's mag opdraven. Juist wanneer de band wat gas terug neemt en er hier en daar wat jazz- en rockinvloeden in de punkmetal doorklinken wordt het aangenaam. Malkovich is een feestband, dus hop dat tourbusje in en feesten!
File Under: En nu snel toeren, voordat het te laat is.
File Audio: [039]
Isolation Years - Sign Sign
Het is prachtig zonnig weer. De mensen om me heen zijn een stuk vrolijker, al is er altijd wat over het weer te zeuren. Ik voel me zelf ook een stuk vrolijker, het leven lijkt een stuk makkelijker te gaan. Ik ben al die depressieve singer-songwriters en vuige gitaarplaten dan ook even helemaal beu: ik wil lekker mee neuriën en refreinen meezingen van vrolijke liedjes. Sign Sign van Isolation Years komt dan ook als geroepen. Als de band het album bij het Nederlandse Excelsior-label had uitgebracht dan had ik een stukje kunnen schrijven over de labeltraditie waarbinnen dit past. Als de band Brits was net als het Schotse Belle and Sebastian dan had het prima door de NME opgepikt kunnen worden en had ik hierop aan kunnen sluiten. Helaas komt Isolation Years uit Zweden. Zo kan het gebeuren dat het vijftal al weer aan het vierde album toe is, terwijl ik nog nooit van ze gehoord heb. Hetgeen jammer is, want Sign Sign is een heerlijk genietbaar album waar ik geen onvertogen woord over kan schrijven. De liedjes doen wat ze moeten doen: mij een gelukzalig gevoel geven. Nog even en ik ga de teksten mee blèren over 'Jezus was an albino child' en ik hoor iets over 'its'a sunny day and the grass is green.' Buren, vrienden, collega's en toevallige passanten: jullie zijn gewaarschuwd.
File Under: De Zweedse zomergitaarplaat
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Landslide]
Ian Gillan - Highway Star - A Journey In Rock (2dvd)
Het duurde een tijd voor ik me er toe kon zetten deze dvd te bekijken. Ik houd niet zo van muziek-dvd's namelijk. Je kunt niet iets doen náást het beluisteren van de muziek en daar heb ik niet het geduld voor. Noch de tijd trouwens, met een baan waarbij ik elf tot twaalf uur per dag van huis ben. Toen ik deze dvd eenmaal in de speler stopte waren de bezwaren als bij toverslag verdwenen. De eerste dvd uit de set bevat een documentaire over de carrière van Ian Gillan, in Episode Six, Deep Purple, Jesus Christ Superstar, de Ian Gillan Band, Gillan, Black Sabbath, nog eens Deep Purple, Gillan-Glover, Rock Aid Armenia, Repo Depot, weer Deep Purple en Pavarotti and Friends. Gillan zelf, maar ook de Purple-collega's (met uitzondering van zijn antagonist in de band, Ritchie Blackmore), George Best, Tim Rice en nog een rijtje mensen belichten zijn loopbaan, compleet met hoogtijdagen, dieptepunten in de verstandhouding met vooral Blackmore, de goede songs, beroerde mix en slapstick-achtige taferelen bij Black Sabbath, maar ook de financiële problemen die leidden tot het opheffen van Gillan. Over op waarheid berustende teksten als "Smoke On The Water", en "Trashed", maar ook over de haastig en in verregaande staat van dronkenschap geschreven tekst van "Black Night" (heerlijk om te zingen volgens Gillan, maar wel enigmatic...). Voor wie dat nog niet had meegekregen wordt uitgebreid verteld hoe Gillan eenmaal werd ontslagen bij Deep Purple en eenmaal zelf vertrok doordat Gillan en Blackmore elkaar nooit lang konden verdragen. Het siert Gillan en de anderen dat de schuld niet eenzijdig naar Blackmore wordt geschoven. Ook zijn er beelden te zien van de opnamen van Perfect Strangers, toen alles nog (even) koek en ei was. Drie uur lang heb ik geboeid zitten kijken, en dat wil wat zeggen. Normaal gesproken kan ik dat alleen opbrengen bij de Classic Albums-dvd's en die duren niet eens drie uur. Dvd nummer twee bevat nóg eens drie uur materiaal, met veel concertbeelden, on the road beelden en meest opvallend de opname van "Nessun Dorma" in een duet van Pavarotti en Gillan!
Het mag duidelijk zijn: voor de Deep Purple en Gillan-fan is dit een waar document. Geen verrassende feiten, maar een uitgebreider en completer overzicht over deze periode zal er niet meer komen. Of Blackmore moet zich bedenken. Maar dat lijkt onwaarschijnlijk, als je Gillan over een uitbarsting van Blackmore in zijn richting hoort zeggen: "Months later he nearly apologized..."
File: Ian Gillan - Highway Star - A Journey In Rock (2dvd)File Under: Dik verdiend monument, gelukkig nog zonder de laatste hoofdstukken
File Video: [Sampler op de mini-site]
Rush - Snakes & Arrows
Er zijn niet veel bands die op een carrière van bijna veertig jaar terug kunnen kijken. En er zijn er nog minder die zonder blikken of blozen kunnen zeggen dat ze in hun hele bestaan vrijwel geen zwakke cd afgeleverd hebben. Het Canadese Rush kan dit allebei zeggen. Het vorige album Vapor Trails was geen slecht album, maar ook Peart, Lifeson en Lee zullen desgevraagd toegeven dat het hun zwakste cd tot nu toe was. Gelukkig nemen ze met hun nieuwe cd Snakes & Arrows ijzersterk revanche op zichzelf. Qua geluid laveert deze achttiende cd door hun hele platencollectie. Opener "A Far Cry" klinkt bijvoorbeeld als een gemoderniseerde versie van het geluid van Hemnispheres, uit 1978 alweer, en zo zijn er meer links te leggen met het verleden. Toch klinkt Rush wel degelijk als een band die stevig met zijn voeten in het heden staat. Opvallend is dat Snake & Arrows maar liefst drie instrumentale nummers kent. "The Main Monkey Business" is hiervan de fraaiste. Opgebouwd rond een steeds terugkomende gitaarriff laat het nummer zich eenvoudig meten met "YYZ" en "La Villa Strangiato". Ook de kortere instrumentals, het akoestische "Hope" en het strak rockende "Malignant Narcissism" zijn erg sterk. Maar Rush heeft daarnaast met Neil Peart ook nog eens een van de betere tekstschrijvers uit de rock(geschiedenis) in zijn gelederen. Voor Snakes & Arrows heeft hij - vast niet toevallig - als centrale thema Geloof en Oorlog geprikt. De manier waarop hij zich hierover uitlaat in zijn immer weldoordachte teksten is bijna boekwaardig. Ook Peart's drumpartijen zijn weer prachtig in balans: vol fijnmazige details, maar nooit vol van overdadig spierballenvertoon, precies het spel waar hij om geroemd wordt. Zo klopt eigenlijk alles aan Snakes & Arrows en toont het aan dat Rush er nog lang niet aan toe is om de pijp aan Maarten te geven. Gelukkig maar.
File Under: Brought to you by the letter "ssssss"
File Audio: [Flash-speler op de site]
The Mission - God Is A Bullet
Ik was een half jaar weggeweest op stage op Curaçao en een van de eerste daden die ik deed bij terugkomst in Nederland, was een sprint naar de platenzaak trekken. De aanschaf, op vinyl nog, want ik was een late adopter van de cd: Act.III van Death Angel, het debuutalbum van Alannah Myles (een half jaar Amerikaanse radio laat zijn sporen achter) en Carved in Sand van The Mission. Als liefhebber van het grote gebaar ging Children er ooit in als zoete koek en dus kon Carved in Sand niet achterblijven. En helaas doen ze op het zonovergoten Curaçao niet aan sombere rock, ze begrepen zelfs daar The Smiths niet, dus daar was hij niet verkrijgbaar. Uiteindelijk stelde Carved in Sand niet teleur, maar Children staken ze er niet mee naar de kroon. Ondertussen verflauwde mijn interesse in The Mission want de grungerts begonnen, begin jaren negentig ook grootsche en meeslepende herrie maken. Daarbij liepen de opvolgers van Carved in Sand ook niet over van kwaliteit. De carrière van The Mission verflauwde en als Storm mij niet de nieuwste cd, God Is A Bullet, in de mik gedrukt had dan had ik niet geweten dat ze nog steeds, of weer, bestonden. En dat doen ze. Belangrijkste vraag: "Zit ik er op te wachten?" Direct antwoord: "nee" God Is A Bullet klinkt namelijk oud en vertrouwd, als een warm bad zeg maar. Alleen ruikt het badwater behoorlijk muf. Als ze mij verteld hadden dat deze plaat een verloren gewaande opname was van 20 jaar geleden, dan had ik het ook geloofd. Alle vertrouwde elementen zijn er, gitaren met heel veel echoechoecho, donkere teksten en natuurlijk een galmende Wayne Hussey, maar het belangrijkste ontbreekt: goede nummers. Er staat geen "Tower of Strength", "Beyond the pale" of "Butterfly on a Wheel" op. En dan wordt het na al die jaren toch wel ineens hele mediocre zut. De verstokte fan zal het allemaal wel weer lusten, maar die is hoogstwaarschijnlijk blind voor die 20 jaar stilstand. Ik kan er slecht zachtjes om wenen en ik grijp Children nog maar eens uit de kast...
File Under: Als een warm bad, maar het badwater had 15 jaar geleden al ververst moeten worden...
File Video: [Keep it in the family]
File Audio: [MissionUk]
Love of Diagrams - Mosaic
Alhoewel ik mezelf best wel intelligent durf te noemen, heb ik een hekel aan moeilijkdoenerij. Zogenaamde intelligente dames en heren die vergeten hoe ze iets eenvoudig moeten zeggen zodra ze een bepaalde positie hebben bereikt, horen wat mij betreft niet op zo'n positie thuis. Houd het simpel! Ook in de kunsten heb ik liever iets wat me direct bij de strot pakt dan iets waarover ik eerst lang moet nadenken. Volgens mij zijn eenvoudige uitingen ook sterker. Politici die ongenuanceerd zeggen wat een groot deel van de bevolking denkt, krijgen ook elke keer weer verrassend veel stemmen. Geen moeilijke kreten, gewoon zeggen waar het op staat. 'De kracht van de eenvoud' was ook het eerste wat bij me opkwam toen ik de cd Mosaic van het Australische trio Love of Diagrams voor het eerst hoorde. De muziek van de twee dames en een heer uit Melbourne bevat alleen het hoogst noodzakelijke: zang, gitaar, bas en drums. Eenvoudige, snelle songs van een paar minuten met referenties naar Siouxsie and the Banshees en een punky The B-52's. De kracht van de nummers zit hem in de snelheid en het volume want het is duidelijk dat 'eenvoudig' niet altijd synoniem aan 'goed' is. Het beste nummer van de cd "Pace or Patience" kende ik al want het stond al een tijdje op de website van Matador Records. Andere nummers die me enigszins zijn opgevallen, zijn "At 100%", "Trouble" en de titelloze bonustrack. Voor de rest bevat dit album niets opvallends en is het een beetje te eentonig. Jammer, want een goede songschrijver zou met het krachtige geluid van Love of Diagrams iets leuks kunnen doen.
File Under: Confrontation
File Audio:[ Pace Or The Patience]
Manic Street Preachers - Send Away The Tigers
Weet u wat een Patsy is? Ik ook niet, maar toch zing ik al een aantal dagen non-stop het verslavende zinnetje "I'm just a patsy for your love". Het zinnetje is de rode draad in het liedje "I'm Just A Patsy" en is een perfecte samenvatting van de nieuwe CD van de Manic Street Preachers. Een tikje rauw, onvoorstelbaar catchy, intelligent en bovenal niet te zwaar op de maag. Waar de Manics de afgelopen vier albums superbe rockliedjes afwisselden met minder geslaagde experimenten en topzware boodschappen, is Send Away The Tigers in zijn geheel meer dan geslaagd. Geen vullertjes deze keer, gewoon kiezen voor tien knallende goede liedjes en verder niet zeuren. Ik ben er helemaal weg van. Wanneer het niet te weerstane nanana van de heerlijk bombastische afsluiter "Winterlovers" opdoemt zet ik het volume nog één tandje hoger en druk alvast de repeatknop in. Het laat zich raden dat James Dean Bradfield & co terug wilden naar het geluid en de gedrevenheid van de beginjaren. De drang naar het experiment is geminimaliseerd en het spelplezier spat werkelijk uit de stereo. Dat maakt Send Away The Tigers voor mij het beste Manics album sinds Everything Must Go. Oh ja, voor de nieuwsgierige lezer, zo'n Patsy-dinges, daar hebben we natuurlijk wikipedia voor!
File Under: I'm just a Patsy for the Preachers!
File Audio: [Klik]
Dolorean - You Can't Win
Het kwintet Dolorean uit Portland heeft in elk geval al één beroemde fan, hun stadsgenoot regisseur Gus Van Sant verzorgde voor de band de coverfotografie. Filmische kwaliteit heeft hun muziek zeker. You Can't Win staat vol subtiel uitwaaiende liedjes die ijle vlakten in gedachten roepen, zoals het Noorse The White Birch dat ook goed kan. Het eigene van Dolorean zit 'm in de toegevoegde scheut alt. country. Country van het depressieve soort. Winnen is onmogelijk en liefdesverdriet is alleen te verdrinken in heel veel flessen wijn. Nee een "wonderful life" is het bepaald niet voor deze droefsnoeten, zelfs het bekende "Buffalo Gals Won't You Come Out Tonight" krijgt door een kleine tekstuele verandering iets wrangs, alsof het inderdaad maar beter is binnen te blijven. Muzikaal gezien verdient vooral toetsenist Jay Clarke lof. Hij is het die op deze wel erg glad geproduceerde plaat de saaiheid meestal buiten de deur weet te houden. Luister naar zijn dalende piano-akkoorden in "In Love With The Doubt". Natuurlijk is de belangrijkste man zanger en componist Al James, die een fijn zacht stemgeluid heeft, in de buurt van Josh Rouse. Mijn favoriete nummer is echter toch weer een filmisch niemendalletje getiteld 33-53.9 N/118-38.8 W, een vermoedelijk willekeurige titel, aangezien het een stukje zee voor de kust van Los Angeles is. Hoe dan ook, het nummer opent met een paar perfecte akoestische gitaarakkoorden, waarna de band gezamenlijk een eenvoudig "ooeeeh"-koortje inzet, wat ze van mij wel langer dan twee minuten hadden mogen volhouden.
File Under: Onderkoeld maar betrokken
File Audio: [Dolorean-Space]
31Knots - The Days and Nights Of Everything Anywhere
'Onbekend maakt onbemind' is een gezegde dat we eigenlijk heel vaak zouden kunnen gebruiken. De meeste mensen houden nu eenmaal niet van iets vreemds. Ze zoeken op vakantie toch de eethuisjes op waar bekende gerechten op het menu staan. Een ander gezegde 'Het lijkt nergens op' wordt meestal gebruikt om aan te geven dat iets niet mooi is. Eigenlijk klopt dat niet want in feite betekent het dat het niet lijkt op iets wat al bestaat. Je zou het kunnen gebruiken als je een beschrijving moet geven van de buitenaardse wezens die zojuist in je tuin zijn geland. Of als je een exotisch gerecht wil beschrijven dat je tegenkomt als je toch een vreemd restaurant bent binnengelopen. Of om de muziek van 31 Knots te beschrijven. Dit trio uit Portland, Oregon houdt zich niet aan de algemeen geldende muzikale gebruiken. Hun nieuwe cd The Days and Nights Of Everything Anywhere is alweer hun vijfde album in zeven jaar. De songs bevatten invloeden van rock, punk, funk, jazz en nog een paar andere stijlen. Het komt zelfs regelmatig voor dat ze meerdere stijlen in één song combineren en daarbij gebruiken ze ook nog de nodige samples. In het mooie "Sanctify" zit zelfs ergens een stukje Beethoven verstopt en in "Man Become Me" hebben ze het 'Oh oh oh' van een grote groep mensen gezet. Toch staan er ook een paar nummers op waarbij het aantal instrumenten minimaal is zoals op "Everything In Letters" en "Pulse Of Decimal". Het mooie is dat de songs allemaal kloppen, ondanks de combinatie van stijlen en geluiden. De geluiden lijken op het eerste gehoor soms lukraak bij elkaargezocht, maar de puzzel past op het einde helemaal in elkaar.
File Under: Savage Boutique
File Audio: [ Man Become Me]
Charlotte Hatherley - The Deep Blue
Wie? Nou, ze heeft haar naam mee. In elk geval als je het vergelijkt met mijn favoriete zangeressen, die niet zozeer in de elfjescategorie vallen, maar meer in die van de eigenwijze manwijven vrouwen met stijl (Fiona Apple, Sheryl Crow, Shirley Manson). Mooi artwork ook. Bij voorbaat al ben ik fan van Charlotte. Play! Aldus dook ik zonder achtergrond of verwachting in The Deep Blue en was ik aangenaam verrast; dit is een lekkere volwassen popplaat voor thuis. Hatherley schrijft geen ordinaire gitaarhitjes zoals bijvoorbeeld KT Tunstall, liever wisselt ze opeens van toonsoort en gebruikt ze à la Apple allerlei instrumenten om haar liedjes spanning en sfeer mee te geven. Het mooiste voorbeeld daarvan vind ik "Siberia", maar het beste moment is misschien wel de laatste minuut van "Roll Over (Let it Go)" waarbij ik zin krijg om te gaan dansen. Terwijl het nummer nota bene zo licht en naïef begint! Dat onvoorspelbare moet ze vooral houden, want de enkele keer dat ze het nalaat ("Dawn Treader") wordt ze onopvallend. Maar och; ik heb The Deep Blue nu een keer of vijftien gedraaid en het is een erg fijn album, dus laat ik niet zeuren. Goed; toen moest alleen dit stukje nog geschreven worden. Wie is Hatherley eigenlijk? Krijg nou wat: ze is de (ex-)gitariste van Ash! Alle puzzelstukjes vallen daarmee in elkaar: al die toonsoorten, het Britpopperige van "I Want You To Know" en mijn vooraf vaststaande liefde, want ik heb ook praktisch alles van Ash in mijn kast staan. Tweede feit: dit is al haar tweede solo-album, wat kan verklaren waarom een song als "Behave" - check die video - zo ingetogen en des te sterker is gemaakt. Ter vergelijking, Hatherley's eerste single heette nog "Kim Wilde". Misschien komt het toch wel door die naam?
File Under: Topvrouw!
File Audio: ["Siberia" en meer]
File Video: [Behave]
Milan Polak - Straight
Nadat vorig jaar de prerelease-cd van Straight bij mij in het jaarlijstje op de derde plaats eindigde, zat ik met smart te wachten op de verschijning van de volledige cd. Van alle songs waren al fragmenten te horen op Polak's eigen website, maar dat is toch wat anders dan de hele cd, nietwaar? Vlak voor de verschijningsdatum had ik nog geen promo ontvangen, maar ik had de cd al online besteld omdat ik hem toch wilde hebben. Daags voor de release kreeg ik bericht dat de cd onderweg was. Jottem! Helaas leek de cd spoorloos verdwenen. Tot na dik een week. Waar ik op andere dagen eerst m'n pc aanzet, ging nu eerst de cd in de speler. Vanaf de zesde song, want de eerste vijf stonden al op de prerelease-cd. Zoals het in de fragmenten al te horen was, zijn ook de overige songs strakke rocksongs met een bluesy inslag, "no FX, no BS" zoals Polak het zelf zegt. Polak's productie is erg strak en clean maar de sound is die van de klassieke powertrio's. Drums en bas - van John Macaluso (Union Radio, Chris Caffery, Malmsteen, ARK) respectievelijk Randy Coven (Malmsteen, Ark) en Fabio Trentini - leggen een solide basis voor de songs, waarbij ze volop de ruimte krijgen om ook fraaie partijen neer te leggen. De drijvende kracht op het album is echter het gitaarspel van Polak. Niet gepolijst en braafjes onder de zang, maar rauw, energiek en in-your-face. Polak's wat rauwe bluesy stem past daar buitengewoon goed bij. Hij moet flink uithalen om nog over de muziek uit te komen, maar hij blijkt dat ook gewoon te kunnen. Je hoort hier geen gitarist zingen, je hoort hier een gitarist en zanger aan het werk. De vijf tracks van de EP horen bij de besten van het album, maar ook verderop valt er genoeg te genieten. Luister eens naar "Some Kind Of Jesus", "Superstar Mania" met een funky Hendrix-intro, of "Glowing Of A Cigarette", een fraaie ballad. En niet een song valt kwalitatief of qua sound uit de toon. Fraaie zang, consistente hoge kwaliteit songs, tjonge. Maar die Polak, dat is toch zo'n gitaarvirtuoos? Dat is 'ie nog, maar nu anders gedoseerd. Als je iets beter luistert hoor je ook buiten de solo's nog steeds waanzinnig gitaarwerk, het is alleen meer in dienst van de songs. Als ze bij Lion Music slim zijn, gooien ze hier een flinke bak promotie tegenaan, want dit album kan een klapper worden naast de niche-releases die ze normaal gesproken hebben. Goed beschouwd is er maar een ding aan te merken op deze cd: de hoes. Ik ben wat allergisch voor booskijkers. Je bent bezig met wat je het leukst vindt, laat dan ook zien dat je er ook lol in hebt! Gelukkig is die lol prima te horen in de songs. En ik zal ook nog heel veel plezier hebben van deze cd. Dat de postbode er zo lang over deed om 'm te bezorgen ben ik al lang vergeten.
File Under: Zo worden ze niet vaak gemaakt
File Audio: [MilanSpace]
Vanessa Peters & Ice Cream on Mondays - Little Films
Je moest eens weten hoeveel mailtjes van hier volstrekt onbekende buitenlandse acts wij krijgen of ze een cd-tje mogen sturen om besproken te worden op File Under. Dat mag natuurlijk altijd, melden wij dan braaf terug. Wij zien het namelijk als onze plicht om mooie dingen voor onze lezertjes op te speuren en dit is een relatief eenvoudige manier om dat te doen. Na zo'n positief mailtje onzerzijds volgt er alleen meestal subiet een mailtje waarin de vraag gesteld wordt of we dan ook optredens voor ze kunnen regelen in Nederland. Nee, natuurlijk kunnen we dat niet, deze toko draaiende houden kost al genoeg tijd en er moet ook nog gewerkt en geslapen worden.
Heel af en toe echter zijn er slimmere artiesten. Die hebben hun optredens al geregeld en vragen ons dan of we aandacht willen besteden aan hun cd en de gigs er bij te vermelden. Het is vast niet toevallig dat dit vaak ook de artiesten zijn die meer de moeite waard zijn dan hen die graag zien dat jij optredens voor hen regelt. Vanessa Peters valt in de categorie artiesten die zijn zaakjes goed voor elkaar heeft. Twaalf(!) optredens doet ze maar liefst vanaf volgende week woensdag in Nederland. Okay, het zijn allemaal kleine podia en vaak in cafe's waar ze - solo - op zal treden, maar ze heeft het wel geregeld. Als je houdt van rootsy singer/songwriters met een folky twist, dan zou ik je zeker aanraden om eens te gaan kijken bij een van de optredens, de meeste ervan zijn nog gratis ook.
En ter herinnering koop je dan Little Films, de recent verschenen cd van Vanessa. Dat is namelijk een hele plezierige luisterplaat. Hierop klinken Vanessa en haar band - helaas afwezig de komende week, maar ik weet vrij zeker dat ze zich in d'r uppie prima zal redden - als de ideale mix tussen Aimee Mann en de hier helaas vrij onbekende Jonatha Brooke. Dat geldt nu natuurlijk niet meer voor Vanessa Peters, jij hebt hier over haar gelezen en gaat de liedjes in het audiogedeelte beluisteren. Ik denk dat ze overtuigend genoeg zijn om je over te halen te gaan bij dat café om de hoek bij jou waar altijd bandjes spelen. Toch?
File: Vanessa Peters & The Ice Cream On Mondays - Little FilmsFile Under: De komende weken in het café jou om de hoek.
File Audio: [m3u][Flash-spelert]
File Audio: [VanessaSpace]
File Video: [Little Films]
Tom McRae - King of Cards
Eigenlijk is het ook helemaal niks voor mij om over klimaatveranderingen en zo te beginnen. Heeft u al een spiksplinternieuwe, megagrote flatscreen-TV gekocht en daarbij een gratis Al Gore-DVD gekregen? Kunt u in high definition breedbeeld genieten van 's mans relaas over de zorgwekkend stijgende zeespiegel. Tsja. Je kunt natuurlijk ook naar buiten gaan en genieten van het extreem lekkere weer voor de tijd van het jaar. En ergens wringt dat natuurlijk. Het is bijna net zo tegenstrijdig als een notoire zwartkijkende songsmid die op zijn nieuwste album plaats inruimt voor enkele hoopgevende, verheffende liedjes. Dat is dus precies wat hier aan de hand is. Na het enigszins lauw ontvangen All Maps Welcome heeft Tom McRae, de Britse bard met de ijle stem, waarschijnlijk het gevoel gekregen dat de wereld misschien wel helemaal niet meer zit te wachten op zijn ingetogen - en soms ook wel erg deprimerende - mijmerliedjes. Tijd voor een omslag. Tom haalde wat poppy singersong- plaatjes in huis, luisterde er eens goed naar en kwam al huppelend de studio uit met als eindresultaat King of Cards. Een voor het grote publiek zowaar toegankelijk te noemen album voorzien van een bijbehorende gelikte productie. Persoonlijk heb ik niet zoveel problemen met deze welkome frisse wind. Gebleven zijn immers het onmiskenbare stemgeluid en de meeslepende melodieën. Ik zou het natuurlijk hier de hele tijd kunnen hebben over een klimaatverandering. Ik kan echter ook gewoon gaan genieten van het lekkere weer. Terrasje, iemand?
File Under: Achter de wolken
File Audio: [Myspace.Tom]
Marduk - Rom 5:12
Voorganger Plague Angel was de eerste cd waar ik voor File Under iets over mocht schrijven. Ik hoopte van ganser harte dat ik de plank niet genadeloos missloeg. Gelukkig had Marduk het me niet al te moeilijk gemaakt en was het oordeel snel geveld: Superplaat en daar sta ik nu nog volledig achter. Ruim tweeëneenhalf jaar later is er nu de opvolger Rom 5:12. Deze keer niet alleen keiharde stampers, maar meer aandacht voor details en afwisseling. Zo staan er op dit nieuwe album ook een aantal midtempo en zelfs een paar hele trage nummers. Bovendien is er veel gewerkt met duistere intro's, outro's, intermezzo's en zelf het geleuter van de paus is gebruikt voor de nodige opvulling. Dat zorgt voor een heel sfeervol en stemmige plaat. Toch heb ik liever wat minder tierelantijntjes en oponthoud. Voor nummers als "Imago Mortis" en "1651" heb ik gewoon het geduld niet meer. Opschieten, doorspelen! De beukers daarentegen zijn echter prima te verteren. "Cold Mouth Fever", "Through The Belly Of Damnation", "Limbs Of Worship", "Vanity Of Vanities" en de afsluiter "Voices From Avignon" laten het pleisterwerk van je muren springen. Zo hoor ik ze graag. Jammer alleen van de rest. Daar zullen velen het wel niet mee eens zijn, alleen kan ik daar nu niet meer wakker van liggen. Ik wil gewoon Panzer Divisie Marduk en voor de rest geloof ik het wel. Op naar de volgende.
File Under: Het zal wel aan mij liggen.
File Audio: [Grom]
Walker Diver - Junior Blues
Om meteen maar met de deur in huis te vallen: Junior Blues, de tweede plaat van het Utrechtse Walker Diver is een topplaat. Eén van de aardigste in het genre en één van de betere rootsplaten van Hollandse bodem. Opener "Fugitive" is gebaseeerd op een Neil Young-achtige gitaarmuur, zo eentje waar ook - een andere referentie! - Steve Earle graag tegen aanleunt. In "Captain Kirk" klinkt R.E.M. door en "Don't Mind Me Babe" is klassieke country. "Anodyne" klinkt als Slobberbone zonder de dronken romantiek en in "Mary, Mary" komt cajun om de hoek kijken. Maar het noemen van al die namen is in dit geval geen teken van doorgeslagen kopieerdrift van songschrijver en kern van Walker Diver Stefan 't Hooft. Het illustreert vooral de breedte en diversiteit van de songs. Geen stuurloosheid, maar breed uitwaaierend vakmanschap. In het geval van Walker Diver's Junior Blues gaan we zeggen: een staalkaart van kunnen. Alle hoeken van de americana worden onderzocht in de twaalf songs op deze plaat. Het is curieus dat er drie jaar voor nodig was om deze plaat te laten verschijnen, helemaal als het persbericht vertelt dat er dertig liedjes klaar waren. Personele problemen schijnen de oorzaak te zijn. Hoe dan ook, het geeft wel de ruimte om bij de cd-presentatie, aanstaande zondag in Utrecht, te laten horen welke stijlen deze band nog meer zo goed beheerst.
File Under: Rootstop
File Audio: [I'm not so bad!]
Maxïmo Park
"Er is al genoeg muziek die voorbijglijdt en waarvan je denkt:whatever"
Paul Smith is een literair typje. Dat wist u uiteraard al, luisterend naar Maxïmo Park's eersteling A Certain Trigger, maar op de opvolger Our Earthly Pleasures wordt dit eens te meer duidelijk. In zijn teksten betaalt Smith meer dan ooit leergeld aan klassieke Britse poëten als Auden, Yeats en Morrissey, songtitels als Russian Literature spreken voor zich en op het podium hanteert de voorman van de band uit Newcastle nog altijd zijn rode boekje. Het verhaal van Maxïmo Park is eigenlijk het verhaal van Paul Smith.
Tori Amos - American Doll Posse
Ik behoor zelf tot het deel van de fans van Tori Amos dat bij The Beekeeper en Scarlet's Walk afgehaakt is. Het esoterische getrut op die twee platen - overigens wel gewoon aangeschaft, want hey, ik bleef wel fan - kwam me na een paar draaibeurten al de neus uit. Doodzonde van al dat talent dat Amos heeft. Ik was dan ook een beetje huiverig toen ik hoorde dat Tori zich voor American Doll Posse Amos vijf identiteiten (Pip, Santa, Clyde, Tori en Isabel ) aangemeten had en vanuit hun oogpunt en meningen liedjes geschreven had. Die vijf identiteiten zijn bovendien gebaseerd op vrouwen uit de Griekse mythologie. Nou, ik zag de bui al weer hangen. Maar verdomd, wat blijkt, Tori Amos kan het gewoon nog steeds. Okay, American Doll Posse is met zijn ruim achtenzeventig minuten een extreem lange plaat geworden. Dat is een flinke zit, maar doordat Amos geraffineerd varieert in stemmingen verveelt American Doll Posse me geenszins. En het getrut valt alleszins mee. Ze verrast me zelfs door in "Teenage Hustling" (een liedje van de gedaante Pip, van wie de liedjes het meest on-Tori zijn ) voor haar doen behoorlijk wat gitaargeweld te gebruiken. Maar ook de pianoliedjes, die tegenwoordig in aantal overigens wel in de minderheid zijn, zoals "Girl Disappearing" zijn weer pakkend. De mensen die al bij haar derde cd Boys for Pele afgehaakt zijn zal ze er denk ik niet mee terug winnen, maar de fans die net als ik de laatste twee cd's maar weinig boeiend vonden, die moeten haar toch eens een tweede kans geven. Dat is American Doll Posse namelijk zeker wel waard.
File Under: Tori is terug op het juiste pad.
Vanna - Curses
Nog nooit van mijn leven heb ik een serieuze baan gehad. Oei, dat klinkt ernstig. Ja, ik heb wel eens een blauwe maandag vakantiewerk gedaan en heb zelfs een redelijk lange tijd in het weekend in een kroeg gewerkt. Maar echt een baan, van negen tot vijf? Nee dat niet. Tot twee maanden geleden. In het kader van mijn opleiding moet er stage worden gelopen bij het regionale krantje. Op een redactie waar de leeftijd boven de 40 ligt, waar elke dag dezelfde 'grappen' worden verteld en waar de muzikale smaak in 1970 vast heel vooruitstrevend was. Maar ach, ik ben een grote jongen. Ik red me wel. 'Just surviving' beste lezer, 'just surviving'. Ach, de dagen zijn wel lekker overzichtelijk (let nu goed op het briljante bruggetje). De muziek van Vanna is ook heerlijk overzichtelijk. Post-hardcore, zeg maar screamo. Met hier en daar brute rifjes, hier en daar cleane vocals en hier en daar een rustig stukje. Echt helemaal niets op aan te merken. Als je, net als ik, van From Autumn to Ashes, Norma Jean of Every Time I Die houdt gaat je hoofd op en neer tijdes het beluisteren van Curses. Verwacht je iets nieuws, dan ben je bij de mannen uit Massachusetts aan het verkeerde adres. Vanna is net als een doorsnee werkdag. Als je er niet teveel bij nadenkt, is het best uit te houden.
File Under: Overzichtelijke post-hardcore
File Audio: [VannaSpace]
Silverchair - Young Modern
Vijf jaar was het stil rondom Silverchair. Sterker nog, op dit moment van schrijven staat hun nieuwe plaat in thuisland Australië weer eens op 1, maar weet EMI Nederland nog niet of en wanneer hij ook in Nederland officieel uitkomt. Tja, dat krijg je ervan, met zo'n vreemde levensloop: na het grunge-achtige debuut uit 1995 ging de groep rondom Daniel Johns steeds meer de Queen-kant uit - en dan niet altijd op de goede manier. Het laatste levensteken Diorama uit 2002 was zó weird dat ik (en met mij heel Nederland. vermoedelijk) het destijds maar genegeerd heb. Weird is ook Young Modern geworden, maar dan wel kilometers beter en interessanter dan Diorama. De eerste keer dat je deze plaat opzet, duizelt het je: zoveel melodielijnen in één nummer, al die koortjes en strijkerspartijen erbij (van Van Dyke Parks)... het lijkt wel prog! En toch is het gewoon pop. Ik moest als eerste aan Mansuns Six denken (en bij vlagen aan Spacehog en Cracker): Young Modern is óf geniaal óf totaal belachelijk. Een middenweg is er niet. Gelukkig is, niet zoals bij Diorama, de muziek dit keer interessant genoeg om te blijven draaien, en na een keer of twee raak je opeens verslaafd. Het meest typische voorbeeld is de single "Straight Lines": het lijkt in het begin een wat gemakzuchtig nummer, maar het wordt alleen maar sterker naarmate je het vaker draait. Op "Low" en de krolse uitsmijter "All across the world" na, zijn alle nummers echte groeiers. Als je eenmaal gewend bent aan het maffe refrein van "Insomnia", zit je er echt met gebalde vuisten op te wachten om dat mee te brullen: I stay awake for days! Ook de fans van Silverchairs traditioneel schitterende ballads worden bediend met "Those Thieving Birds", dat voor de gelegenheid in twee stukken geknipt is met een uptempo nummer ertussen. Al met al word ik tamelijk euforisch van deze plaat. Gek genoeg is het een beetje hetzelfde gevoel dat ik kreeg bij My Chemical Romance; hooguit ietsje minder. Doe er je voordeel mee!
File Under: Grootse terugkeer van
File Audio: [ MySpace]
File Video: [Straight Lines]
Duffhuës - Man On Fire
Jaren terug zag ik Niels Duffhu�s op het lokale podium bezeten door de blues op zijn gitaar jakkeren. Ik knipperde dus wel even met de ogen toen zijn nieuwe album grotendeels gevuld bleek met gevoelige piano-liedjes. De bijgesloten biografie verklaarde een en ander. Man On Fire/Strings On Fire heet dit project, waarbij de zanger oud en nieuw werk op de piano uitvoert, begeleidt door strijkers van het ensemble Quinetique. Was dit een goed idee? Ja, al vraagt het wat doorzettingsvermogen van de luisteraar. Er zijn net wat teveel draaibeurten nodig om de kleine details te horen die de eenvormige liedjes van elkaar onderscheiden. Duffhu�s speelt piano als ware het een slaggitaar, meestal rustig peddelend, met als variatie soms wat lelijk ellebogenwerk. Ook had hij het hogere register wel wat vaker op mogen zoeken. Het andere minpuntje is zijn stem: vlak en monotoon als Elvis Costello, waar de pr�sence van Tom Waits op Closing Time beter gepast had. Maar, zoals ik al zei, wie de plaat wat tijd geeft, zal langzaam waardering krijgen, voor momenten als de aanzwellende strijkers en het zachte kermende 'hey' in "All I Ever Said" en het perfect daaropvolgende nummer "Lover, Sister, Friend", waar ik het vermoeden kreeg dat het hele project is ge�nspireerd op het succesvolle I Am A Bird Now van Antony & The Johnsons. Man On Fire heeft op de beste momenten een even sober geluid en eenzelfde duistere breekbaarheid. 'You were my lover, you'll be sister and now you are my friend'.
File Under: Zielenknijpen in naam der liefde
File Audio: [Man On Fire In-Space]
Autumn - My New Time
Enige jaren geleden heb ik Autumn ooit eens in het voorprogramma van Within Temptation gezien in een veel te vol gepropte zaal van De Melkweg. Ik had destijds al vaker over ze gehoord, maar nooit de moeite genomen om de cd's eens te gaan beluisteren, laat staan om ze live te gaan aanschouwen. Hoe anders is dat nu met het verschijnen van hun derde album, My New Time. In de afgelopen jaren hebben er flink wat bezettingswisselingen plaats gevonden: drie bandleden zijn gestopt, waaronder grondlegger Meindert Sterk en drie nieuwe zijn er voor in de plaats gekomen. My New Time is dan ook het resultaat van het herboren Autumn, dat met dit album in meerdere opzichten afscheid heeft genomen van het verleden. Andere bezetting, nieuwe platenmaatschappij, verse sound. En dat hoor je meteen bij openener "Satellites": sfeervol, warme zang, muzikaal gezien een beetje Lacuna Coil-achtig. Daarna volgen nog tien songs waarin de warme en diepe stem van zangeres Nienke de Jong prima naar voren komt. Gothic kun je het echter niet meer noemen; grunts behoren tot het verleden. Er is een mix van stijlen terug te horen: stoner, industrial, wave en natuurlijk good old metal. Gooi de muziek van Asrai, the Gathering, Evanescence en Penumbra in een blender, voeg de doorontwikkelde zangstem van Nienke er bij en je krijgt My New Time. Alles is toegankelijker (of zo je het wilt commerciëler) dan het oudere werk, al ontbreekt het harde werk (met heerlijke dubbele bass drum) niet. Of de gothic meisjes het allemaal nog kunnen waarderen zal de toekomst moeten uitwijzen, maar ik zal ze binnenkort zeker eens live gaan aanschouwen.
File Under: Herboren!
File Audio: [ MySpace]
Githead - Art Pop
Muziek is al heel lang mijn grootste hobby en niet alleen als luisteraar. Ik ben een jaar of vijf diskjockey geweest in de tijd dat een dj nog gewoon plaatjes aankondigde en draaide. Daarna heb ik nog enkele jaren in een platenzaak gewerkt. Ik volg de popmuziek al tientallen jaren, maar toch ken ik lang niet alles. De hitparade vind ik helemaal niet interessant en ik luister nooit naar 3FM. Daardoor bestaat natuurlijk de kans dat ik wel wat goede nieuwe muziek misloop. Ik had tot voor kort ook nog niet van Githead gehoord en toch is dit een zogenaamde 'supergroep'. De band bestaat uit Colin Newman (van Wire), Malka Spigel en Max Franken (beiden van Minimal Compact) en Robin Rimbaud (alias Scanner). Met andere woorden, niet zomaar een band. Githead was eigenlijk bedoeld als een eenmalig project ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het label Swim~ van Newman. De samenwerking beviel echter prima en het gevolg was de ep Headgit die in november 2004 verscheen. Een half jaar later brachten ze hun eerste langspeler Profile uit en nu is dus het tweede album Art Pop verschenen. De muziek van Githead wordt uitstekend beschreven door de titel van deze nieuwe cd: kunstpop. Niet kunstmatig maar kunstig. Je kunt horen dat dit vier vakmensen zijn die een prima combinatie van gitaar- en synthpop met funkinvloeden hebben gemaakt. De openingstrack "On Your Own" legt een prima fundament maar is niet representatief voor de muziek op dit album. De cd bevat nogal wat verschillende stijlen, zoals het kwetsbare en deels akoestische "Lifeloops", "Space Life" met de funky basgitaar, de synthpop van "Jet Ear Game" (compleet met cyberstem) en mijn hoogtepunten "Drive By" en "Rotterdam". Githead vaart in dezelfde wateren als New Order en Garbage met het grote verschil dat Newman cs. veel meer in anonimiteit verkeren en ik vraag me af of dat snel zal veranderen. Met deze cd zou dat eigenlijk moeten kunnen.
File Under: Artpop
File Audio: [Githead-Space]
The Kill Devil Hills - Heathen Songs
De nieuwe verschijnt in oktober. Ik zeg het er meteen maar bij, want de officiële release van Heathen Songs van de Australische band The Kill Devil Hills stamt al uit 2005. Het zestal muzikanten heeft nu echter een label gevonden die Heathen Songs ook bij ons uitbrengt als voorbode voor het nieuwe album (en een mogelijk Europese toer?). The Kill Devil Hills. Als ik voor een gebergte stond met zo'n naam dan zou ik me wel een paar keer bedenken voordat ik besloot deze te beklimmen. Heathen Songs. Er was een tijd dat heidenen gelijk gesteld werden met de duivel. Ik verwachtte dan ook een rauwe plaat met liedjes over de duistere kant van het leven. Als je de hele dag naar brave commerciële popzenders luistert dan zul je van schrik in de gordijnen springen. Als je echter geregeld naar garagerock of rauwe bluesalbums luistert dan is het geen zware kost. The Kill Devil Hills zitten er dan ook ergens tussen in. Ze combineren blues, gospel, roots en rock alsof Nick Cave reïncarneert in Chris Isaak en Bruce Springsteen tezamen. De liedjes op Heathen Songs zitten prima in elkaar. Het repertoire is verder afwisselend. Toch gaan mijn gedachten tijdens het beluisteren van elk nummer naar artiesten waar het aan te refereren is. Een eigen smoel, dat ontbreekt er nog. Ik heb echter zo'n vermoeden dat dit met het komend album helemaal goed komt en anders is het wel tijdens de optredens. Die schijnen namelijk geweldig te zijn. Ik kan het me voorstellen. Nu maar hopen dat ze ook in ons bergloze land komen.
File Under: De killer moet nog komen
File Audio & Video: [My Space]
Avril Lavigne - The Best Damn Thing
Van alle teenpopsterretjes is Avril mijn absolute favoriet, en wat mij betreft heeft ze nog geen slechte single afgeleverd. Echter, niet iedereen is het daar mee eens, en dat heb ik geweten toen ik op MOMI, het gezelligste indieweblog van Nederland, melding maakte van het lekken van de nieuwe single "Girlfriend". Alle commentaar ten spijt blijf ik die single een geweldig staaltje klapkauwgom-punkpop vinden, en ik hoopte dan ook dat de rest van de plaat even sterk zou zijn. Welnu, onze muthaf*ckin' princess stelt op deze nieuwe plaat absoluut niet teleur en levert een twaalftal hoogwaardige mallpunksongs af die staan als een huis. Wat heet, Avril en de verschillende productieteams, drie in totaal, hebben werkelijk alles uit de kast gehaald om deze plaat een waar feest voor de popliefhebber te maken. Zwaar gedubbelde zang, extatische koortjes, scherpe gitaren, opzwepend drumwerk van onder meer Travis Barker (ex-Blink 182) en Josh Freese (ex-alles en iedereen), en refreinen die de hele dag in je hoofd blijven hangen. Dat de teksten dan niet boven het niveau van een veertienjarige uitkomen neem dan met alle liefde op de koop toe. Like, whatever. Zo is het refrein van "Hot" al dagen niet meer uit mijn hoofd te slaan ("You're so good to meeeeee, bay-beeeeee, bay-beee-heee"), dans ik als een veertienjarig pubermeisje door de huiskamer op de titelsong (inderdaad, een aparte ervaring - ook voor mijn omgeving), en loop ik voluit mee te bleren als "Runaway" voorbijkomt. Dat er dan nog twee enigszins flauwe ballads tussen staan maakt mij ook niet veel uit, daarvoor is de skipknop immers uitgevonden. Boven de streep blijft gewoon een ijzersterke popplaat over, waarschijnlijk de beste die we dit jaar in dit genre kunnen verwachten.
File Under: IJzersterke klapkauwgompunkpop van het hoogste niveau
File Audio: [Lavigne-Space]
Dinosaur Jr. - Beyond
'Heb jij die nieuwe Dinosaur jr al gehoord?'
'Natuurlijk, ik vind 'em vrij goed voor een reünieplaat. Niets bijzonders, maar hij luistert wel lekker weg.'
'Precies, dat is mijn probleem ermee. Ik had op meer gehoopt, maar misschien was dat niet eerlijk.'
'Ik had niks gehoopt, eerlijk gezegd. De eerste drie Dinosaur-dingen vond en vind ik nog steeds het beste.'
'Mwah, je hoopt toch altijd verrast te worden. Maar je zegt de eerste drie? Green Mind vond je niets meer? Dat vind ik met Bug samen nog steeds de leukste.'
'Die was best goed, maar de eerdere hebben een bepaald soort gekte. Die is op Green Mind duidelijk uitgekristalliseerd. Yr Living All Over Me vind ik het beste.'
'Misschien komt het doordat ik met Green Mind begon. Het maakt toch verschil waar je inhaakt. Op die nieuwe vind ik het jammer dat Mascis zich met regelmaat zo'n standaard niet onderscheidend geluid aanmeet. Juist dat jankende gitaargeluid is wat Dinosaur Jr. zo koel maakt
Daarom zal het wel zijn dat de openingtrack, het singletje "Been There All The Time" en "It's Me" er bovenuit schieten. Daar jankt Mascis lekker en jengelt zijn gitaar lekker tegen 'em aan.'
'Inderdaad, de gekte ontbreekt en dat is jammer. Ik ben wel gek op Barlow's basspel en -geluid. Barlow voegt echt wat toe aan het geluid van Dinosaur Jr. en dat hoor je dus ook in de opnames. Dat deden die nep-Barlows op die andere cd's na zijn vertrek lang niet zo goed. Of beter J. Mascis, want het schijnt dat hij ALLES inspeelde. Mede daarom vond ik er niet veel meer aan.'
'Dat verschil hoor je dus wel op Beyond.'
'Echt wel! Het is minder navelstaren, minder op concentratie en meer losgaan.'
'Voor een reünie-cd is het helemaal geen slechte cd, maar als je eerlijk bent, dan is het gewoon niet zo goed en verrassend als de eerste drie, vier cd's. Maar dat mag je misschien ook niet verwachten.'
File Under: Misschien uiteindelijk wel in de top vijf van beste Dinosaur Jr.-cd's?
The Weeds - A.k.a. The Lollipop Shoppe
Fred Cole speelde als jong jochie in The Lords (nee, niet met Rob de Nijs) en hield zich kort bezig met een soort solocarriëre (Deep Soul Cole). Vervolgens kwam hij samen met onder andere gitarist Eddie Bowen met The Weeds op de proppen. Onder de vleugels van een manager zouden ze het gaan maken. Maar deze Lord Tim Hudson had nog een andere band onder contract, The Seeds. Zonder Fred Cole en consorten in te lichten gaf hij The Weeds een nieuwe naam, The Lollipop Shoppe. Protesten hielpen niet, want hun plaat Just Colour was al geperst en de hoes al gedrukt. Mèt hun nieuwe, op de bubblegumrage van dat moment aangepaste naam. Helaas voor Lord Tim speelden de voormalige The Weeds vooral een ruige vorm van garagerock en psychedelica. Hoogtepunt van de band was wellicht hun rol in de film "Angels From Hell" Maar het leverde wel een geweldige plaat op die - geautoriseerd door Fred Cole himself - nu op cd is verschenen. Alle tracks van Just Colour vinden we terug (dus ook kraker 'You Must Be A Witch'), aangevuld met zes andere liedjes. De naam The Lollipop Shoppe staat nu op de tweede plaats, The Weeds is de naam van de band. Gerechtheid na veertig jaar. Overigens hield The Lollipop Shoppe het niet lang vol. Vele bands volgden voor Fred Cole, totdat hij jaren later Dead Moon stichtte en zich alsnog het pantheon van de undergroundhelden in zong. De rest van het verhaal is geschiedenis (en ook Dead Moon, helaas).
File Under: Gerechtigheid
Arctic Monkeys - Favourite Worst Nightmare
Je hoeft geen muziekkenner te zijn om te kunnen voorspellen dat het tweede album het hoe dan ook minder goed zal doen dan het eerste. Want het kan niet anders of slechts een deel van alle mensen die als makke schapen over de dam van de aankoop van Whatever People Say I Am That's What I Am Not liepen, koopt ook deze tweede plaat. Tegen de reactie van het volk kan immers geen recensent op. Hiermee zeg ik in feite wat alle andere critici zeggen, namelijk dat deze tweede plaat is geworden wat we van de Arctic Monkeys konden verwachten, maar dat die het succes van de eerste nooit zal kunnen evenaren. Ik vraag me dan ook af of de band zich dat ten doel heeft gesteld, want dat k´n natuurlijk bijna niet. Het is weinig humaan om dat van jezelf te verwachten. Op deze Arctic Monkeys dezelfde springerige, catchy liedjes, zonder die puike rafelrand, want de band heeft de producers van Simian Mobile Disco wel aan de scherpe kantjes laten slijpen. Dat is jammer, maar als je het eerste album gekocht hebt omdat je de band écht goed vond en niet omdat iederéén deze jonge jongens adoreerde, dan kun je je geen buil vallen aan de aanschaf van het tweede album (waarvan het artwork zeer de moeite waard is). Als je net als ik, de hype van vorig jaar een beetje langs je heen hebt laten gaan, dan is de release en het vervolg van dit album weinig opvallend, ja zelfs geruisloos en zijn de Arctic Monkeys ineens gewoon weer een Engels bandje dat best wel leuke liedjes maakt.
File Under: Weer een gewoon, geinig Engels bandje
File Audio: [Maar vast nog op heel veel andere plekken]
File Video: [Op de eigen site!]
RTX / Koritni
"Wat is dit in hemelsnaam?!?", schreeuwde ik, tegen niemand in het bijzonder uit, toen ik mijn pakketje te recenseren cd's uitpakte. Ik heb namelijk een boel lelijks in handen gehad, maar de hoes van Western Exterminator, van RTX is veruit de lelijkste die ik ooit gezien heb. Hierbij vergeleken zijn zelfs de ergste deathmetal hoezen fijnzinnige kunstwerkjes. Op de binnenfoto kijken vier mannen (met spiegelbril en poedelkapsel!) en een vrouw me stoer aan. Met angst en beven leg ik de cd in de cd-speler. Om vervolgens lastig gevallen te worden met obligate sleazerock, uitgebraakt door Jennifer Herrema. RTX is een voortzetting van Herrema's Royal Trux, een band die in de hoogtijdagen van de sleazerock twee pareltjes op haar naam gezet heeft, maar waar het heilige vuur inmiddels verdwenen is. Of weggepoetst door Protools, want alles is weggestopt onder de effecten, waardoor je geen enkel idee hebt wat je nou precies hoort. Nee, hier wordt een mens niet gelukkiger van...
Over lelijk gesproken. Althans, ik wil geen veel te lange discussie opstarten over iemands uiterlijk, voorkeuren en ware schoonheden die van binnen zouden zitten. Maar, ik wil toch wel kwijt dat je, in mijn optiek, niet echt gezegend bent als je op Boy George lijkt. Ik was dan wat minder prominent op de hoesfoto gaan staan. Maar misschien is Boy George niet zo bekend in Australië. Want daar komt Koritni vandaan. En Koritni past ook in de Australische Rock traditie, want had u zich ooit afgevraagd hoe het zou klinken als Jimmy Barnes Bon Scott opgevolgd had bij AC/DC? Nou, als Koritni dus. En (gelukkig) niet als Boy George. Niet dat Lady Luck tot een echte doorbraak zal leiden aan deze kant van de wereld. Het songmateriaal er er net iets te doorsnee voor, maar lekker klinkt het wel. Misschien moest mentor Jimmy Barnes aan Lex Koritni eens leren hoe je écht goede nummers schrijft, dan zie ik het met Koritni helemaal goed komen...
File Under: Gedateerde sleazyrock...
File: Koritni - Lady Luck
File Under: Puike kangorock in de beste AC/DC tradities...
Charlie Dée
'Ik hoop altijd dat als ik de radio aanzet dat ik er op ben.'
Zelf had ik in eerste instantie de neiging om haar gewoon Renée te noemen, Charlie Dée is immers alleen maar haar artiestennaam. Toch betrap ik me er op dat ik consequent Charlie denk. Het maakt haar zelf weinig uit.'Veel mensen noemen me Charlie, dat gebeurt heel vaak. Ook door leerlingen (Charlie geeft les aan de Herman Brood-Academie). Ik doe daar niet moeilijk over, in mijn hoofd is er geen verschil. Sommige mensen vergeten écht je normale naam, maar als mijn man 's morgens naast me wakker wordt, noemt hij me gewoon Renee.'
Als we de kamer inlopen waar we een klein uurtje zullen praten, loopt Charlie gelijk naar het radiootje dat aan het eind van de tafel staat. Ze friemelt wat aan de knoppen. Pas aan het eind van het interview wordt me duidelijk waarom: 'Ik hoop altijd dat als ik de radio aanzet dat ik er op ben.' Het had goed gekund deze keer, want haar nieuwe cd Love Your Life is Radio 2-cd dus alle nummers komen deze week voorbij. Dat de verrassing er voor de mensen dan misschien een beetje vanaf is, dat deert haar niet. Ze wil dat de mensen komen naar podia om haar te zien, want daar is Charlie Dée er de afgelopen paar jaar achter gekomen hoe zij en haar band echt klinken. En dat is anders dan op haar vorige cd. Dus alle aandacht is welkom.
Lees verder..The Hot Stewards - Cover Up
D'r zijn van die nummers, die moet je niet willen coveren. Hoe goed je ook bent - of erger: hoe goed jij jezelf vindt - als artiest, daar blijf je met je poten van af. "Boys of Summer" is zo'n nummer. Dat cover je niet. Dat nummer hoort bij Don Henley, hij zingt dat en verder niemand. Geen discussie over mogelijk. De snotapen van The Hot Stewards hebben net als DJ Sammy en The Ataris het gore lef om dit nummer toch te coveren voor hun debuut-cd Cover Up. Bij voorbaat al een doodzonde. Ik las het op het hoesje, drukte de cd in cd-speler, fast-forwardde naar de bewuste laatste track, luisterde 15 seconden, rukte de cd uit de cd-speler en had de neiging om 'em doormidden te breken en te consumeren. Zo lelijk? Ja, een naakte Kim Holland op Koninginnedag in de Kalverstraat valt er bij in het niet. Je kunt duizend keer in toffe - en door mij zeer gewaardeerde - bands als The Spirit That Guides Us, Jetsetready en Campsite zitten, dit is heiligschennis van de bovenste plank. Het duurde een week - no kidding! - voor ik hier goed en wel overheen was, maar vergeven heb ik het ze nog steeds niet. Intussen heb ik de cd wel weer opgepakt en de rest van de covers op Cover Up wat aandachtiger beluisterd. En wat blijkt? Die zijn stuk voor stuk stiekem heel leuk. Jaren tachtig krakers als "Smalltown Boy", "Edge of Heaven", "Lay Your Love On Me" en "Kids in America", ze gedijen uitstekend in de schmutzige versies van The Hot Stewards. Ze zijn getransformeerd tot geweldige meeblèrbare kneiters met Axl Rose-achtige zang en veel emogeschreeuw in de koortjes. Hun versies zijn bijna goed genoeg is om ze die ene enorme misstap te vergeven, want tjonge jonge, "Boys of Summer" coveren, het idee alleen al...
File Under: 10 briljantjes, 1 doodzonde.
File PureVolume: [Hier]
File Audio: [Stalk Them]
The Red Crayola - Soldier-Talk
Ik heb nog een cadeau tegoed voor mijn verjaardag, maar ik heb geen idee wat ik zal vragen. Als ik diezelfde dag de stapel cd's bekijk waar ik nog een stukje over mag schrijven kom ik Soldier-Talk van The Red Crayola tegen. Deze cd ligt al een tijdje bij me, maar tot een goed oordeel ben ik nog niet gekomen. Het is namelijk een album dat door de tegen valsheid aanzittende zang in combinatie met tegendraadse free-jazz al snel tegen de irritatiegrens van mijn vriendin aan gaat zitten. Ik schuif het verder draaien voor me uit. Soldier-Talk is een re-release van het comeback-album uit 1979. De band werd in 1969 opgedoekt. Dit album werd uitgebracht op het platenlabel van Elvis Costello. Belangrijkste persoon van The Red Crayola is de Amerikaan Mayo Thompson, hier samen met de inmiddels overleden Jesse Chamberlain. Als gastmuzikanten doet o.a. de voltallige bezetting van Pere Ubu mee, waar Thompson zelf later ook deel van zal uitmaken. Als ik een avond alléén thuis zit en eindelijk het soldatengepraat tot me kan nemen besef ik dat dit een bijzonder album is: tegendraads, vol met vreemde wendingen, prachtige kopergeschal, theatraal, jazz en rock vermengt, maar waar de zang ook voor mij wel even wennen is. Als ik er echter doorheen ben weet ik plots wat ik voor mijn verjaardag ga vragen: een bijdrage voor de aanschaf van een hoofdtelefoon zodat er geen reden meer is om een stukje over een cd voor me uit te schuiven.
File Under: Het hoeven niet altijd hapklare brokken te zijn.
Loney Dear - Loney, Noir
Toen collega Heet Stof een tijdje terug de re-release Sologne recenseerde ging ik daar meteen digitaal naar op zoek. Door een foutje belandde echter het nog te verschijnen album Loney, Noir op mijn computer. Bij beluistering vergat ik prompt dat ik eigenlijk iets anders zocht én meteen ook alle andere platen die ik in 2007 had gehoord. Inderdaad, dit album is zo goed dat ik er bijna sprakeloos van ben. 'All I want is a state of hope', zingt de dirigent van dit eenmansorkest ene Emil Svanängen en dat is precies waarin je belandt met deze plaat. Als popnerd raak je soms wat afgestompt en dan is het des te fijner om weer eens echt verbluft te raken door een groot talent. Loney, Noir is een album vol jubelend stijgende lijnen. Alle nummers zijn rond de drie minuten en de meeste volgen hetzelfde procédé. Emil begint zachtjes op een gitaar te spelen, waarna al snel detailrijke Casio-keyboards, blazers, belletjes en gekke ritmes (handgeklap!) samen een verrassend kleurrijke toverbal vormen. Dan wordt een duizelingwekkend crescendo ingezet richting hét moment van elk nummer, waarin Emil als een ware Beach Boy in falsetto breekbaar begint te piepen. Check voor goede voorbeelden "I Am John", "Hard Days 1,2,3,4" en "I Could Stay". Na dit extatische moment wordt het nummer snel afgerond, want drie minuten popliedjes, dat is de droom van Emil, in zijn jonge jaren niet voor niets fan van A-Ha. Hij krijgt hier in zijn uppie voor elkaar wat het verwante I'm From Barcelona met 29 muzikanten niet lukte. Vervoering met een hoofdletter V.
Samen met Doornroosje geven we kaarten weg voor het concert van Loney, Dear in Nijmegen op 8 mei. Doe mee met onze prijsvraag en wees er bij!
File: Loney, Dear - Loney, NoirFile Under: Op naar de sterren en daar voorbij
File Audio: [I'm John] [Saturday Waits]
File Audio: [Loney-Space]
Starcastle - Song of Times
Bij Starcastle denk ik eerder aan een Nickelodeonserie of aan een album met Ronnie James Dio dan aan een klassiek-Amerikaanse progband. En toch is dit een gezelschap dat al in 1969 bijeenkwam. Van 1976 tot en met 1978 brachten ze vier studio-albums uit, met aanvankelijk heel wat succes. Ze hadden zelfs bands als Journey en Foreigner in hun voorprogramma staan en werkten met Roy Thomas Baker, producer van de klassieke Queenalbums. Het succes verdween tegelijkertijd met een aantal bezettingswisselingen totdat de grote man achter Starcastle, Gary Strater, in 1997 de band nieuw leven in blies. Song Of Times is daarvan het eerste resultaat op cd. Strater heeft dat zelf niet meer mogen meemaken. In december 2004 overleed hij, nog geen vijftig jaar oud. Strater zou echter trots geweest zijn, want de achterblijvers in Starcastle hebben zijn werk met zorg afgemaakt. De tien composities - nou ja, negen, want "Babylon" staat er in twee versies op - zijn prog voor oude mannen (dus ook voor mij) in de stijl van Yes, Kansas en Styx waarbij vooral de magnifieke harmonieën direct uitnodigen tot meegalmen. Song Of Times is een uithangbord voor de prog/pop waar Amerikanen zo goed in zijn: met toetsenpartijen en breaks zoals we die gewend zijn uit de prog, maar in steevast toegankelijke composities en vooral met van die hemelse zangpartijen. Zanger Al Lewis doet menigmaal denken aan - hoe kan het anders - Yes' Jon Anderson en Steve Perry (ex-Journey), waar de koortjes vooral aan Styx en Kansas herinneren. Het klinkt niet als een plaat uit 2007, maar gezien het aantal jaren dat hieraan gewerkt is mag dat ook niet verbazen. Starcastle roept met verve een brok nostalgie op en dat is beter dan geforceerd hip proberen te zijn...
File Under: Een veel mooier eerbetoon had het niet kunnen zijn
File Audio: [StarcastleSpace, maar zonder fragmenten van dit album] [fragmenten van alle songs]































































