Nits

De Nits zijn momenteel op tournee door Nederland, mede om hun nieuwe cd Strawberry Wood te promoten. File Under sprak met voorman Henk Hofstede over verandering, vergankelijkheid, en de drang om te bewegen op het toneel. En hoe een val van datzelfde toneel kan leiden tot nieuw materiaal…
Nits


mij=Interview: ForestSounds.
De nieuwe cd is op File Under omschreven als een 'vertrouwde verrassing'. Kun je daar iets mee?
Ja, dat vind ik wel een goeie. Ik hoop dat we altijd verrassen, maar ik kan me ook heel goed voorstellen dat we niet iets maken dat een totaal ander bandgeluid is, of waarvan men denkt 'nou ja dat is wel heel ver gezocht'. Het is bijna zoals de nieuwe vormgeving van Vrij Nederland, die hebben ook zo'n spreuk. Vertrouwde vernieuwing, geloof ik.
De Nits verrassen dus. Waar ligt die grens voor jou, dat het wel verandering is, maar nog wel past bij hoe de band is?
Ik vind het altijd heel moeilijk om dat op het moment van opnemen te weten. Dat weet je altijd pas later, als die plaat uit is. Dan pas kan ik hem tussen de andere platen plaatsen. Als ik er aan bezig ben dan denk ik ook niet aan andere platen, dan ben ik alleen maar met deze bezig. Bijna alsof we nog nooit zoiets gedaan hebben. Ik weet wel beter, maar je moet wel het idee hebben – bij wijze van spreken – dat je je eerste plaat aan het maken bent. Anders kabbel je voort op datgene wat je al gedaan hebt. Als ik naar andere bands luister die dat wel doen, vind ik dat vaak een teleurstelling.
Maar dan zou er wel een bepaalde continue lijn in kunnen zitten, zoals bijvoorbeeld 'steeds verstilder'…
Nee, het varieert bij ons, wij schieten altijd een bepaalde kant uit�
Ja, dat is precies wat ik bedoel, het is in mijn ogen niet 'groei' of 'ontwikkeling', maar constant een nieuwe richting.
Het is denk ik te vergelijken met een hoofdweg die voortgaat. En dan zijn er talloze zijwegen waar je af en toe inslaat, en waar je probeert nieuwe dingen te ontdekken. Omdat je er nog nooit geweest bent, omdat je altijd op die belangrijkste weg zit. Een soort snelweg. En als je in ene afslaat, dan daal je af in een gebied dat je nog niet kent.
Wel eens verdwaald?
Nou, we hebben wel eens wat afslagen genomen dat we echt verdwaalden. Dat we onszelf daar ook niet in terug konden vinden. En dan ga je toch weer op zoek naar een andere weg.
Nits
Is er ooit iets op plaat verschenen waarvan je achteraf dacht 'dat is toch niet helemaal zoals we zijn'?
Nou, nee, ik ben redelijk tevreden met al onze pogingen. En ja, je probeert het, maar je weet het nooit van tevoren. Vervolgens zie je door de jaren heen de dingen die overblijven, die je dus blijft spelen. Da's voor ons ook heel belangrijk. Als een nummer bijvoorbeeld tien jaar niet meer gespeeld wordt, dan is er toch wel iets aan de hand. Maar soms lukt het om iets weer tevoorschijn te halen.
Probeer je dat wel eens? Een nummer weer gaan spelen om te kijken wat er gebeurt?
Dat doen we altijd. Voor we gaan touren maken we altijd een lijst van nummers die we al heel lang niet meer gespeeld hebben. Is het interessant om weer te doen? Past het ook binnen zoals we nu zijn, zoals we nu over muziek denken? Als dat zo is, dan laten we zo'n nummer toe, dan gaan we gewoon weer luisteren naar de oude opname, en proberen we die weer te herspelen. Robert Jan moet dan een technisch gebied in voor de sounds. Hij heeft bijna alles opgeslagen, maar dat is dus echt research. En dan gaan we het weer proberen te spelen.
Ga je het dan opnieuw uitvinden of probeer je het origineel zo dicht mogelijk te benaderen?
Eerst benaderen, maar dan komt het toch in onze huidige set terecht, in de sfeer zoals we nu spelen. Met alle dingen die we gevonden hebben, die we nu goed vinden.
Je zei dat je niet bewust bent van de richting die een plaat heen gaat tijdens het opnemen. Maar er zijn tot nu toe nog nooit twee platen achter elkaar uitgekomen die hetzelfde zijn. Dat moet toch wel een bewuste keuze zijn? Zo is “Strawberry Wood” een geheel andere plaat dan “Doing the Dishes”.
Nou, ik zie hem zelf niet heel anders hoor. Ik kan me wel een plaat voorstellen waarin we weer helemaal verstild zijn, en waar we met strijkers dingen gaan doen. Maar dit ligt wel in een soort verlengde van de vorige plaat, en een aantal nummers die we op deze plaat hebben zijn ook ontstaan in de Dishes-sessies. Toen hadden we echt heel veel nummers, uiteindelijk veertig tot vijftig. Daar waren we wel blij mee, die wilden we niet weggooien.
Dus dat de twee extra nummers wel zo op de vorige cd lijken is geen toeval?
Nee, “Container” komt rechtstreeks uit die sessies. Dat hing er destijds om, die zou bijna op Dishes gekomen zijn, maar is er net niet op gekomen. Nu vonden we hem weer, en ik heb er nog wat aan gewerkt en gemixt, er iets anders van gemaakt. En het andere nummer, “Forget Me Not”, was wel een opname uit die tijd, maar die hadden we laten liggen omdat we al teveel van die heel erg up-tempo nummers hadden. Dus die viel er buiten. Maar we waren er altijd wel door geprikkeld, en door het helemaal opnieuw in te zingen en de nieuwe teksten is-ie er wel weer bijgekomen. Als extra, dat wel.
Nits
Hoeveel vrijheid krijg je van Sony in wat je wilt uitbrengen?
Alles.
Dus als je volgend jaar met een 100% instrumentaal Nits-album op de proppen komt…?
Nou ja, als we het heel erg bont zouden maken, zouden we misschien een probleem hebben. Maar we hebben een deal met Sony voor veel landen van Europa: Frankrijk, Duitsland, nu zelfs ook Scandinavië. Dus er liggen wel wat belangen natuurlijk. Ze moeten het dus wel interessant vinden. Want stel je voor dat al die vestigingen zouden zeggen, 'jongens, dit is echt te erg'. Dan hebben we wel een probleem.
Is dat ooit gebeurd?
Nee, maar een A&R [Artist and Repertoire] manager van Sony heeft, toen we begin jaren negentig de plaat Ting maakten, een probleem veroorzaakt. Toen hebben we wel wat discussie gehad. Die plaat was dan ook heel extreem qua keuze van instrumenten: piano, klassieke percussie en stenen, dus als geheel nogal weird. Maar bijvoorbeeld in Frankrijk is dat wel d� cult-plaat. Ik kom net terug uit Parijs, ik heb daar twee dagen interviews gedaan, en voor al die journalisten is Ting de plaat die hen het meest dierbaar is, juist omdat-ie zo uitgesproken is. Maar die plaat heeft dus wel voor wat problemen gezorgd bij Sony. En toch� stond er een soort hit op.
Soap Bubble Box?
Ja, Soap Bubble Box. Da's toch een hit… [lacht]
Liggen er nog veel onafgemaakte nummers in een kluis?
Ja, er ligt altijd veel.
Dat blijft daar liggen?
Nee, dat reist met ons mee door de jaren heen. Met de volgende sessie komen die soms weer tevoorschijn. Ideeën die zijn blijven steken, waar we eerst niet uitkwamen. Een heel oud voorbeeld is uit de sessies van Omsk, toen bestond “Adieu Sweet Bahnhof” al. Maar alleen nog in coupletvorm, er was nog geen refrein. Pas later vond ik het refrein, en toen konden we verder. Dat nummer is dus altijd meegegaan, want we vonden het een prachtige melodie [zingt melodie van de coupletten]. Het was er allemaal. Maar het was niet genoeg. We kwamen er steeds niet uit, waren weer aan het einde van een sessie, en hadden het w��r niet gevonden. En met Adieu vonden we het. En dat gebeurt eigenlijk met elke plaat, dan zijn er altijd wel een of twee die in ons hoofd zitten. Dat vinden we dan toch wel heel goede nummers, maar het is het nét niet.
Schrijf je je teksten tijdens de ontwikkeling van de nummers, of heb je een la met ideeën die je ooit nog een keer in muziek wilt gebruiken?
Ik schrijf altijd onderweg, in boekjes. Hier heb ik bijvoorbeeld een pril boekje [laat een klein notitieboekje zien, vol met teksten, schetsen en knipsels]. Het zit dan vol met wat ik opschrijf, maar ook met visuele dingen, flarden tekst, of dingen die uitgewerkt moeten worden. Dit is een soort dagboek over wat op deze plaat belangrijk is geworden, bijvoorbeeld in het nummer “Tannenbaum”. Da's deze man [laat een tekening zien van een oude Joodse man] die heb ik getekend toen ik hem zag [lacht]. Dus dit heb ik altijd bij me. Als we sessies doen dan zing ik maar wat, flarden van wat ik al een beetje bedacht had, maar er is nog geen uiteindelijke vorm. Pas als de muziek af is ga ik thuis teksten afschrijven.
En die teksten zijn echt jouw kindjes?
Ja!
De anderen komen daar niet aan?
Robert Jan schrijft zijn eigen tekst als-ie een nummer zingt, maar de rest is altijd van mij. Ik trek me altijd terug voor het teksten schrijven en inzingen. Dat is ook altijd verrassend, want sommige nummers krijgen juist door de tekst en de zang een heel andere wending. Een nummer waarvan je dacht dat het donker en zwart was, kan in ene heel licht en kleurrijk worden door de teksten en door mijn manier van zingen.
Kun je een tekstueel thema ontdekken in de laatste cd?
Nee… [aarzelend]. Het is soms wel het geval, met uitgesproken platen zoals In the Dutch Mountains, en Giant Normal Dwarf, die hadden thema's. In zekere zin Ting ook wel, maar dan muzikaal. Deze plaat heeft wel veel van de man die ik in een treincoupè ontmoette, terwijl ik reisde van Wenen naar Budapest. Hij begon verhalen te vertellen die op de plaat zijn gekomen. “Hawelka” komt daar uit voort, dat gaat over het verleden, gaat over oorlog, gaat over een Canadese soldaat, over zijn vader, over een zoektocht in Europa. Verder zit het onderwerp 'dood' altijd in onze teksten, in onze muziek ook. Maar vooral… ik heb redelijk wat geschreven na mijn laatste tour met Henny [Vrienten] en Frank [Boeijen]. Toen ben ik in Carrè in de orkestbak gevallen, drie meter naar beneden. Dat was in eerste instantie voor mij niet indrukwekkend, want ik ging er heel laconiek mee om. Pas later ben ik me gaan realiseren dat het hèèl anders had kunnen zijn. Veel mensen in mijn omgeving hadden dat meteen al. Die dachten meteen 'oh, nu is het afgelopen'. Ikzelf ben me dat pas later gaan realiseren, en daar kwamen nummers als “Distance” uit voort: [mijmerend] de afstand… je bent weg… waar ben je dan… heel ver weg… En “The Hours” bijvoorbeeld, dat zijn echt meer beschouwende nummers, over het besef dat dit ook gewoon helemaal afgelopen had kunnen zijn.
En als ik de plaat samenvat onder de noemer 'vergankelijkheid'?
Ja, nou ja… Maar “Departure” bijvoorbeeld, dat is natuurlijk ook gewoon 'vertrek'. In de tijd van Giant Normal Dwarf en Ting schreef ik teksten over kinderen die in mijn leven kwamen, die toen geboren werden. En nu gaan ze het huis uit… nu vertrekken ze. Daar schrijf ik dan over, da's toch een soort afscheid. Het is weer rond. Niet zozeer dramatisch, maar het is wel heel roerend dat je in de gaten krijgt dat – ook tijdens je hele muziekspelen – je dat met je meeneemt. En dat je daar dan over schrijft.
Nits
Hoe zie jij je rol als muzikant in de band, dus los van de teksten die je aandraagt?
Ik ben natuurlijk degene die alle zanglijnen bedenkt, dus het middelpunt van de melodie. Ik ben soms ook iemand die het aangeeft met enkele akkoorden. Door gitaar te spelen, eigenlijk als een singer-songwriter. Robert Jan en Rob zijn echt mensen die meteen met arrangementen werken en daarmee juist een hele stuwende richting bepalen. Ik bepaal meer de fragiele melodielijn die daar doorheen wandelt. Die melodie maakt uiteindelijk door de tekst het nummer tot een geheel.
Je speelt op toneel redelijk veel gitaar. Wat is je relatie tot het instrument?
Ik vind de gitaar een geweldig instrument voor datgene dat ik ermee kan invullen. Ik speel heel graag gitaar, ik vind het lastig om zonder gitaar op het toneel te staan. Maar ik componeer bijna nooit met gitaar. Thuis zit ik altijd achter mijn piano, waar ik erg veel van houd. Maar in de setting van deze band is het een beetje suf om twee pianisten te hebben. Als ik ook nog achter de toetsen kruip wordt het een soort…
Eh… Kraftwerk?
Ja [lacht]. Nou, helemaal niks mee mis, maar nee, met de gitaar kan ik veel meer bewegen. Ik vind het veel expressiever, je kan zien wat ik doe. Met toetsen is altijd het probleem dat je nooit ziet wat iemand doet. Iemand staat achter het instrument, en je moet er maar vanuit gaan dat-ie het echt speelt. Natuurlijk weet je dat wel, maar toch, het is altijd een soort meubel.
Afstand?
Nou, niet zozeer afstand, tenzij je achter een vleugel zit, dan wel ja… Nee, het is prettig om te lopen!
Er zijn vaak momenten in jullie carriere geweest dat een bandlid vertrok en jullie weer met zijn drieën verder moesten. Waren dat moeilijke processen?
Het zijn niet zozeer moeilijke of pijnlijke processen alswel heel praktische processen. Als iemand weggaat dan zit je gewoon met zijn drieën, of in het geval toen Robert Jan vertrok met zijn tweeën. Rob en ik hebben toen samen Alankomaat gemaakt, en daarna allerlei dames erbij gehaald. Vervolgens hebben we met hen Wool gemaakt. Dat is nog steeds een van mijn favorieten, ik ben erg blij dat die plaat er is. Dat was een soort uitlaatklep, een soort�
sfeer die me heel erg beviel, met strijkers en jazz-achtige dingen. Maar goed, wij drie zijn natuurlijk wel de kern van de band, je hebt ook vaak niet meer nodig.
Sta je nog wel open voor nieuwe bandleden?
We hebben tijdens deze opnames nog wel gedacht om nog een extra zangeres bij de opnames te vragen. Maar toen ik alle vocalen gedaan had, dacht ik 'nee toch maar niet'. Da's toch weer heel ingewikkeld om iemand weer helemaal in te moeten werken, en bovendien was er ook niet zoveel tijd meer. En eigenlijk vind ik het wel bijzonder klinken, ik doe bijna alle koortjes zelf.
Je hebt inderdaad redelijk wat lagen ingezongen.
Ja, dat vond ik ontzettend leuk, daar heb ik heel veel plezier in gehad. Het is ook weer iets wat ik aan de samenwerking met Henny overgehouden heb. Die is ook zo'n koortjes-freak. Met de Aardige Jongens hebben vooral Henny en ik veel koortjes gedaan. Als er maar een kans was dan… ok, koortje! [lacht] Dat heeft me weer heel erg in die richting geduwd.
Nits
Ik vind dat je op deze cd soepeler zingt dan ooit.
Ja, maar het ging ook heel makkelijk. Ik heb eigenlijk binnen heel korte tijd �n de teksten geschreven �n alles ingezongen. Dat ging soms met ��n, twee nummers per dag. Ik heb zelfs een gedeelte van de teksten al werkend in de studio geschreven. Met een gevoel van 'ah natuurlijk, zo moet het, zo moet het'. Dus dat ging met een enorm gemak, en dat is vaak een goed teken.
Is er iets dat je ooit nog met de band zou willen doen?
Heel praktisch gezien is er èèn ding dat ik al jaren had willen doen. Maar – en het is hem gegund hoor – Guus Meeuwis heeft dat afgepakt. Ik wilde heel graag een keer een plaat opnemen in Abbey Road. Gewoon voor het idee. Ik ben er twee keer geweest, heb toen in die ruimte gestaan… Dat heeft verder niks te maken met artistieke ontwikkeling, dat heeft alleen maar te maken met sentiment. En toch ook om te kijken of dat sentiment zou kunnen leiden tot nieuwe artistieke dingen. Maar dat is niet mijn allergrootste wens. Ik zou nog van allerlei dingen kunnen en willen doen met deze band, en ik denk dat we dat ook wel doen. We zijn ook nooit een band geweest die alleen maar naar het verleden kijkt. Gelukkig niet, dat vind ik niet interessant. We zijn niet onze eigen jukebox. We spelen wel onze oude dingen, omdat we daar wel van houden. Zo vind ik het nog steeds leuk om “Nescio” te spelen of “Dutch Mountains”.
Een concert zonder “Dutch Mountains”? Kan dat?
Ehh… dat is zelden gebeurd. Tijdens deze tournee staat het nummer in de toegift, en we hebben èèn keer gehad dat we daar niet aan toekwamen. Toen hebben we het eigenlijk niet gemist. Het gaf een gevoel van 'wow, dat kan dus ook'. Het is absoluut NIET het centrale nummer. We spelen nu bijvoorbeeld alle nummers van de nieuwe plaat, dat vind ik eigenlijk heel belangrijk. Dan creëer je ook weer nieuwe favorieten. Dat zie je nu ook gebeuren, mensen die nu de concerten zien en dan bijvoorbeeld zeggen “Nick in the House of John” is mijn favoriet. Zo creëer je weer de mogelijkheid voor nieuwe belangrijke nummers live. En dat is toch altijd weer de grootste test. Als het live niet lukt, als er dan nummers afvallen, dan is er vaak toch iets mis, dan is het gewoon ergens niet goed. Of dan kunnen we het niet.
Tot slot nog een boodschap voor de lezers van File Under?
Nee, niet echt. Er is een hoop gezegd, maar het spelen is eigenlijk het belangrijkste. We kunnen eindeloos kletsen over nummer en over werkwijzen, maar je moet een band zien spelen. We merken nog dagelijks dat mensen naar onze concerten komen die de band niet zo goed kennen. Mensen die na al die jaren voor het eerst komen. Zo speelden we gisteren in Leeuwarden, en daar waren mensen die andere mensen hadden meegenomen. Die hadden wel ooit iets gehoord natuurlijk, maar nooit echt een concert gezien. En die zijn dan meteen helemaal om. Die reageren met 'fantastisch, super concert, ik wist daar niks van'. Dat kom je nog steeds tegen, en dat vind ik eigenlijk wel bijzonder. Ik hoop dat die verrassing blijft, dat wij nog steeds mensen kunnen verrassen of soms misschien in ene kunnen afstoten. Als je bijvoorbeeld heel andere dingen verwacht. Tsja, dat kunnen wij niet geven. Maar ik denk dat we redelijk wat geven…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Back to Top