Nite Jewel / Husky

Nite Jewel - One Second Of Love'I'm a broken record, you have heard this before'. De eigenzinnige Ramona Gonzalez die achter het pseudoniem Nite Jewel schuilgaat begint “This Story” ironisch cool, en houdt die atttitude tien liedjes lang achteloos vast. Hipster als een indie electropop-versie van Lana Del Rey, zeker. Maar ze heeft muzikaal meer in haar mars. Zelf zegt Gonzalez zwaar geïnspireerd te zijn door Autechre, maar dat lijkt me slechts een namedrop om wat nerdy bonuspuntjes scoren. Voor deze popnerd is (wellicht even onnavolgbaar) haar platenlabel Secretly Canadian een hint. De melodieën op One Second Of Love zijn vergelijkbare oorwormpjes als die van de Canadese supergroep The New Pornographers. Ik verwachtte elk moment dat Destroyer op zou duiken voor een écht eighties-duet. Gonzalez doet het echter allemaal zelf en klinkt op de beste momenten (de titeltrack!) net zo verleidelijk als Neko Case. Al is dat vermoedelijk projectie van mijn kant. Gonzalez is lastig omarmbaar. Het is al heel wat dat we in hoogtepunt “In The Dark” een seconde haar handje vast mogen houden. Een vastere producers-hand (of een Magician-remix!) zou nochtans best kunnen helpen, dit wat schetsmatige album ontbeert na een prima start wat orenspits-momenten. De fraaie ambient-slottrack komt daarvoor toch te laat.
Husky - Forever SoSchijnbaar heet de voorman van Husky werkelijk Husky. De Australische band die onder zijn leiding staat brengt baardenfolk die helemaal van 'nu' is, maar met een kleine twist waardoor je kunt merken dat ze niet uit de States of Engeland komen. Zweden had ik meteen geloofd, want Husky deelt in de tofste tracks het zelfkwellende gevoel voor melodrama met Loney Dear, luister maar eens naar “Hunter” een liedje met eenzelfde koorknapen-snik. Aan de instrumentatie van Forever So is echter duidelijk maanden in een dure studio geschaafd. Wat mij betreft is het resultaat iets té bedacht voor het grote podium, in plaats van de intimiteit van een zolderkamertje. De tinkelende sprankeling is zo verdwenen, of was er nooit. Niet voor niets brengt een indie-major als Sub Pop ons deze heruitgave. Qua afstandelijke theatraliteit is Husky net The Decemberists. In een liedje als “The Woods” kun je de fanschare van Bright Eyes-proporties al bijna voor je zien. Nog een mespuntje meezing-massaliteit erbij en je bent bij Mumford. In kleine porties vind ik dat zeer goed te doen, maar zodra er een liedje of vijf voorbij zijn gegaan, is er al zoveel gecontroleerde bombast langsgekomen dat de plaat óf af zou moeten lopen, óf echt door het lint moet gaan. In het intieme “Don't Tell Your Mother” maakt Husky tekstueel alvast een goed begin. 'Tell those fuckers that I work for to go to hell'.


mij=Secretly Canadian & Sub Pop

4 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Back to Top