Rachel Sermanni

Tijdens een sessie voor The Line of Best Fit staat de jonge Schotse singer-songwriter Rachel Sermanni onder een tunnel waar fel zonlicht naar binnen kruipt. Op precies het juiste moment rijdt er een trein voorbij. Haar grote ronde ogen rollen omhoog: het geluid vormt dankzij de galmende akoestiek een passende soundscape voor het breekbare liedje “Eggshells”. De vage glimlach verschijnt op haar gezicht: ook Rachel is zichtbaar overvallen door het moment. Aan tafel bij File Under herinnert ze zich die sessie nog: ‘Jaaa…! Dat was een prachtig moment! Er zijn zoveel van die voorvalletjes die puur uit toeval ontstaan. Jen (pianist Jennifer Austin) en ik waren tijdens kerst en nieuwjaar in India voor een samenwerkingsproject. Elk geluid dat we daar maakten werd beantwoord met geluiden vanuit de stad. Het was vréémd! Maar tegelijkertijd een ontzettend spirituele ervaring.’
Rachel Sermanni


mij=Interview: Jasper
Sermanni bejegent zichzelf absoluut niet met een of ander ‘gekwelde artiest’-complex. Ze is van nature een optimist: openhartig en net zo geïnteresseerd in de persoon die haar interviewt als vice versa. Ook beschikt ze over een rijke fantasie die ze maar al te graag met anderen deelt. Over “Song To A Fox” bijvoorbeeld: ‘Ik heb gewoon iets met vossen. De eerste keer dat ik een vos zag was tijdens een treinrit naar Londen. Volgens mij was ik zestien; het was zo cool! Ik raakte op een gegeven moment geobsedeerd; ik wilde gewoon een vos zijn! Ik heb een muts in de vorm van een vos, die ik altijd verplicht mee op toer neem. Als ik mij rot voel zet ik hem op.’ Naast haar affiniteit met vossen brengt Rachel haar verhuizing van het platteland naar de stad en de totstandkoming van het debuut Under Mountains aan het licht.
Je lijkt opmerkelijk zorgvuldig om te gaan met je nog prille loopbaan. Je hebt veel kleinschalige shows gedaan en een EP, nog voor het uitbrengen van jouw debuutalbum.
(knikt) ‘Ik heb alles voorzichtig benaderd. Dat is ook een beetje het thema geweest tot dusver: hoe langer ik de controle bewaar, des te beter! Want op langere termijn, als meer mensen erbij betrokken raken, kom ik daardoor in een betere situatie terecht.’
Voel jij je over het algemeen snel thuis?
‘Ik heb zo mijn techniekjes die mij helpen aan te passen! Vaak zijn het kleine handelingen, zoals op de vloer zitten en mijn schoenen uitdoen. Zorgen dat je het onalledaagse een beetje leert aanvaarden. Anders wordt het wel héél moeilijk (lacht). Je omringt jezelf met mensen die je mag, mensen die je vertrouwt. Ik besloot vorige week dat ik de plek waar ik verblijf ook als thuis moet gaan beschouwen. Het is fijner om te zeggen ‘ik ga naar huis’ dan ‘ik ga naar mijn hotel’ (lacht)!
Dat sentiment komt dus sterk in jouw muziek terug, dicht bij huis blijven. Maar vooral ook de normen en waarden die daarmee gepaard gaan.
‘Je raakt er inderdaad meer bewust van! Heb je toevallig ‘Peter Camenzind’ van Hermann Hess gelezen?
Niet gelezen nee, vertel…
‘Het is geweldig! Het verhaal gaat over over realiseren dat je nooit zult verschillen van een ander. Als je jong bent voel je je als een zeldzame bloem ten opzichte van de mensen in jouw nabije omgeving. Als je een tijdje weg bent geweest en terugkeert, zie je hoe jouw familie verder is gegaan met leven. Dan besef je dat je helemaal niet anders bent dan de rest. Het is een fijn gevoel je daar bewust van te zijn. Wij wonen in de Schotse hooglanden, het is daar schitterend. Ik wil daar voor eeuwig blijven!’
Je hebt ervoor gekozen jouw album daar op te nemen, klopt dat?
‘Klopt ja! De studio was in feite een huisje midden in de bergen, vlak naast een loch. Het is erg afgelegen. We zaten daar met ongeveer tien muzikanten, waaronder twee percussionisten, een contrabassist, drie violisten…we hadden een prachtige vleugel. Ik vind het belangrijk juist niet het gevoel te hebben alsof ik in een studio zit. Het hele album is min of meer live opgenomen. We deden iets soortgelijks met Black Currents, die EP was hier ook gemaakt. Maar toen ik die terugluisterde, besefte ik dat ik te moe was tijdens mijn uitvoering. Dat ontmoedigde mij in het begin wel een beetje. Ik dacht bij mezelf: “Niemand gaat hier naar luisteren”. Uiteindelijk nam ik gitaar en zang meer als in een live setting op, zodat ik me kon focussen op de uitvoering. Ik realiseerde mij dat opnemen de opperste concentratie vergt, want mensen kunnen het wel degelijk horen als je je dood voelt van binnen.’
Is het een kwestie van op het juiste moment opnieuw verbintenis te vinden met het liedje?
‘Het album is een verzameling liedjes geschreven vanaf mijn vijftiende. Under Mountains is geen conceptplaat, omdat het een langere periode in mijn leven vertegenwoordigt. Ik denk dat ik op verschillende manieren ben gegroeid. Het is fijn om terug te horen, omdat deze liedjes nog voldoende zeggingskracht hebben. Terwijl ik mij in een nieuwe situatie bevind, zing ik deze liedjes met precies dezelfde intensiteit als toen ik ze schreef. Het gevoel is wellicht iets veranderd, maar ze raken me nog needs. De verschillende stadia waarin ze zijn opgenomen nemen niet weg dat ze van grote betekenis waren.’
Rachel Sermanni
Het balletje begon voor je te rollen toen je de bandleden van Mumford & Sons op het strand benaderde voor een jamsessie. Was je toentertijd al druk bezig aan de weg te timmeren?
‘Ik was net een maand klaar met school. Ik heb de middelbare school afgemaakt, maar ben niet naar de universiteit gegaan. Er was geen vast plan. Ik vroeg aan mijn moeder of ik een jaartje pauze mocht nemen om muziek te maken. Verder had ik geen idee hoe het verder uit zou pakken. Binnen een maand of drie kwamen er allerlei coole, spannende dingen op mijn pad! Ik ontmoette de Mumford-jongens in Unapool, vlakbij waar ik woon. Van daaruit kon ik mijn eerste liedje opnemen in een professionele studio. Ik leerde toen waar ik toe in staat was en waar ik op moest letten. Ik zwom toen een beetje met de stroming mee, zonder mezelf verplichtingen op te leggen. Het was niet zo dat ik een reeks optredens voor de boeg had. Ik kreeg opeens allerlei mogelijkheden aangereikt. Het was een fijne periode: ik kon de vleugels spreiden en tegelijkertijd overzien waar ik wilde landen. Uiteindelijk vertrok ik naar Glasgow om zoveel mogelijk op te kunnen treden.’
Binnen het stadsleven van Glasgow heerst toch een ander soort dynamiek dan de Schotse hooglanden. Hoe ging je daar destijds mee om?
‘Ik raakte eerst van slag dat ik moeilijker met mensen kon praten, ik was zó gewend hallo te zeggen! Het is lastiger om oogcontact te zoeken. Glasgow is overigens een hele vriendelijke stad, dus als je je best doet stellen mensen zich open. Maar…de afgelopen jaren ben ik er wel murw van geworden hoor! Vroeger ging ik spontaan met mensen aan de praat, maar tegenwoordig doe ik dat minder snel. Erg zonde! Het is belangrijk om te blijven communiceren met mensen. Om geen kennis te maken met mensen die zo dichtbij zijn, dat is raar. Er waren bepaalde momenten in de bus – altijd in de bus eigenlijk. Je stapt in en het zit aardig vol. Wat me opvalt is dat men liever een dubbele zitplaats bij het raam kiest dan een lege stoel naast een medepassagier. Je ziet het overal! Maar tegelijkertijd snap ik heel goed dat mensen graag ruimte voor zichzelf willen claimen.’
Je straalt een soort onbevangen nieuwsgierigheid uit. Is thuis zijn in de hooglanden een manier om dit soort eigenschappen te behouden?
‘Oh jawel! Vorig jaar tijdens de toer met Fink, het ging het maar door en door! Toen ik vervolgens drie weken vrij had, vond ik veel van mezelf terug. Ik besefte totaal niet hoe erg ik in de tussentijd als persoon ben veranderd. Ik voelde me afgestompt van binnen…van buiten leek alles normaal, maar van binnen voelde ik mij afzichtelijk! Door thuis te zijn en tijd te nemen voor mezelf bloeiden al die fijne gevoelens die ik ervoor had weer op. Ik heb het gevoel dat ik nu weer terug ben waar ik moet zijn. Veel beter (lacht)! En daardoor ook creatiever! Ik kan niet creatief bezig zijn aan het einde van een toer omdat ik dan simpelweg te moe ben.’
Laatste vraag: de hanger om je nek. Heeft het een speciale betekenis voor jou?
‘Oh, hier zit een verhaal achter! Dit is mijn “amulet van de hooglanden”! Ik gaf een optreden in Inverness. Een vriend van mij die ik al langere tijd kende kwam kijken met zijn vader, een timmerman die deze hanger voor mij heeft gemaakt. Het hout is afkomstig van een lijsterbesboom. Mijn straat is naar deze boomsoort vernoemd en je kunt ze daar ook overal vinden. De steen in het midden komt uit de Killiecrankie, een rivier die door de hooglanden stroomt. Het is gewoon prachtig! Hij zei dat ik op deze manier de hooglanden overal waar ik heenga mee kan nemen. Sindsdien draag ik hem ook elke dag!’

4 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.