Andrea Schroeder / Wendy McNeill

Andrea Schroeder - BlackbirdAndrea Schroeders debuutalbum heet niet voor niets Blackbird. De Duitse zangeres hult zich op de hoesfoto in een ravenzwart gewaad (zeg verendek) en met haar donkere haren en gesloten ogen straalt ze ongrijpbaar, zelfs onaantastbaar mysterie uit. Dit is een vrije geest die als het haar uitkomt zo wegvliegt. Haar stem is echter verrassend aards. Diep en doorrookt als de ultieme Duitse chansonnière Marlene Dietrich. Schroeders degelijke maar weinige verrassende songs delen de obsessie met dood van Nick Cave. De biografie spreekt over Blackbird als symbool voor schoonheid, ik hoor eerder een verwantschap met de 'Black Dog', die je maar beter niet in de ogen kan kijken. Ik kan me zonder problemen een cover van het duet “Where The Wild Roses Grow” indenken, waarop Schroeder dan beide vocale rollen voor haar rekening neemt. Haar liedjes hebben het gevoel van uitgestrekte lege Amerikaanse landschappen, niet voor niets zingt Schroeder over Wichita, Kansas. Hoe zachter de door Chris Eckman opgenomen nummers zijn ingekleurd, hoe fijner ze worden. Er is één uitzondering. “Death is Waiting” shufflet als de oude grafdelver Bob Dylan, de gitaarsolo zoekt naar een Velvet Underground om te landen, en Schroeder heeft aan anderhalve regel tekst genoeg. 'And it comes to set me free'.
Wendy McNeill - For The Wolf, A Good MealWaar Andrea Schroeder wat ouwelijk klinkt, is de stem van de Canadese Wendy McNeill jong en fris. Ze zingt zelf 'I used to be one those girls that skipped down the streets', en eigenlijk kan ze bij oppervlakkige beluistering nog steeds voor hetzelfde vrolijk huppelende meisje doorgaan. Maar wie oplet hoort dat ze in hetzelfde liedje meldt: 'now I would throw my body to the ground, if I thought it would change things'. Ook McNeill kan dus nog altijd behoorlijk donker uit de hoek komen. Haar liedjes heeft ze echter samen met haar Zweedse begeleiders vederlicht aangekleed, vaak vormt de heupwiegende contrabas het enige 'diepe' element. Vooral McNeills accordeonspel fladdert er hier op los, in een theatrale sprookjeswereld die sterk aan Clare & The Reasons herinnert. Waar de melodieën af en toe wat onnadrukkelijk blijven, varieert McNeill vocaal aangenaam veelvuldig. Haar accent lijkt afgestemd op waar het liedje om vraagt. Soms naïef, dan weer gespeeld stoer, met een vleugje Songfestival-Lena. In “Black/White”, een nummer dat hoempa met een Franse kermis-sfeer combineert, is het refrein van Laura Veirs-allure. Hoogtepunt “Lions and Lambs” is een breekbare suikerspin-ballade in de traditie van Jill Sobule. Vocalen waar de ademtocht als het ware mee wordt geblazen, en zachtjes tot het oor van de luisteraar reikt. Al even plezierig is de verpakking, een fraai staaltje origami; een Zweeds patentje waar The Deer Tracks ook al eens gebruik van maakte.


mij=Glitterhouse/Munich & Haldern Pop/Rough Trade

3 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Back to Top