Ayreon – Arjen Lucassen

Arjen Lucassen bracht onlangs “Transitus” uit, zijn jongste Ayreon-project. File Under sprak met hem via een COVID-bestendige video-verbinding, terwijl hij in zijn studio was. Een gesprek over onzekerheid, verandering en de wil om duidelijk te zijn naar je publiek.

In de video waarmee je de nieuwe plaat aankondigt, begin je met een Monty Python quote: “and now for something completely different”. Wat is er zo anders aan “Transitus”?
Alles, echt alles. Als je het vergelijkt met “The Source”, dat was echt een koud prog-metal album. Dit is voor mij een heel warm album, en geen metal album. Waar mijn eerdere albums meer rock-opera’s waren, is dit meer een rock-musical. De instrumentatie is heel anders, met veel nieuwe instrumenten. Om technisch te spreken, de gitaarsound is anders, minder heavy zeg maar. Verder is het verhaal nu anders, Ayreon is vrijwel altijd science fiction en dit keer is het meer een ghost story. Het was ook niet bedoeld dat het een Ayreon werd, het was bedoeld als een film. Het besluit om er een Ayreon van te maken kwam pas jaren later, want ik ben er in totaal ongeveer drie jaar mee bezig geweest. Toen ik aan de platenmaatschappij vroeg onder welke naam we het konden uitbrengen, hadden zij zoiets van: “ja, het heeft toch alle ingrediënten van Ayreon…”. Het heeft alle zangers, het heeft verschillende stijlen, het heeft een verhaal, het is toch wel bovennatuurlijk…

Arjen Lucassen

Dat had het allemaal al voordat je het onder de vlag Ayreon wilde uitbrengen?
In principe was het vrijwel klaar. Toen de Coronacrisis begon, realiseerde ik me dat een film niet haalbaar was. Maar om dit materiaal op de plank te laten liggen voor een paar jaar, dat zag ik ook niet zitten. Dus toen dacht ik: het moet gewoon uitgegeven worden. Dat zal ergens aan het begin van dit jaar geweest zijn.

Waarom dan Ayreon? Dat heb je bijvoorbeeld bij The Gentle Storm ook niet gedaan. Waarom niet iets als “Arjen Lucassen presenteert Transitus”?
Het punt is even, ik heb al zoveel projecten… Star One, Gentle Storm, Stream of Passion, Ambeon, mijn solo albums, Strange Hobby, Guilt Machine, het houdt niet op [lacht]. Ik heb besloten om daar een beetje mee te stoppen: ik ga geen Guilt Machine meer maken, Gentle Storm weet ik niet, Star One zou ik nog wel mee door kunnen gaan, Ambeon zal er niet meer komen… Dus al die projecten, het werd een beetje onoverzichtelijk en om dit als solo album uit te brengen… ik zing er niet eens op! Dat is dan ook raar. Dus de meest logische conclusie was om het dan “Ayreon” te noemen.

Je zingt niet, maar je hebt wel alles geschreven, gearrangeerd, geproduceerd, en veel instrumenten bespeeld. Dat zijn veel rollen. Als je jezelf zou voorstellen op een visitekaartje, wat staat daar dan op?
[denkt even na, en dan stellig] Producent/componist. Dat is waar ik goed in ben. Ik zou nooit zeggen “guitar player”, want ik ben geen Joe Satriani. Ik gebruik een instrument om te kunnen componeren, om te kunnen produceren. Ik zie mezelf ook niet als zanger, zeker niet met zulke topzangers waarmee ik werk. Maar ja, het produceren, daar ben ik het beste in. Dat is niet alleen de zang maken, maar ook het aansturen van zangers en het uitkiezen van zangers, het kiezen van instrumentalisten en het hele overzicht. Het hele plaatje, zeg maar. Dat zie ik het meeste als mijn functie.

Over het aansturen van zangers, Tommy Karevik heeft op deze plaat van die hele mooie falsetto fraseringen in zijn zang zitten. Ik kan me voorstellen dat dat niet in de oorspronkelijke melodie zit. Hoe vrij laat je je zangers?
Oh, heel vrij! En ik heb dat moeten leren. Toen ik begon met Ayreon, met “The Final Experiment” in 1995, had ik muziek en tekst gemaakt, en dat was het, snap je? Dus de studio in met die melodie, en iedereen moest zich er aan houden. Dat was ook nog zo met [opvolger] “Actual Fantasy”, dat ging exact zoals ik het wilde. Maar ja, met “Into the Electric Castle” werkte ik met iemand als Fish, en die vertel je niet wat-ie moet doen. Die doet precies wat hij zelf wil, die zegt: “ik wil mijn eigen teksten schrijven”. En daar heb ik dat toegestaan, en uiteindelijk schoorvoetend moeten toegeven dat het beter was dan waar ik mee gekomen was [lacht]. Dus ja, toen realiseerde ik me dat het resultaat veel beter wordt als ik mensen de vrije hand geef. Dus tegenwoordig gaat het zo: ik zing zelf de guide vocals, da’s heel beperkt, en ook vaak een octaaf er onder. Dan stuur ik het naar een guide zanger toe, en op dit album is dat bijvoorbeeld Michael Mills geweest, die een van de beste ter wereld is.

Met een bereik van…
Ach, een ongelooflijk bereik! Hij heeft dus alle guide vocals ingezongen, en dat doe ik expres, want dan leg ik de lat super hoog voor de echte zangers. Die denken dan “Holy shit, daar moet ik nog bovenop”.

Is het op dat moment nog een auditie, of weet je dan al zeker welke zangers je voor ogen hebt?
Nee, op dat moment weet ik zeker welke zangers ik ga gebruiken.

Arjen Lucassen

Dus als ze de guide vocals krijgen, is het geen test meer?
Nee nee, op dat moment heb ik de zangpartijen ook aangepast aan de zanger. Ik pas de zanglijnen aan, en ik pas zelfs de teksten aan. Zoals bijvoorbeeld met Fish: ik had geen Schot in mijn verhaal, maar ik had Fish. Toen kwam er schot in het verhaal; ehhh… er kwam een Schot in het verhaal, zo bedoel ik het [lacht uitbundig]. Dus ja, om je vraag te beantwoorden, ze krijgen de guide vocals, en eigenlijk zeg ik dan: “luister er één keer naar, luister wat de bedoeling is, laat het dan gaan, en maak het je eigen”. Want ik vraag die zangers omdat ik een fan ben. Bijvoorbeeld Tommy van Kamelot, hij is zó vreselijk goed! Dus ik laat hem weten: “joh, dit is de basis, gooi er zoveel mogelijk van jezelf in”. Ik fluit ze alléén terug als ik het gevoel heb dat mijn melodie beter was. En dat komt dan bijvoorbeeld met Tommy wel voor. Hij is ook een van de weinige zangers die niet in mijn studio is geweest.

Voor eerdere albums wel?
Ja. Voor dit album en het vorige album niet, maar bij “The Theory of Everything” is hij wel hier geweest, en dat is zo goed bevallen dat ik voor deze plaat zei: “Nou, doe jij het maar lekker thuis, je weet wat je moet doen”.

Hoe bepaal je wie je bij jou thuis wil hebben en wie je op afstand laat werken?
Ik moet 100% vertrouwen hebben in iemand, en dat klinkt nou opeens heel negatief, alsof ik geen vertrouwen zou hebben in Cammie [Gilbert] of Paul [Manzi] of al die mensen die hier geweest zijn. Maar bij hen heb ik nog het gevoel dat ik… ze zijn hier binnen, ze staan hier lekker naast me in de studio, en dan kan je even lekker je gitaar pakken. Als iets niet lukt zeg je “probeer het eens op deze manier, probeer eens wat hoger, probeer eens wat lager, doe eens een tweede stemmetje hier”. Snap je? En op die manier kom ik er altijd uit. Het liefst heb ik ze in mijn studio, maar bijvoorbeeld Tommy, die heeft zijn eigen studio. Bij mij moet hij alles in één dag inzingen, en thuis kan hij het lekker uitspreiden over een paar weken: “joh, ik werd vanochtend wakker en ik heb een goed gevoel, mijn stem is goed, laat ik het vandaag eens doen”.

Een van de grote verschillen met eerdere albums is dat ditmaal [drummer] Ed Warby niet meedoet. Wat me opvalt is dat je je in interviews daar bijna voor verontschuldigt.
Ja, ja… dat is zo.

Maar het is toch jouw project? Doe gewoon wat je goed vindt!
Nou, die verontschuldiging is zeker ten aanzien van Ed. Ten eerste besprak ik het met Ed. Ik zei “Ed, ik ga nu een film maken en dat is toch heel iets anders. En ik zoek meer een veelzijdige drummer”. Want, let’s be fair, Ed is een machine [maakt woest drummende bewegingen] , en ik zocht echt iemand die de metal begrijpt, maar die veel breder is. Iemand die bijvoorbeeld ook jazz kan spelen. En Ed begreep dat volkomen: “Tuurlijk, weet je wel, we zijn niet getrouwd, doe wat je wil…” Wat jij net ook zegt. Hij heeft ook zelf meegezocht naar iemand! En uiteindelijk ben ik dan bij Juan [van Emmerloot] terechtgekomen. Maar… toen werd het een Ayreon, en toen werd het opeens minder leuk voor Ed. Toen moest ik dus vertellen: “Joh Ed, shit, het wordt een Ayreon”. Daar had-ie wel een beetje moeite mee: “Shit, dat vind ik jammer”. En ja, hoe gaat het publiek dan reageren… Dus ik besloot om het in ieder geval goed uit te leggen. Dat het nooit de bedoeling was dat het een Ayreon zou worden. Ik kan me goed voorstellen dat hij daar moeite mee heeft en dat siert hem ook!

Hoe belangrijk vind je dat je publiek hier begrip voor heeft?
Nou, ik wil gewoon vooral heel erg duidelijk zijn; ik houd van duidelijkheid. Dat het publiek begrijpt waarom het Ed niet is. Ik wil ook dat het publiek weet dat Juan een ander soort drummer is. Ik wil niet dat ze de plaat kopen en een metal plaat verwachten met Ed’s machine er op. Dus die trailer waar je het net over had, die vond ik heel belangrijk om te maken. Ik heb ook tegen de platenmaatschappij gezegd: “ik wil een trailer die heel duidelijk aangeeft wat voor album dit is, want ik heb écht het gevoel dat het ‘something completely different’ is”. En ik wil dus niet dat mensen denken “Ah, het is Ayreon, ik koop hem blind want het is toch wel goed”. Het ergste zou ik vinden als fans hem zouden binnenkrijgen en teleurgesteld zouden zijn, dus ik wil een zo goed mogelijk beeld geven van het album. Maar als fans kwaad zijn dat Ed er niet bij is, dan raakt dat mij niet. Ze moeten gewoon open staan daarvoor, en de nieuwe drummer een kans geven. Dan mogen ze van mij daarna een besluit nemen. Ach, het komt toch ook neer op “you’re damned if you do, and you’re damned if you don’t”.

Je geeft soms aan bij een release erg onzeker te zijn over hoe de plaat ontvangen wordt. Is dat nu erger, nu je zoiets anders hebt gemaakt?
Ja, dat is gewoon eng… en ik vind het vreselijk om fans te moeten teleurstellen, snap je? Maar ik vind het nóg vreselijker om mezelf te herhalen. Als je jezelf herhaalt is het wel makkelijker. Als je een AC/DC bent, of een Iron Maiden of een Motörhead, of zelfs een Rammstein… je herhaalt je gewoon album per album en de fans weten wat ze kunnen verwachten en zullen niet zo snel teleurgesteld zijn. Maar het probleem daarvan is dat je steeds een beter album moet maken en dat is lastig. Bijvoorbeeld: “Number of the Beast” van Iron Maiden, hoe kan je nou een nog beter album maken? Je gaat dat toch aan elkaar toetsen en dat vind ik jammer. Juist dat probeer ik te vermijden: dus in plaats van een beter album maken wil ik een ander album maken; een album dat ze absoluut niet kunnen vergelijken met iets ervoor. Maar daarin schuilt het gevaar… Mensen hebben “The Source” gehoord, en “The Day That The World Breaks Down”. Dat vind ik persoonlijk een van mijn beste nummers. Als ze nu weer zoiets verwachten, dat gaat hier niet gebeuren. Dat heb ik toen gedaan en dat ga ik nu niet herhalen. Dat zou “part two” zijn en… ja, let’s face it, Jaws part two was helemaal niks, en Excorcist part two was al helemaal vreselijk [lacht uitbundig].

Godfather part two was geweldig!
“Godfather” en “Empire Strikes Back”, dat zijn de twee uitzonderingen, maar verder… “part two” is en blijft “part two”. Dus dat zou ik ook nooit doen… “Human Equation” of “Electric Castle” part two. Lijkt me zonde…

Er zitten op de nieuwe plaat behoorlijk wat funky momenten…
Jazeker, dat is vooral de invloed van Juan. Ik heb heel anders gewerkt deze keer: ik had een demo met alleen een piano, die heb ik in MIDI geprogrammeerd… klinkt vreselijk! Daarmee ben ik naar Juan gegaan. Die heeft zijn eigen studio waar zijn drums staan, dus ik kon lekker met hem aan die drums werken: “wat zou je hier doen?”. En hij doet gewoon volkomen andere dingen dan Ed zou doen, maar ook heel andere dingen dan waar ik zelf op zou komen. Dat vond ik interessant! Bijvoorbeeld, in “Message from Beyond”, dat heeft een soort Pink Floyd-achtig ritme en ineens gaat het daar over in een jazz-part. Dat was een grap van hem. Ik zei: “kan je niet iets anders verzinnen, want dit is Floyd weet je wel, dit is al gedaan”. En toen deed-ie dat jazz-ding, als een grap, maar ik zei: “nee, nee, dat gaan we doen!” En ik denk dat jij qua funky vooral doelt op de nummers met Simone [Simons]?

Ja, absoluut
Ja, “Listen to my Story” en “This Human Equation”. Dat is gewoon het gevolg van proberen iets nieuws te doen. En het past goed in het verhaal. Die sexy angel of death, die een beetje ondeugend is [lacht]. Daar past dit goed bij.

Is dat dan iets wat je vaker wil toepassen?
[stellig] Nee, dat heb ik nu gedaan. Dit is een side step, dit zal ook geen vervolg krijgen, het is ook niet de nieuwe richting van Ayreon. Ik HAAT trompetten. Muziek met trompetten, disco, whatever, of jazz… maar, dan vind ik het interessant om zelf te doen. We gingen de piano opnemen met Joost [van den Broek] en de jongen die ons opnam, Thomas [Cochrane], zei: “ik speel trompet en trombone”. Toen dacht ik: “ja, ik ga een nieuw album maken met nieuwe invloeden, waarom dan niet dat eens proberen?’. Het hoeft ook niet mijn eigen smaak te zijn. Dus toen kwam ik met die trompet-partijen en achteraf vind ik het dan super gaaf! Het is misschien niet iets dat ik zelf zou kopen of naar zou luisteren, maar als ik het dan zelf heb gedaan en het past heel erg goed in het nummer en de sfeer, dan vind ik dat super gaaf!

Arjen Lucassen

Wat me ook opviel is dat je op deze plaat meer inzet op korte scenes dan lange bombastische stukken.
Dat komt dus omdat het dus een film zou worden. Bij ieder stuk dat ik schreef, weet ik wat er in de film moet gebeuren. Daarom zitten er ook geen lange instrumentale stukken in, want wat doe je dan in een film? Ik bedoel, als je “Jesus Christ Superstar” bekijkt, dan zijn dat ook nummertjes van twee, drie minuten. “Tommy” heeft hetzelfde. Je wil het gewoon interessant houden, de scènes moeten dus niet te lang zijn en dat is inderdaad een groot verschil met oudere Ayreon albums. Als je bijvoorbeeld “The Theater Equation” neemt, toen gingen we “The Human Equation” in het theater opvoeren. Daar zitten lange instrumentale stukken in, en als je die theaterproductie ziet, dan zie je ook… ja, een lang instrumentaal stuk… dan gaan we elkaar maar een beetje duwen, en James Labrie omver schoppen om die tijd te vullen [lacht uitbundig]. Met die intentie is het niet gemaakt toen, maar “Transitus” heb ik echt met die intentie gemaakt, dus vandaar dat dat nu anders is.

Welk instrument gebruik je om te componeren?
Gitaar. Een elektrische gitaar, onvervormd meestal.

Heb je ook een hele voorraadkast met ideeën vastgelegd die je dan misschien jaren later gaat gebruiken?
Ja, ja… ieder ideetje dat ik heb, neem ik op op mijn cassette-recordertje. Kijk, hier ligt-ie [richt camera op een ouderwetse tape-recorder].

Zo, dat is écht vintage!
[lachend] Ja he? Op een gegeven moment heb ik een stuk of vijftig ideetjes, dan gaat het allemaal de computer in, en dan ga ik het uitwerken. Dan kijk ik wat bij elkaar past, wat helemaal niks is, wat me inspireert tot het maken van een nummer. En dan langzaam begint er zich iets te vormen. Op dat moment weet ik ook nog helemaal niet wat het gaat worden, of het een Ayreon gaat worden of een Star One, of whatever. Dus een stuk of vijftig ideetjes waarvan er misschien twintig goed zijn. De rest gooi ik ook weg, zal ik ook nooit meer gebruiken. Delete en prullenbak in!

In hoeverre ontwikkelt jouw studio zich nog? Wat je aan techniek gebruikt, apparatuur en instrumenten?
Toevallig, als je hier deze dozen ziet [richt camera op een grote berg dozen] heb ik net de hele studio vernieuwd. Dus ik heb een nieuwe computer, een nieuwe Mac, ik heb nieuwe dingen, nieuwe apparaten, ehh… ik weet allemaal niet eens wat het is, joh [lacht].

Als er maar snoertjes aan zitten.
Ja! En dat doe ik niet vaak, ik heb inmiddels vijftien jaar op deze oude zooi gespeeld, ik kon ook helemaal geen updates meer krijgen. Niks werkte meer en op een gegeven moment zei Joost “joh, je moet ECHT een keer over gewoon”. Maar ik wil nooit over, ik wil geen updates, al mijn programma’s op de pc ook niet, dan snap ik het niet meer [lacht].

Maar “Transitus” is nog niet op die nieuwe apparatuur opgenomen?
Nee, maar als ik op de spatiebalk drukte, gebeurde er niks… en na een paar seconden begon-ie pas te lopen. Zo erg was het, dus het was écht tijd. Die stap had ik al veel eerder moeten nemen. Joost heeft het geïnstalleerd en een dag later kon ik al aan het werk! En het ziet er ook allemaal ook niet zo anders uit, dat valt wel mee…

Hoe kijk je op het moment tegen de huidige stand van de muziekindustrie aan? In een tijd dat iedereen vluchtig luistert en shuffle lijsten heeft, weet jij goed de aandacht op het album te vestigen.
Ja, dat is gewoon koppigheid. Dat is waar ik goed in ben. Dat is ook wat ik als kind al gaaf vond. Ik heb zoveel albums gekocht, puur op de hoes [lacht] en ik kocht zelfs albums niet als er geen teksten bij zaten. Ik werd er zo door beïnvloed als het een mooi pakket was, weet je wel… Lyrics sheet, en dan helemaal in het verhaal duiken. Dat is altijd zo belangrijk voor mij geweest, dat ik dat altijd zelf heb willen doen. En nu doe ik dat ook zelf, en daar blijf ik ook altijd mee doorgaan. Zolang ik er succes mee heb, kan ik het doen. Het is kostbaar natuurlijk. Je moet er een hoop tijd in steken. Ik bedoel, zo’n comic-boek zoals dat nu bij het album zit, dat is een jaar werk! Je bent twee weken bezig aan een pagina, en een tekenaar is ook niet goedkoop natuurlijk. Het is een hoop werk, het is een grote investering, ook als je zo’n ear-book wil maken. Maar het geeft gewoon net iets extra’s. Je verwent de fans en de fans weten dat gewoon iedere keer als ze iets kopen. Ze hebben nu al vertrouwen, want ze hebben al tien keer eerder een mooi pakketje gehad. Of ze willen de verzameling compleet hebben. Dat is natuurlijk mijn mazzel, dat ik al verkocht voordat het streamen en downloaden begon. Bands die nu beginnen… ja, ze pakken het wel van Spotify.

Een band die de aanpassing naar de huidige tijd goed gedaan heeft, is Marillion. Heb je ooit crowd funding overwogen zoals zij dat doen?
[stellig] Nee, dat heb ik niet nodig. Dat klinkt super arrogant, maar ik verkoop me gek. Van “Transitus” hebben we veel ear-books laten maken, omdat “The Source” zo goed ging en ze zijn gewoon uitverkocht! Ik bedoel, die voorverkoop begon en bam-bam-bam-bam WEG! Crowd funding doe je als je extra geld nodig hebt en zolang dat niet nodig is, ga ik dat niet doen. Misschien voor de film wel.

Want dat idee zit nog steeds in het vat?
Ja, ja! Dan praat je over andere bedragen, dan moet je gewoon een miljoen gaan binnenhalen. Het wordt dan een film van “Transitus”, precies in deze vorm. Nou ja, dat hangt natuurlijk van de uiteindelijke studio en regisseur af. Het zou voor mij een droom zijn die waarheid wordt. Het punt is wel, ik ben geen mainstream artiest, ik maak geen hits en mijn muziek is al vreemd genoeg, dat zal niet een mainstream publiek aanspreken. Dat maakt het wel moeilijk, maar ik heb het gevoel dat er wel publiek voor is. Ik had dat ook toen ik Ayreon begon, weet je wel. Toen lachte ook iedereen me uit. Nu is het grunge en “Smells Like Teen Spirit” en mensen zijn echt niet geïnteresseerd in een rock opera. Maar uiteindelijk is dat allemaal goed gekomen, snap je? Ik blijf dus gewoon lekker eigenwijs!

Wat je ook voor het eerst doet, is werken met zwarte stemmen. Heb je bewust een zwarte zanger en zangeres gekozen omdat dat ook personages in het verhaal zijn?
Nee, dat ging precies andersom. Mijn hoofdrolspelers waren Tommy en Simone. Tommy was “the rich man’s son” en Simone was “the poor servant”. En dat is natuurlijk in de 19e eeuw not done. Taboe! Maar toen hoorde ik Cammie op een verzamelalbum. Wat een stem! En toen ging ik haar opzoeken op Youtube en toen zag ik dat ze donker was. Vervolgens heb ik haar benaderd, om te kijken of ze sowieso geïnteresseerd was. Kende ze me wel? Nou, beter dan dat: zij en haar vriend waren enorme fans van mijn muziek! Ze kende alles, dus dat was niet moeilijk om mij te overtuigen. Toen heb ik haar het verhaal uitgelegd. Ik had dus het plan dat Simone die servant was, maar zou het niet super interessant zijn als die servant ook nog eens donker is? Dat is nog een extra taboe. Daar was ze het volkomen mee eens, ze snapte het helemaal. Dus zo kwam dat in het verhaal. Toen had ik nog iemand nodig voor haar vader en omdat ik wil dat de vocalisten van het album ook de film gaan doen, moest die natuurlijk ook donker zijn. Dan ben je natuurlijk beperkt en gewoonlijk ben ik dat niet. Toen bedacht ik ineens: ik had de band Threshold live gezien, en die drummer [Johanne James] was zo gruwelijk goed! Maar die heeft ook een solo band, Kyrbgrinder, en toen ben ik een keer naar zijn die band gaan kijken en daar was-ie ook aan het zingen!

Hebbes, dacht jij!
Precies! Laat ik hem eens polsen. In het begin zei hij: “nee joh, ik ben een drummer, ik ben helemaal geen zanger”. Dus ik zeg: “ja maar, ik heb je gehoord en het is gewoon super gaaf!” dus hij zegt: “nou ja, ik wil het wel proberen maar don’t get your hopes up, het wordt helemaal niks”. Super onzeker… Net als ik! En toen kwam hij hier, en… ja, daar ben ik gewoon goed in: het uiterste uit iemand halen. Dus hij heeft hier wat lopen zingen en ging een foto sessie doen met Lori [Linstruth] hiernaast en in die tijd heb ik snel het nummer goed bewerkt. Toen hij dat hoorde zei hij: “huh? Heb je snel stiekem iemand anders in de studio gehad?” [lacht uitbundig]. Dus hij wist van zichzelf niet dat hij dat kon. Een super compliment natuurlijk!

Arjen Lucassen

Kloppen er wel eens artiest aan bij jou met de vraag of ze mee mogen doen?
Ja, ik ben in de luxe positie dat de meeste mensen zich aanbieden en dat zijn in de meeste gevallen onbekende zangers. Zo nu en dan zitten er ook wel grote namen tussen. Dat was in het begin wel anders, toen moest ik natuurlijk achter iedereen aanjagen… en die deden het allemaal niet [lacht]. Nu heb ik een bepaalde naam opgebouwd en nu bieden mensen zich aan, maar ik ben super super lastig waar het vocalisten aangaat. Ik ben echt… ik vind ze… [aarzelt even] 99% is niet voor mij. Hoe goed ze ook zijn, maar als het mij niet aanspreekt dan houdt het op…

Doe je ook zelf alle onderhandelingen? Contractafhandeling en zo?
Ja, ja, nou… contracten werk ik liever niet mee, tenzij het ECHT moet. Maar de zakelijke kant, ik vind, dat is mijn taak. Ik kan dat ook wel inschatten; ik weet: die zanger is dat waard, die zanger wil het volgens mij super graag doen, dus die hoef ik niet te betalen… En het is logisch, als ik een onbekende zanger op mijn album heb, dan is dat goed voor die zanger om op mijn album te staan. Dan heb je het niet over betaling, snap je? Het is dus heel afwisselend…

Ik vraag je niet naar een naam, maar komt het wel eens voor dat je met iemand in zee gaat en het lukt gewoon niet?
Vreselijk, vreselijk, dan moet ik echt tegen die persoon zeggen: “joh, het werkt niet”. Soms betaal ik ze toch gewoon voor wat ze gedaan hebben. Maar dat is vreselijk, en daar lig ik nachten van wakker. Dat gebeurt eigenlijk alleen als mensen mij opnames opsturen. Zodra ik ze hier in de studio heb, komt het altijd goed. Wat ik al zei, daar ben ik goed in, ik haal het uiterste uit iemand. Als ze eenmaal hier zijn, heb ik nog nooit gehad dat het niet lukte, dat ik ze moest zeggen “nou, hoepel maar weer op” [lacht]. Maar het is wel gebeurd dat ik zangpartijen binnenkreeg die ik gewoon niet goed genoeg vond. En dat ik dan het idee krijg “joh, dat kan je nog tien keer doen, maar dan gaat het nog niet lukken”.

Je omschrijft jezelf graag als control freak. Heb je een testpubliek en luister je naar wat zij er van vinden?
Absoluut, ik heb een circle of trust. Dat zijn 10 mensen en dat zijn allemaal niet-muzikanten, want muzikanten luisteren met andere oren. Als ik het naar Joost stuur, dan zegt ie “Joh, er zit iets iets te veel hoog op de cymbals”, of “kan je 40 Hz uit die bas halen”, [lacht] en dat is ook interessant, maar voor het beoordelen van songs stuur ik het gewoon naar mijn circle of trust. Dat is de buurman, dat is mijn broer, dat is een vriendin… dat soort mensen. Misschien journalisten, mensen die bij een plantenlabel werken… Ik kan al die meningen inschatten, ik weet waar ze van houden, ik weet of hun mening gekleurd is of niet. En het zijn geen ja-knikkers, want daar heb ik niks aan. Die heb ik ook een heleboel, natuurlijk en die stuur ik het ook op, maar da’s meer om mijn ego te strelen [lacht]. Maar daar schiet ik verder niets mee op, mensen die het altijd mooi vinden.

En een platenmaatschappij heeft geen invloed?
Ik ben master-eigenaar, dat is dan weer die control freak, dus ik doe alles in eigen beheer. Ik betaal alles, ik maakt gewoon een kant en klaar product, en dat bied ik aan aan de platenmaatschappij. Die zeggen dan ja of nee, en die krijgen en beperkt aantal jaren om het te exploiteren. Als als die tijd voorbij is, dan komen die albums weer terug naar mij. Omdat ik een kant en klaar product aanbied, hoef ik nooit toestemming van hen. Maar dat gezegd hebbende, ben ik wel benieuwd wat de platenmaatschappij er van vindt. Als zij vragen hebben, zoals “zou je dat anders kunnen doen?” dan luister ik daar zeker naar.

Een interview in het Eindhovens Dagblad kopte met “ik maak de beste rock-opera’s ter wereld”.
Nou, ik was de hele tijd onzeker in dat interview: ik kan niet zingen, ik kan niet gitaar spelen… waarom speel je niet vaker live? omdat ik daar niet goed in ben… dat was zoveel negatiefs! Dus op een gegeven moment zei ik: “maar in rock-opera’s maken ben ik de beste” en dat wordt dan een headline. Dan denk ik achteraf ook “Oh crap”.

Bij het luisteren naar “Transitus” moest ik vaak denken aan Jeff Wayne’s “War of the Worlds”.
Absoluut, absoluut!

Eén keer zelfs heel letterlijk, bij de baslijn van “Message From Beyond”. Is dat een bewuste easter egg?
Ja, ja, ik heb me bij dit album best wel laten beïnvloeden, [lacht]. Dat hoor je goed, ja…

Heb je nog concurrentie verder?
Nou, je hebt Avantasia, dat is mijn grote concurrent. Wij worden ook altijd tegenover elkaar gezet in de pers, terwijl we de beste vrienden zijn! We helpen elkaar constant: hij heeft mij aan Dee Snider geholpen ik heb hem aan Geoff Tate geholpen. Hij zit in Duitsland, dus daar is de markt veel groter. Hij verkoopt dus ook meer dan ik. Maar zijn muziek is ook veel meer catchy. Ik zie zijn muziek ook niet echt als rock-opera’s. Het heeft wel een doorlopende verhaallijn, maar het zijn toch meer concrete nummers. Bij mij is het soms twee minuten, soms drie minuten, allemaal aan elkaar geplakt, dus dat is moeilijk uit zijn verband te trekken. Maat Avantasia zou je dus een concurrent kunnen noemen. Toen ik met Ayreon begon, schoten ze als paddestoelen uit de grond. Dat waren er echt een heleboel, een heleboel goeie ook, hoor. Maar dan ben ik wel arrogant genoeg om te zeggen dat ik mijn albums toch afwisselender vind. Een hoop van die rock opera’s zijn toch gewoon metal albums. Bij mij hoor je toch veel meer: akoestische dingen, komische dingen, veel meer verschillende stijlen. Maar vooral ook de afwisseling tussen zangers. Ik bedoel: als je allemaal zangers hebt die zo hoog mogelijk proberen te zingen, ja… na een half uur denk je… “Oh shut up man!!” [lacht]. Ik zet daar dan een mooie warme lage stem tussen. Of mijn eigen piepstemmetje [lacht].

Tom Baker is een grote jeugdheld van mij. Dr. Who, daar keek ik wekelijks naar uit. Evengoed had ik niet verwacht dat ik zóveel van zijn aandeel zou genieten. Er wordt vaak naar Patrick Stewart gegrepen als er een verteller nodig is… maar misschien kun je het zelf uitleggen: wat brengt Tom Baker dat bijvoorbeeld een Stewart niet had kunnen inbrengen?
Ik denk dat Stewart zich niet zo in het verhaal verdiept zou hebben. Patrick Stewart had bijna mijn solo album gedaan; het ging op een gegeven moment tussen Rutger Hauer en Patrick Stewart. We waren er financieel al uit, maar ik kreeg Stewart zelf nooit te spreken, dat ging allemaal via management en zo. Rutger kreeg ik wel zelf te spreken en die zei dan: “ja maar… deze persoon moet dan dit doen, als die dat doet”. Hij had gewoon veel input en inbreng. Patrick Stewart zou het echt wel goed gedaan hebben, die heeft natuurlijk een superstem, maar ik weet niet of zijn hart er echt 100% in gelegen zou hebben. Nu, bij Tom Baker, was dat wel zo. Die heeft zich echt in het verhaal verdiept. Een hoop van wat je hoort is echt geïmproviseerd – super spontaan! Bijvoorbeeld, als je naar de clip van “This Human Equation” kijkt, dan zegt hij “hahaha, poor people”. Dat stond nergens op papier, dat deed ie gewoon! En dan zit ik met tranen in mijn ogen achter het glas in de studio…

Hij houdt ontzettend goed de vaart in het verhaal.
Ja, ja, dat vond ik ook belangrijk – dat het goed te volgen is. Het moest niet te cheesy zijn, niet te simpel, het moet je echt het verhaal in trekken. En er moet humor zijn! Humor vind ik heel belangrijk en dan zit je bij Tom Baker aan het goede adres. Want The Doctor, dat WAS hij gewoon. Hij zegt zelf dat hij niet hoefde te acteren. Hij heeft ook hier constant die humor. Als je de ear-book koopt, dan zie je dat in de Behind The Scenes. We hebben ook gefilmd toen we gingen opnemen en dan zie je hem constant grappen maken. Je ziet hoe enthousiast hij was.

Je zegt dat je humor belangrijk vindt. Ik denk soms ook een serieuze boodschap of ondertoon te horen. Hoe belangrijk vind je dat dat er in zit?
Het gekke is dat ik dat eigenlijk niet wil. Als muzikant is dat niet mijn taak. Ik wil escapisme bieden, ik wil juist dat mensen mijn muziek opzetten en de koptelefoon op en het stripboek erbij en dan wegdromen, even weg van de realiteit, dat wil ik. Ik wil ze niet met de neus op feiten drukken en zeker niet mijn mening brengen. [denkt even na] Het vreemde is dat het wel altijd gebeurt [lacht]. En zeker bij the big Ayreon story, dat is heel erg ehhh… environmental… ik kan niet eens op Nederlandse woorden komen, joh! [lacht]. Er zit toch een boodschap in: technologie… laten we ons teveel sturen door technologie… zijn we fout bezig qua milieu… op een gegeven moment is dat in het Ayreon verhaal gekropen, dat is gewoon zo. Dat probeer ik dan ook niet tegen te gaan. Maar het gaat mij vooral om het escapisme. Er is tussen de regels een hoop te lezen, maar het hoeft niet. Je noemde zelf “War of the Worlds”, daar zit echt geen boodschap in, da’s gewoon lekker genieten en die martians gaan uiteindelijk dood door een bacil.

En kijk eens hoe actueel dat is.
Ja, [lacht] Het is dus gewoon een lekker… nou ja lekker, het is natuurlijk geen vrolijk verhaal.

En hoe nu verder? Kun je iets zeggen over plannen voor de nabije toekomst?
Ja, ja! Sowieso ben ik bezig met de film en daarvoor de funding te krijgen. Ik heb Dick Maas benaderd, die is super enthousiast, die vindt het helemaal een te gek idee, dus die is aan boord. Verder worden alle oude albums chronologisch uitgegeven door de platenmaatschappij. “Universal Migrator” is de volgende.

Weer in een remix?
Ja, dat lijkt me super gaaf. Die plaat is nog van voor het computer-tijdperk, dus ik denk dat ik dat beter kan laten klinken. Albums daarna denk ik niet; “zero-one” kan ik niet beter laten klinken. Maar met “Universal Migrator” valt nog winst te behalen. Da’s toch altijd wel een flinke job, een remix. Kijk, remasteren kost een paar uur, maar remixen kost een paar maanden. Verder zou ik heel graag nu als reactie op dit album weer eens een Star One album maken. Maar ja, dan moeten de ideeën wel komen, en ik ben hier nu drie jaar mee bezig geweest. Dus… nog effe wachten op inspiratie, maar dat zou ik wel super gaaf vinden!!!

Hebben we iets nog niet besproken dat je nog wel zou willen noemen?
Nee, nee, ik heb het idee dat ik flink heb lopen lullen, je hebt een hoop om uit te schrijven. [lacht uitbundig]

Waarvoor mijn dank…
Ja joh, graag gedaan!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.