Motel Mozaïque 2005 – Zaterdag

Ik, Jenneke, wilde best in een bus of een caravan slapen, maar daar had ik natuurlijk geen kaartje voor. Dat mobiel slapen schijnt gezellig geweest te zijn en áls je dat had gedaan, dan was je vast keurig voor enen weer bij TENT afgezet om daar de hele middag fijn de 3voor12-sessies te beluisteren. Omdat ik wist dat ik niet vroeg in bed zou liggen, leek het mij verstandig om rustig aan te doen en om pas om een uur of vier in TENT te arriveren. Er liepen spoken rond, dat wil zeggen, mensen in witte capes, en er stond een vrolijk meisje te dansen bij een ouderwetse opwindplatenspeler die dito plaatjes speelde.
British Sea Power: dertien in een dozijn bandje uit weet-ik-veel-waar.


mij=Door jnnk , Marten Hoepla en Bor; Foto's: George
En toen begon, zoals ik gisteren al zei, British Sea Power een klein kwartier – of iets langer, daar wil ik vanaf zijn – ongeïnteresseerd te spelen. Het was een beetje een vreemde vertoning van de jongens die eruit zien alsof ze van Eton zijn weggelopen. In dat eerste uur dat ik weer aanwezig was liep ik allerlei bekenden van divers pluimage tegen het lijf, wat altijd maar een vreemde gewaarwording is ruim honderd kilometer van huis en met bovendien een eerste festivalnacht in lijf en ledematen.
's Avonds begon ik eventjes bij de nieuwe poging van British Sea Power en ja, ze waren wat enthousiaster. Misschien wel iets té, want ik vond het hard en ik vond bovendien alles een beetje op elkaar lijken. Nu weet ik niet zo veel van de band, maar het concert heeft me niet weten over te halen om wat vaker naar Open Season te luisteren. Bovendien zou ik mijn festivalvriendjes weer zien bij Gruff Rhys en daar had ik meer zin in. De aankondiging vooraf van Giel Beelen vond ik onnodig, maar het zal in zijn contract gestaan hebben dat 'ie dat moest doen. De show was grotendeels hetzelfde als in Paradiso, maar ik heb me beter vermaakt. Dat kwam omdat ik dichter bij de bron stond en nu ook nog eens precies kon zien wat Gruff allemaal met zijn sampleapparaatjes uitspookte. Ik vind hem grappig en lief en zijn liedjes zijn mooi en lief en leuk, ook al versta ik er geen zak van. Ik wist dat ik Joanna Newsom, getipt door velen, zou missen, maar ja, dat moest dan maar. Marten was daar wel.
Joanna Newsom. Ze is een beetje vreemd maar ze mag best een paar liedjes zingen.
Jep. Voordat Joanna het podium in de Rotterdamse Schouwburg betrad durfde het publiek eigenlijk al geen geluid te maken. Er heerste voor het door een enorme harp met gekleurde snaren bezette podium een rust die je, als dat woord in je hoofd zou zitten, sereen zou noemen. En toen kwam ze. Samen met een fluitiste. Joanna ziet er uit als de typische alternatieve zus uit een willekeurige Amerikaanse televisieserie: de zus die iets in kunst doet, of aan de drugs is, of zelfgemaakte kralenkettingen verkoopt op een zigeunermarkt met middeleeuws thema. En sowieso rodig haar heeft. Ze stapte in haar bekleinebloemde jurk voor haar naar verluidt speciaal voor deze tour geleende harp. Haar eigen instrument kon ze niet meenemen naar Europa, waarschijnlijk door de onlangs strenger geworden douanecontrole op metershoge snaarinstrumenten van bij hipsters geliefde singer/songwriters. Tijdens het eerste nummer liet Joanna zich begeleiden door het handengeklap van het publiek, dat al snel beter de maat wist te houden dan de muzikante zelf. Wie nog niet verliefd op haar was werd het. De verhaaltjes die ze met haar harp vertelt komen live logischer en echter over, zonder het te zijn. Enkelen daarvan leken zelfs een refrein en meer kenmerken van een opbouw te hebben. Gelukkig waren dat uitzonderingen. Mijn lievelingsliedje, “Peach, Plum, Pear”, op cd met uitbundig klavecimbelwerk en iets dat klinkt als een kinderkoor, klonk in een versoberde versie bijna net zo indrukwekkend. In de volgende alinea gaat Jenneke wat vertellen over Jens Lekman: dit is een bruggetje.
Gruff Rhys: een Super Furry Animal.
De avond dat ik in Paradiso Gruff Rhys zag, speelde ook Jens Lekman en ook nu waren de beider heren met elkaar verbonden, in zoverre dat een overlap onvermijdelijk was. Omdat Jens Lekman nu met een band op zou treden en ik hem in Paradiso alleen met een violiste en een celliste zag, wilde ik graag ook nog een stukje van zijn optreden zien. Opnieuw was het dringen voor de trap naar de kelder in Nighttown. Er werd zelfs een redelijk onschuldig – zo leek het althans – meisje afgevoerd omdat ze aan het zeuren was dat ze naar binnen wilde. Ja, meisje, we wilden allemaal naar binnen. Met een beetje geduld is me dat opnieuw gelukt en binnen enkele seconden stond ik redelijk vooraan. Opnieuw lieve, vrolijke, gevoelige popliedjes. Nu van Jens. Het zijn van die liedjes waarna je met een glimlach naar buiten gaat en alle drukte je niets meer kan schelen. Zijn nieuwe single “The opposite of Hallelujah” klonk als een klok en hoewel Jens zelf zegt dat het de afgelopen tijd niet zo goed met hem ging, merkte ik daar helemaal niets van. Marten zag ik pas weer bij Nancy Sinatra.
Nancy Sinatra, bijna tragisch om te zien.
Klopt. Ik was er al een kwartier voordat Nancy zou beginnen, en toen begon de grote zaal van de Rotterdamse Schouwburg al aardig te vergrijzen. Een zolderkamergeur nam de overhand toen de mensen steeds dichter op elkaar gedrukt werden. Rimpels begonnen in elkaar verstrikt te raken. De man voor me droeg het officiële shirt van een eerdere tour van Nancy, waarschijnlijk decennia geleden. Ik las op zijn rug dat ze toen twee optredens deed in Berlijn. Ho Chi Min Stad heette nog Saigon. Er stond ook nog “I will not be touring Amsterdam because of the Spanish occupation”. En toen verscheen ze op het podium. Nancy Nancy Nancy! Ik ga over in de tegenwoordige tijd hoor, zodat je het idee krijgt dat je er zelf bij was. Nancy Nancy Nancy! Ze is het echt! Is ze het echt? Ik denk dat het gejoel van haar geriatrische fans vast niet voor niks is. Ik verbaas me erom dat ze al 114 is: ze kan nog makkelijk door voor 105. Haar band bestaat uit broekies van hoogstens een jaar of negentig. Sommigen hebben zelfs nog een beetje haar op hun bol. Nancy begint haar optreden met “Bang Bang”. Haar stem klinkt sterk en helder en ze beweegt zich elegant over het podium. Dit is het best mogelijke begin van haar optreden, waarover ik tot nu toe maar één ding kan zeggen: wat doet ze ook alweer in godsnaam op dit festival? Na de rustige opener wordt de blazersectie ingezet, die weet waar het mee bezig is. Blazen. Rechts in de zaal blaast een vrolijk omaatje geïnspireerd mee op de thuiszorg-alarmfluit om haar nek. Vooraan begint er al helemaal een feeststemming los te barsten: prothetische lichaamsdelen worden de lucht in gegooid en heupen breken op het ritme van de muziek. Vijf mannen in rolscooters beroeren met afwezige blikken hun claxons. Dan wordt het tempo van de muziek nog eens omhooggeschroefd. De laatste rollators worden naar de zijkant van de zaal geschoven en de schouwburg verandert in een kolkende grijze massa die helemaal losgaat. De angst voor hartaanvallen wordt me teveel. Ik verlaat gillend de zaal. Achteraf vond ik het jammer om te horen dat er later een travesterende Nancy-look-a-like het podium op werd gelaten, en dat er bovendien gadgets werden uitgedeeld. Kon Nancy dat niet even zeggen van tevoren, bijvoorbeeld in plaats van “Laaten wij frienden sijn”? Een noemenswaardig detail is overigens nog dat Nancy er op de foto die ik met mijn telefoon van haar nam uitziet als een lichtgevend spook. Is er iets dat ze ons niet verteld heeft? Jenneke, rond het af, wil je.
Slapen zoals kleine poesjes dat doen. Prrrr... prrrr....
Na Nancy liepen we terug naar Nighttown om een stukje van Millionaire mee te pikken. Maar Millionaire wilde maar niet beginnen. Waaraan dat lag, dat weet ik niet, maar omdat het weer veel te druk werd in de zaal, liepen we vast naar beneden waar het Vlaamse duo Nid&sancy (interview later op deze site) in een kwartier op moesten bouwen om op tijd te kunnen beginnen. Dat vonden ze niet zo leuk en het leverde tijdens het optreden wat gevloek en herrie op omdat niet alles werkte zoals het zou moeten werken. Hoewel een groot deel van de zaal hard ging op het optreden, werd ik er een beetje treurig van. Ik gaf ze kansen te over, omdat ik de cd nu eenmaal best leuk vind, maar het was allemaal wat negatief. En ik had zin om de glimlach die ik eerder die avond zo vakkundig had opgebouwd te behouden. Op tijd verlieten we de zaal om nog wat mee te kunnen pikken van Six Organs of Admittance, maar die was, in tegenstelling tot Millionaire, alweer klaar. Had hij wel gespeeld?
Ja zeker. Ben Chasny, inmiddels ook deel uitmakend van Comets on Fire, kwam in zijn eentje de theaterzaal bezetten. In tegenstelling tot andere acts hoefde hier niet een uur te worden gesoundcheckt (want slechts één gitaar, semi-accoustisch). De tijd die daardoor ineens overbleef op het schema besteedde hij maar aan lekker kletsen en indrinken. Bij opkomst was Ben nog in het gezelschap van een volle fles wijn (?), die gaandeweg het optreden rap leger werd. Op het album School of the Flower vindt nog ritmische ondersteuning plaats, die ik tijdens het optreden hier en daar wel wat miste. Daardoor waren de nummers soms wel lang uitgesponnen, maar door tijdstip, lokatie en vooral het overdrive-effect van de versterker kwam er wel een apart sfeertje door los. Uit de spaarzame commentaren van hemzelf op de liedjes viel op te maken dat hij zelf wat onzeker was of het publiek de nummers wel kon waarderen (bleek wel zo te zijn). De bewegingen werden wilder naarmate de fles meer leeg raakte, en aan het eind gekomen werd de gitaar liefdevol tegen de versterker gevleid en vervolgens minuten aan het rondzingen gelaten. Een bijzonder optreden wel weer.
Daarna zat er maar een ding op: dansen bij Tom Barman, die geheel tegen de stijl van de rest van de avond inging door juist te vroeg te beginnen. Subversief mannetje. Tom weet precies wat de leukste muziek is om op te dansen: elektronische muziek die rockt. Hij draaide platen van onder andere Tiefschwarz, Le Dust Sucker en Tiga: obligate namen maar obligaat voor een reden. Het is namelijk de leukste muziek om op te dansen. En dat deden we dan ook tot we niet meer konden. Het festival was bijna klaar, maar wij al helemaal.

7 Comments

  1. Anna

    Bitterheid is des duivelsch oorkussen (of was het ‘de weg naar de hel is geplaveid met bitterheid’? -dat rijmt-).
    Zulke lappen zijn fijn!
    Vooral als ze door Jnnk en Marten geschreven zijn.
    Daarbij vind ik hen (en daarmee ook hun lap tekst) buiten zeer spitsvondig ook nog:
    grappig
    intelligent
    fijn op elkaar ingespeeld
    onderhoudend
    welbespraakt
    knap (als in uiterlijk, maar ook als in spitsvondig, maar die had ik al genoemd)
    goed met kinderen
    en ze kunnen vast ook nog heel goed koken.

  2. mensch

    Niks anoniem, die reactie hierboven is de mijne.
    De commentcontroleur van MT sloeg even op hol, gezien de “questionable content” die er blijkbaar in staat…

  3. @Knurft: Dat heb ik nou nooit 🙂 Maar goed af en toe een lap tekst is toch niet zo heel erg? Klik je toch lekker op de plaatjes die erbij staan? Des te langer de tekst des te meer kiekjes. Dus je moet eigenlijk juist klagen dat de tekst te kort is 🙂

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Back to Top