Out Hud

“They brought cheese!”
Voor het podium van de bovenzaal in Paradiso, de plek waar we met de tourmanager van Out Hud hebben afgesproken, staat een enorme mensenmassa gebiologeerd te staren naar de dynamische podiumprestatie van The Arcade Fire. “Eh… Kevin?”, murmel ik voor me uit, maar het verwachte effect blijft uit. Er zit niets anders op dan te bellen: eerder die dag had ik namelijk vol trots mijn eerste Kevin in mijn telefoon gezet. “Downstairs, on stage! Front right!”, was de essentie van het telefoontje en alles dat ik nodig had om een paar minuten later voor het eerst de handen te schudden met een Kevin. In de benedenzaal is de volledige bezetting van Out Hud dan bezig met de soundcheck en Kevin vraagt celliste Molly en zangeres Phyllis om ons te ontvangen in hun spectaculair onopgeruimde kleedkamer.
Zijn dat wallen?


mij=Door Marten
Het New Yorkse Out Hud bestaat naast Molly Schnick en Phyllis Forbes ook nog uit Tyler Pope, Nic Offer en Justin Vandervolgen. De laatste drie vormen ook nog een essentieel onderdeel van !!!** en beide bands kennen elkaar dan ook zowel erg goed als al jaren. Molly en Phyllis vormden op hun veertiende hun eerste bandje en nu, twaalf jaar later, musiceren ze nog steeds samen, zij het niet meer in roze jurkjes.
De kleedkamer. De onvermijdelijke we-gaan-onze-helden-ontmoeten-zenuwen dwongen ons ertoe de bandleden met kadootjes om te kopen om ze te verplichten ons leuk te vinden. En het werkt. Met dolenthousiaste kreten worden de winegums en de kaas in ontvangst genomen en bij de overhandiging van de chocolade is de frequentie van het gegil zo hoog dat er een plotselinge stilte valt. Elke keer als iemand de kleedkamer zou betreden (wat vaker gebeurde dan je mogelijk zou achten in 25 minuten) werd er extatisch They brought cheese! geroepen.
In hun gedeelde pijn kreunen Molly en Phyllis tegelijkertijd “We drove!” in reactie op de vraag vanwaar ze naar Amsterdam gevlogen zijn. Ze zijn op de helft van hun Europese tour van ongeveer een maand ter promotie van hun onlangs verschenen album Let Us Never Speak Of It Again. Ze hebben hiervoor in Scandinavië, Engeland en Duitsland opgetreden. Dat betekende dus veel rijden, wat ze zwaar viel in hun tourbusje, waarin ze niet eens kunnen liggen. Het is niet de eerste keer dat Out Hud door Europa tourt: vorig jaar waren Tyler, Nic en Justin hier nog met !!!, en Out Hud deed in 2003 dit continent al aan als het voorprogramma van Radio 4.
Als ik ze vraag of ze verwachten dat het publiek vanavond gaat dansen of dat iedereen geïntrigeerd gaat kijken naar hoe ze hun instrumenten bespelen antwoordt Phyllis dat ze daar geen idee van heeft, omdat Paradiso zo'n net gebouw is. Ik vertel ze dat het vroeger een kerk was, en dat ze daarom verplicht zijn tijdens hun show een religieus statement te maken. “We maken soms grapjes over de paus. Maar dat is nu wel een beetje over. Meestal zijn de mensen aan het dansen, en meestal is het zo dat het publiek eerst een beetje moet opwarmen. Tegen het einde gaan ze dan uit hun dak”, antwoordt Molly. “We eindigen met wat wij denken dat ons dansigste liedje is. We willen de beste het laatst spelen. Dat is Dear Mr. Bush.” “Je hebt het verklapt!”, roept Phyllis ontstemd. Een winegum fleurt haar weer op.
Wat er nou precies aan de hand is met New York en het mysterieuze daar-vandaan-komen van alle punkfunkbands vindt Molly moeilijk te verklaren. “Ik weet het niet! Toen wij er kwamen waren er geen andere bands. We ontmoetten andere mensen toen we er kwamen, maar… iedereen luistert graag naar dezelfde dingen. En alle bands hebben dansinvloeden. Zoals The Rapture.” Persoonlijk kennen ze deze bands niet erg goed. “We kennen ze, maar we jammen niet met ze. Het is waarschijnlijk in Amsterdam hetzelfde: als bands shows hebben na elkaar dan leer je die mensen kennen. Maar er zijn in New York in elk geval veel bands met dansinvloeden. Ik weet niet. Toen wij er voor het eerst kwamen – Molly neemt hier een volle minuut de tijd om haar winegum weg te kauwen, waardoor wij ook besluiten een winegum te nemen en daar weer wat verwerkingstijd voor nodig hebben. Het duurt drieëneenhalf uur voordat we deze vicieuze cirkel hebben weten te doorbreken. – waren er veel postpunk-dingen zoals Arthur Russell en ESG, maar daar hielden wij ons niet zo mee bezig. Wij luisterden vooral hiphop. En dan hiphop die op de radio kwam.”
De bands in de scene waartoe Out Hud over het algemeen bij wordt gerekend, zoals LCD Soundsystem en Soulwax, zijn allemaal hele goede vrienden van elkaar. Ze knuffelen elkaar op podia en gaan samen naar het strand. Wat vrienden zijn betreft lijkt Out Hud daar niet bij te horen. “Ik heb Soulwax nooit gehoord. Wel van ze gehoord, maar niet gehoord. Ik denk dat het komt omdat die andere bands niet uit kinderen bestaan. Ik zie ze niet als kinderen die muziek maken, zoals wij.” Met een decennialange undergroundcarrière wordt Out Hud toch ook niet als een groep kinderen gezien? “Die andere bands lijken veel professioneler dan ik voel dat wij zijn. Ik denk ook dat ze niet in dezelfde scene zitten als wij. Wij touren door Amerika in een tourbusje, als punk kids met een punk levensstijl. We kennen ze, maar het zijn niet onze vrienden. Ik vind het raar dat je zegt dat wij niet als kinderen gezien worden. We zijn helemaal niet zo oud! We zijn 26.” Als ik ze vertel dat ik 24 ben en dan dus ook al aardig oud ben stelt Molly voor om over artritis te gaan praten. Ze vervolgt: “!!! zijn echt onze oude vrienden. Dat zijn onze mensen. We hebben allemaal samengewoond en we kennen ze al ons hele leven. En met die andere bands is dat niet zo. Ik bedoel, I'm sure they're really nice people.”
Vingertje vingertje aan de wand ehh stang balk, wat is het?
Verder vertellen Molly en Phyllis dat ze nog steeds hun normale-mensen-banen hebben, maar dat ze niet zeker weten of ze er na deze tour naar teruggaan. Als ik ze vraag of ze nu genoeg geld verdienen met Out Hud laten ze een geoefend klinkend “Nooooo!” horen. Molly licht toe: “De enige reden waarom het mogelijk is om misschien niet te hoeven werken als we terugkomen van deze tour is dat we geen uitbundig bestedingspatroon hebben. We hebben geen iPods. Ik zou wel meer willen verdienen en heel succesvol willen zijn.” Phyllis vertelt over hoe haar collega's reageerden op hun faam: “Onze collega's kwamen er pas achter dat we in een band zaten toen we in bladen begonnen te staan. Dan was het van Heeeee jullie staan in de New York Times! en dan hadden wij zoiets van ehm.. ja. Whatever.”
Dan komt toetsenist, percussionist en eloquent danser Nic Offer de kleedkamer binnen voor sap. Hij weet de hand te leggen op een fles sinas, resulterend in een gepassioneerd “Oooooh I looove Sisi!“. Als ik vraag of er een verschil is tussen Europa en de Verenigde Staten voor wat betreft hoe mensen reageren op hun muziek vertelt Nic dat Europeanen hun grapjes tussen de liedjes niet snappen. “In Amerika vinden ze ons hilarisch! Maar hier is het van fjuuuw.” Nics verklaring hiervoor is dat wij dommer zijn. Molly nuanceert: “In een land als dit spreekt iedereen wel Engels. Maar in Duitsland is dat minder. En ik denk dat het in Frankrijk en Italië nog minder zal zijn.”
Vervolgens heeft Nic een vraag voor ons Europeanen. “In Hamburg viel me op dat een man heel gefreakt aan het doen was met zijn heupen, van wieoewieoewieoewie! Is het normaal dat mensen hier hun heupen zo uit de kom schieten? Hij wist echt waar hij mee bezig was! He was going off!”. Hij krijgt de bevestiging dat dat inderdaad iets Europees is, en op de vraag waarom hij de Hamburger niet had meegevraagd op de tour antwoordt Nic dat hij de show niet mocht stelen. “I'm the dancer!
Nic vraagt ons vervolgens of we weten wat er achter het deurtje in de muur zit. Phyllis en Molly storten zich meteen wanhopig op al het snoepgoed dat op tafel ligt. Wij kijken ze steeds verbaasder aan. “Hold on to your seats!” roept Molly als Nic aanstalten maakt het deurtje te openen. Er blijkt een blaasachtig iets achter te zitten – ik ga niet pretenderen te weten wat het is – dat ervoor zorgt dat er direct na opening een enorme vlaag wind door de kleedkamer raast. Met hulp van Molly krijgt Nic het deurtje uiteindelijk weer dicht. “Is dit normaal?”, vraag Nic zich af. Ik stel hem gerust door te zeggen dat elke huiskamer in Nederland zo'n deurtje heeft.
Vervolgens vertelt Nic dat hij zijn drumstokjes in Hamburg heeft laten liggen, maar dat hij een paar van The Arcade Fire heeft kunnen lenen. Hij voegt daar in een bijzonder sarcastisch klinkend toontje aan toe dat hij ze zo graag live had willen zien spelen vanavond.
Mijn hart vat definitief vlam als Molly vertelt dat ze een verwoed Arrested Development-kijkster is, net als ik. Kijker. Geslaagder als mens kun je niet zijn, wat mij betreft. Ik hou van deze mensen. Onvoorwaardelijk. Een conclusie die te extrapoleren is naar hun temperamentvolle optreden, minuten later. Out Hud combineert hun vurige funk en percussie met mierzoete zang en diepe cellopartijen, en dat alles over stampwaardige baslijnen heen, waar ze zelf nog het meest bedreven op dansen. Met inderdaad “Dear Mr. Bush” op het einde maken ze er één groot, comfortabel dansfeest van om nog maandenlang tijdens de afwas bij weg te kunnen dromen. Ik wil met ze trouwen. Met allemaal. Tegelijkertijd.
**Mocht je als lezer niet weten hoe je uitspreekt en je afvragen of er bij dit interview sprake was van verwarrende gebarentaal of misschien een krijtbord: de gangbare uitspraak van !!! is chkchkchk

4 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Back to Top