Wild Nothing – Gemini

Wild Nothing - GeminiAls Pitchfork het jaar in lijstjes samenvat blijken er keer op keer nog pakweg 47 indie-bands te bestaan waar ik nog nooit van heb gehoord. Van de schade inhalen komt meestal weinig terecht. Bovendien heb ik altijd het gevoel dat de grote klapper meestal toch komt bij synchroon uitgebrachte releases, zie Deerhunter. Een beetje geduld volstaat ook, want Gemini van de Wild Nothing verschijnt met ruim een jaar vertraging alsnog in Europa. In elk geval in levende lijve, want de band speelt op Into The Great Wide Open. Niet zo vreemd, want poppy shoegaze doet het al een tijdje goed. Gemini begint met een uitgebreide fade-in, een passende genre-truc om de luisteraar het volume flink op te laten schroeven. Niettemin blijven noisy gitaar-partijen uit, meefluitbare synthesizers spelen hier een grotere rol. Het zou me niet verbazen als we de band, net als Wavves, snel in een auto-reclame aantreffen. Eenmansproject Wild Nothing bestaat pas twee jaar, en excelleert in bezwerende herhaling. Veel liedjes zijn opgebouwd rond een repeterend keyboardpatroon, waaromheen een slackerend liedje wordt opgetrokken. Ook de vocalen zijn lijzig, soms op het ongeïnteresseerde af, alsof ze met reden achterin de mix verstopt zitten. Gelukkig staan daartegenover een paar lekkere knallers. “Summer Holiday” doet denken aan de jongste plaat van Chad Vangaalen, en heeft een fijne New Order-hook. Die laatste invloed duikt tot mijn tevredenheid vaker op, met name in hoogtepunt “Bored Games”, een liedje voor de terugreis na een eighties-rave, met een leuk meisje op je netvlies. Bliepjes en drummachines echoën nog na. Pitchfork hield het in hun 2010 singles-lijst op “Chinatown”, een uitgeslapen en concreter nummer; daar krijgen we er op de volgende grootschalige release vast meer van.


mij=Captured Tracks

4 gedachten over “Wild Nothing – Gemini”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *