Sorry, sorry, sorry! Bijna vergeten om deze prachtige plaat te bespreken. En dat kwam eigenlijk alleen maar omdat ik met mijn hoofd afdwaalde, waardoor luistermuziek achtergrondmuziek werd. Dat is dodelijk voor de klassieke muziek van Olafur Arnalds (24) uit IJsland: je moet er wel met je hoofd bijblijven. Gelukkig is er de schitterende videoclip bij "Only the Winds" over een kind dat op eigen benen leert te staan, die me opnieuw aan de plaat herinnerde. Om mijn fout nog wat pijnlijker te maken stroomde mijn Twitter-timeline avonden achtereen vol met tweets en blogs hoe mooi de concerten in het Muziekgebouw Eindhoven en in Paradiso wel niet waren. For Now I Am Winter is Arnalds derde album (vijf fraai verpakte kartonnen EP's en soundtrackwerk voor o.a. The Hunger Games en Broadchurch even niet meegeteld), maar zijn eerste bij een major label en bovendien het eerste album waarop hij niet alleen met een volledig orkest samenwerkt, maar ook vocalen toelaat boven zijn muziek (Arnor Dan). Niet dat dat de sfeer verandert: meestal blijft de melodie minimaal gearrangeerd en ook dit keer is Arnalds begonnen met componeren op zijn laptop. In een interview in nrc.next van februari liet hij weten zich te ergeren aan de werkwijze van klassieke musici, omdat ze muziek schrijven volgens ingewikkelde formules, niet om emotie los te maken. "Het genre blijft hangen in dat elitaire clubje. Ik wil mensen raken. Klassiek moet wel veranderen om te kunnen overleven." Zelf studeerde Arnalds slechts een jaar klassieke muziek aan de universiteit van Reykjavik. Op zijn eerdere albums maakte hij diepe indruk door elektronische kliks en spaarzame beats toe te voegen aan zijn instrumentale werk; die Aphex Twin-achtige gimmick is er op For Now I Am Winter wel af. Alleen "Old Skin" is op het eind bijna gewone synthpop en valt daarom een beetje uit de toon. Maar is dat niet juist een compliment?


File: Ólafur Arnalds - For Now I Am Winter
File Under: Het nieuwe klassiek
File Video: [Only the Winds]
Bij blues met een akoestische gitaar denk je aan ingetogen blues. Toch? Nou, niet bij Matt Woosey. Deze Brit speelt akoestische gitaar op een manier die vergelijkbaar is met die van Monte Montgomery. Met forse aanslagen, waardoor de akoestische gitaar verre van braafjes klinkt. Woosey draait al de nodige jaren mee - hij begon als drummer in een Thin Lizzy-coverband! - en heeft al verschillende albums op zijn naam staan, met of zonder band. Hij heeft een buitengewoon krachtige stem, met een fraai vibrato. Opener "Black Smoke Risin'" zet de toon voor de rest van het album. Een stevige hook, mooie details met slidegitaar en de opvallende stem van Woosey. Zelfs ballad "Don't Need Money" kent een stevige ritmepartij. De combinatie van bluesrock en een akoestische gitaar maakt dat On The Waggon een echte rockplaat is en toch erg ontspannen blijft. Geen enkele track is onder de maat, maar met "Elsie May", "Black Smoke Risin'" en "Noah" zijn er wel een paar fijne uitschieters. Opvallend is ook de fraaie drumsolo (op een studioplaat!) in "Dopey Mick". Meest opmerkelijk is nog wel dat dit een eigen beheer-cd is. Ik kan geen enkele reden bedenken waarom de Matt Woosey Band niet met wat slimme marketing een mooie carrière tegemoet zou gaan. Mét contract. De komende dagen is hij in Nederland. Ga vooral kijken.


File: Matt Woosey Band - On The Waggon
File Under: Akoestische blues met ballen
File Video: [WooseyTube]
28 mei 2013 tot en met 30 mei 2013 op HBA Eindexamen Festival, Utrecht
Corin Tucker was ooit een van de drijvende krachten achter Sleater-Kinney, een alleraardigst bandje uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Nu heeft ze al een tijdje haar eigen band en profileert zich meer en meer als een Patti Smith 2.0. Waar Smith maatschappelijk relevant bleef, daar gaat het bij Corin Tucker mis. Haar leven is door het moederschap verrijkt en dat wil ze de hele wereld laten weten. Inclusief de negatieve kanten waarmee ze het bestaan van haar twee kinderen probeert recht te praten. Leuk hoor, dat moederkloekgedrag, maar haar naamgenoot Maureen Tucker deed dat jaren geleden ook al. En eerlijk gezegd kan het me ook van geen meter boeien of moeder-zijn nu een afmattende fulltime baan is of niet. Waar het mij om gaat: is Corin Tucker in staat is om nog opzwepende punkrock met aanstekelijke melodietjes in elkaar te flansen? Het antwoord is nee, ondanks een geweldig op elkaar ingespeelde band. Tucker voegt niets nieuws aan het oeuvre van ‘n Boss Hog, ‘n Patti Smith of onze eigen Ella Bandita. Een alleraardigst rockplaatje is deze zoveelste cd geworden. Alleen, daar kopen we dus niks voor.


File: Corin Tucker Band - Kill My Blues
File Under: Laten liggen tot de uitverkoop
24 mei 2013 in ECI Cultuurfabriek, Roermond
8 juni 2013 op Retie Rockt, Retie
12 juli 2013 tot en met 13 juli 2013 op Antwerp Metal Fest, Merksem
13 juli 2013 tot en met 19 juli 2013 op Valkhof Festival, Nijmegen
18 juli 2013 tot en met 21 juli 2013 op Dour Festival, Dour
26 juli 2013 op Nachten van de Jukte, Geluwe
Een mooie stem, melodieuze liedjes en goede teksten. Voor mij dé basisingrediënten voor een singer-songwriter die mijn hart wil stelen. Dat heeft de Amerikaanse Patty Griffin jaren geleden al voor elkaar gekregen. Het rockende Flaming Red uit 1998, de folkpop van 1,000 Kisses uit 2002, Impossible Dream uit 2005 en het gospel-tribute Downtown Church uit 2010, het zijn hoogtepunten uit de collectie van deze 49-jarige zangeres. Haar zevende album, American Kid, kan daar moeiteloos aan toegevoegd worden. Het overlijden van haar vader in 2009 lag ten grondslag aan dit album. Vader Griffin, zoon van Ierse immigranten, vocht in de Tweede Wereldoorlog in Europa. Na de oorlog trok hij zich een tijdje terug in een klooster om daarna een gezin te stichten met uiteindelijk zeven kinderen en hij werd leraar op een middelbare school. 'Een stille man waarvan je nooit echt precies wist wat er in hem omging', zo omschrijft Patty Griffin haar vader. Met zijn levensloop als leidraad probeert ze hem in haar songs te vatten. Zoals bijvoorbeeld in "Faithful Son" en "Not A Bad Man", waarin haar vader in het reine probeert te komen met zijn oorlogsdaden. En in "Irish Boy", waarin ze teruggrijpt op de Ierse roots van haar vader. Het album bevat twee bloedmooie duetten die Griffin zingt met haar kersverse lover Robert Plant. De broers Cody en Luther Dickinson van The North Mississippi Allstars leggen de basis voor de smaakvolle en prachtige, ietwat bezwerende sound van het album. In twaalf songs brengt Patty Griffin een ontroerende ode aan haar vader, een oorlogsveteraan die na de oorlog maar moeilijk zijn draai kon vinden. Maar eigenlijk kun je de songs ook zien als een beschrijving van vele na-oorlogse American kids en hun worstelingen met het leven van alledag, in een Amerika dat door de jaren heen erg veranderd is. Zo bezien is het een monumentaal album geworden over het leven na de oorlog van veel Amerikanen in het algemeen en Griffins vader in het bijzonder. Nu al een van de mooiste albums van dit jaar.


File: Patty Griffin - American Kid
File Under: Monument
File Audio: [Album Stream]
File Video: [Ohio]
File Twitter: [Tweets van Patty Griffin]
André
Kate Boy @ London Calling in de Tolhuistuin
Janineka
Anouk - Sad Singalong Songs
Ludo
Junip - Junip
tbeest
Motorpsycho @ Burgerweeshuis, Deventer
Prikkie
dUg Pinnick - Naked
Stonehead
Daft Punk - RAM
Ewie
Moddi - Set the house on fire

Spacerock en stoner zijn lastige genres, in die zin dat het steeds weer herhalen van de grooves bij de genres hoort, maar tegelijkertijd ook het laatste zetje over de afgrond kan zijn als het niet spannend genoeg blijft. In de psychedelische boogie blijkt dat ook te kunnen. Endless Boogie is een feitelijk een hobbyband van een aantal heren op leeftijd uit Brooklyn en brengt met Long Island het derde album voor No Quarter uit. Hun naam is ofwel een gezonde dosis zelfkennis of juist een wat pijnlijk gebrek daaraan. Ik geef ze het voordeel van de twijfel en houd het op het eerste. Acht tracks, samen tachtig minuten (!) en inderdaad, de boogie gaat maar door. De variatie zit 'm in de (prima, dat moet gezegd worden) solo's van de nieuwe gitarist Matt Sweeney (o.a. Bonnie 'Prince' Billy) en de Beefheartiaans gebromde teksten van Paul Major. "When you get there, you gotta stay there” schijnt het motto van de heren te zijn. En eerlijk is eerlijk, ze doen wat ze beloven. Op het kortste nummer (bijna zeven minuten....) "Taking Out The Trash" is een ZZ Top-vibe te vinden die zowaar catchy is, maar kanonne, op de rest van de tracks begint er een groove die maar blijft doorgaan tot iemand besloten heeft dat het hier maar eens voldoende moet zijn. Live kan ik me voorstellen dat dat dik genieten is, maar bij een studioplaat moet je wel een enorme diehard zijn om niet na een uurtje dodelijk vermoeid te raken zonder geestverruimende middelen te hebben gebruikt. Ik doe niet aan geestverruimende middelen en ben blijkbaar ook geen diehard, want ik trok het niet. Breng deze nummers kort na elkaar uit op twee of zelfs drie EP's en ik zal er volop lol aan beleven. Ze weten namelijk wel degelijk een licht hypnotiserende groove op te bouwen, soms vrij ingetogen, soms met wat meer gitaristisch geweld. Op zichzelf beschouwd hebben de tracks allemaal wel hun kwaliteiten, en op de uitvoeringen is sowieso weinig aan te merken. Een volledige cd is echter veel en veel te lang. Ik heb mijn les geleerd: geniet, maar luister met mate.

File: Endless Boogie - Long Island
File Under: Slechts in delen tot u nemen
22 mei 2013 tot en met 26 mei 2013 op Primavera Sound, Barcelona
30 mei 2013 tot en met 2 juni 2013 op Optimus Primavera Sound, Porto
1 augustus 2013 tot en met 4 augustus 2013 op OFF Festival, Katowice
23 augustus 2013 tot en met 25 augustus 2013 op Reading/Leeds festival, Reading & Leeds
5 september 2013 tot en met 8 september 2013 op Bestival, Isle of Wight
22 mei 2013 tot en met 26 mei 2013 op Primavera Sound, Barcelona
1 augustus 2013 tot en met 4 augustus 2013 op OFF Festival, Katowice
8 augustus 2013 op Haldern Pop Festival, Haldern
13 augustus 2013 in Doornroosje, Nijmegen
14 augustus 2013 in Vera, Groningen
15 augustus 2013 tot en met 17 augustus 2013 op Pukkelpop, Hasselt
16 augustus 2013 tot en met 18 augustus 2013 op Lowlands, Biddinghuizen
Eigenlijk weet je het al als de wekker gaat: het wordt niet veel vandaag. Veel te diep geslapen, hoofdpijn. Aansluitend prikt je partner goedbedoeld je oog er bijna uit als liefkozing, dondert even later de bak met kattenbrokken om, blijkt de afvoer niet af te lopen en heeft het onverwachts gevroren: er moet gekrabd worden. De aansluitende tunes die mij weer wat op moeten knappen komen van Karsu Dönmez, alias Karsu. Ze zijn afkomstig van haar album Confession. Normaliter is dit niet mijn ding, met name door de grote jazzinvloeden, maar er komt een soort rust over me. Ik bezie de wereld vanuit de auto en meander door het landschap onderweg naar de keiharde zakenwereld die op mij wacht. Het zijn eerst twee Engelstalige zelf geschreven nummers die mij in de stemming brengen. Het valt op hoe mooi de arrangementen ingevuld zijn qua instrumenten. Karsu mag dan zelf de piano beroeren, aansluitend krijgt iedere muzikant, en dat zijn er nogal wat, zijn verdiende aandacht. Dit overigens zonder in sologepiel te vervallen. Het derde nummer is een traditional gezongen in het Turks, dat haar als gegoten zit. Als ik dan bij de autobaan ben aangekomen en daar de drukte inschiet, houdt het na een aantal kilometers onverwacht op met de rust. Althans, ik zit zowaar in een file. Ik schakel over naar de radio om iets te horen over hoe en wat, maar het enige dat ik hoor is Giel met een infantiel liedje gezongen door kinderen over een goed humeur. Fuck op Giel: ik zet de cd weer op. Ik kom, al duurt het wat langer, wel op mijn bestemming en dat kan ik beter in stijl en met kunde doen.

File: Karsu - Confession
File Under: Wereldjazzpopmuziek
File Video: [Haar Videokanaal]
File Social: [Twitter] [Facebook]










