24 februari 2012 in De Kelder, Amersfoort
8 maart 2012 in Doornroosje, Nijmegen
6 april 2012 tot en met 8 april 2012 op Paaspop Schijndel, Schijndel
21 april 2012 in De Meester, Almere
15 juni 2012 tot en met 17 juni 2012 op Hellfest, Clisson
29 juni 2012 tot en met 30 juni 2012 op Dokk'em Open Air, Bornwird
13 juli 2012 tot en met 14 juli 2012 op Bang Your Head, Balingen
13 juli 2012 tot en met 14 juli 2012 op Bang Your Head, Balingen
Wie komende week naar Eefje de Visser gaat kijken, heeft hierbij nog een reden om te gaan. Hun voorprogramma! De band uit Lille heet Roken is Dodelijk - je spreekt het zo uit - heeft nog maar twee EP's uit en is momenteel aan een album bezig. Als ik het stuwende "King of the Town" op hun laatste EP The Terrible Things uit 2010 hoor, trek ik vergelijkingen met Fanfarlo en het onlangs nog bejubelde Philco Fiction, en op YouTube roept ook al iemand dat Roken Is Dodelijk eigenlijk op het Bella Union-label thuis zou horen. Ook het oudere "Good Enough" is fantastisch. Maar kende u die referentie Philco Fiction eigenlijk al? Dat dat prachtig is moet ook gewoon maar eens van de daken geschreeuwd worden. Als ik op slide 25 van deze recente presentatie getiteld "DIY In The Music Industry: Long Tail or Long Fail?" lees dat slechts 1500 albums 88,5% van de totale verkoop vormen en de rest genadeloos flopt, verdienen er behoorlijk wat meer jonge nieuwe bands aandacht. Gaat dat zien! Bij Eefje!
12 februari 2012 in Paradiso, Amsterdam


File: Roken Is Dodelijk - The Terrible Things EP
File Under: Rechtgeaard mooie indie
File Audio: [Bandcamp]
File Twitter: [Rokelijk]
Primal Fear mag dan een van de vaandeldragers van de Duitse powermetal zijn, volledig Duits is de band al een tijdje niet meer. Drummer Randy Black (Annihilator) zit al sinds 2003 in de band en in 2008 kwam gitaarwizard Magnus Karlsson (Starbreaker, Allen/Lande) erbij. Met de productionele kwaliteiten van bassist Mat Sinner en de stem van Ralf Scheepers kun je dan gerust spreken van een powerhouse, vooral als je bedenkt dat Karlsson, Scheepers en Sinner de metal anthems zo uit hun mouw lijken te schudden. Unbreakable, het negende album van Primal Fear, is dan ook precies wat je kunt verwachten. Perfect uitgevoerde metalkrakers die binnen een paar maten op stoom zijn en met een hoog meebrulgehalte in de refreinen. Is er dan niets op aan te merken? Jawel hoor, hier en daar is het net iets te braaf en te voorspelbaar, zoals in "Metal Nation". En, zoals hierboven tussen de regels door al te lezen is, de verrassing is wel heel ver te zoeken op dit album. Primal Fear doet hetzelfde als altijd. Dat doen ze wel heel goed, maar ze moeten wel oppassen dat ze niet steeds dezelfde plaat gaan uitbrengen. In het acht minuten durende "Where Angels Die" laten ze horen dat ze meer sfeer en diepte kunnen oproepen dan ze op een deel van het album doen. Dan zijn er nog altijd heerlijke rechttoe-rechtaan rockers als "Conviction", maar er zijn mij net iets teveel songs waarbij het van begin tot eind formulematig hakken en zagen is. Maar eerlijk is eerlijk, de fans zullen daar niet om malen, die worden op hun wenken bediend.
12 april 2012 in The Rock Temple, Kerkrade
13 juli 2012 tot en met 14 juli 2012 op Bang Your Head, Balingen


File: Primal Fear - Unbreakable
File Under: Hakken en zagen op hoog niveau
File Video: ["Bad Guys Wear Black"]
13 april 2012 tot en met 22 april 2012 op Coachella, Californië
In de categorie ´eindelijk weer een nieuw album´: Hospital Bombers. Hun nieuwe schijf heeft de titel At Budokan meegekregen, genoemd naar het beroemde Japanse podium waar bijvoorbeeld Cheap Trick en Bob Dylan albums opnamen. Het Nederlandse Hospital Bombers speelde hier nooit, maar het is typische HB-bandhumor. At Budokan is de opvolger van het in 2008 verschenen Footnotes, en schijnt al in 2010 opgenomen te zijn. De grootste creatieve spil is drummer Marc van der Holst. Meestal vind ik dat drummers het bij lekker meetrommelen (en vooral geen solo) moeten laten, maar in het dit geval is het toch anders. Van der Holst zou je ook kunnen kennen van de strip Spekkie Big, een creatieveling dus. Uiteraard is ook zanger/gitarist Jan Schenk weer van de partij, maar hij zingt nu een toontje lager. Er is namelijk een grotere rol voor violiste/zangeres Susanne Linssen weggelegd, zoals in hun duet in "Heidi Says" of in de sixtiespopsong "I Love You Baby". Ze hebben nu hun eigen Maureen Tucker (The Velvet Underground). Belangrijker is echter dat hun tweede album een prima plaat is geworden, waar hun kenmerkende lo-fi-rammelpop langzaam geperfectioneerd wordt. De plaat is overigens een protest tegen liefdesverdriet. Weet je wat je op 14 februari (of al eerder) moet gaan aanschaffen. Of op die dag moet gaan bekijken in de Trouw te Amsterdam.

File: Hospital Bombers – At Budokan
File Under: Elke dag is Valentijnsdag
File Audio: [MySpace][Soundcloud][Grooveshark]
File Video: [Traditional Maori Fight Song #9 ]
File Twitter: [Tweets]
23 juni 2012 tot en met 24 juni 2012 op Rock-A-Field, Roeser
1 juni 2012 tot en met 3 juni 2012 op Rock Am Ring, Nürburg
15 juni 2012 tot en met 17 juni 2012 op Reload Festival, Sulingen
Het was notabene mijn van metal houdende neefje die mij attendeerde op First Aid Kit. Vond hij wel wat voor mij. Ik bekeek het clipje van The Lion's Roar waarin ik twee meisjes, als waren ze bosnimfen, door een bos zag zwieren. Heel vaag maar ik werd meteen gegrepen door de messcherpe samenzang en het goede liedje. De meisjes van First Aid Kit blijken de jonge zusjes Johanna en Klara Söderberg uit Zweden te zijn. In 2008 werden ze in één klap bekend met hun YouTube video van de Fleet Foxes song "Tiger Mountain Peasant Song". Johanna was toen 18 en Klara 15 jaar. Daarna volgden de ep Drunken Trees en debuutalbum The Big Black & The Blue. Inmiddels had Jack White het duo in de smiezen gekregen en zo konden Johanna en Klara The Lion's Roar laten produceren door multi-instumentalist Mike Mogis, onder andere bekend van Bright Eyes. Het resultaat mag er zijn. First Aid Kit is er in geslaagd mysterieuze folk en roots te vermengen met melancholieke sixties-achtige songs. Een nummer als "Blue" had bijvoorbeeld gemakkelijk aan het eind van de jaren '60 gemaakt kunnen zijn. Hoogtepunten zijn het prachtig melodieuze "The Lion's Roar", "Emmylou", wat een ode is aan, jawel, inspiratiebronnen Emmylou Harris, Gram Parsons, June Carter en Johnny Cash. "To A Poet" is een nummer over dichter Frank O'Hara en in het door mariachitrompetten opgevrolijkte "King Of The World" zingt Conor Oberst himself een moppie mee. Wat de songs van First Aid Kit echter allemaal onweerstaanbaar maakt is de bloedzuivere zang, zowel één- als meerstemmig, van de zusjes. Inmiddels zijn Johanna en Klara nog maar 21 en 18 en hebben ze met The Lion's Roar nu al een gedenkwaardig album gemaakt. Dat belooft wat voor de toekomst!
15 februari 2012 in Rotown, Rotterdam
16 februari 2012 tot en met 17 februari 2012 op [PIAS] Nites België, Brussel
13 april 2012 tot en met 22 april 2012 op Coachella, Californië


File: First Aid Kit - The Lion's Roar
File Under: Eerste hulp bij de winterblues
File Audio: [Soundcloud]
File Video: [Emmylou]
File Twitter: [Tweets van First Aid Kit]
'That's just it', constateert Bart Constant (voorheen About) zelf ook een beetje verbaasd, in opener “No North, No South”. De producer, die eerder met o.a. Gram en Voicst werkte, heeft zijn eigen geluid te pakken. Waar op voorganger Bongo (onder de oude artiestennaam) elektronica en vocalen als nagels op krijtbord botsten, brengt Rutger Hoedemakers ons nu een geslaagde synthese van studio-trucs en akoestische instrumenten, met de piano in een hoofdrol. Zijn geluid is sterk verwant aan de barokke indiepop van Sufjan Stevens en (vooral) Owen Pallett. Een symfonische potpourri van laagjes, die in dit geval zowel luchtig als dansbaar blijft. Bart Constant zingt er zijn even quirky teksten bij met een aandoenlijk cartooneske handpop-stem. Zijn taalkronkels zijn zeer de moeite waard en gaan van 'two cents worth of nonsense' tot 'not every fact is true'. Maar uiteindelijk is het de Loney Dear-jubelende muziek die 't 'm doet. De hele blokkendoosinhoud wordt hier op elkaar gestapeld. En soms valt de toren om. Zoals in de wending rond de vierde minuut van “Seven Minute Revolution”, waar Bart Constant opnieuw begint, terwijl het crescendo onderhuids had mogen ontploffen in een toetspartij. Veel van dat soort kanttekeningen zijn echter niet te maken. “Bygones Be You” is van begin tot eind raak, “Gravity” lanceert zich per kanon richting Beirut, en “Jorelamon Street” knipoogt naar cheesy RPG-soundtracks. Als single verwacht ik het samplepop-rondedansje “Point”. Vrolijk en inderdaad, to the point. Het vaderlandse popjaar is goed begonnen.
23 maart 2012 tot en met 1 april 2012 op Tweetakt, Utrecht


File: Bart Constant - Tell Yourself Whatever You Have To
File Under: He got it right
File Audio: [Constant-Space]
Een tijdje geleden kwam het nieuwste, vijfde deel van Ian Parry's Consortium Project uit, met de belofte dat er rereleases zouden komen van de vier voorgaande delen. Deel een, Criminals & Kings, is de start van het verhaal van een duistere groep die een nieuwe wereldorde wil starten. Wat vooral opvalt is dat het geluid nog steeds strak en modern is en je nergens het idee krijgt naar een album van twaalf jaar oud zit te luisteren. Voor het instrumentale deel wist Parry al bij het eerste album een indrukwekkende line-up te formeren: onder andere Stephan Lill (Vanden Plas), Arjen Lucassen (Ayreon), Patrick Rondat (Elegy), Thomas Youngblood (Kamelot) en Jan Vayne (die van de zwiepende haardos, ja!) waren van de partij. In vergelijking met het slot van de serie van enkele maanden geleden valt me op dat er veel meer lucht in de productie zit, waardoor de individuele instrumenten mooier uitkomen. Een nummer als "A Miracle We Need" komt volledig tot bloei door de ruimte voor piano en akoestische gitaar. Het merendeel is uiteraard powermetal met wat randjes prog, maar het is de balans die dit album erg geslaagd maakt. Met ook nog Ian Parry in topvorm blijft er dan weinig te wensen over en is een rerelease volledig gerechtvaardigd. De twee bonustracks, een akoestische versie van "A Miracle Is All We Need" en de demoversie van "Evilworld" zijn dan ook precies dat, een bonus.

File: Consortium Project I - Criminals & Kings
File Under: Indrukwekkende start van een epos
Zoals Edward Sharpe & The Magnetic Zeros met "Home" onverwachts een hit hebben dankzij de Ikea-reclame, zo zou Luke Temple een reclamehit moeten hebben met "How Could I Lie". De opgewektheid, de folky sound, het moet kunnen. Alléén zou die dan gericht moeten zijn op de gefrustreerde klant die de winkel in kwestie graag weer terug willen: ´I got so much more to show you´. Te laat, dus. De Amerikaan Luke Temple levert met Don´t Act Like You Don´t Care zijn derde solo-album af waar het eerder genoemde liedje deel van uitmaakt. Misschien dat je Temple kent van zijn band Here We Go Magic, maar dat is qua stijl anders dan zijn solowerk. Temple maakt folkpop met een indierandje dat soms lekker vrolijk klinkt, maar andere momenten ingetogen en somber. Een beetje als Paul Simon zonder geld voor een fatsoenlijke studio. Luister eens het prachtige "Ballad For Dick". Helaas zijn de negen liedjes in bijna 39 minuten, niet allemaal parels en is het meer een verzameling van liedjes, dan dat het een albumgeheel uitstraalt. Blijft echter dat Don´t Act Like You Don´t Care hoogtepunten bevat die ik toch niet had willen missen. Ik meen het.


File: Luke Temple - Don´t Act Like You Don´t Care
File Under: lo-fi folkpop
File Audio: [[Grooveshark]
File Video: [More Than Muscle][So Long So Long]


















