Ayreon – The Source

Mascot

Ayreon – The SourceWie per se zijn tweehonderd woorden moet halen bij een recensie, die heeft het geluk bij een recensie van een Ayreon-plaat dat het verplichte kost is om te melden wie Arjen Lucassen nu weer heeft weten te strikken voor een van zijn rockopera’s. Daar gaan we: James LaBrie van Dream Theater, Tommy Rogers van Between The Buried And Me, Simone Simons van Epica, Mike Mills van Toehinder, natuurlijk Floor Jansen van After Forever/Nightwish, Hansi Kürsch van Blind Guardian, Michael Eriksen van Circus Maximus, Tobias Sammet van Edguy/Avantasia, Nils K. Rue van Pagan’s Mind, Zaher Zorgati van Myrath, Tommy Karevik van Kamelot en Sir Russell Allen van Symphony X. En dan hebben we Arjens huisband bestaande uit onder andere Ed Warby van Gorefest, Marcel Coenen van Sun Caged, Mark Kelly van Marillion, Guthrie Govan van Asia, Paul Gilbert van Mr. Big en Racer X of zelfs Maaike Peterse van Kovacs nog niet eens vermeld. Zo’n cascade van namen zegt iets over het geloof en rotsvaste vertrouwen in een lange gast als Arjen Lucassen en zijn onkreukelbare visie per project waarbij de man met een absoluut en precies gehoor insteekt op hoe Prokofiev vroeger het liefst componeerde. Ieder zijn rol in de vertolking van de fijnste vertelling, hoe klein ook. “The Source” keert terug naar het universum van 01011001 als voorvertelling op zijn latere werk. Opener “The Day That The World Breaks Down” is een stevige progressive rocksong, een epos dat normal gesproken heel makkelijk voor een bombastisch finale-sluitstuk had kunnen doorgaan. Het zegt wat over de denk- en werkwijze van Lucassen dat het einde der tijden ook de aftrap van iets nieuws is. Wat het is, dat is de ontdekkingstocht van Ayreon waarvoor je telkens weer uitgenodigd wordt om zelf te leren ontdekken en na te denken. Lucassen heeft met zijn zoveelste Ayreon-plaat een entiteit van klassiek, progressive rock, folk, Keltische traditionals, hardrock en metal geschapen waar je in meegezogen wordt. Of je nu wilt of niet. Ayreon is de officieuze opvolger van H.G. Wells’ War Of The Worlds. Lucassen is zowel de nieuwe Orson Welles als Jeff Wayne. Op zijn eigen ondoorgrondelijke manier maar met een onuitputtelijke voorliefde voor de hardere muziek.

File: Ayreon – The Source
File Under: De wereld vergaat als Arjen Lucassen niet meer bestaat

BJ Baartmans & Mike Roelofs – Outward & Return

Continental

Soms vind ik het onbegrijpelijk dat een groot aantal muzikanten in Nederland relatief onbekend is. Neem nu singer-songwriter/gitarist BJ (Bart-Jan) Baartmans. De Brabander is al ruim 35 jaar muzikaal actief in de meest uiteenlopende bands en als sessiemuzikant en producer voor vele Nederlandse artiesten. Zijn muzikale cv is indrukwekkend en toch is hij slechts in kleine kring bekend. Met multi-instrumentalist Mike Roelofs, een klassiek geschoold pianist, speelde hij al in “BJ’s Wild Verband” waarmee hij Nederlandstalige blues en chansons speelde. Vorig jaar nam het duo Ins Blaue Hinein op, een instrumentaal album waarop Baartmans gitaar speelt en Roelofs toetsen en drums. Blijkbaar is die samenwerking zo goed bevallen dat ze krap een jaar later een tweede plaat hebben opgenomen. Outward & Return is ook geheel instrumentaal, iets wat ik niet zo snel uit mezelf op zou zetten omdat saaiheid daarbij al snel op de loer ligt. Daar heb ik bij dit album geen moment last van gehad. De tien nummers klokken bij elkaar ruim 36 minuten en in die tijd wordt er op hoog niveau gemusiceerd. Er klinkt geen noot te veel of te weinig en de productie is glashelder. Qua stijl loopt het uiteen van americana, blues en folk tot wat meer jazzy (“Crimson’s Theme”) en ook Oosterse invloeden klinken (“Apple Pie Cat”). Ik weet niet of het zo is maar het klinkt alsof er in grote delen van de songs door de beide heren van de gebaande paden wordt afgeweken en ze improviseren. Dat werkt heel goed want juist daardoor is Outward & Return een spannend album geworden dat blijft boeien. Over voorganger Ins Blaue Hinein las ik hier en daar dat het luistert als een soundtrack zonder film. Dat zou je ook over dit album kunnen zeggen maar dat is nu juist de kracht ervan, de soundtrack is er al, de film bedenk je er tijdens het luisteren zelf bij.

File: BJ Baartmans & Mike Roelofs – Outward & Return
File Under: Vakmanschap
File Facebook: [BJ Baartmans op Facebook]
File Facebook: [Mike Roelofs op Facebook]
File Twitter: [Tweets van BJ Baartmans]
File Twitter: [Tweets van Mike Roelofs]

Week 40, 2017

Prikkie
Don Airey – K2-Tales Of Triumph And Tragedy

tBeest
Black Moon Circle – Flowing Into The 3rd Dimension

Ewie
Nick Cave And The Bad Seeds – Ziggo Dome 06-10-2017

Vonx
Roll up! Roll up! (free cd Uncut magazine)

DubbelMono
Neil Young – Hitchhiker

Janineka
The Weather Station – The Weather Station

Ludo
Tom Petty & The Heartbreakers – Echo

Storm
The Tangent – The Slow Rust Of Forgotten Machinery

Gr.R.
Wolf Alice – Visions Of A Life

The Poison Arrows – No Known Note

File 13

The Poison ArrowsChicago heeft iets rauws. En een ware punkrock-inborst. Dat was al zo toen Steve Albini met zijn Big Black de lokale podia onveilig maakte. The Poison Arrows bestaat uit Patrick Morris van Don Caballero, drummer Adam Reach en gitarist/zanger Justin Sinkovich van Atombombpocketknife en Thumbnail. Al ruim zeventien jaar bestaat de band en bracht drie platen uit, maar verdween in 2009 van het toneel. De heren hebben echter de draad weer opgepakt en doen wat ze altijd al deden. Ze voegen The Fall en The Jesus Lizard bij elkaar tot vlammende post-rocksongs waarbij ruimte is voor de vertelling. Ja, het is drammerig, lijzig en bij vlagen chagrijnig, maar in alles ook strijdlustig op een manier die helemaal klopt bij de muziekscene van Chicago. In al zijn kaalheid zonder franje duwt The Poison Arrows jou zijn mening door de strot. En, hoewel de heren wel degelijk fel van leer kunnen trekken en weten wat het is om te overdonderen en overschreeuwen, zijn ze tot het besef gekomen dat ze dat helemaal niet meer nodig hebben. Een paar genadeklappen en een ijzersterk gitaarspel volstaan. Zoals bijvoorbeeld bij “Stuck On Screen” dat zomaar tot de beste songs van Sonic Youth op Sister had kunnen behoren. The Poison Arrows houdt de alternatieve Amerikaanse gitaarschool van dertig jaar geleden levend.


File: The Poison Arrows – No Known Note
File Under: Alternatieve Amerikaanse gitaarschool anno nu

Curse Of Lono – Severed

Submarine Cat

Curse Of Lono heeft als standplaats Londen, maar achter deze band zit de Duitser Felix Bertolchsheimer. Dat hij een tijd in de Verenigde Staten heeft gebivakkeerd hoor je op Severed, hun eerste volledige album. In de liedjes klinken americana-, blues- en folkinvloeden door. Curse Of Lono is niet van het shockeren, maar wel van het maken van nummers die van voor naar achteren iets moois over zich heen hebben. Er wordt daarnaast gezocht naar iets speciaals: samenzang (Bon Iver-alert), een slide gitaar, een orgeltje. Het geheel is verpakt in een zwarte hoes. Die kleur past wel bij de donkere sfeer die ook in de teksten weer te vinden is. Ik moet alleen zeggen dat ik wel een beetje in slaap word gesust, de nummers zijn wat aan de slome kant en kleuren net wat teveel binnen de lijntjes. Prijsnummer is wat mij betreft “London Rain” waar Robbie Robertson een samenwerking met Ray Manazarek lijkt te zijn begonnen. Zo had ik er wel wat meer gewild. Er wordt overigens wel gerockt, zoals in “Send For The Whisky” maar dat verliest door de samenzang wat van zijn stoerheid. Al met al is het best een aardige plaat, maar het mag wat mij betreft wat sprankelender.


File: Curse Of Lono – Severed
File Under: Down

File Social: [Twitter] [Facebook] [Instagram]

Ed Wood Jr. – The Home Electrical

Black Basset

Ed Wood Jr. – The Home ElectricalBliepjes, elektronica en rare popliedjes met een pulserende bas, het staat allemaal op The Home Electrical, het knip-, plak- en knutselwerkje van Olivier Desmulliez en Jason van Gulick. Voor wat iele damesvocalen lieten de heren Asako Fujimoto invliegen. Haar bijdragen zorgen ervoor dat de schijnbaar ongestructureerde bliepjes en beats een bijna Death In Vegas-achtig karakter krijgen. Ik kan me zomaar voorstellen dat de heren zichzelf vernoemd hebben naar een regisseur die heel graag iets wilde maken, maar met zijn beperkte middelen nooit verder kwam dan een aantal lachers op zijn hand. Aan alle kanten merk je dat Ed Wood Jr. op zoek is naar de ultieme mix tussen Chemical Brothers, Caribou, Moderat en Amon Tobin. Hoewel het geluid per song steeds pompeuzer en krachtiger wordt en er wonderlijke parels van toevalstreffers op deze plaat staan, lijkt het duo nog op zoek naar de juiste ingrediënten en middelen waar ze hun vingers op kunnen leggen. Elementen uit de progrock, de post-rock en militante beats worden niet geschuwd, maar weigeren nog op te gaan in een coherent en logisch geheel. Als The Home Electrical de weg vrijmaakt voor grotere budgetten en ‘The Studio Electrical’ kan worden, dan zullen we de ware geniale gezichten van Olivier en Jason te zien krijgen. Dan mag de toevoeging van Jr. weggelaten worden in de bandnaam en wordt de ooit zo verguisde regisseur van slechte sci-fi-films gerehabiliteerd.

File: Ed Wood Jr. – The Home Electrical
File Under: Thuisgeknutsel mist nog een grootse structuur

Richard Edwards – Lemon Cotton Candy Sunset

Joyful Noise

Wanneer in één jaar tijd je band uiteenvalt, je huwelijk op de klippen loopt en je bijna bezwijkt aan aan een bacteriële infectie kun je gerust spreken van een rampjaar. Het overkwam Richard Edwards uit Chicago, ruim tien jaar de frontman van indieband Margot & The Nuclear So & So’s. Wat doe je dan als muzikant wanneer je zoveel tegenslag te verwerken krijgt? Juist, je maakt er een album over. Richard Edwards’ eerste solo-album is de weerslag van deze nare periode en het spreekt voor zich dat het geen vrolijk album geworden is. Edwards weet in veertien melancholische liedjes je deelgenoot te maken van zijn worstelingen en strijd. Edwards heeft een mooie stem die indringend is en de gevoelige liedjes de kracht geeft die ze nodig hebben. Dat doet hij soms wat meer (indie)rockend zoals in het experimentele “Git Paid” of het meeslepende “Disappeared Planets”. Mooier vind ik het als Edwards wat gas terugneemt en de liedjes door zijn breekbare stem super melancholisch worden, zoals in “Management Of Savagery”, “Postcard” en “When You Get Lost”. Producer Rob Schnapf produceerde eerder Beck en Elliott Smith en heeft op Lemon Cotton Candy Sunset de instrumentatie sober gehouden zodat er alle ruimte is voor de prachtige stem van Richard Edwards. Zijn debuut solo-album is een klein juweel geworden. Na deze donkere periode gun je Richard Edwards alle voorspoed van de wereld. Ben benieuwd hoe de songs van een gelukkige Richard Edwards zullen klinken.

File: Richard Edwards – Lemon Cotton Candy Sunset
File Under: Traumaverwerking
File Facebook: [Richard Edwards op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Richard Edwards]