Virginia Wing – Forward Constant Motion

Fire

Virginia Wing – Forward Constant MotionErgens tussen XX, Tegan & Sara en de nadagen van Siouxie Sioux in is heel veel ontwikkelingsruimte voor wave, avantgarde, glitz en electro-geneuzel. Deze tweede plaat van Virginia Wing had organisatorisch heel wat voeten in de aarde. De drummer vertrok en dus bleef een duo over dat meer dan ooit de synthesizers en drumcomputers uit de kast trok om zich te richten op een verfijnder popgeluid met hemelse vocalen en zweverige interludes. De twee zeiden de psychedelische en postpunk-elementen vaarwel. Ze moesten schoon schip maken en ze moesten door. Op naar dit album waar ik uiteindelijk de kriebels van krijg. Versta me goed, ik houd van zweverige synthpop, zeker in combinatie met werkelijk prachtige zalvende vocalen. Maar, de songs en het getingeltangel zijn zo klein en gedetailleerd gehouden, dat mijn aandacht telkens weer na de eerste vijf songs is weggeëbd. In de opbouw heeft Virginia Wing niet gekozen voor piekmomenten in volume. Nee, liever plakt en knipt het duo de minimale soundscapes naar absolute stilte. Ik mis de bogen, ik mis een climax. Voor nu is Forward Constant Motion vooral een plaat geworden die met telkens een heel klein beetje gas het fileleed van de gemiddelde automobilist in Haarlem en omstreken weergeeft. Uiteindelijk kom je er wel, maar het duurt zo allejezuslang om tien kilometer verder te komen, dat wachten echt een opgave is. Een beetje spanningsboog zou nog de indruk kunnen wekken dat jouw lange wachten beloond wordt. Met deze tweede plaat kun je wachten totdat je een ons weegt. Er is geen finale, geen sluitstuk waar registers worden opengetrokken. Het kabbelt allemaal langzaam de vergetelheid in. Alice Merida Richards heeft ‘n gruwelijk goede stem maar nut deze niet ten volste uit. Een beetje vooruit is eigenlijk gewoon achteruitgang.

File: Virginia Wing – Forward Constant Motion
File Under: Synth-geneuzel naar het meest minimale

Factor – Lucky Numbers

Eigen Beheer

Jakkie bah-hoesjeDit in eigen beheer opgenomen album lag op de burelen van File Under wat te lang op een stapel. Het is echter zonde om hier geen aandacht aan te besteden. Goed, er is een behoorlijk lelijke hoes die niet echt uitnodigt, maar als je deze even vergeet en gewoon het album getiteld Lucky Numbers draait dan openbaart zich een aangename plaat. Factor heeft de blues en dan de wat nettere variant met hier en daar een draai naar andere muzieksoort zoals latin, jazz en boogie. De vijf muzikanten staan hun mannetje op het standaard riedeltje gitaar, drums, bas, maar ook op saxofoon en orgel. Bij de stem van Linda Jarvis, moet ik op de een of andere manier soms aan Caro Emerald denken. Mogelijk heeft dat ook te maken met de heldere productie, alsof je een toverbal in je mond hebt en er steeds een andere kleur verschijnt. Toch blijft het die lekkere toverbal. De meesten nummers zijn van de hand van gitarist John Dirven (oké twee samen met Jarvis) die naast geweldige gitaarwerk af en toe zingt. Gelukkig blijft dit beperkt. De nummers mogen er aangevuld met niet al te voor de hand liggende covers van Eric Clapton, Billy Holiday en Marianne Faithfull zijn. Fijne plaat.


File: Factor – Lucky Numbers
File Under: Geen geluk nodig

File Social: [Facebook]

Paaspop 2017: voorpret

De paashaas is in aantocht, maar gelukkig is daar een alternatief voor de onvermijdelijke familieverplichtingen: Paaspop! De grote namen dit jaar zijn Anouk, Crystal Fighters, Doe Maar, Kensington, Tom Odell en UB40. Maar de absolute topact van Paaspop is natuurlijk De Staat, die vorig jaar al een paar maten te groot bleken voor de toch al enorme Phoenix-tent. Verder is er ook een flinke bak dance, meer rock en andere gekkigheid komend weekend in het Brabantse Schijndel. Veel gekkigheid en ambiance. Ook bij Paaspop krijg je het idee dat het muzikale programma er eigenlijk niet meer zoveel toe doet, festivals verkopen toch wel uit omdat de jeugd er er een feestje wil bouwen. Dat gaat wel goed komen.

Lees verder Paaspop 2017: voorpret

Jens Lekman – Life Will See You Now

Secretly Canadian

Het moment om naar Life Will See You Now, het vierde album van de Zweedse singer-songwriter Jens Lekman, te luisteren had niet beter kunnen zijn. Begin van de lente met prachtig weer waarin alles in de natuur weer tot leven komt en ik zelf ook weer geniet van het licht en de zon. Daar past dit album prima bij. Het bevat tien lichtvoetige liedjes die allemaal een erg aanstekelijk ritme hebben waardoor je al snel meeneuriet en je hoofd en voeten zowat automatisch meebewegen op het ritme. Dat was ook de bedoeling van Lekman, een ritmische aanpak. Producer Ewan Pearson (M83, Goldfrapp, Chemical Brothers) hielp hem daarbij. Jens Lekman zingt kalm, bijna een beetje zoetgevooisd. Prima album voor de lente en zomer zou je dus zeggen. Ja en nee. Want bij deze zorgeloze en zonnige muziek zitten teksten die wel degelijk ergens over gaan en tonen dat Lekman een goed observator is, zowel van zichzelf als van zijn omgeving. “Evening Prayer” gaat over een vriend die zijn tumor in 3D print en waarbij Lekman zich afvraagt of hij wel goed op de ziekte van zijn vriend reageert omdat hij hun vriendschap niet goed kan inschatten. Kom er maar op. Of “Wedding In Finistère” over een bruiloft waar hij ooit speelde en waar hij een twijfelende bruid net op tijd van raad voorzag. Mooi is “How Can I Tell Him” over de moeite om kwetsbaar en liefdevol te zijn in een mannenvriendschap, en “Postcard #17” over zijn writer’s block. Deze teksten waarin Lekman situaties beschrijft die je zelf ook mee zou kunnen maken geven een meerwaarde aan de aanstekelijke muziek. Life Will See You Now is een zonnig album waarop echter soms een klein wolkje voor de zon verschijnt. Net zoals in het leven zelf.

File: Jens Lekman – Life Will See You Now
File Under: Bitterzoet

File Facebook: [Jens Lekman op Facebook]
File Twitter: [Tweets van Jens Lekman]

Jens Lekman speelt donderdag 20 april in TivoliVredenburg in Utrecht

Week 14, 2017

Ewie
Fischer-Z – Building Bridges

Prikkie
KXM – Scatterbrain

Janineka
Mister And Mississippi – Mirage

Ludo
Thomas Dybdahl – The Great Plains

Stonehead
Spinvis – Trein Vuur Dageraad

DubbelMono
Father John Misty – Pure Comedy

André
Goldfrapp – Silver Eye

Storm
Hauschka – What If

tBeest
Timber Timbre – Sincerely, Future Pollution

Eric Gales – Middle Of The Road

Mascot/Provogue

Niet midden op de weg gaan zittenErgens lees ik dat dit misschien wel zijn doorbraakplaat zal zijn. Ik weet het niet hoor, maar een titel als Middle Of The Road is wat dat betreft dan niet zo goed gekozen. Blues, want in dat genre beweegt Eric Gales zich, moet alles behalve het veilige midden zijn. Gales kan aardig gitaar spelen, kan redelijk zingen en weet wel hoe je een nummer schrijft. Hij houdt als het ware het midden tussen Freddie King, Stevie Ray Vaughan en Jeff Healey. Er duiken bij mij echter irritaties op: de gitaar mag niet echt los, zijn stem is over de hele linie wat teveel van het zelfde, en de songs zijn muzikaal en tekstueel wat teveel bluescliché. Bovendien vind ik de productie niet mooi: het is allemaal te netjes. Ongetwijfeld zijn het allemaal topmusici, inclusief gastrollen voor bijvoorbeeld Gary Clark Jr. op “Boogie Man”. En als ik dan toch bezig ben, dat gefunk vind ik niet wat. Ik dacht eerst een cover van Prince te horen op “Repetition”. Nee, Eric Gales is niet mijn blues gitaarman. Toch lees ik veel positieve recensies. Mijn bluesogen en -oren zullen wel in de war zijn. Het begon al verkeerd bij de titel.


File: – Middle Of The Road
File Under: Teveel het midden

File Social: [Twitter] [Facebook]

Wiebe – Delta

Marista

DriehoekenWiebe is Wiebe Kaspers. ∆elta oftewel Delta is de titel van het album dat hij samen met Daan Slagter (drums) en Florian den Hollander (bassist / Moog) opnam. Wiebe zingt, en speelt piano. Wiebe beheerst dit instrument als afgestuurd conservatoriumstudent tot in de puntjes, en dat laat hij dan horen ook. Hij komt uit Friesland, en dat laat hij tekstueel in zijn liedjes horen. Dit wordt afgewisseld met Engelstalige nummers. Waarom? Geen idee, ik vind meertalige albums vaak niet zo’n goed idee. Er is een gastrol voor Syb van der Ploeg in “Sjoch It Ijocht”, altijd al willen weten waar hij gebleven was, hij is er nog. Niet dat Van der Ploeg veel toevoegt. Eigenlijk zijn het vooral de liedjes van Kaspers die het moeten doen. De liedjes zijn wat bombastisch van aard, een beetje Billy Joël=achtig. Bovenal wordt er naar de emotie gezocht. Nou is bombast niet helemaal mijn persoonlijke kop thee en vind ik zijn stem niet heel bijzonder, maar wat vervelender is dat het geheel toch wel wat teveel van hetzelfde is. Tekstueel kan ik niet alles volgen, hetgeen op zich geen probleem is, maar gezien de mix van de zang wat weggezet in de muziek ligt hier kennelijk de prioriteit niet. De liedjes zouden het moeten doen. Het hoogtepunt is toch wel de vooraf al verschenen single “Help, help, help”. Maar als geheel vind ik het wat saai, en als er dan een wat andere richting gekozen wordt in het zesde nummer “Follow The Baseline” dan veer ik op, maar zak ik weer neer als het nummer al snel weer in tempo inzakt en als er dan weer tempo wordt gezocht dan vind ik dit ronduit een vervelend nummer. Nee, ik kom niet in de sfeer van het album. Aan de muzikanten ligt het op zich niet, maar goede muzikanten maken niet per definitie een goed album.

Delta is nog te zien:
8 april Heech – It Heechhus / 9 april Pingjum – Podium Pingjum /15 april Warns – e Spylder Koop / 27 mei Jorwert – Kerk

File: Wiebe – Delta
File Under: Fries- en Engelstalige albums

File Social: [Facebook]

C Duncan – The Midnight Sun

Fat Cat

C Duncan – The Midnight SunC. Duncan is geen muzikaal wonderkind, maar wel klassiek geschoold en gevormd door The Royal Scottish Academy of Music and Drama. Hij baarde vooral opzien met zijn sfeervolle debuut Architect waarmee hij genomineerd was voor de Mercury Music Prize voor het beste Britse album. The Midnight Sun is de opvolger. Met een sterke voorliefde voor Sigur Ros koppelt Duncan mystieke Highlands-folk aan een Keltische historie en aan loungy wegebbende elektronica. Donald Fagen ontmoet Air en samen herijken ze op een uiterst rustige manier de samenzang van Godley & Creme. Onze rapper Sef zou er moeiteloos geïnspireerd door kunnen raken. Op de een of andere manier hebben recensenten het dan over synthesizerpop waarbij je wegdroomt of in no-time in slaap sukkelt. Perfecte muziek dus voor in het ziekenhuis als patiënt op de anesthesie-afdeling, levensgevaarlijk als automuziek voor wie ‘s avonds nog een eindje moet rijden. Dat is dus het enige punt van kritiek. Duncan maakt wonderschone geluidslagen die prettig je gehoor binnendringen. Maar, het blijft maar nadruppelen en het gestage tempo overschrijdt nergens de 50 beats per minuut. Oftewel, het versuft. Je wordt er dromerig van en je valt onherroepelijk in slaap. Daar lig je dan, met je veel te dure polsbandje achterin een tent, terwijl je nog drie dagen zomergeweld hebt te gaan. Wat overblijft is een veel te hoge rekening voor een muziekschijfje en een concertkaartje. Het was prachtig, geloof ik, maar meer kan ik me ook niet herinneren.

File: C Duncan – The Midnight Sun
File Under: Slaapverwekkende droompopelektronica

Spidergawd – IV

Crispin Glover

Spidergawd – IVHet Noorse Spidergawd start als een Monster Magnet-pastiche. Het is slechts een schijnbeweging, want amper binnen drie songs geeft de band een visitekaartje af dat het midden houdt tussen Motorpsycho, Thin Lizzy, de betere stonerrock en jaren ’70 hardrock. Er schuilt een drive in de band die gelijk op gaat met het betere werk van Clutch en Red Fang. Tja, en dan ben je bij mij aan het juiste adres. Hier houd ik dus van. Stevige gitaarrock, goede hooks, breaks en geweldige, maar dan ook geweldige gitaarsolo’s. Niks negatiefs dan? Nee, zelfs de vocalen en de samenzang zijn dik, maar dan ook dik in orde en lijken te zijn gemaakt voor dit geijkte genre. Het past en het klopt. Wat je kunt aanvoeren is dat het niet nieuw of vernieuwend is. Nee, en in het geval van Spidergawd hoeft dat ook niet. Traditionele hardrock hoeft niet vernieuwend te zijn. Het is een kwestie van goed uitvoeren. Dat was bij deze Noren niet tegen dovemansoren gezegd. Riffs zijn de basis en de basis is goed. Punt. De heren zijn door de wol geverfd en hoef je niks meer wijs te maken.

File: Spidergawd – IV
File Under: Dikke, vette ‘70’s rock van gelouterde Noren