Hot Hot Heat

Een phoner, mijn eerste. Toch gek: ik bel naar een hotel in Londen, waar een nietsvermoedende receptioniste me doorschakelt naar de kamer van de bassist van Hot Hot Heat, Dustin Hawthorne. ‘Hi,’ klinkt het aan de andere kant van de lijn. We wisselen al een paar woorden en zinnen als ik vraag of ik eigenlijk wel met Dustin van doen heb. ‘Yep, that’s me,’ zegt hij opgewekt. Fijn, denk ik, een artiest die er zin in heeft en dus praten we gewoon weer vrolijk verder. Best leuk, bellen met een bassist.
Hot Hot Heat op het dak, The roof is on Fire?
Na Make Up The Breakdown (2002) verscheen zojuist Elevator. Het is het nieuwe album van Hot Hot Heat, een zeer sympathiek bandje uit Canada, dat in 2003 op Lowlands het publiek in alle vroegte al meekreeg.


mij=Door jnnk
Promotie
Ze zijn in Engeland om Elevator te promoten. 'Er is veel Engelse pers. We doen een boel interviews, waaronder een aantal telefonische, we doen fotoshoots en gisteren hadden we een optreden bij Virgin Radio', zegt Dustin. Druk dus en waarschijnlijk vermoeiend. 'Nou, dat valt wel mee, voor mij. Meestal moeten ze toch de andere bandleden hebben.' Ah, zeg ik, het lot van de bassist. 'Ja, waarschijnlijk wel, maar toch, wel goed dat we die aandacht krijgen.' Op dit moment opereert de band alleen vanuit Londen: 'Het is waarschijnlijk de meest centrale plek om de promotie te doen. We hebben in een groot deel van West-Europa gespeeld, en er is ook wel aandacht uit andere landen, maar uiteindelijk zijn ze in Engeland het meest geïnteresseerd.'
Experimenteren
De nieuwe plaat dus, Elevator. De band heeft tamelijk lang aan dit album gewerkt. Op de website van de band is te lezen dat ze experimenteerden, groeiden en sommige dingen veranderden om uiteindelijk terug te komen bij de stijl en het geluid die hen in eerste instantie bij elkaar brachten. Dat klinkt mooi, maar hoe gaat zoiets dan in zijn werk? 'Nou', zegt Dustin, 'we zaten vijf maanden lang op een plek, waar we dagelijks speelden. Dat waren een soort jamsessies, waaruit langzaam maar zeker liedjes ontstonden. In het begin hadden we geen flauw idee wat we aan het doen waren, maar ging het er voornamelijk om dat we als band bij elkaar waren.' Op de site lees ik ook dat er overdag gespeeld werd en dat de teksten 's nachts geschreven werden. 'Ja, we speelden vijf dagen in de week van een uur of twaalf tot ergens tussen vijf en zeven uur 's avonds. Best vermoeiend. Steve [Bays, de zanger – JH] is verantwoordelijk voor alle teksten.' Op mijn vraag waar die teksten dan over gaan en waar Steve zijn inspiratie vandaan haalt, antwoordt Dustin: 'I kept my nose out of it. Eerlijk, ik heb geen flauw idee hoe hij schrijft en waar hij eigenlijk over zingt.'
Groeien
Na de periode van experimenteren kwam dus de periode van groei. 'We hebben niet gepland dat het vijf maanden zou duren,' zegt Dustin. 'Op een gegeven moment ben je wel zo'n beetje klaar. We wilden ook niet dat er een te groot gat tussen de beide albums zou zitten. Het wordt nu zo'n tweeëneenhalf jaar en dat is lang genoeg. Bovendien hadden we basismateriaal voor ongeveer vijfentwintig nummers, hoewel we van sommige liedjes al wisten dat het niets zou worden, of dat we ze in elk geval niet zouden uitwerken. Van de rest hebben we demo's opgenomen.' Van die demo's bestaan in sommige gevallen wel vier of vijf verschillende versies, weet ik. Hoe zit dat dan? 'Ja, er bestaan verschillende versies, maar die verschillen niet drastisch van elkaar. We namen iets op, luisterden ernaar en veranderden dan bijvoorbeeld de drumbeat, of een klein deel van het arrangement, gingen opnieuw oefenen en namen het lied opnieuw op, tot we helemaal tevreden waren.'
Democratie
Dat klinkt allemaal heel erg goed en gezellig, maar ik kan me niet voorstellen dat ze het altijd met elkaar eens waren. 'Nee, dat waren we ook absoluut niet. Het was niet ongezond hoor, maar er waren wel de nodige discussies. En over het algemeen probeerden we zulke situaties democratisch en eerlijk op te lossen,' zegt Dustin heel netjes diplomatiek, maar ik hoor in zijn stem dat dat niet altijd het geval is geweest. 'Als we er uiteindelijk niet uitkwamen, dan gebeurde er niets meer met het lied.' Van die vijfentwintig liedjes haalde een groot deel de studio niet. Dit materiaal zal ook niet op concerten gebruikt worden. 'Maar er zijn wel twee liedjes die op de B-kanten van singles gebruikt zullen gaan worden.' Op het moment van interviewen is de eerste single “Goodnight, goodnight” al op de radio te horen. 'Wanneer ie precies uitkomt, dat weet ik eigenlijk niet. Ik heb 'm nog niet gezien, dus dan zal ie er ook nog wel niet zijn.'
Hot Hot Heat. Twee keer zelfs?
De tweede plaat
Experimenteren, groeien en veranderen. Hoe verhoudt Elevator zich tot Make Up The Breakdown? 'Het is een prima plaat, eentje waar we nog steeds trots op zijn, maar we zijn dus wel wat veranderd en we hebben dingen verbeterd. Wat we goed vonden hebben we meegenomen naar Elevator en daar hebben we op voortgeborduurd. Wat we niet leuk vonden hebben we achter ons gelaten. Wij mogen niets verwachten van het publiek, maar we hopen dat Elevator het nog iets beter zal doen. Dat we nog iets meer respons krijgen, dat mensen naar onze concerten komen en dat ze het naar hun zin hebben. Een enthousiast publiek maakt een concert namelijk beter, ook voor ons.' Sommige zaken van het eerste uur zijn inmiddels geschiedenis, waar kan een fan Hot Hot Heat nog wel aan herkennen? 'Je zult dat waar je ons aan herkende ook nu wel herkennen, maar het geluid is absoluut anders, Elevator is beter opgenomen en de liedjes zijn wel iets veranderd.' Ik vraag of het er misschien mee te maken heeft dat de gitarist net voor het afronden van de plaat de band verliet. 'De gitaar op de plaat is nog voor vijftig procent van Dante [DeCaro – JH], de rest hebben we zelf aangevuld. Pas na de opnames vonden we een nieuwe gitarist.' Die nieuwe gitarist is Luke Paquin, een jongen met wie het naar eigen zeggen al klikte voordat er een noot gespeeld was. 'Toen we uiteindelijk samenspeelden, vloeide hij heel natuurlijk in de band en in het geluid. We kenden hem van tevoren niet, maar hij vormde onmiddellijk een deel van ons.' Dustin was altijd bassist, een van de vaste waarden van de band, want er zijn in het begin wel meer wisselingen geweest. 'Die wisselingen hebben eigenlijk altijd fantastisch uitgepakt. Je groeit als band en als muzikant. Als er dingen waren die we wilden veranderen en dat ging gepaard met wisselingen, heeft dat altijd positief uitgepakt. De verandering kwam er en het gehele resultaat was altijd fenomenaal.'
Tradities
De dag na het interview vliegt de band terug naar Canada om op 9 april met de tour te starten. Net daarvoor doet Hot Hot Heat nog wat kleine concerten, enkele 'in store' optredens en treden ze op bij Conan O'Brien. 'Ik heb een haat-liefdeverhouding met touren,' zegt Dustin. 'Het eindoordeel moet wel zijn dat het een goede ervaring is, en dat er altijd heel veel leuke dingen gebeuren.' Dit voorjaar doen ze de meeste van de populaire plekken wel aan, zowel in Canada en Amerika als in Europa. 'Het is ook de bedoeling dat we festivals gaan doen, maar ik weet niet precies welke.' Het wachten is dus op de affiches van de festivals hier in de buurt. The Futureheads is een van de bands met wie ze optreden. Overeenkomsten? 'Er zijn zeker overeenkomsten: zij maken een beetje neurotische muziek, een beetje gek ook. Wij hebben diezelfde neurotische elementen en we are on the same way.' Zou het kunnen dat Hot Hot Heat meer in een Engelse traditie staat dan in een Canadese? 'Er zijn natuurlijk elementen en invloeden uit Engeland, postpunk en britpop, die je terughoort in onze muziek, maar ik voel me geen onderdeel van een Engelse traditie. Ook niet van een Canadese trouwens. Canada staat niet bekend om een groot aanbod van geweldige muziek en er komt maar weinig de grens over.'
De truc
Mijn vragen zijn op en ik gebruik de 'vertel-eens-een-verhaal' truc. 'Utrecht en Rotterdam, are those in The Netherlands as well?' vraagt Dustin. Hij herinnert zich de dag dat ze in Utrecht speelden en dat ze apestoned hun weg terug naar de tourbus probeerden te vinden, wat maar net gelukt is. Hmm, denk ik en ik snap het wel dat van dat blowen in Nederland, maar het is soms zo jammer voor ons, het publiek. 'Nee,' zegt Dustin, 'het was natuurlijk na het optreden. Moeilijk hoor, de weg vinden in Utrecht. Je raakt zo gemakkelijk verdwaald door al dat water midden in de stad…'

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Back to Top