Camping

Een avondje Spaans-Nederlandse indierock in de Bovenzaal van Paradiso, georganiseerd door het Spaanse label Astro Discos. De Spaanse “post-rock” band Camping bijt het spits af en met de cd-verkopers – die bij dit soort evenementen immer achter het vertrouwde tafeltje bij de ingang zitten – verbaas ik me er enigszins over dat Schwarz, de tweede Spaanse band van vanavond, de avond zal afsluiten. Het Nederlandse Mist zal toch het meeste publiek trekken, overwegen we. Misschien steekt er toch logica achter. Het Mistpubliek zal over het algemeen wat eerder komen – en dus wat van Camping meepikken -, na afloop wellicht nog wat blijven hangen – en dus ook nog wat van Schwarz meekrijgen.
camping_klein.jpg


mij=Door GvA
Wat ook de bedoeling van de programmeur geweest moge zijn, in ieder geval pakt het precies zo uit: Camping speelt voor een groeiend, Schwarz voor een afnemend publiek – dit laatste misschien versterkt door de aanhoudende technische problemen tijdens de show en de caleido-stroboscopische fractalprojecties die voor een gewone doordeweekse woensdagavond misschien ietwat teveel van het psychedelische goede zijn. Het zojuist uit Zuid-Amerika teruggekeerde Mist speelt voor een flink thuispubliek een stevige set waarbij blijkt dat hun 'troostpop' – zoals zanger Rick Treffers de Mistmuziek omschrijft – live ook zondermeer kan rocken.
's Middags sprak ik in de catacomben van Paradiso met de Catalaanse Campinggasten Tony Campoy en Xavier Font. Camping ontstaat in 1997 uit de overblijfselen van enkele ter ziele gegane bandjes. In enkele jaren groeit de driemansformatie uit tot een vijfmansformatie waarvan de leden afwisselend trompet, melodica, drum, synthesizers, twee gitaren en twee bassen bespelen. Uit geldoverwegingen fabriceert Tony ook een eigen percussieset van kettingen en ijzeren platen. Kenmerkend voor Camping zijn de vele instrumentenwisselingen tijdens de concerten. Vooral op kleine podia schijnt het nogal wat choreografie te vergen.
Xavier: In de beginjaren was het vooral veel lol maken, maar we waren wel op zoek naar serieuze aandacht. Daarom sloten we een verbond met twee andere bands (Balago en 12Twelve), het Decay Ensemble genaamd. De reden daarvoor was dat er heel weinig bands waren die onze muziek maakten. Met drie bands konden we ons meer in de kijker spelen van labels en podia. We wilden dat de labels ons zouden zien, in plaats van dat wij naar hen op zoek gingen. Uiteindelijk vonden de andere bands een label, en wij ook, zodat opeens iedere band zichzelf kon redden en het Decay Ensemble overbodig was.
Een Ensemble uit puur rationele overwegingen dus?
Tony: Precies, we vonden die andere bands eigenlijk suf, haha!
Xavier vertelt dat de gang van Photo Finish (2003) naar Dancing Days (2005) één groot exploratieproces is geweest. Daarbij is Camping niet op weg naar een bepaalde plek in het wijdse spectrum van de hedendaagse muziek. Niet het vinden van het ding, maar het zoeken zelf drijft de Catalanen voort.
Xavier: Als we nummers opgenomen hebben dan zetten we er in principe een punt achter. Wat we gedaan hebben is niet interessant voor ons. Met de blik op de toekomst proberen we altijd nieuwe wegen in te slaan. Na het eerste album sprak iedereen over post-rock en wij hebben geprobeerd daaraan te ontsnappen. Misschien zijn we beïnvloed door post-rock, maar wat er voornamelijk toe geleid heeft dat we in het post-rock hoekje geplaatst zijn, is het feit dat in Spanje post-rock in de lift zat. Wij hebben echter nooit geloofd dat Camping een post-rock band was. Het publiek was dus erg verbaasd dat we met Dancing Days op de proppen kwamen, dat zeer verschilt van de voorganger Photo Finish, nummer voor nummer.
Tony: Sommige fans zullen we wel afgeschrikt hebben, maar voor ons was de overgang een stuk natuurlijker. We hadden al maanden veel gesproken met elkaar over muziek en ons volgende album totdat we een globaal idee hadden over alles; de sound, de kleur van de cover, de lyrics. Pas vrij laat zijn we echt begonnen aan de composities te werken.
Xavier: Ik begin met componeren in de homestudio, met drumtracks e.d.. Met die ideeën ga ik naar de rest van de band en dan destilleren we er de veelbelovende stukken uit en werken die verder uit. De songs veranderen soms drastisch.

camping_klein2.jpg

Is er veel onenigheid tijdens het exploratieproces?
Tony: Yep, da's een probleem. Camping bestaat uit vijf zeer uitgesproken, behoorlijk verschillende individuen. Maar ja, iedereen moet zich comfortabel voelen bij de muziek. Zeker als we het podium op stappen. We zijn een band zonder leider; iedereen kan zeggen dat stukken niet mooi zijn, zolang het maar constructieve kritiek is. Tijdens het opnemen drinken we trouwens veel pacharan, een sterk goedje uit Spaans Baskenland dat zeer verbroederend en stimulerend werkt. [ironisch] Ik denk dat we wel kunnen stellen dat pacharan Camping bij elkaar houdt… Toch is een album maken verreweg het mooist voor ons, veel beter dan optreden en toeren. Het componeren en zingen, exploreren, fantastisch gewoon! Aan de fans denken we pas veel later, als het album al in de winkels ligt. Gelukkig geeft het label ons daartoe alle vrijheid. Er is geen druk om een hit te scoren ofzo. Muziek is geen baan voor ons. In Spanje is het niet mogelijk van je muziek te leven, of je moet Julio Iglesias heten. Maar we willen geen concessies maken en we hoeven er ook niet van te leven. Zo kunnen we onze eigen gang gaan.
Xavier: Het is wel moeilijk om telkens naar mijn baas te gaan en weer om een dagje vrij te bedelen. We hopen ooit misschien een filmscore te maken en wat geld te verdienen. Binnenkort spelen we op een filmfestival in Madrid, misschien moeten we daar maar es wat gaan netwerken. We gaan een hulde brengen aan een beroemde Spaanse acteur, Saza – ook de titel van een van de nummers op Dancing Days. Hij is een acteur uit de cinema van net na de dictatuur van Franco. De Spaanse cinema maakte in die tijd een enorme bevrijding door en schoot alle denkbaar artistieke kanten op – vooral veel blote kanten overigens. Saza is beroemd om de vele absurde films waarin hij speelde. Hij is stokoud nu, maar hij zal er zijn in Madrid.
Nu moeten jullie me nog eens even over het mysterieuze LEM festival vertellen. Jullie speelden daar een ononderbroken set van 45 minuten met videoprojecties. De opnames van dit concert zouden uitgebracht worden, maar dat is nog steeds niet gebeurd. Hoe zit dat?
Xavier: Het was één nummer van 45 minuten lang. Het begon met een c-akkoord, dat door één van de muzikanten werd ingezet en om de zoveel maten kwam er een muziekinstrument bij. Het uitgangspunt was: iets kleins steeds groter maken. En dat 'iets kleins' was het c-akkoord. We speelden toen met 9 muzikanten en op het moment dat de laatste inzette explodeerde het nummer in een enorm distortionkabaal van vijf minuten.
Tony: We speelden tegelijkertijd 3-d projecties af dus we hadden voor iedereen 3-d brilletjes gemaakt. Dat was een heel apart gezicht.
Xavier: Dus stel je voor: je zit in zaal met je brilletje op naar die spacebeelden te kijken en dan die enorme explosie van geluid. Fantastisch!
Tony: We hadden het optreden eigenlijk opgenomen als een souvenir voor onszelf. Het label wilde het echter wel uitbrengen. Dus wij meteen van Ok, let's do it! en dan stoppen we er een dvd met die spaceprojecties bij en natuurlijk een brilletje!
En toen?
Tony: En toen? Toen hoorden we jaren niets meer… Dus voor ons is het net zo'n groot mysterie als voor jou!
Xavier: Voor onze instrumentale muziek is optreden met projecties zeer belangrijk, want zonder beelden wil de aandacht van het publiek nogal eens verslappen. Dus we zijn heel blij met mijn vriendin Monica, die bij de TV werkt en de projecties samenstelt uit allerlei internetplaatjes en -filmpjes. Het maakt onze optredens meer de moeite waard, want erg sterk in een podiumact of zo zijn we niet. We zijn totaal niet grappig en houden niet van verkleedpartijen.
Tony: We zijn gewoonweg te verlegen.
En hiermee zei Tony geen woord teveel. De boys van Camping zijn rasechte shoe-staring artists, die al met kleine 'thank you's' beginnen te strooien voordat het publiek ook nog maar de handen op elkaar heeft kunnen krijgen. Maar voor op de videoschermen heeft Xaviers vriendin Monica inderdaad voor een onderhoudende reeks fragmenten gezorgd. Te zien is een man die volledig ondergedompeld in een badkuip vol water ligt. Een ernaast zittende vrouw voorziet hem mond op mond (onderwater!) van zuurstof zodra hij zijn laatste zuchtje longinhoud borrelend uitblaast. Met opengesperde ogen ligt hij daar maar, die vrouw aan te staren. Binnen onafzienbare tijd raak ik verstrikt in wrede visioenen van etmaallange kwelling. Ik zie mijzelf, vechtend tegen vermoeidheid en paniek, in die badkuip, het troebele silhouet van de vrouw, mijn levenslijn, en weet van beulen die staan toe te kijken, sardonisch grijnzend vanachter kleine ramen. Een sterk, Sonic Youth-achtig nummer met veel gekrijs in een megafoon redt me van het doembeeld. Ik herinner me wat Xavier 's middags had gezegd:
'We luisteren naar van alles, Lou Reed, Bowie en Sonic Youth.' Moeizaam door de Engelse taal ploegend om de precieze strekking van zijn Bowiefascinatie uit te leggen, komt Xavier ongeveer tot de volgende conclusie: Het nummer “The eyes of David Bowie” op Dancing Days is een hulde aan David, niet muzikaal, maar voor David als persoon.
Of ik er nog iets van begrijp, vraagt Tony, 'want ik begrijp er niets meer van hoor, wat hij allemaal zegt…'

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Terug naar boven