Fapardokly – Fapardokly

Eigenlijk was Fapardokly helemaal geen band. Merrell Fankhauser was een folkrocker uit Glenndale, Californië die enige regionale bekendheid had gekregen met zijn bands The Impacts en The Exiles (die je zou kunnen kennen van één van de fameuze Nuggets-compilaties, Where The Action Is! Los Angeles Nuggets 1965-1968). De nummers die Fankhauser met die laatste band opgenomen had voor het kleine label Glenn Records werden nooit uitgebracht en The Exiles vielen uit elkaar. Twee leden, Jeff Cotton en John French, doken op in Captain Beefheart’s Magic Band. Fankhausers voormalige platenmaatschappij zocht hem na een tijdje op: of hij geen nieuwe tracks had liggen, want één van de tracks die hij met The Exiles opgenomen had, leek een kleine hit te gaan worden. Toen hij nieuwe muzikanten om zich heen verzamelde, nam hij de eerste letters van hun achternamen om tot de curieuze bandnaam Fapardokly te komen: Fankhauser (zang en gitaar), Dan Parrish (bas), Bill Dodd (gitaar) and Dick Lee (drums). Samen met een aantal tracks uit de tijd van The Exiles werd een dozijn nummers opgenomen voor wat Fapardokly’s enige album zou worden. Tussen relatief standaard en in het midden van de jaren zestig al ietwat ouderwets klinkende tracks als “Too Many Heart Breaks” (overgebleven van de sessies met The Exiles?) horen we ook iets spannenders. Fankhauser voelde de tijdgeest soms goed aan (en had soms een curieuze manier om de songtitels te spellen). Psychedelische folkrock met trompetten à la The Byrds (“Gon to Pot” en “Mr. Clock”), een zwaar op barokke, Zombies-achtige pop leunend “Tomorrows Girl”: met wat meer mazzel was deze band Glenndale ontstegen. Nu is Fapardokly’s gelijknamige plaat zo’n 500 tot 800 dollar waard op Discogs. Als je tenminste de originele persing in handen hebt. Voor slechts een handvol dollars heb je de reissue van Fab Gear al te pakken.

mij=Fab Gear / ClearSpot

File: Fapardokly – Fapardokly
File Under: Parelduiken

Lambchop – Flotus

Het siert Kurt Wagner, voorman van Lambchop, dat hij immer nieuwe wegen zoekt. Als je geen Ramones bent, is het ongezond om steeds hetzelfde trucje uit te halen. En hoewel Wagner c.s geproefd heeft aan rauwe Americana, min of meer barokke pop, gelikte country en soulvolle rhythm & blues, was er altijd die stem. De donkere, melancholieke bariton die, ongeacht de stijl waarin hij ingebed was, Lambchop tot Lambchop maakte. En laat het nou net die stem zijn, waarmee Lambchop iets ander uitprobeert. Zoals Neil Young begin jaren tachtig de vocoder omarmde op het curieuze album Trans en, exact drie decennia later, My Morning Jacket hun country deels verruilden voor disco en dub voor Z, zo gaat Kurt Wagner op Flotus aan het experimenteren met zijn stemgeluid. Ongetwijfeld als vervolg op het niet onaardige HecTa-project uit 2015, waarbij hij met elektro en zelfs techno in de weer was. De vraag is nu natuurlijk: heeft het gewerkt? Welnu, in het langste stuk op Flotus, het ruimt achttien minuten klokkende The Hustler, klinkt Wagner zoals we hem kennen: warm en donker. In de daaraan voorafgaande tracks klinkt vooral die vocoder door. En of het nu daar aan ligt of niet, maar “The Hustler”, een soort krautrock-achtige nachtclubballade, is het hoogtepunt van de plaat. Alle andere tracks worden, hoe goed ze verder ook zijn, onderuit gehaald door die stemexperimenten. Dat – en voor mijn gevoel alleen dat – zorgt ervoor dat Flotus eerder als Kurt Wagners Trans de geschiedenis in zal gaan, dan als zijn Z.

mij=CitySlang

File: Lambchop – Flotus

File Under: Fuck the vocoder

The Bleu Forest ‎– A Thousand Trees Deep

Eerlijk gezegd had ik het gevoel dat de reissue-bron wel zo’n beetje opgedroogd was. Het waren de afgelopen paar jaar voornamelijk compilaties van al bekende tracks, afgewisseld met een enkele nog niet eerder opgedoken single, of heruitgaven afkomstig van de randen van de popmuziek. Platen waarop onbekende studiomuzikanten probeerden het trucje van de sterren van die dag na te doen, maar zowaar heeft Gear Fab weer iets bijzonders opgedoken. A Thousand Trees Deep is de nooit uitgebrachte plaat van The Bleu Forest (ja, die spelling van ‘Bleu’ klopt wel degelijk). The Bleu Forest was een Californisch trio dat in 1966 begon met het spelen van Beatles-covers en zich ontwikkelde tot een psychedelisch band met een voorkeur voor mooi en netjes afgewerkte barokke pop. Maar op het hoogtepunt ging er iets mis. En daarover vond ik twee verhalen terug: de eerste was dat de belangrijkste figuur, Mike Cullen, de zanger, gitarist en songschrijver van de band, vanwege ‘personal issues’ de band verliet. Voor hem in de plaats werden verschillende muzikanten ingehuurd met wie men bleef schaven aan de nummers van Mike Cullen. Het tweede verhaal is een stuk prozaïscher: twee bandleden moesten in dienst. Wat in de praktijk betekende dat de kans groot was dat ze naar Vietnam zouden gaan en dus weken ze uit naar Canada. Welke van de twee verhalen de oorzaak ook was, hun plaat bleef op de plank liggen, de bandleden gingen hun eigen weg en het duurde maar liefst 38 jaar voor het zwaar op fijne orgeltjes leunende A Thousand Trees Deep uitgebracht werd. Was dat een gemis? Ja, omdat in deze fijnzinnig uitgewerkte nummers de belofte van iets groters doorklonk. Nee, want een aardverschuiving was dit album niet, een charmant tijdsbeeld zeker.

mij=GearFab/ ClearSpot

File: The Bleu Forest ‎– A Thousand Trees Deep
File Under: We’ll never know

Bitori – Legend of Funana

Het is een bizar idee, maar nog tot 1975 was funaná – razendsnelle dansmuziek, gekenmerkt door een furieus bespeelde accordeon – verboden. De toenmalige Portugese overheersers van de Kaapverdische Eilanden vonden deze muziek opruiend. En daar hadden ze volkomen gelijk in. Opwindend zou weliswaar een beter woord zijn, maar opwinding en opruiing is voor veel dictatoriale heersers hetzelfde. Bitori – werkelijke naam Bitori Nha Bibinha – was één van de godfathers van de funaná. Na de onafhankelijkheid in 1975 kon men funaná spelen wat men wilde, maar het duurde tot 1997 voor Bitori een plaat opname (in Rotterdam!) en uitbracht. In de jaren tachtig en negentig was hij erg populair, daarna raakte hij snel vergeten. Analog Africa heeft nu zijn legendarische – excusez le mot – Legend of Funaná opnieuw uitgebracht. Wat we horen zijn relatief eenvoudige tracks. De melodie wordt op accordeon gespeeld, het ritme op drums of ferrinho – een metalen staaf waar langs geschraapt wordt met een andere staaf .. De zang is melancholiek, zoals fado dat kan zijn. Maar de Amerikaanse jumpblues is wellicht een betere referentie: funaná is gebaseerd op de muziek van de slaven die in de negentiende eeuw op Santiago, het grootste eiland van de Kaapverdische archipel. Gemixt met Portugese en Latijns-Amerikaanse ritmes levert het deze dansmuziek op die, wat mij betreft, het mooist klinkt als het soulvol en agressief is, zoals in het woedende “Cruz di Pico”.

mij=Analog Africa / ClearSpot

File: Bitori – Legend of Funana. The Forbidden Music of the Cape Verde Islands
File Under: Verboden muziek

Jaarlijst 2016: DubbelMono

1. Bauer – Eyes Fully Open
2. Nick Cave & The Bad Seeds – Skeleton Key
3. Meindert Talma – Jannes van der Wal
4. The Prettiots – Funs Cool
5. Bitchin Bajas with Bonnie Prince Billy – Epic Jammers and Fortunate Little Ditties
6. Parquet Courts – Human Performance
7. Car Seat Headrest – Teens of Denial
8. Lucky Fonz III – In je nakie
9. PJ Harvey – The Hope Six Demolition Project
10. David Bowie * (Blackstar)

Bauer – Eyes Fully Open

bauer-eyes-fully-openIn 1999, op On The Move, de debuutplaat van Bauer, zong Berend Dubbe al: “To some, the return of progrock is a hellhole / to some, the return of progrock feels like coming home”. En op The Bauer Melody of 2006 uit, jawel, 2006, draaide het om de samenwerking met het Metropole Orkest. Nu, respectievelijk zeventien en tien jaar later, komen beide dan eindelijk samen. Was On The Move nog vooral een product van lekker lo-fi knutselen in de studio, langzamerhand is het geluid van Bauer steeds groter geworden. Eyes Fully Open is een plaat waarop orkestrale pop en progrock uit het begin van de jaren zeventig samenkomen. En ongetwijfeld geldt ook hier: je haat het, of je vindt het prachtig. Niet dat Bauer ooit vies is geweest van wat experimentele foefjes, maar nooit eerder werden de twee zo mooi door Dubbe gemengd als op deze comebackplaat. Scott Walker, uiteraard, maar ook The Beach Boys en zelfs The Last Shadow Puppets, stapels en stapels aan soundtracks, de voorliefde voor kleine studiovondsten en minimaal tien jaar aan ideeën: alles komt samen op de tien nummers op Eyes Fully Open. Wat zeg ik, tien jaar? Vele jaren meer, want ook Carol Van Dyk en Peter Visser van Bettie Serveert, het combo waarin Dubbe ooit drummer was, spelen een rolletje. Koptelefoon of rust in de woonkamer, liggend op de bank, in volle concentratie luisteren. Dit is zo’n plaat die over tien jaar een status onder verzamelaars heeft verworven.

mij=Basta

File: Bauer – Eyes Fully Open

File Under: Klassieker in wording

Pixies – Head Carrier

Pixies  - Head Carrier“It’s déjà vu, it’s not like I planned / Looks like I’m going where I already been”. Deze regels uit titel- en openingstrack “Head Carrier” slaan de spijker dan weliswaar niet helemaal op de kop, maar komen wel in de buurt. Want “Head Carrier” lijkt meer op de originele Pixies dan al het solowerk van de bandleden èn “Indy Cindy”, de platte hardrockplaat die hun comeback twee jaar geleden gestalte gaf, bij elkaar. Het hard-zacht-trucje dat zoveel andere bands na hen inspireerde, wordt weer fijn veel toegepast en het klinkt stomweg alsof ze er weer zin in hebben. Kim Deal is definitief weer uit de band gestapt, en haar opvolgster lijkt Paz Lenchantin te zijn geworden. Tot instant klassieker uit te roepen, adrenaline-opwekkende Pixies-songs vinden we hier niet, maar een fijne plaat is het wel. Opener “Head Carrier”, een nummer dat dankzij de gitaarsound en de zanglijn lijkt op Neil Young met Crazy Horse, is een fijne gitaar- en schreeuwsong, maar niet helemaal representatief voor de plaat. Twee keer wordt er vol uitgehaald, in de vuige donderend kabaaltracks “Baal’s Back” en in “Um Chagga Lagga”. Daartussen door horen we nummers als “Talent”, “Bel Esprit” en “Might As Well Be Gone”, die wellicht nog het meest lijken op het oude Pixies-werk. De veruit meest opvallende track is “All I Think About Now”, al is het maar door het gitaarwerk, dat vrijwel één op één gekopieerd is van de Pixies-classic “Where Is My Mind?”. Komt u er maar in, amateurpsychologen, helemaal als u de tekst van deze song leest: “I try to think about tomorrow / But I always think about the past / About the things that didn’t last”. En vooral: “Remember when we were happy? / If I’m late can I thank you now? / I’m gonna try anyhow”. Benieuwd hoe Kim Deal deze regels ervaart.

mij=PIAS

File: Pixies – Head Carrier
File Under: Bel Esprit

Kanipchen-Fit – Unfit For These Times Forever

kanipchen-fitEmpee Holwerda zou je nog kunnen kennen van de post-rockband Solbakken. Maar bij het beluisteren van Unfit For These Times Forever, de tweede CD van zijn band Kanipchen-Fit, moest ik vooral aan zijn eerste band denken, het Friese LUL (jawel, Lui Uit Leeuwarden). Korte, stuiterende new wave-miniatuurtjes speelden ze, meestal ergens rond de twee minuten klokkend en overheerst door heftig gitaarlawaai. Mocht je hun album Inside Little Oral Annie ergens tegenkomen: kopen! Tot die tijd kun je ook naar de tweede release van Kanipchen-Fit luisteren, de band van Holwerda en de New Yorkse zangeres Gloria Williams. Voor hun debuut gebruikten ze nog een drumcomputer, tegenwoordig doet Frank Sloos (ex-Treble Spankers) mee. Het noemen van LUL deed ik niet voor niets: de songs van Kanipchen-Fit hebben dezelfde voedingsbodem. De typische krassende gitaarlicks, de weerspannige ritmes en de afwisseling van gezongen en geschreeuwde teksten horen we hier – op een andere manier, maar toch – terug. Spannende postpunkliedjes, heet dat dan. Geen wonder dat ze op het label van Zea- en The Ex-voorman Arnold de Boer zitten. In krap een half uurtje jagen ze er zeven liedjes doorheen en dat hadden er wel meer mogen zijn. Maar extra bonuspunten krijgen ze voor het hoesje: bij het openslaan ontvouwt zich een pop-up-miniatuurtje van New York.

mij=Makkum Records

File: Kanipchen-Fit – Unfit For These Times Forever
File Under: Van Leeuwarden via New York naar Amsterdam

The Handsome Family – Unseen

the-handsome-family-unseenHandwerk, dat is het. Kijk maar eens naar hun website. Zo bouwden hele volksstammen ze in het midden van de jaren negentig en zo lijken Brett en Rennie Sparks het nog steeds te doen. Via hun site kun je hun boeken kopen, schilderwerk (ook gebruikt op hun platenhoezen), shirts en uiteraard hun platen. Tien albums maakten ze sinds 1994 en dat lijkt niet veel, maar als je alles in eigen handen houdt is het evengoed knap gedaan. Net zoals hun website uit 1994 lijkt te stammen, zo klinken ook hun platen al sinds 1994 ongeveer hetzelfde. En net zoals die site huisvlijt lijkt, is ook Unseen weer in hun eigen studio-aan-huis opgenomen. Vakkundig in elkaar gezette liedjes, getoonzet als oeroude ballades zoals die in the weird old america al zo’n twee eeuwen meegaan. De teksten – van de hand van Rennie, gezongen door Brett met een warme bariton – verhalen van oude legendes, persoonlijke drama’s, droefenis in alle soorten, moord en doodslag. Zelfs een nummer als The Silver Light, over de aantrekkingskracht van gokkasten, klinkt alsof het van een veranda in de Appalachen, anno 1850 klinkt. Tien platen die klinken als toen, tweeëntwintig jaar die klinken als toen. Ik hoop dat ze nog vele decennia volhouden.

mij=Carrott Top Records / Loose Music

File: The Handsome Family – Unseen
File Under: Het is niet onopgemerkt gebleven

Nick Cave & The Bad Seeds – Skeleton Tree

nick-cave-skeleton-tree„You fell from the sky / crash landed in the field / near the river Adur”. Met deze regels opent Skeleton Tree, de nieuwe plaat van Nick Cave & The Bad Seeds. Het mag bekend zijn: Nick Cave’s zoon Arthur verongelukte op 15-jarige leeftijd door van een klif in Zuid-Engeland te vallen. Een promotietour voor Skeleton Tree zit er niet in. Een documentaire, One More Time With Feeling, over de opnames van deze plaat en de plaat zelf, die moeten het woord doen. Wat er voor zorgt dat elke tekstregel, elke noot vraagt om gelinkt te worden aan het peilloze verdriet. Is Skeleton Tree daarmee een monument voor zijn zoon geworden? Ik denk het niet: eerder laat het de weerslag zien van het ongetwijfeld afschuwelijkste jaar uit Cave’s leven. De geciteerde tekstregels komen uit “Jesus Alone”, een associatieve tekst, vol woorden en zinnen die te maken hebben met dood en ondergang. En die soms direct lijken te verwijzen naar Arthurs dood. Het anekdotische is vrijwel geheel verdwenen, de teksten zijn fragmentarischer dan ooit. De muziek klinkt als een soundscape en Warren Ellis heeft ongetwijfeld een bijzonder grote rol gespeeld op deze plaat. Strijkers, synthesizers, glitches en een enkele gitaarlick, een spaarzaam aangeslagen piano, een paar drumrolls en een enkel koortje, daaruit bestaat de begeleiding van Nick Cave’s hoorbaar ouder geworden stem. Op “Girl in Amber” klinkt Cave bijna als een oude man. Maar dan: de basis voor Skeleton Tree is ruim voor de dood van Arthur Cave gelegd. Het afmaken van deze plaat is als een rouwproces: niets is meer volmaakt, alles is kapot. En zo klinkt ook Skeleton Tree. De pijnlijke schoonheid van rouw en onuitspreekbaar verdriet.

mij=Bad Seed

File: Nick Cave & The Bad Seeds – Skeleton Tree

File Under: […]