Travoltas – Until We Hit The Shore

White Russian

Travoltas – Until We Hit The ShoreHet Tilburgse Travoltas is na acht jaar afwezigheid terug. En dat doet het zestal overtuigend. De eerste indruk in 1990 was immers gigantisch goed. Ergens moet het besef zijn gegroeid in de loop der jaren dat Travoltas met zijn Amerikaanse mix van Beach Boys, Ramones en een vleugje Cars heel wat genres en hypes voorging. Want, net zo makkelijk moeten de heren met jaloezie gekeken hebben naar de op- en ondergang van Fountains Of Wayne, Weezer en Presidents Of The USA. Oprichter Vincent Koreman is afgehaakt. Perry Leenhouts heeft het initiatief genomen om Travoltas te defibrilleren. Until We Hit The Shore sluit naadloos aan op Baja California van twintig jaar geleden. Er is alleen één groot verschil op te merken. De tand des tijds heeft op een positieve manier vat gekregen op de heren. Productioneel heeft Travoltas zoveel vlieguren gemaakt en zoveel ervaringen opgedaan in het breedste spectrum van de muziekindustrie en de evenementensector dat het nu uiterst precies weet wat goede, aanstekelijke songs zijn in een kristalhelder geluid. De balans is akelig secuur, de songstructuren zijn simpel maar doeltreffend en het instrumentarium is weloverwogen. En, het pleit voor Travoltas dat het teruggrijpt naar het beste van het beste uit het Amerika van weleer. Het is niet zomaar weg te zetten als een pretpunkbandje dat makkelijk wil scoren. Wie een beetje oren aan zijn kop heeft, die snapt dat Travoltas met deze cd gaat voor de perfecte uitvoering in samenzang en de afwisseling tussen wonderschone melodietjes en gruizige gitaarpartijen die nergens de irritatiegrens bereiken. Wat dat betreft lijkt het erop dat het zestal Venice, Beach Boys en Weezer heeft samengepakt en naar Europese maatstaven heeft gemodelleerd. Of Leenhouts is met de jaren meer veramerikaniseerd dan hij zelf wil toegeven. Until We Hit The Shore pakt in elk geval meer dan goed uit. Welkom terug!

File: Travoltas – Until We Hit The Shore
File Under: Tenhitwonder met een lang, historisch verhaal

Gösta Berlings Saga – Sersophane

Icosahedron Music

Gösta Berlings Saga – SersophaneVolgend jaar bestaat The Book of Talysien, Deep Purple’s tweede plaat vijftig jaar. Nu snappen heel wat muzikanten waaronder het Zweedse Opeth dat deze plaat een ‘blauwdruk’ is voor de progrock. Het onderscheidend vermogen zit ‘m in een muzikaal, klassiek geschoold verhaal. Wie snapt hoe je een volledige compositie aan de boven- en onderkant kunt uitbouwen rondom een ‘basso continuo’-lijn en je met een modern instrumentarium psychedelische, hardrock- en folkelementen kunt samenpakken, die snapt ruim drie eeuwen klassieke componeerdrift. Het Zweedse Gösta Berlings Saga heeft het bovenstaande steeds beter door. Zeker op deze vierde schijf. Het heeft alleen heel lang geduurd. Serophane is een optelsom van slide-gitaren in zweverige geluidslagen, elektronische krautrock-elementen en ouderwets pompeuze hardrock-exercities. Het levert spanningsbogen op die net zo makkelijk psychedelisch als middeleeuws of zelfs horroresque genoemd kunnen worden. Er was een tijd dat de documentaires van Bert Haanstra dezelfde soundtrack hadden als een Duitse crimi, een Italiaanse horror B-film of een New Yorkse hippie-arthouse-film. Met de kennis van nu zou alles onder het progrockgenre geschaard kunnen worden. Gösta Berlings Saga weet er wel raad mee. En dan nog wordt het gezelschap niet als goedkoop maar juist als spannend afgedaan.

File: Gösta Berlings Saga – Sersophane
File Under: Progrockpsychedelica to the max

Virginia Wing – Forward Constant Motion

Fire

Virginia Wing – Forward Constant MotionErgens tussen XX, Tegan & Sara en de nadagen van Siouxie Sioux in is heel veel ontwikkelingsruimte voor wave, avantgarde, glitz en electro-geneuzel. Deze tweede plaat van Virginia Wing had organisatorisch heel wat voeten in de aarde. De drummer vertrok en dus bleef een duo over dat meer dan ooit de synthesizers en drumcomputers uit de kast trok om zich te richten op een verfijnder popgeluid met hemelse vocalen en zweverige interludes. De twee zeiden de psychedelische en postpunk-elementen vaarwel. Ze moesten schoon schip maken en ze moesten door. Op naar dit album waar ik uiteindelijk de kriebels van krijg. Versta me goed, ik houd van zweverige synthpop, zeker in combinatie met werkelijk prachtige zalvende vocalen. Maar, de songs en het getingeltangel zijn zo klein en gedetailleerd gehouden, dat mijn aandacht telkens weer na de eerste vijf songs is weggeëbd. In de opbouw heeft Virginia Wing niet gekozen voor piekmomenten in volume. Nee, liever plakt en knipt het duo de minimale soundscapes naar absolute stilte. Ik mis de bogen, ik mis een climax. Voor nu is Forward Constant Motion vooral een plaat geworden die met telkens een heel klein beetje gas het fileleed van de gemiddelde automobilist in Haarlem en omstreken weergeeft. Uiteindelijk kom je er wel, maar het duurt zo allejezuslang om tien kilometer verder te komen, dat wachten echt een opgave is. Een beetje spanningsboog zou nog de indruk kunnen wekken dat jouw lange wachten beloond wordt. Met deze tweede plaat kun je wachten totdat je een ons weegt. Er is geen finale, geen sluitstuk waar registers worden opengetrokken. Het kabbelt allemaal langzaam de vergetelheid in. Alice Merida Richards heeft ‘n gruwelijk goede stem maar nut deze niet ten volste uit. Een beetje vooruit is eigenlijk gewoon achteruitgang.

File: Virginia Wing – Forward Constant Motion
File Under: Synth-geneuzel naar het meest minimale

C Duncan – The Midnight Sun

Fat Cat

C Duncan – The Midnight SunC. Duncan is geen muzikaal wonderkind, maar wel klassiek geschoold en gevormd door The Royal Scottish Academy of Music and Drama. Hij baarde vooral opzien met zijn sfeervolle debuut Architect waarmee hij genomineerd was voor de Mercury Music Prize voor het beste Britse album. The Midnight Sun is de opvolger. Met een sterke voorliefde voor Sigur Ros koppelt Duncan mystieke Highlands-folk aan een Keltische historie en aan loungy wegebbende elektronica. Donald Fagen ontmoet Air en samen herijken ze op een uiterst rustige manier de samenzang van Godley & Creme. Onze rapper Sef zou er moeiteloos geïnspireerd door kunnen raken. Op de een of andere manier hebben recensenten het dan over synthesizerpop waarbij je wegdroomt of in no-time in slaap sukkelt. Perfecte muziek dus voor in het ziekenhuis als patiënt op de anesthesie-afdeling, levensgevaarlijk als automuziek voor wie ‘s avonds nog een eindje moet rijden. Dat is dus het enige punt van kritiek. Duncan maakt wonderschone geluidslagen die prettig je gehoor binnendringen. Maar, het blijft maar nadruppelen en het gestage tempo overschrijdt nergens de 50 beats per minuut. Oftewel, het versuft. Je wordt er dromerig van en je valt onherroepelijk in slaap. Daar lig je dan, met je veel te dure polsbandje achterin een tent, terwijl je nog drie dagen zomergeweld hebt te gaan. Wat overblijft is een veel te hoge rekening voor een muziekschijfje en een concertkaartje. Het was prachtig, geloof ik, maar meer kan ik me ook niet herinneren.

File: C Duncan – The Midnight Sun
File Under: Slaapverwekkende droompopelektronica

Spidergawd – IV

Crispin Glover

Spidergawd – IVHet Noorse Spidergawd start als een Monster Magnet-pastiche. Het is slechts een schijnbeweging, want amper binnen drie songs geeft de band een visitekaartje af dat het midden houdt tussen Motorpsycho, Thin Lizzy, de betere stonerrock en jaren ’70 hardrock. Er schuilt een drive in de band die gelijk op gaat met het betere werk van Clutch en Red Fang. Tja, en dan ben je bij mij aan het juiste adres. Hier houd ik dus van. Stevige gitaarrock, goede hooks, breaks en geweldige, maar dan ook geweldige gitaarsolo’s. Niks negatiefs dan? Nee, zelfs de vocalen en de samenzang zijn dik, maar dan ook dik in orde en lijken te zijn gemaakt voor dit geijkte genre. Het past en het klopt. Wat je kunt aanvoeren is dat het niet nieuw of vernieuwend is. Nee, en in het geval van Spidergawd hoeft dat ook niet. Traditionele hardrock hoeft niet vernieuwend te zijn. Het is een kwestie van goed uitvoeren. Dat was bij deze Noren niet tegen dovemansoren gezegd. Riffs zijn de basis en de basis is goed. Punt. De heren zijn door de wol geverfd en hoef je niks meer wijs te maken.

File: Spidergawd – IV
File Under: Dikke, vette ‘70’s rock van gelouterde Noren

Noveller – A Pink Sunset For No One

Fire

Noveller – A Pink Sunset For No OneKrautrock en filmische soundscapes met synthesizers hebben definitief het werk van zowel Mike Oldfield als Jean Michel Jarre opgeslokt. Noveller ging ermee aan de haal. Zonder echte beat wist de gitariste een landschap van geluiden neer te zetten. Op haar vorige plaat leverde dat nog dynamisch spannende drones op met rondzingende gitaarloops. Nu heeft ze zich vooral toegelegd op nog meer effecten en synths waardoor er een vlakheid in geluid ontstaat. Haar geluidscollage blijft steken in een oeverloze brij waar toon- en volumewisselingen er niet toe doen. Hoogtepunt is het titelnummer dat net even wat verfijnder in elkaar steekt, maar dezelfde structuur heeft als bijvoorbeeld “Fractured Mirror” van Ace Frehley. Voor de rest hebben Noveller en de Kiss-gitarist niets met elkaar gemeen. Het is te hopen dat de gitariste niet vervalt in pretentieus geneuzel. Velen gingen haar al voor en het zou zonde zijn als ze haar talent als gitariste liet ondersneeuwen door een geweld aan synthpopklanken die te goedkoop, te makkelijk en te gedateerd klinken. En dat geldt ook voor de effectpedalen.

File: Noveller – A Pink Sunset For No One
File Under: Iets teveel effectpedaalbejag

Douglas Dare – Aforger

Erased Tapes

Douglas Dare – AforgerTom Odell light? Ja en nee. Tekstueel is Douglas Dare net zo zwartgallig als Nick Cave en Hozier bij elkaar. Cynisch, duister en op sommige momenten zelfs pijnlijk sarcastisch. Muzikaal is het aandachtig luisteren geblazen. Dare vertelt en verhaalt op rustige toon en valt nergens aan te vallen op een ‘uplifting’ volksmennerij. De Londenaar hoeft niet zo nodig de popheld uit te hangen. Zijn hartzeer wil hij alleen maar laten rondzingen, da’s al genoeg therapeutische werking voor hem en stap één van zijn genezingsproces. En toch moet je er niet van opkijken als hij over een paar maanden opeens een hit scoort. Want, zelfs het meest gitzwarte intense verdriet kan zomaar een grote impact achterlaten op een poppubliek dat niet beter weet.

Aforger is zijn tweede album. Douglas Dare werkt nu nog gestaag aan zichzelf. Het levert prachtige albums op. Zodra hij toe is aan het grotere werk en zijn emotionele liedjes op een gunstige manier afstemt op volksvermaak, gaat de Engelsman oogsten. Er zijn nu nog teveel tranen die eruitgejankt moeten worden. Trauma’s verwerken doe je tenslotte in je eentje en niet ten overstaan van een groot publiek. In de tussentijd pik je wat pareltjes van orkestrale zielenroerselen op. Da’s al heel wat.

File: Douglas Dare – Aforger
File Under: Verwerkingsproces van een cynische Londenaar

Mycah – The Mycah Principle

mij=Eigen beheer

Mycah - The Mycah PrincipleMycah is de Haarlemse Maaike Breijman die samenwerkt met Remco Engels, maar tegenwoordig helemaal solo gaat. Qua pop en soul is het vooral fris en vrolijk, met een instrumentarium waar Janne Schra zich ook van bedient. De conservatoriumganger Maaike heeft een weinig opvallende maar loepzuivere stem. Ze zoekt de randjes van haar kunnen niet op. En dus overstijgt Maaike nergens het niveau van bijvoorbeeld Margriet Eshuijs qua klankkleur en timbre. Ze heeft dezelfde kleur als een Mylou Frencken. Alleen Frencken hoort niet dat ze er altijd minstens een toonsoort naast zit. Mycah wel, die snapt en hoort dat ze het oeuvre van The Carpenters gemakkelijk kan koppelen aan de Blue Eyed Soul van Prefab Sprout, Johnny Hates Jazz en Everything But The Girl. Liedjes met een luchtig en licht swingend karakter. Daar valt maar weinig op af te dingen. Als Maaike iets meer dynamiek in haar vocalen legt, en ze haar songs meer uptempo maakt, dan hebben we er in Nederland een volstrekt unieke zangeres bij. Zoniet, dan blijft het werk van Mycah mooi maar ook lijzig en blijft het uiteindelijk niet hangen in het hoofd en het hart van een publiek.

File: Mycah – The Mycah Principle
File Under: Haarlemse zangeres is tot meer in staat

Ghost Train – Les Comptes De Korsakoff

Ghost Train – Les Comptes De KorsakoffHet 8-koppige Franse gezelschap Les Comptes De Korsakoff schopte het in 2015 al tot finalist van de Avignon European Jazz Contest met zijn experimentele jazzrock. Ghost Train is niets meer dan de wisselwerking tussen een gezamenlijke mindset en het persoonlijke welzijn per muzikant. Elke individuele gedachte wordt getoetst in haalbaarheid aan wat het collectief voor ogen heeft. Dat hebben de heren maar op muziek willen zetten. Alsof Prokofjev en zijn muzikale bewerkingen opeens de jazz zou hebben ontdekt en met tal van instrumenten voeding geeft aan persoonlijke en gezamenlijke gedachten. Het is eigenlijk een perfecte Tom Waits-plaat. Je hoeft er alleen maar de brulboei-vocalen van Waits bij te denken. Les Comptes de Korsakoff is in 2010 opgericht door zanger/bassist Geoffrey Grangé en drummer Quentin Lavy en speelt met alle conventies en cultuurverschillen. Zo is het titelnummer een voorbeeld van hoe Louisiana parade-jazz heel makkelijk overgaat in de Europese traditie van onze hoempa-orkestjes. Het is wat. Het is apart, maar uiterst beluisterenswaardig.

mij=Puzzle

File: Ghost Train – Les Comptes De Korsakoff
File Under: Jazz voor Tom Waits-liefhebbers

Gary Hoey – Dust & Bones

Gary Hoey - Dust & BonesDe twintigste plaat? Jawel. Gary Hoey is een druk en populair baasje. In Amerika kennen ze hem al decennia lang. Hij steekt zijn voorliefde voor blues en alle rare subvormen niet onder stoelen of banken. Daarbij valt vooral zijn verering voor Johnny Winter op. Pas nu zet hij de man met “Steamroller” echt in het zonnetje. Hoey grijpt terug en borduurt voort op de blues van dertig jaar geleden. Hij analyseert de hipste genres van het moment en concludeert dat de basislijn van de blues in al zijn soorten en varianten verantwoordelijk is geweest voor een allesbepalend succes. Soms rauw, soms cynisch, soms vrolijk en soms zelfs zo meegaand als een gospel. Zelfs elementen uit Dick Dale’s surf-instrumentals ontbreken niet. Gary Hoey blijft lekker stationair doordraaien. En terwijl ik dat schrijf, zie ik opeens heel veel overeenkomsten tussen Hoey en ZZ Top.

mij=Provogue

File: Gary Hoey – Dust & Bones
File Under: Blues voor in de auto